English versionVijfde vaardag: van Le Somail naar Narbonne


's Nachts regent het weer pijpenstelen. Ik kan er niet van slapen. Als dit zo blijft, moet het reisschema maar worden aangepast. 's Ochtends is het echter weer droog. Ik zie stukken blauw tussen de wolken en binnen de kortste keren is de lucht weer opengetrokken. Toch blijft de temperatuur aan de frisse kant. Ik hou mijn jas steeds aan. 

Bij de eerste sluis van het Canal de Jonction krijgen we van een sluiswachter instructie. Zij schut ons de eerste sluis maar verder zijn het automatische sluizen. Door het intoetsen van een code (1995E) wordt de sluis in gereedheid gebracht en met een druk op de groene knop begint het schutten. Door middel van de rode knop kun je in noodgevallen het schutten stoppen en komt er hulp. 

Het Canal de Jonction is honderd jaar jonger (1787) als het Canal du Midi. Het is vijf kilometer lang en verbindt het Canal du Midi met het riviertje Aude. De sluizen liggen steeds zo'n 600 meter uit elkaar. Langs de kanten groeien geen platanen maar pijnbomen. Dit is een kanaal naar de kust, dat is duidelijk. Pepijn loopt vooruit naar de volgende sluis en toetst de code alvast in zodat we mooi kunnen opschieten. Zodra het schutten is gestart, loopt Pepijn naar de volgende sluis. De zevende en laatste sluis van het Canal de Jonction is de sluis van Gailhousty met een prachtig classicistisch sluisgebouw waar ook een schip in een droogdok ligt. 

 

Na de sluis van Gailhousty moeten we een stukje over de rivier Aude. Vanwege een stuwdam meteen bakboord van de sluis, moeten we eerst een stukje stroomopwaarts naar stuurboord en bij een over de rivier gespannen kabel naar de overzijde varen. 

Langs de rechteroever varen we dan via een openstaande sluis Moussoulens het Canal de la Robine binnen. Daar varen we weer tussen de platanen. Aan stuurboord ligt een groot chateau tussen de wijngaarden. 

We komen vijf voor half een aan bij de sluis van Raonel maar de sluiswachter is al in geen velden of wegen te bekennen. We leggen naast een voorganger aan in de sluis waar we eten. We besluiten vandaag niet verder te varen dan Narbonne. We dachten er namelijk aan om bij mooi weer door te varen tot Īle Ste-Lucie waar de natuur overweldigend schijnt te zijn. Klokslag halftwee verschijnt de sluiswachter en schut ons verder omlaag. 

Vlak voor Narbonne komen we bij de sluis van Gua waar zich ook een vervallen watermolen bevindt. Jammer dat deze niet meer wordt onderhouden. Er zit een gigantisch gat in het dak en het rad is er niet meer. Toch stroomt het water er nog keihard door de nauwe doorgangen en is het er met al dat water en groen eromheen prachtig.

We varen verder en komen bij de sluis van Narbonne midden in de stad. Er hangt een stang aan een kabel over het water. Door de stang een halve slag te draaien wordt de sluis in gereedheid gebracht. Na een poosje springt het rode licht inderdaad op groen. De sluis van Narbonne bevindt zich naast een stuw waar het water zich met kracht over dringt. De sluis zelf is helemaal in de gele bloemetjes gezet.

We leggen direct na de sluis en voor de Pont des Marchands aan. 

Dit is een oude brug waar inmiddels winkels en huizen op gebouwd zijn. We gaan er ook even kijken. Door de achterruiten in de winkels zien we de boot liggen. Hij ligt er gelukkig nog. Ik ben er niet helemaal gerust op omdat we er als enigen liggen.

Later varen we onder de Pont des Marchands door nog een stukje verder. We kijken nog iets buiten Narbonne maar het kanaal is eerlijk gezegd niet zo inspirerend. We varen tussen wallen waardoor we niet veel van het omliggende land zien. Na een stinkende rioolwaterzuivering gaan we weer terug en maken midden in Narbonne weer vast.

 

 

Canal du Midi            Andere kanalen            Vorige dag            Volgende dag