English versionTweede vaardag: van Paraza naar Marseillette


Het is nu maandagochtend 1 mei. Maarten staat de eendjes te voeren en Marga brengt me een kop koffie. Ik zit op een picknickbank bij de sluis. Gisteravond hebben we hier ook gegeten. Het is vandaag een nationale feestdag in Frankrijk. De sluizen zijn daarom gesloten. We liggen in Marseillette net voorbij de sluis. Ik ben net met Pepijn naar de bakker in het drie kilometer verder gelegen Capendu gefietst en heb twee baguettes gehaald, en voor ieder een chocolade- of rozijnenbroodje. Het weer is heerlijk. De zon staat vol aan de blauwe lucht en er staat een licht windje.

Gisteren was de eerste dag dat we zelf door de sluizen gingen. Als we wegvaren probeer ik de dingen uit waar ik in de nacht van zaterdag op zondag aan heb liggen denken. Ik stel definitief vast dat we een linkse schroef hebben en dus aan stuurboord makkelijker kunnen aanmeren. Verder merk ik dat het schakelen nu goed gaat. De eerste sluis komen we zonder problemen door. Pepijn gaat voor de sluis aan land en pakt het toegeworpen touw, legt dat om een bolder en geeft de lijn weer terug aan Marga. Dan volgt de achtertros. We merken dat de kinderen de trossen niet goed naar boven kunnen gooien en dus doen Marga en ik dat. Zo krijgen we gauw een vaste rolverdeling.

L' Écluse de Pechlaurier

De sluizen zijn ovaal van vorm en zo'n dertig meter lang. De tweede sluis waar we door gaan is een dubbele (Pechlaurier). Dat is toch wel erg spannend. De sluismuren rijzen metershoog voor ons op. We komen nog even in de problemen als blijkt dat de voortros niet lang genoeg is. Er wordt een stuk touw niet benut omdat het halverwege aan een kikker is vastgeknoopt. Bij de enkele sluis leverde dat geen probleem op maar bij een dubbele sluis kom je dan in de problemen. Gelukkig geeft de sluiswachter ons de tijd het foutje te herstellen. De tweede trap nemen we vlekkeloos. Dat geeft een goed gevoel.

Na de dubbele sluis van Pechlaurier krijgen we weer een dubbele (Ognon) en twee enkele sluizen. Het aanleggen en schutten gaat steeds beter. De kinderen zijn tevreden met hun rol: aan land springen en de toegeworpen trossen om de bolder leggen en teruggeven.

Sluis

 

Het is de paradox van elke sluis:

het water stroomt als altijd naar beneden,

het dringt zich in de kolk met woest gebruis

en tilt een boot zo naar een hoger trede.

 

Tegen het middaguur komen we in La Redorte. We varen voorbij het prachtige Épenchoir d'Argentdouble. Dit is een lange overloop van het kanaal waarbij het wateroverschot van het kanaal naar het riviertje de Aude kan stromen. Met dertien bogen loopt het jaagpad over de overloop.

L' Épenchoir d' Argens-Double

's Middags krijgen we weer een zwaar traject. We krijgen drie dubbele sluizen achter elkaar en één drietrapssluis. Ik wil deze middag nog graag de sluis van Marseillette halen. Als we die halen kunnen we op 1 mei als de sluizen dicht zijn nog een stuk van negen kilometer naar Trèbes varen omdat er geen sluizen tussen Marseillette en Trèbes liggen.

In de eerste dubbele sluis leg ik achter een Duitser aan. Vanwege de ovale sluizen kan ik naast hem liggen. Hij ligt bakboord en ik stuurboord. Dan komt er nog een boot achter ons aan die achter de Duitser aanlegt. Er zitten drie wat oudere Franse echtparen in. Zij klungelen maar wat aan. Ze leggen gewoon vast in een sluis en letten nauwelijks op als hun boot gaat bewegen in de sluis. Naast hen voel ik mij erg deskundig. Na de sluis laat de Duitser ons en de Fransen voorgaan. Bij de volgende dubbele sluis besluit ik ook om de Fransen voor te laten gaan. De taferelen die een binnenvaartschipper mij tevoren hebben voorgeschilderd, worden bewaarheid. De Fransen zijn volstrekt onberekenbaar. Hun boot ziet er gehavend uit. De achterkant is behoorlijk gedeukt. Als de punt van hun boot bijna door ons achterraam steekt geeft Marga een stuk van de stalen beschermneus die afbreekt aan een van de vrouwen aan boord. Die trekt een gezicht van 'sorry, ik kan het ook niet helpen'. Bij het in- en uitvaren van de sluizen botsen ze van de ene wand op de andere. Ook onze boot raken ze een paar keer fors. Ik schrijf het nummer op voor de zekerheid (LY16893) en hou hen de volgende sluizen goed in het oog. Als het water nog een halve meter moet stijgen, maken ze alvast los, rollen het touw op leggen het op de kade om ondertussen een praatje met de sluiswachter te maken. In de laatste sluis zie ik de stuurman al gas geven terwijl de boot achter nog vast ligt. Als het laatste touw losgemaakt wordt schiet de boot vooruit en moet het achtergebleven bemanningslid nog flink rennen om mee te komen. Omdat zowel wij kennelijk in hetzelfde rak willen komen voor de rustdag op 1 mei, komen we toch steeds weer bij elkaar in de sluizen. Ook de Duitser die één sluis achter is gebleven moet later noodgedwongen weer aansluiten.

Toch hebben deze Fransen volgens mij de vakantie van hun leven. Ze maken er een echt feest van. Ze blazen vrolijk op de scheepstoeter als ze uit de sluis vertrekken. Midden tijdens het schutten begint de franse kapitein een praatje met mij. Als hij hoort waar we heen gaan, zoekt hij Négra tijdens het schutten op de kaart. Ze zijn zo heerlijk zorgeloos maar ik begrijp de zorg van professionele  binnenvaartschippers.

Maarten vangt ondertussen een vis en roept mij om hem van de haak te halen. Omdat Marga de emmer gebruikt om de was te doen, doen we hem in een enorme soeppan. Ook daarin ligt de vis echter klem. We laten hem meteen vrij.

Maarten stopt daarna met vissen. "Ik heb mijn avontuurtje al beleefd", zegt hij: "Het is zielig als hij nog een keer wordt gevangen".

Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat iedereen hier maar zo met dit soort boten mag varen. Ik kom tot de conclusie dat ook ik meer ervaring nodig heb. De automatismen zijn er niet. De vanzelfsprekendheid waarmee ik handel op de fiets of in de auto ontbreekt. Ik moet er steeds over nadenken. Als er dan ook nog andere onvoorspelbare boten bij je in de buurt zitten, is het een riskante aangelegenheid.

Bij de laatste sluis laat ik de Fransen weer eerst de sluis invaren. Ik wacht zelf even omdat ik de sluis pas in wil als ze hebben vastgemaakt. De sluiswachter tikt evenwel ongeduldig op zijn horloge. Het is bijna halfzeven. Op hoop van zegen vaar ik de sluis in. Ze hebben dit keer gelukkig de boot op tijd vast.

 

L' Écluse de Marseillette

Direct na de sluis meren we aan. Het is een mooi plekje. Bij de sluis staan picknickbanken en we kijken aan de ene kant naar het dorpje, aan de andere kant hebben we uitzicht over de heuvels.

De hele dag winnen we aan zelfvertrouwen. Over het algemeen ben ik tevreden hoe het gaat. Marga heeft aan het einde van de dag wel wat spierpijn van het trekken aan de touwen.

's Avonds probeer ik we voor het eerst de douche uit. Het is wel een krappe ruimte maar ik knap er erg van op. Ook Marga en de kinderen nemen een douche. We moeten morgen toch maar kijken of we ergens water kunnen innemen.

 

Canal du Midi            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag