Vergunningenregister
·
Mogelijkheden tot klagen bij stil zitten gemeente bij aanvraag tot
opname in vergunningenregister
·
Voorbeeld
brief “rappel tot opname in vergunningenregister”
·
Voorbeeld verzoekschrift Raad voor Vergunningsbetwistingen (bij
uitblijven reactie van gemeente)
·
Links
Opmerkingen of suggesties? mail mij
Zoals zo vele weekendverblijvers, hebben ook de veel weekendverblijvers te Balen een dossier bij de gemeente ingediend voor opname van hun constructie in het vergunningenregister. In veel gevallen is dit dossier binnengebracht via het NKWV. De meeste dossiers van weekendverblijven in Balen zijn in de periode 2003-2006 bij de gemeente ingediend. Tot op heden is er met deze dossiers, een enkel geval daargelaten, niets gedaan. Sterker nog, in een recent gesprek hierover tussen het NKWV en de gemeente heeft deze laatste bevestigd deze dossiers voorlopig niet te onderzoeken.
Het moge duidelijk zijn dat de houding van de gemeente Balen in deze zaak uiterst schandalig te noemen is. De vraag die men zich nu dient te stellen is. Welke mogelijkheden heb ik in deze situatie om toch rechtszekerheid te verkrijgen met betrekking tot opname in het vergunningenregister?
Hieronder vind u eerst kort samengevat de mogelijkheden die u heeft. Daarna volgt een uitvoerige uitleg per mogelijkheid. De laatste mogelijkheid is uitvoerig uitgewerkt omdat deze mogelijkheid altijd tot een uitspraak met betrekking tot opname in het vergunningenregister zal leiden. Tot slot vind u op het einde een overzicht van relevante wetteksten. Uiteraard is onderstaande tekst een visie (die van de auteur) en kunnen er geen verdere rechten aan ontleend worden. Ook kan de auteur niet instaan voor eventuele onvolkomenheden, tekortkomingen en onjuistheden.
De mogelijkheden die u mijns inziens heeft bij het stil zitten van de gemeente zijn de volgende:
1. Klagen bij de dienst binnenlands bestuur met betrekking tot het niet tijdig behandelen van u dossier
2. Klagen bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar (GSA). Deze heeft nl het toezicht op het vergunningenregister en ziet erop toe dat de gemeente conform de wetgeving stukken opneemt in het register
3. Klagen bij de Vlaamse Ombudsdienst indien bovengenoemde instanties (binnenlands bestuur & GSA) u niet verder helpen of het niet eens bent met hun beslissing
4. Een procedure opstarten bij de burgerlijke rechtbank waarbij men stelt dat men schade lijdt door het stilzitten van de overheid vanwege niet inschrijven in het vergunningenregister
5. Een procedure opstarten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen middels een verzoekschrift tot opname in het vergunningenregister na (een stilzwijgende) weigering door de gemeente
Alle hierboven genoemde mogelijkheden hebben zo zijn voor- en nadelen met betrekking tot effectiviteit (het te bereiken resultaat), procedure duur, kosten en de mogelijkheid bovenstaande mogelijkheden te combineren. De laatste mogelijkheid (5.) is echter de enige die definitief uitsluitsel kan geven met betrekking tot opname in het vergunningenregister en de gemeente ook daadwerkelijk inschrijving kan opleggen.
Een klacht bij Binnenlands Bestuur kunt u per brief en/of e-mail indienen:
Afdeling Binnenlands Bestuur Antwerpen
Koningin Elisabethlei 22-24
2018 Antwerpen
België
Telefoonnummer 03 240 51 19
Faxnummer 03 240 53 77
E-mail binnenland.antwerpen@vlaanderen.be
Deze dienst ziet toe op de bestuurskwaliteit van de lokale overheden. Men zou bij deze dienst kunnen klagen over het feit dat de gemeente geen actie onderneemt binnen een redelijke termijn (beginsel van behoorlijk bestuur) en haar actieve onderzoeksplicht met betrekking tot opname van gebouwen in het vergunningenregister niet nakomt (Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) Art. 5.1.2,§2 (actualisatie vergunningenregister), Art. 5.1.3. (actieve onderzoeksplicht) & Art. 7.6.2. (opmaak vergunningenregister)).
De dienst binnenlands bestuur zal zich echter hooguit uitspreken over de houding van de gemeente maar kan geen uitspraak doen over het wel of niet vergund geacht zijn. Misschien dat ze zelfs verwijst naar de Gewestelijk Stedenbouwkundig Ambtenaar die volgens het VCRO het toezicht uitoefent over het vergunningenregister.
Een klacht bij de Gewestelijk Stedenbouwkundig Ambtenaar (GSA) kunt u per brief en/of e-mail indienen:
Ruimte en Erfgoed afdeling Antwerpen
Anna-Bijnsgebouw
Lange Kievitstraat
111-113, bus 52
2018
Antwerpen
België
Telefoonnummer 03 224 65 20
Faxnummer 03 224 65 60
E-mail ruimte.erfgoed.ant@rwo.vlaanderen.be
Meer informatie over ruimtelijke ordening en de rol van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar op www.ruimtelijkeordening.be en www.onroerenderfgoed.be.
De GSA ziet toe op de correctheid van de gegevens zoals opgenomen in het vergunningenregister en de kwaliteit van de gemeentelijke beslissingen inzake stedenbouwkundige vergunningaanvragen (VCRO Art. 7.2.1. §4, Art. 7.6.2.). Men zou bij de GSA kunnen klagen over het feit dat de gemeente geen actie onderneemt binnen een redelijke termijn (beginsel van behoorlijk bestuur) en haar actieve onderzoeksplicht met betrekking tot opname van gebouwen in het vergunningenregister niet nakomt (VCRO 5.1.2,§2 , Art. 5.1.3. & Art. 7.6.2.). De GSA heeft de mogelijkheid passages uit het eerste vergunningenregister te schrappen en bemerkingen te maken ten aanzien van vergunningenregister welke de gemeente dient op te volgen.
