English versionVierde vaardag: van Trèbes naar Villesèquelande


Het is dinsdagavond als ik de tijd neem om weer wat te schrijven. We liggen nu in Villesèquelande, een kilometer of tien na Carcassonne. Het was de hele dag prachtig weer. Het is nu stil. Slechts een enkele vogel zingt zijn lied in de bomen.

Nadat ik brood heb gehaald in Trèbes zijn we de drietrapssluis opgegaan die voor het dorp ligt. Bij de brug leggen we aan. We kunnen daar water innemen en Marga doet boodschappen. We doen boodschappen voor drie dagen want het kost toch vrij veel tijd en door de nationale feestdag voelen we toch een zekere druk om op te schieten. We vertrekken om kwart voor elf uit Trèbes. Bij de volgende sluis staan wel een stuk of tien palmbomen. Dat past heel goed bij deze zonnige dag. Ook de tweede sluis die we passeren, ligt op een prachtig plekje. Na deze sluizen komen we stil te liggen. Het is middagpauze. We eten op een trappetje voor de sluis.

Klokslag half twee zwaaien de sluisdeuren uitnodigend open en varen we verder. We zijn nu zo in Carcassonne. De sluis midden in de stad staat open maar er is geen sluiswachter te zien. Nadat ik hem heb gevonden schut hij ons en we meren voor het station af en lopen de stad in.

Op een pleintje zien we verschillende terrasjes en we nemen een 'pression' en voor de kinderen twee bolletjes ijs: pistache-fraise. We lopen verder door de winkelstraat. Ik zie boven de huizen La Cité uitsteken, een grote vesting. Ik loop door en heb vanaf de rivier de Aude die vanaf hier noordelijk afbuigt een prachtig zicht op de vesting die op een heuvel staat. Er loopt een prachtige oude brug naar de vesting toe met oude lantaarns. Ik maak een aantal foto's. Misschien dat we ooit nog eens meer tijd hebben om deze stad te bezichtigen.

La Cité de Carcassonne

Om vier uur varen we Carcassonne weer uit. We schieten goed op. Het schutten gaat steeds beter al blijft het steeds opletten. We verliezen twee keer onze pikhaak maar beide keren weet ik hem snel weer uit het water te vissen. Soms schiet er een touw van de bolder. De foutjes weten we steeds beter te herstellen. Vooral Pepijn is een grote kracht. Hij helpt steeds goed mee op de kant. Maarten is soms meer in andere dingen geïnteresseerd en gaat bijvoorbeeld bloemetjes langs de kant plukken of steentjes zoeken. Na Trèbes is het erg rustig op het water. We komen per uur hooguit één of twee boten tegen. En er varen al helemaal geen boten in onze richting. De hele dag worden we als enigen geschut. Dat is toch wel plezieriger dan met meerdere boten in een sluiskolk.

Bij Villesèquelande zien we dat de sluis nog met de hand wordt bediend. Alle andere sluizen waar we tot dusver doorkwamen, werden elektrisch bediend. We moeten nog even wachten omdat er een tegenligger aankomt. Pepijn en Maarten zijn zeer geïnteresseerd en gaan alvast aan land. Ze helpen de sluisdeuren opendraaien. De stuurman gooit hen een tien-francstuk toe voor de hulp.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hard werken voor allebei

Ook als wij worden geschut helpen ze met de kleppen en de deuren. Het is zwaar werk. Ze krijgen de kleppen slechts met veel moeite open. Als er opnieuw een tegenligger aankomt leggen wij nog aan om de kinderen weer een plezier te doen. Ze kunnen dan weer helpen met schutten.

Ook deze sluis ziet er prachtig verzorgd uit. Er worden verschillende vogels gehouden en er lopen een paar pauwen rond.

Villesèquelande

In Villesèquelande meren we af bij een prachtige oude gekromde brug. De kinderen stoeien in het gras. Pepijn glijdt daarbij uit en belandt in het water. Dat is het sein voor mij en Maarten om ook te gaan zwemmen in het kanaal.

We eten daarna witlofsla en gebakken aardappels, heerlijk. Je wordt op het water op de basisbehoeften teruggeworpen en je bent steeds op allerlei prachtige plekjes waar je anders niet zo gauw zou komen.

Het is nu tien uur 's avonds en het is nog steeds warm. We zitten in korte broeken op een bankje aan het kanaal. Een enkele vogel blijft zingen ook al is het donker en aan de kant vlak boven het water zitten kleine groene glimwormpjes. Naast ons zitten twee muskusratten te grazen. Als er twee voorbijgangers langslopen schieten ze het water in.

Over een muskusrat had ik al eens een gedichtje gemaakt:

 

Muskusrat

 

Er zwemt een bontjas door de vaart

met felle korte trappelslagen,

ik zie zijn kop, een stukje staart,

dan duikt hij weg naar dieper lagen.

 

Canal du Midi            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag