Reisverslag Canal du Midi 2001
We zijn in Avignon als ik de pen pak om voor het eerst iets op te schrijven. Het is tien over zeven 's ochtends en we zijn zojuist overgestapt van de slaaptrein op een boemeltje richting Montpellier. Alhoewel we dit jaar betere slaapwagons hadden dan vorig jaar, heeft Marga de hele nacht niet geslapen. Ikzelf ben me wel steeds bewust van de trein maar geef me toch bij perioden over aan het geschud en het lawaai. 's Ochtends is Pepijn in de trein toch nog wagenziek geworden.
Slaaptrein
De trein bonkt door het Rhônedal
van Lille op weg naar Montpellier,
om negen uur vertrok hij al
maar 't is nu nog maar halftwee.
Zoals sardientjes in een blik
liggen er zes in een coupé,
de jongens boven doen geen kik
maar zwaar gesnurk klinkt van benee.
Ik lig te draaien op mijn bed
een bocht naar links drukt op mijn kop,
er stommelt één naar het toilet,
de trein sist bij een tussenstop.
De nacht duurt schijnbaar eindeloos
en 's ochtends zijn we nog doodmoe
maar door het raam gloort grandioos
de zon achter de Mont Ventoux.
We gaan dit jaar voor de tweede keer een week varen in Zuid-Frankrijk. Dit keer gaan Marga's ouders ook mee. We varen van Lattes, een klein plaatsje bij Montpellier dicht tegen de kust, naar Argens-Minervois dat tussen Béziers en Carcassonne aan het Canal du Midi ligt. Als ik vanuit de trein naar buiten kijk, zie ik klaprozen en korenhalmen naast de spoorbaan groeien. We steken met de trein de Rhône over en komen door Beaucaire. Ik vang een glimp op van het Canal du Rhône à Sète. In een zijkanaaltje zie ik een paar spitsen liggen die nu als woonboot worden gebruikt.
We hadden bij vertrek anderhalf uur speling genomen vanwege de vele stakingen de laatste weken bij de spoorwegen in Nederland, België en Frankrijk. We gingen ook op tijd naar het station en vertrokken uiteindelijk twee uur vroeger dan volgens het reisschema van de NS nodig was. De treinen bleken strikt volgens het boekje te rijden. Na overstappen in Rotterdam en Antwerpen hebben we in Lille ruim twee uur de tijd voordat de slaaptrein vertrekt. We eten in een restaurantje tegenover het station. Het is niet duur en smaakt voortreffelijk. Daarna ben ik met Pepijn en Maarten nog even door de stad gelopen. Tot mijn verrassing blijkt Lille een stad met allure te zijn met veel historische gebouwen, prachtige pleinen en een fraaie gotische kerk met een bijna doorzichtige toren.
In Montpellier aangekomen, drinken we tegenover het station een kop koffie en vragen ons af hoe we met zes personen en een vracht bagage naar Lattes komen. Ik informeer bij bus en tram maar wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Het lijkt erop dat we twee taxi's moeten nemen. Dan zie ik een grote Renault Espace tussen de andere taxi's staan. Deze blijkt ons allemaal inclusief bagage te kunnen bergen en nog voor negen uur 's ochtends zijn we in Lattes.
Op onze boot blijken nog mensen te slapen en ons wordt meegedeeld dat het nog wel tot halfvier kan duren voor de boot klaar is. Dit is een teleurstelling alhoewel formeel de boten pas tussen vier en zes uur worden overgedragen. Ik had in een E-mailtje onze vroege komst immers al aangekondigd en niks terug gehoord.
We schikken ons in het lot en verkennen het haventje. Lattes blijkt een spiksplinternieuwe plaats te zijn die om het haventje is gebouwd volgens een strikt symmetrisch concept. Er staan woongebouwen in kleurig pleisterwerk met romantisch moorse invloeden (boogvormen).
Halverwege de middag wordt ons gezegd dat de boot waarschijnlijk tussen twee en drie uur klaar zal zijn. Dat valt weer een uurtje mee. Er wordt ondertussen hard gewerkt op de boot. De boot wordt bijgetankt en daarna weer teruggevaren naar zijn plaats. Ik zie een schoonmaker van Locaboat een dop in het gangboord schroeven. Hij sluit een slang aan en draait de kraan open. Tot mijn verbazing komt er na een poosje een gele vloeistof uit de tank als deze overloopt. Dan ruiken we een brandstoflucht. Ik waarschuw de schoonmakers op de boot: Gazoil!. De slang wordt snel uit de tank getrokken. Op het water drijft reeds een behoorlijke laag dieselolie. Men heeft de dieseltank met water gevuld. Van diverse kanten komen monteurs aangelopen en er wordt flink gescholden.
Er wordt uit een grote ton wit poeder op de diesel in het water uitgestrooid. Ik vrees dat we deze middag nog tijd genoeg zullen hebben om boodschappen te doen. De supermarkt gaat pas om halfvier open. De boot wordt weer weggevaren. Naar ons toe wordt erg luchtig gedaan: een half uurtje slechts en dan is de tank leeggepompt.
De tijd verstrijkt en steeds meer monteurs verdwijnen in onze boot. Zelfs het toilet moet worden gedemonteerd. Op allerlei plekken in de boot wordt dieselolie aangetroffen. Volgens mij is het ook niet erg handig dat ze de boot met de eigen motor hebben verplaatst.
De stemming op de wal daalt snel. Het half uurtje wordt een uur later nog eens met een extra anderhalf uur verlengd. En na dit anderhalf uur wil men helemaal geen termijn meer noemen. Ik zie mijn vaarplan al helemaal in duigen vallen. Wanneer we vandaag niet langs de sluis op de Lez komen, halen we morgenochtend de brugopening bij Frontignan niet. Deze brug wordt in het weekend maar twee keer per dag bediend.
Ondertussen vindt de verhuurder het tijd voor de formaliteiten. Hij brengt ons een huurfiets minder in rekening vanwege het ongemak. Als de boot uiteindelijk klaar is zal daar nog een doosje wijn bijkomen.
Dan komt eindelijk de overdracht van de boot die Le Vidourle heet. De monteur legt alles geduldig uit. Hij vertelt dat de boot een rechtse schroef heeft. Als hij aanwijst waar het water moet worden bijgevuld vraag ik of hij zeker is dat er water in zit. Hij lacht en zegt: "Meestal leggen wij aan onze klanten uit waar het water moet worden bijgevuld". De uitleg neemt toch ook nog de nodige tijd. Op deze boot werken een aantal dingen anders dan op de boot die we vorig jaar huurden. Er is veel meer geautomatiseerd en we blijken over een boegschroef te beschikken.
Bij de opname van de boot blijkt er nog van alles mis te zijn. Er is geen emmer, geen elektriciteitssnoer en er is verkeerd beddengoed geleverd. De tijd loopt ondertussen gewoon door. Moe van de reis en het lange wachten is het humeur van vooral Marga inmiddels tot ver onder het nulpunt gedaald. Ondanks dat men nog wel aanbiedt ons na sluitingstijd door de sluis op de Lez te willen schutten, besluiten we om halfnegen niet meer uit te varen en de nacht in de haven door te brengen. Ik leg het de monteur in mijn brabbelfrans uit: "Tout la familie est en stress". Hij belt het door naar zijn collega die inmiddels vast naar de sluis gereden is.
We halen een pizza en tijdens het wachten in de pizzeria overvalt mij een verdrietig gevoel. Mijn hele vaarplan valt in duigen. Het is een soort kettingreactie. Doordat we niet voorbij de sluis in de Lez zijn, halen we morgen de eerste brugopenstelling bij Frontignan niet en daardoor zijn we zijn niet op tijd in Béziers om op 1 mei, de dag dat de sluizen vanwege een nationale feestdag zijn gesloten, nog een stuk te kunnen varen. Misschien moet ik een alternatief vaarplan bedenken.
Om halfelf ligt iedereen al in bed. Met een glas wijn verdrijf ik de teleurstelling. Ondertussen drijft in alle hoeken van de haven wit poeder en dieselolie.