Een klacht bij de Vlaamse Ombudsdienst u telefonisch, per brief en/of e-mail indienen:
Vlaamse Ombudsdienst
Leuvenseweg
86
1000 Brussel Koningin Elisabethlei 22-24
2018 Antwerpen
België
Telefoonnummer 02 552 48 48 gratis nummer: 0800 240 50
Faxnummer 02 552 48 00
E-mail klachten@vlaamseombudsdienst.be
Meer informatie hoe een klacht in te dienen bij de Vlaamse Ombudsdienst vind u op:
http://www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/klacht/indiening_klacht.html
De federale Ombudsman is een onafhankelijke en onpartijdige instelling die klachten onderzoekt over de werking en het optreden van federale administratieve overheden. De Ombudsdienst kan dus geen uitspraken doen over gemeentelijk handelen. Echter mocht u niet tevreden zijn over hoe bijvoorbeeld Binnenlands Bestuur of de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar u klacht behandeld dan kunt u wel terecht bij de Ombudsdienst.
Voor die personen waarvan het weekendverblijf gelegen is binnen de juiste bestemmingszone bestaat de mogelijkheid om naar de rechter te stappen.
De houding van de gemeente kan men opvatten als een onwettigheid in de zin van artikel 159 G.W. (Grondwet) en maakt aldus een fout uit in de zin van artikel 1382 (vergoeden schuld door daad) en 1383 B.W. (Burgerlijk Wetboek) (vergoeden schuld door nalatig gedrag). Men kan immers stellen dat de gemeente haar verplichtingen omtrent het onderzoeken van de dossiers nalatig is en bovendien handelt in strijd met de VCRO Art. 5.1.3. (actieve onderzoeksplicht) en Art. 7.6.2. (methodiek opmaak vergunningenregister) en dat men daardoor schade lijdt. De schade bestaat erin dat de het voordeel dat men heeft van de inschrijving wordt onthouden. Dit voordeel bestaat erin dat de opname in het vergunningenregister als vergund geacht definitief wordt 1 jaar na de opname in het vergunningenregister (Art. 4.2.14. §2.) voor gebouwen niet gelegen in kwestbare gebieden. Zo ontstaat er dus definitief rechtszekerheid voor de eigenaar. De rechtbank kan de opname in het vergunningenregister gelasten op straffe van een schadevergoeding en dwangsom. Echter het blijft de gemeente die kan inschrijven en de rechter kan dit niet in de plaats van de gemeente doen. Voor een dergelijke procedure kan men zich het beste wenden tot een jurist.
Een verzoekschrift to vernietiging van een (stilzwijgende) weigering tot opname in het vergunningenregister van de gemeente dient men aangetekend te versturen naar:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
Ellips-gebouw
Koning Albert II – laan 35 bus 81
1030 Brussel
Telefoonnummer
02 553 17 75
Faxnummer 02
553 17 98
E-mail: info.vergunningsbetwistingen@vlaanderen.be
Meer informatie over het verloop van de procedure en het indienen van een verzoekschrift kan men vinden op http://www.rwo.be/Default.aspx?tabid=12706. Veel gestelde vragen vind u op http://www.rwo.be/Default.aspx?tabid=13020. Het verzoekschrift bevat 1 origineel en 4 eensluidende kopieën.
De procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is in feite bedoeld om beslissingen van de gemeente op het gebied van ruimtelijke ordening (vergunning, validatie, attestering) middels een verzoekschrift aan te vechten. Maar wat indien de gemeente geen beslissing neemt? VCRO Art. 5.1.3. §3 biedt dan uitkomst aangezien dit artikel uitdrukkelijk melding maakt van Gecoördineerde Wetten op de Raad van State (Gec.W.R.v.St.) Art. 14§3:
“§ 3. Wanneer een administratieve overheid verplicht is te beschikken en er bij het verstrijken van een termijn van vier maanden te rekenen vanaf de haar daartoe door een belanghebbende betekende aanmaning geen beslissing is getroffen, wordt het stilzwijgen van de overheid geacht een afwijzende beslissing te zijn waartegen beroep kan worden ingesteld. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de bijzondere bepalingen die een andere termijn vaststellen of aan het stilzwijgen van de administratieve overheid andere gevolgen verbinden.”
Met andere woorden. Indien men de gemeente attendeert middels een betekende aanmaning om gebouwen op te nemen in het vergunningenregister en er na 4 maanden geen beslissing genomen is dan kan men dit zien als een weigering tot opname in het vergunningenregister welke aan te vechten is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen conform VCRO Art. 4.8.1., Art. 4.8.3. en Art. 5.1.3. §3. De Raad kan de opname in het vergunningenregister gelasten, een termijn vaststellen waarbinnen dat moet gebeuren en voorschrijven met welke bepalingen de gemeente rekening dient te houden. Echter het blijft de gemeente die zal inschrijven. De totale doorlooptijd van deze procedure is momenteel ongeveer 1.5 jaar (4 maanden waarbinnen de gemeente een beslissing kan nemen plus 1 jaar voordat de Raad voor Vergunningsbetwistingen een uitspraak heeft gedaan). Voor een dergelijke procedure kan men zich het beste wenden tot een jurist.
Het bovenstaande verhaal met de uiteenzetting van de mogelijkheden is nogal technisch en juridisch maar geeft naar ik hoop kort weer welke mogelijkheden is zijn in het geval dat een gemeente geen vaart maakt met inschrijven in het vergunningenregister. De VCRO kent op dit gebied nog een interessante opmerking in Art. 7.6.2. §2.:
“Voor wat betreft
de gegevens, vermeld in §1, vijfde en zesde lid, geldt dat zij alleszins binnen
een termijn van drie jaar na het versturen van het ontwerp moeten worden
opgenomen.”
De hierboven genoemde gegevens (§1, vijfde en zesde lid) hebben betrekking op de opname van gebouwen in het vergunningenregister als zijnde wel of niet vergund geacht in het ontwerp vergunningenregister. Het ontwerp vergunningenregister van de gemeente Balen is verstuurd naar de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar op 2 juli 2008* wat erop neer zou komen dat men voor 2 juli 2011 alle gebouwen moet hebben ingeschreven. Echter of de gemeente Balen zich in deze aan de wet gaat houden waag ik te betwijfelen.
(*: Het ontwerp vergunningenregister van de gemeente Balen is in diverse delen naar de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar gestuurd. De eerste delen dateren van 2005 en 2006. Vervolgens hebben er diverse aanvullingen plaatsgevonden onder andere op 4 mei 2007, 16 mei 2008 en 2 juli 2008. Op basis van de aanvulling van 2 juli 2008 volgde er goedkeuring.)
Hieronder vind u een voorbeeld brief om de gemeente te rappelleren het verzoek tot opname in het vergunningenregister als vergund geacht te behandelen. De tekst van deze brief is slechts een voorbeeld en er kunnen geen verdere rechten aan ontleend worden. Ook kan de auteur niet instaan voor eventuele onvolkomenheden, tekortkomingen en/of onjuistheden.
|
AANGETEKEND Aan: Gemeentebestuur
Balen, Afd.
Bouwdienst Vredelaan 1 2490
Balen Belgie |
Van: <Naam> <Adres> <Postcode
Plaatsnaam> <Land> <Tel> <e-mail> |
<Plaats>, <datum>
Betreft: Rappel tot opname gebouw(en) in het vergunningenregister
Geacht
college,
Gelet op
het verzoek tot opname in het vergunningenregister van <datum> ingediend door het NKWV (dossier <nummer dossier
NKWV>) van een <weekendverblijf>
gelegen <straat huisnummer> te
2490 Balen kadastraal gekend <sectie, nr>.
Voor dit
verzoek heeft u een ontvangst bevestiging afgegeven op <datum>.
Aangezien
u tot op heden geen beslissing heeft genomen met betrekking tot bovenstaan
verzoek wil ik u uitdrukkelijk wijzen op VCRO Art. 5.1.3.
Dit
artikel maakt melding van de actieve onderzoeksplicht van de gemeentelijke
overheid. Bovendien maakt paragraaf §3 van hetzelfde artikel melding van de
Gecoördineerde Wetten op de Raad van State (Gec.W.R.v.St.)
Art. 14§3 welke uitdrukkelijk van toepassing zijn.
Gec.W.R.v.St. Art. 14§3:
“§ 3. Wanneer een administratieve
overheid verplicht is te beschikken en er bij het verstrijken van een termijn van vier maanden te rekenen vanaf
de haar daartoe door een belanghebbende betekende aanmaning geen beslissing
is getroffen, wordt het stilzwijgen van
de overheid geacht een afwijzende beslissing te zijn waartegen beroep kan
worden ingesteld. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de bijzondere
bepalingen die een andere termijn vaststellen of aan het stilzwijgen van de
administratieve overheid andere gevolgen verbinden.”
Met dit
aangetekend schrijven verzoek ik u uitdrukkelijk binnen de 4 maanden een
besluit te nemen aangaande het bovengenoemde verzoek tot opname in het vergunningenregister
en deze brief te beschouwen als een “betekende aanmaning” conform Gec.W.R.v.St. Art. 14§3.
Met
vriendelijke groet,
<Handtekening>
<Naam>
Hieronder vind u een voorbeeld verzoekschrift aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen voor het vernietigen van (een stilzwijgende) weigering tot opname in het vergunningenregister als vergund geacht. De tekst van deze brief is slechts een voorbeeld en er kunnen geen verdere rechten aan ontleend worden. Ook kan de auteur niet instaan voor eventuele onvolkomenheden, tekortkomingen en/of onjuistheden. Het is raadzaam om bij een procedure bij de Raad advies in te winnen bij een jurist en zich eventueel door deze te laten bijstaan.
VERZOEKSCHRIFT TOT
NIETIGVERKLARING EN TOT HET BEVELEN VAN EEN REGISTRATIEBESLISSING
OVEREENKOMSTIG VCRO ART. 4.8.3.§1
VOOR:
De heer/mevrouw <Naam>, wonende te <Postcode Plaats>, <Straat huisnummer>, <Land>
Verzoeker(s)
Voor wie optreedt, hun raadsman,
<naam>, advocaat met kantoor
gevestigd te <Postcode Plaats>, <Straat Huisnummer>, alwaar woonplaats
wordt
gekozen
TEGEN:
De gemeente Balen,
vertegenwoordigd door het college van burgemeester
en schepenen, met zetel te 2490
Balen, Vredelaan 1
Verwerende partij
Raad voor Vergunningsbetwistingen
Verzoeker heeft de eer u een verzoekschrift
te laten geworden houdende nietigverklaring van <het besluit/stilzwijgende weigering> van het college van
burgemeester en schepenen van de gemeente Balen van <datum jaar>, waarbij de aanvraag, ingediend door <het NKWV/naam namens …>, wordt geweigerd houdende opname als
"vergund geacht" in het vergunningenregister van een onroerend goed
gelegen te Balen, <straat huisnummer>,
afdeling <nummer>, sectie <letter> <nr.>, en houdende het bevelen om een nieuwe beslissing te nemen
overeenkomstig artikel 4.8.3.§1, al.2 VCRO.
1. Tijdigheid van het
verzoekschrift
De bestreden beslissing dateert
van <datum> (stuk). De bestreden beslissing werd aan
verzoeker verzonden op <datum>,
en ontvangen op <datum> (stuk
5, 6 en7). Het verzoekschrift is dan ook tijdig ingediend.
of
De bestreden beslissing betreft
een stilzwijgende weigering na een betekende aanmaning van <datum> conform Gec.W.R.v.St.
Art. 14§3 (<stuk>). Artikel
5.1.3.VCRO maakt uitdrukkelijk melding van Gec.W.R.v.St.
Art. 14§3 waarbij na het verstrijken van een termijn van 4 maanden men mag
aannemen dat er sprake is van een stilzwijgende weigering. Het verzoekschrift
is dan ook tijdig ingediend.
2. Belang
De verzoeker is sinds <datum> eigenaar van het onroerend
goed waarvoor de opname in het vergunningenregister werd geweigerd, krachtens
notariële akte van <datum> <
/waarbij het goed werd gekocht van <namen>/.
(zie <stuk>)
Verzoeker in zijn hoedanigheid van
eigenaar beschikt over het vereiste belang om de vernietiging van de bestreden beslissing
te vorderen.
3. De feiten
1. Bij notariële akte <datum> werd het goed, zijnde een
perceel grond met chalet (weekendverblijf), aangekocht door verzoeker /en zijn
echtgenote/. <(stuk)>
2. De grond werd initieel
aangekocht door de <naam>, bij
notariële aankoopakte van <datum>
(<stuk>). Hierna /(<datum>)/ werd op deze grond een
weekendverblijf /met <gebouw>/
geplaatst.
3. De Bungalow werd geplaatst
op/omstreeks <datum>, zonder
gekende voorafgaande
stedenbouwkundige vergunning. De
betreffende constructie is kadastraal gekend sinds <datum> (<stuk>).
/4. In 1976 vroeg de toenmalige
eigenaar, <naam>, de
regularisatie van de Bungalow (<stuk>).
Op deze aanvraag volgde nooit een beslissing./
5. Bij notariële akte van <datum> (getekend <datum>) wordt het goed door de heer
en mevrouw <naam> verkocht aan
de heer en mevrouw <naam> (<stuk>)
6. Uit het gemeentelijk
inlichtingenblad /zoals verstrekt bij de
aankoop van het goed// aangevraagd door <naam>/
op <datum> blijkt dat er geen
gegevens bekend waren omtrent een officieel vastgesteld bouwmisdrijf en wordt
<jaartal> als jaar van
beëindiging opbouw genoemd (<stuk>).
7. Op <datum> dient het NKWV namens de heer <naam> /en mevrouw <naam>/ een dossier in houdende opname in het
vergunningenregister van het pand. (<stuk
kopie dossier>)
8. Op die dag worden door het NKWV
<aantal dossiers> dossiers
afgegeven voor opname in het vergunningenregister. De gemeente bevestigd de
ontvangst van betreffende dossiers (<stuk>).
9. Vervolgens wordt er van de
behandeling van de dossiers niets meer vernomen ook niet na tussenkomst van het
NKWV.
10. Op <datum> verstuurd verzoeker derhalve een betekende aanmaning
conform Gec.W.R.v.St. Art. 14§3 naar de gemeente
Balen met het verzoek een beslissing te nemen. (<stuk afschrift brief>,
<stuk bewijs aangetekende verzending>)
/11. Op <datum> besluit het college van burgemeester en schepenen van de
gemeente Balen de opname van het
onroerend goed in het vergunningenregister
te weigeren. Zij motiveert haar
beslissing als volgt:
(...)
BESLUIT:
<tekst besluit >
(...)
//11. Op <datum> 4 maanden na het versturen van de betekende aanmaning
heeft verzoeker nog steeds geen besluit van het college van burgemeester en
schepenen van de gemeente Balen met betrekking tot de opname van het onroerend
goed in het vergunningenregister ontvangen. Dit kan men derhalve beschouwen als
een stilzwijgende weigering waartegen beroep kan worden ingediend. /
12. Dit is de bestreden
beslissing.
TEN GRONDE
Eerste en enig middel
Het middel wordt genomen uit de schending
van artikelen 4.2.14.§2 en 5.1.3.§2 VCRO, van de artikelen 2 en 3 van de Wet
van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijk motivering van de
bestuurshandelingen, uit het ontbreken van de rechtens en feitelijk vereiste
grondslag, evenals uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, zijnde algemene beginselen van
behoorlijk bestuur.
Toelichting
Artikel 4.2.14.§2 VCRO bepaalt dat
bestaande constructies, waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel
wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de
eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden
geacht vergund te zijn, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken
middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens
opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de
constructie.
Krachtens artikel 5.1.3.§2 VCRO
dienen bestaande constructies, waarvan door enig rechtens toegelaten
bewijsmiddel in de zin van boek III, titel III, hoofdstuk VI van het Burgerlijk
Wetboek is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962
tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn,
en waarvan het vergund karakter door de overheid niet is tegengesproken middels
een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen
een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie,
worden opgenomen in het vergunningenregister als "vergund geacht".
Uit het dossier (<stuk>) dat naar aanleiding van de
aanvraag tot opname in het vergunningenregister werd samengesteld, blijkt
duidelijk dat het weekendverblijf werd opgetrokken in <jaartal>, dus voor het van kracht worden van het Gewestplan Herentals-Mol (vastgesteld bij K.B. van 28 juli 1978, in
werking getreden op 5 oktober 1978), hetgeen niet wordt weerlegd noch betwist
door de bestreden beslissing.
Het vergund karakter van het goed
werd evenmin tegengesproken middels een procesverbaal
of een niet anoniem bezwaarschrift, opgesteld binnen een termijn van vijf jaar
na het optrekken van het goed (<stuk>).
In de mate dat met andere woorden
is aangetoond door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel dat het goed gebouwd
werd in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het
gewestplan, diende het goed in het vergunningenregister te worden opgenomen als
zijnde "vergund geacht".
Uit de stukken (<opsomming bewijsstukken>) die bij de
aanvraag werden ingediend, blijkt onomstotelijk dat het gebouw werd opgericht
voor het van kracht worden van het gewestplan en daarmee dus in aanmerking komt
voor opname in het vergunningenregister.
Het is dan ook een vorm van
onbehoorlijk bestuur (met name zorgvuldigheidsbeginsel, en het redelijkheidsbeginsel) dat de gemeente Balen zelfs na <aantal> jaren nog geen beslissing
heeft genomen tot opname in het vergunningenregister zelfs niet na een
betekende aanmaning.
Het bewijs dat het gaat om een
vergund geacht gebouw overeenkomstig art. 4.2.14.§2 en 5.1.3.§2 VCRO is reeds
lang geleverd en dus diende het gebouw dan ook opgenomen te worden als vergund
geacht gebouw in het vergunningenregister.
Uit het voorgaande /en het
uitblijven van een reactie van de gemeente/ kan men alleen maar concluderen dat
er geen enkel tegenbewijs voorhanden is of bekend is, hetgeen op zich afdoende
is als motivering voor een opname als "vergund geacht" in het
vergunningenregister.
Derhalve dient de /bestreden
beslissing // stilzwijgende weigering/ vernietigd te worden.
Nu er geen enkel tegenbewijs voor
handen is, beschikt de gemeentelijke overheid niet over een discretionaire
bevoegdheid om de opname in het vergunningenregister als "vergund
geacht" te weigeren. Derhalve verzoeken verzoekers op basis van de
overtuigende bewijslast aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen, naast de
vernietiging van de bestreden beslissing, het college van burgemeester en
schepenen te verplichten, en dit binnen een termijn van 30 dagen na de
betekening van het arrest van Uw Raad, een besluit te nemen tot opname van het
onroerend goed als vergund geacht in het vergunningenregister van de gemeente
Balen.
OM DEZE REDENEN BEHAGE HET DE RAAD
VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN
Het besluit van het college van
burgemeester en schepenen van de gemeente Balen van <datum>, waarbij de
aanvraag, wordt geweigerd houdende opname "als vergund geacht" in het
vergunningenregister van een onroerend goed gelegen te Balen, <straat> <nummer>, afdeling <nummer>,
sectie <letter> nr. <nummer>, te vernietigen,
en vervolgens het college van
burgemeester en schepenen te bevelen om binnen de dertig dagen na de betekening
van het vernietigingsarrest over te gaan tot het nemen van een besluit houdende
opname van het onroerend goed in het vergunningenregister als zijnde "vergund
geacht", minstens te zeggen voor recht dat het motief dat de
constructies niet kunnen genieten van het vermoeden van vergunning niet meer
bij de totstandkoming van de nieuwe beslissing kan worden betrokken.
/Voor verzoekers,
Hun raadsman,
<naam>
Advocaat
<plaats>, <datum>
//
De verzoekers
<naam>
<plaats>, <datum>
/
1 origineel / 4 voor éénsluidend verklaarde afschriften
Stukken:
<lijst van stukken>
Voor de laatste versie van de aangehaalde teksten verwijs ik naar de betreffende websites van de Vlaamse overheid. Hieronder vind u de wetteksten met eigen markeringen in vet om de meest relevante passages te benadrukken. Eventuele weglatingen zijn aangegeven met “… …”
Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO ) http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/wetgeving/codex/codex.pdf
Art. 4.2.14. §1. Bestaande
constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt
aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22
april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te
zijn vergund.
§2.
Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt
aangetoond dat ze gebouwd werden in de
periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan
waarbinnen zij gelegen zijn, worden
voor de toepassing van deze codex geacht
te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een
proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een
termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Het tegenbewijs,
vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden geleverd eens de constructie
één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister. 1 september 2009
geldt als eerste mogelijke startdatum voor deze termijn van één jaar. Deze regeling geldt niet indien de
constructie gelegen is in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.
§3.
Indien met betrekking tot een vergund
geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van
§1 en §2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens,
vermeld in dit artikel, gedekt.
§4. … …
Art. 4.8.1. Er wordt een Raad
voor vergunningsbetwistingen opgericht, hierna de Raad te noemen. De Raad spreekt zich als administratief
rechtscollege uit over beroepen die worden ingesteld tegen:
1°
vergunningsbeslissingen, zijnde uitdrukkelijke of stilzwijgende bestuurlijke
beslissingen, genomen in laatste administratieve aanleg, betreffende het
afleveren of weigeren van een vergunning;
2°
valideringsbeslissingen, zijnde bestuurlijke
beslissingen houdende de validering of de weigering
tot validering van een as-builtattest;
3° registratiebeslissingen, zijnde bestuurlijke beslissingen waarbij een constructie als “vergund geacht” wordt opgenomen in het vergunningenregister, of waarbij dergelijke opname geweigerd wordt.
Art.
4.8.2. De Vlaamse Regering bepaalt de zetel van de Raad.
Art. 4.8.3. §1. Zo de Raad vaststelt dat een bestreden vergunnings-, validerings-
of registratiebeslissing onregelmatig
is, vernietigt hij deze beslissing. Een beslissing is onregelmatig, wanneer zij
strijdt met regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften of beginselen van
behoorlijk bestuur.
De Raad kan het bestuur dat de vernietigde beslissing nam, bevelen om een
nieuwe beslissing te nemen, binnen de door de Raad bepaalde termijn. De Raad
kan in dat verband:
|
1°
|
welbepaalde
onregelmatige of kennelijk onredelijke motieven aanwijzen die bij de
totstandkoming van de nieuwe beslissing niet kunnen worden betrokken; |
|
2°
|
specifieke
rechtsregelen of rechtsbeginselen aanwijzen die bij de totstandkoming van de
nieuwe beslissing moeten worden betrokken; |
|
3° |
de procedurele
handelingen omschrijven die voorafgaand aan de nieuwe beslissing moeten
worden gesteld. |
§2. De Raad kan ambtshalve middelen
inroepen, die niet in het verzoekschrift zijn opgenomen, voor zover deze
middelen de openbare orde betreffen.
De kennelijke onredelijkheid of
onzorgvuldigheid van de toetsing, door de overheid, aan de goede ruimtelijke
ordening wordt steeds geacht een middel van openbare orde uit te maken.
§3. … …
Art. 4.8.11. t/m Art. 4.8.27. Raad voor Vergunningsbetwistingen (Procedure)
(http://www.ruimtelijkeordening.be/Default.aspx?tabid=14488#afd5)
Art. 5.1.2. §1. Een
vergunningenregister is een gemeentelijk
gegevensbestand, waarin voor het grondgebied van de gemeente perceelsgebonden
informatie is opgenomen met betrekking tot de ruimtelijke ordening.
Het
vergunningenregister omvat ten minste volgende gegevens, geordend per
kadastraal perceel:
…
…
3° elke aanvraag
voor een stedenbouwkundige vergunning en de identiteit van de aanvrager;
…
…
5°
elke administratieve beslissing en
rechterlijke uitspraak met betrekking tot die vergunningen, en de identiteit
van de personen die beroep aantekenen;
…
…
9°
de vermelding van elk proces-verbaal dat
opgemaakt wordt met betrekking tot inbreuken op deze codex, het verdere gevolg
dat aan deze processen-verbaal gegeven wordt, iedere gerechtelijke uitspraak
ter zake en de uitvoering van de herstelmaatregelen;
10°
de vermelding van elk rechtsmiddel dat
tegen de gerechtelijke uitspraken, vermeld in 9°, aangewend wordt, de
daaropvolgende uitspraken en het gevolg dat daaraan gegeven wordt;
…
…
§2.
Elke gemeente is verplicht om een
vergunningenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te houden van
elkeen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze
codex.
…
…
Art. 5.1.3. §1. Bestaande constructies, met
uitzondering van publiciteitsinrichtingen of uithangborden, waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel
in de zin van boek III, titel III, hoofdstuk VI van het Burgerlijk Wetboek is
aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22
april 1962, worden in het vergunningenregister opgenomen als “vergund
geacht”, onverminderd artikel 4.2.14, §3 en §4. Op de gemeentelijke overheid rust ter zake een actieve
onderzoeksplicht.
De vaststelling
van de aanwezigheid van een geldig bewijs dat de bestaande constructie vóór 22
april 1962 gebouwd werd, en de omschrijving van de aard van dat bewijs, geldt
als motivering voor de beslissing tot opname als “vergund geacht”.
De vaststelling
van het feit dat de constructie niet meer bestaat, van de afwezigheid van enig
bewijsmiddel, of van het feit dat het voorhanden zijnde bewijsmiddel aangetast
is door uitdrukkelijk aangegeven onregelmatigheden, geldt als motivering voor
de weigering tot opname als “vergund geacht”.
Een
weigering tot opname als “vergund geacht”, wordt per beveiligde zending aan de
eigenaar betekend.
§2.
Bestaande constructies, met
uitzondering van publiciteitsinrichtingen of uithangborden, waarvan door enig rechtens toegelaten
bewijsmiddel in de zin van boek III, titel III, hoofdstuk VI van het
Burgerlijk Wetboek is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van
het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, en waarvan het vergund karakter
door de overheid niet is tegengesproken
middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens
opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de
constructie, worden in het vergunningenregister opgenomen als “vergund
geacht”, onverminderd artikel 4.2.14, §3 en §4. Op de gemeentelijke overheid rust ter zake een actieve
onderzoeksplicht. Het vergunningenregister vermeldt de datum van opname van
de constructie als “vergund geacht”.
De vaststelling
van het feit dat bij de overheid geen geldig tegenbewijs bekend is, geldt als
motivering voor een opname als “vergund geacht”.
De vaststelling
dat bij de overheid een geldig tegenbewijs bekend is, en de omschrijving van de
aard daarvan, geldt als motivering voor de weigering tot opname als “vergund
geacht”.
Een
weigering tot opname als “vergund geacht”, wordt per beveiligde zending aan de
eigenaar betekend. Deze mededelingsplicht geldt niet ten aanzien van die
constructies waarvoor reeds een gemotiveerde mededeling werd verricht bij de
opmaak van het ontwerp van vergunningenregister.
§3.
De opname of de weigering tot opname van
een constructie als “vergund geacht” in het vergunningenregister kan worden
bestreden met een beroep bij de Raad voor vergunningsbetwistingen,
overeenkomstig en met inachtneming van de regelen, vermeld in hoofdstuk VIII
van titel IV. Artikel 14, §3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State
is van overeenkomstige toepassing.
Art. 5.1.4. §1. De overheden die beslissingen nemen in verband met de
vergunningverlening in het kader van deze codex sturen ambtshalve een afschrift
van elke beslissing naar het college van burgemeester en schepenen van de
gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is.
De overheden die betrokken zijn in een procedure die
betrekking heeft op een betwisting in het kader van deze codex sturen
ambtshalve een afschrift van elke dagvaarding of verzoekschrift, elke
voorziening in hoger beroep of in cassatie, naar het college van burgemeester
en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is. Iedere in de zaak
gewezen beslissing wordt ambtshalve doorgestuurd naar het college van
burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed
gelegen is.
De overheden
die belast zijn met het bezorgen van de afschriften, vermeld in het eerste en
tweede lid, zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van deze afschriften
met de stukken die zij in hun bezit hebben.
[De
kennisgeving, vermeld in het tweede lid, is niet vereist indien aan het college
van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed
gelegen is, reeds een afschrift van de in het tweede lid bedoelde documenten
werd toegestuurd, op basis van een andere bepaling van deze codex.] (gew. dec. 16/7/2010)
§2. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen betreffende de informatieplichten,
vermeld in §1.
Art. 5.1.5.
De gegevens, vermeld in artikel 5.1.2,
§1, tweede en derde lid, worden geregistreerd binnen een termijn van vijf werkdagen,
hetzij na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen, hetzij
na de ontvangst van de betrokken informatie. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de
overeenstemming van het vergunningenregister met de stukken die erin moeten
worden opgenomen.
Art. 7.2.1. §1. Wanneer een gemeente beschikt over een
goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan waarin zowel een bindend, een
richtinggevend als een informatief gedeelte zijn opgenomen, een gemeentelijke
stedenbouwkundige ambtenaar, een conform verklaard plannenregister, een
vastgesteld vergunningenregister en een register van de onbebouwde percelen,
wordt dit vastgesteld door de Vlaamse Regering. Die vaststelling wordt bij
uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
[Noot:
Sinds 1 maart 2009 is de gemeente Balen ontvoogd. Bij ministerieel besluit van
29 december 2008 is vastgesteld dat de gemeente Balen voldoet aan de vijf
voorwaarden van artikel 193, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de
organisatie van de ruimtelijke ordening. Bron: Belgisch staatsblad Publicatie
:2009-01-21 (Ed. 1)]
…
…
§4. Wanneer een gemeente, nadat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in §1, niet langer deze voorwaarden blijft vervullen, of de registers niet bijhoudt zoals in deze codex voorzien, of wanneer de stedenbouwkundige of verkavelingsvergunningen die worden verleend door het college van burgemeester en schepenen aanleiding geven tot het inwilligen van een beroep voor een significant aandeel van de afgeleverde vergunningen, of wanneer de gemeente op enige andere wijze blijk geeft van onbehoorlijk bestuur in het kader van de taken die haar krachtens deze codex worden opgedragen, dan wordt dit op voorstel van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar vastgesteld door de Vlaamse Regering. Deze vaststelling wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7.6.2. §1. Het ontwerp
van vergunningenregister moet door elke gemeente opgemaakt worden binnen een
jaar na 1 mei 2000. Dat ontwerp wordt bezorgd aan de gewestelijke
stedenbouwkundige ambtenaar.
De
Vlaamse Regering kan op gemotiveerd verzoek van de gemeente de termijn van een
jaar eenmalig verlengen met een jaar.
Het
ontwerp van vergunningsregister bevat volgende gegevens, zoveel mogelijk per
kadastraal perceel en voor zover beschikbaar:
…
…
3°
de bouwvergunningen en verkavelingsvergunningen die verleend werden met toepassing
van de bestaande wettelijke voorschriften, de identiteit van de
vergunninghouder, en de vermelding of die vergunningen al dan niet geheel of
gedeeltelijk vervallen zijn;
…
…
6°
de vermelding van processen-verbaal die
opgemaakt werden met betrekking tot inbreuken op de wetgeving inzake de
ruimtelijke ordening en de stedenbouw, van iedere gerechtelijke uitspraak en van
de uitvoering van de herstelmaatregelen;
7°
de vermelding van elk rechtsmiddel dat
aangewend wordt, van iedere schorsing, van de uitspraken en van het gevolg dat
daaraan gegeven wordt;
…
…
Bestaande
constructies,
met uitzondering van publiciteitsinrichtingen en uithangborden, waarvan door enig rechtens toegelaten
bewijsmiddel in de zin van boek III, titel III, hoofdstuk VI van het
Burgerlijk Wetboek is aangetoond dat ze
gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden in het ontwerp van
vergunningenregister opgenomen als “vergund geacht”, onverminderd artikel
4.2.14, §3 en §4. Op de gemeentelijke
overheid rust ter zake een actieve onderzoeksplicht. De vaststelling van de
aanwezigheid van een geldig bewijs dat de bestaande constructie vóór 22 april
1962 gebouwd werd, en de omschrijving van de aard van dat bewijs, geldt als
motivering voor de beslissing tot opname als “vergund geacht”. De vaststelling
van het feit dat de constructie niet meer bestaat, van de afwezigheid van enig
bewijsmiddel, of van het feit dat het voorhanden zijnde bewijsmiddel aangetast
is door uitdrukkelijk aangegeven onregelmatigheden, geldt als motivering voor
de weigering tot opname als “vergund geacht”. Een weigering tot opname als
“vergund geacht”, wordt bij gewone brief aan de eigenaar betekend.
Bestaande
constructies,
met uitzondering van publiciteitsinrichtingen en uithangborden, waarvan door enig rechtens toegelaten
bewijsmiddel in de zin van boek III, titel III, hoofdstuk VI van het
Burgerlijk Wetboek is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962
tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn,
en waarvan het vergund karakter door de overheid niet is tegengesproken middels
een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen
een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie,
worden in het vergunningenregister opgenomen als “vergund geacht”, onverminderd
artikel 4.2.14, §3 en §4. Op de gemeentelijke overheid rust ter zake een actieve
onderzoeksplicht. Het vergunningenregister vermeldt de datum van opname van
de constructie als “vergund geacht”. De
vaststelling van het feit dat bij de overheid geen geldig tegenbewijs bekend
is, geldt als motivering voor een opname als “vergund geacht”. De vaststelling
dat bij de overheid een geldig tegenbewijs bekend is, en de omschrijving van de
aard daarvan, geldt als motivering voor de weigering tot opname als “vergund
geacht”. Een weigering tot opname als “vergund geacht”, wordt bij gewone
brief aan de eigenaar betekend. Deze mededelingsplicht geldt niet ten aanzien
van die constructies waarvoor reeds een gemotiveerde mededeling werd verricht
bij de opmaak van het ontwerp van vergunningenregister.
Binnen honderdtachtig dagen na ontvangst
van het ontwerp van vergunningenregister formuleert de gewestelijke
stedenbouwkundige ambtenaar een verslag dat opgenomen moet worden in het
vergunningenregister. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar kan foutieve
gegevensschrappen uit het vergunningenregister en meldt dit in zijn verslag.
Het college van burgemeester en schepenen stelt, vijfenzeventig
dagen na ontvangst van het verslag van de gewestelijke stedenbouwkundige
ambtenaar, het vergunningenregister vast en maakt het toegankelijk voor het
publiek.
Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor
de overeenstemming van het eerste vergunningenregister met de erin opgenomen
stukken.
§2.
In afwijking van §1 kan de gemeente een ontwerp van vergunningenregister
opmaken en naar de gewestelijke stedenbouwkundig ambtenaar sturen, waarin de
bouwvergunningen verleend vóór 1 januari 1990 en de gegevens, vermeld in §1,
vijfde en zesde lid, nog niet zijn opgenomen. De gemeente geeft dan aan binnen
welke tijdsspanne deze gegevens zullen aangevuld worden.
Voor
wat betreft de gegevens, vermeld in §1, vijfde en zesde lid, geldt dat zij
alleszins binnen een termijn van drie jaar na het versturen van het ontwerp
moeten worden opgenomen.
[Noot: Het ontwerp vergunningenregister
van de gemeente Balen is in diverse delen naar de gewestelijk stedenbouwkundig
ambtenaar gestuurd. De eerste delen dateren van 2005 en 2006. Vervolgens hebben
er diverse aanvullingen plaatsgevonden onder andere op 4 mei 2007, 16 mei 2008
en 2 juli 2008. Op basis van de aanvulling van 2 juli 2008 volgde er
goedkeuring.]
§3. In afwijking van §1 kan de gemeente een ontwerp van
vergunningenregister opmaken en naar de gewestelijke stedenbouwkundige
ambtenaar sturen, waarin de in §1, [derde lid], 2°
en 10°, vermelde gegevens nog niet zijn opgenomen. De gemeente geeft dan aan
binnen welke tijdsspanne deze gegeven aangevuld zullen worden.
Wetten op de de
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (Gec.W.R.v.St.)
http://www.raadvanstate.be/?action=doc&doc=776
[Art. 14. [§ 1. De afdeling doet uitspraak, bij wijze van
arresten, over de beroepen tot nietigverklaring
wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van
nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht,
ingesteld tegen de akten en reglementen :
1/ van de
onderscheiden administratieve overheden;
2/ van de
wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen
ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Arbitragehof, van de
Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de
rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie met betrekking tot
overheidsopdrachten en leden van hun personeel.
Artikel 159 van de Grondwet
is eveneens van toepassing op de in 2/
bedoelde akten en reglementen.]36
§ 2. De afdeling doet
uitspraak, bij wijze van arresten, over de cassatieberoepen ingesteld tegen de
door de administratieve rechtscolleges in laatste aanleg gewezen beslissingen
in betwiste zaken wegens overtreding van de wet of wegens schending van
substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen. Zij treedt
daarbij niet in de beoordeling van de zaken zelf.
§ 3. Wanneer een administratieve overheid verplicht is te beschikken en er bi j het verstrijken van een termijn van vier maanden te
rekenen vanaf de haar daartoe door een belanghebbende betekende aanmaning geen
beslissing is getroffen, wordt het stilzwijgen van de overheid geacht een
afwijzende beslissing te zijn waartegen beroep kan worden ingesteld. Deze
bepaling doet geen afbreuk aan de bijzondere bepalingen die een andere termijn
vaststellen of aan het stilzwijgen van de administratieve overheid andere
gevolgen verbinden.]37
21 MAART 1804. - BURGERLIJK WETBOEK. - BOEK III (B.W.)
HOOFDSTUK
II. - MISDRIJVEN EN ONEIGENLIJKE MISDRIJVEN.
Art.
1382.
Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt,
verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.
Art.
1383.
Ieder is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke hij door zijn daad,
maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of door zijn
onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt.
Gecoördineerde Grondwet
http://www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/publications/constitution/grondwetNL.pdf
Art. 159
De hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen.
Advocatuur:
Kaartmateriaal en geografische informatie:
http://www.agiv.be/gis/diensten/geo-vlaanderen/ (GEO Vlaanderen)
http://geo-vlaanderen.agiv.be/geo-vlaanderen/gwp/ (GIS gewestplannen)
http://geo-vlaanderen.agiv.be/geo-vlaanderen/overstromingskaarten/ (overstromingskaarten)
http://geovlaanderen.agiv.be/geo-vlaanderen/kwetsbaarheidskaarten/ (eco kwetsbaarheid)
http://geo-vlaanderen.agiv.be/geo-vlaanderen/bodemgebruik/ (bodemgebruik)
http://www.ngi.be/NL/NL0.shtm (Nationaal Geografisch Instituut; historische kaarten en luchtfoto’s)
http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/grup/00200/00248_00001/data/212_00248_00001_d_1gpk_1.pdf (kadasterkaart Balen)
http://fiscus.fgov.be/interfakrednl/Taken/kadaster.htm (kadaster)
Rechtspraak:
http://www.raadvst-consetat.be/?lang=nl&page=caselaw (Raad van State: arresten zoekfunctie )
http://jure.juridat.just.fgov.be/?lang=nl (zoekfunctie)
http://www.cass.be (wetgeving en rechtspraak)
http://www.const-court.be/ (Grondwettelijk Hof)
Wetgeving:
Decreet RO:
Vlaams codex Ruimtelijke Ordening (geldig vanaf 1 september 2009)
Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Gewijzigd bij de decreten van 28/9/1999, 22/12/1999, 26/4/2000, 8/12/2000, 13/7/2001, 1/3/2002, 8/3/2002, 19/7/2002, 28/2/2003, 4/6/2003, 21/11/2003, 7/5/2004, 22/4/2005, 10/3/2006, 16/6/2006, 7/7/2006 en 22/12/2006 (Download WORD versie) (geldig tot 1 september 2009)
Uitvoeringbesluiten RO:
uitvoeringsbesluiten (volledige lijst)
uitvoeringsbesluiten KB gewestplan
uitvoeringsbesluit weekendverblijven
Aanverwante wetgeving
http://natuurvergunning.milieuinfo.be/nl-BE/Wetgeving_en_Subsidies/Wetgeving/ (bos en natuur decreet)
Toegankelijkheid Bos (uitleg)
http://www.natuurenbos.be/nl-BE/Thema/Toegankelijkheid/Overzicht_toegankelijkheidsborden.aspx
Wetgeving (zoeken):
http://www.juridat.be/cgi_loi/wetgeving.pl (zoekfunctie besluiten, decreten, wetten, etc.)
http://www.just.fgov.be/index_nl.htm (Federale overheidsdienst Justitie)
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/welcome.pl (Belgisch Staatsblad)
http://www.staatsbladclip.be/ (Belgisch Staatsblad)
Handhaving:
Inspectie RWO: Handhaving permanente bewoning weekendverblijven
Last modified:
maandag 4 juli 2011