|
Wielertalenten zien lelijk af in Vlaanderens Mooiste
door Marc Molenaars/BNDESTEM
Vrijdag 6 april 2007 - OUDENAARDE – Als de Ronde van Vlaanderen, die zondag voor de 91e keer wordt verreden, inderdaad de hoogmis van het hedendaagse wielrennen is, dan werd er gisteren stevig gevloekt in de kathedraal die Koppenberg heet.

Ruim dertig scholieren van het Mollercollege Zuidwesthoek waagden zich gisteren in de rol van Flandrien en kusten de kasseien van beroemde kuitenbijters als de Oude Kwarenmont, de Eikenberg en de Taaienberg. Maar daarmee is de koek nog niet op. Vandaag (na een stevige pastamaaltijd bij de Italiaan en een goede nachtrust) voeren de koersleiders Ludo Veraart en Arnie van de Ree het ruim veertig koppen tellende peloton langs Berendries en Muur van Geraardsbergen en nog een aantal van die ontzagwekkende puisten in de Vlaamse Ardennen. Om te leren.

De jeugdige renners die zich gistermorgen in het jeugdcentrum Jotie van Oudenaarde verzamelden, zijn leerlingen van de wieleropleiding die het Mollercollege Zuidwesthoek in 2005 is gestart. Het wielercollege is de enige in zijn soort en niet alleen bedoeld voor toptalenten, zo wordt al tijdens de eerste beklimming van de dag, die van de Koppenberg, duidelijk. Driekwart van de renners bereikt de top te voet, ruim achter wedstrijdrijders Eric de Bie en Jorinda de Heer, twee leerlingen die inmiddels een KNWU-licentie op zak hebben. „Maar ik kies voor de opleiding verzorging en fiets mee omdat het me wel gezellig leek“, bekent Kelly Schuurbiers uit Hoogerheide.
Goedgeluimd trotseert ze de smalle kasseienstrook op de Koppenberg, jarenlang een van de gruwelen in de Ronde van Vlaanderen, maar zondag niet in het parcours opgenomen. „ Omdat het wegdek te slecht is“, weet Ludo Veraart. „Het gebeurt nogal eens dat wielerliefhebbers een kassei meenemen als souvenir.“

Veraart is niet alleen directielid van de OMO Scholengroep, waartoe ook het Mollercollege Zuidwesthoek behoort. Veraart is vooral een groot wielerenthousiast en als voorzitter van de Stichting Jumelage ook nog eens gek van Oudenaarde, de zusterstad van Bergen op Zoom. Het tweedaagse uitstapje van het wielercollege naar de Vlaamse Ardennen is daarmee verklaard. Veraart fietst overigens zelf ook mee en niet onverdienstelijk. „Hij kent dan ook alle heuvels in de buurt op zijn duimpje; hij weet hoe hij ze moet nemen“, verklapt zijn vrouw, die met koffie klaar staat op de top van de Koppenberg. Veraart zelf heeft daarvoor geen tijd; hij moet door. Richting de Oude Kwaremont.
Iemand die het parcours van de Ronde van Vlaanderen ook goed kent, is Johan Lammerts. Hij won de voorjaarsklassieker in 1984, vóór Sean Kelly en Jean-Luc Vandenbroucke. Het was een even opzienbarende als verrassende zege van een renner die daarvoor alleen de profronde van Oud Gastel op zijn naam had geschreven. Lammerts, nu bondscoach bij de vrouwen en de veldrijders. ontpopte zich later als meesterknecht van meervoudig Tour-winnaar Greg Lemond, maar het is toch vooral de winst in Vlaanderens Mooiste die hem de eeuwige roem schenkt.
Gistermorgen keerde hij terug op het parcours waar hij ruim twintig jaar (en een handvol kilo’s) geleden geschiedenis schreef. Het weerzien viel hem zwaar. „ Jeetje, wat is dit steil“, hijgt hij op de top, een banaantje en een bruine boterham in de achterzak. Lammerts hapt naar adem maar strooit ook met gouden tips. „Die jongeren zijn fysiek best sterk, maar missen de techniek van het schakelen. Sommigen zitten voor het eerst op de fiets. Ze knallen vol tegen die berg aan, maar moeten vervolgens te voet verder.“
Dat geldt niet voor Eric de Bie, de vaandeldrager van het wielercollege.
Tot voor kort stapte hij af en toe op de mountainbike, voor de lol, maar door de lessen op school is hij volledig besmet met het wielervirus. „Ik vond het zo leuk dat ik een racefiets heb gekocht. Inmiddels heb ik een licentie en ben ik lid van wielerploeg De Zuidwesthoek.
Ik rij nu echte wedstrijden.“
Voor een nog frisse De Bie is de Koppenberg kinderspel. Veraart weet weer waarom hij deze bult op zijn Vlaamse tochtjes steeds heeft overgeslagen, een paar achterblijvers maken van hun hart geen moordkuil: „Wat een k..berg.“
‘Vignet niet alleen voor toptalenten’
Door Mariëlla Jansen/BNdeStem
Dinsdag 21 maart 2006 - OSSENDRECHT – „Werkelijk fantastisch
dat school en sport gecombineerd worden“, kraaide Erica Terpstra,
voorzitter van de nationale sportkoepel NOC NSF, gisteren bij de
uitreiking van het vignet Topsportvriendelijke School aan het
Mollercollege Zuidwesthoek.

Erica Terpstra
overhandigt directeur Piet Antonissen van het Mollercollege Zuidwesthoek
het vignet Topsportvriendelijke School
Er hing een opgetogen sfeer in de Ossendrechtse vestiging van de OMO
Scholengroep Bergen op Zoom. Vorige week werd al bekend dat OMO van het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor de komende vier
jaar een zogeheten BOS-subsidie van ruim 114.000 euro in de wacht heeft
gesleept; gisteren was de bekroning van dat feit in de vorm van de komst
van Erica Terpstra die het felbegeerde vignet Topsportvriendelijke
School kwam uitreiken.
Olympisch netwerk
De OMO Scholengroep is daarmee een ‘Official partner van het
Olympische netwerk’ en dat wilden de aangesloten scholen weten ook.
Bij de uitreiking van het bordje barstte de zaal in luid gejuich uit.
Terpstra zei het enorm belangrijk te vinden dat OMO in het lesprogramma
optimaal rekening houdt met beweging en sport. „Het is werkelijk
fantastisch dat deze scholen nu Topsportvriendelijk zijn. Natuurlijk
moeten jongeren hun school afronden, want er is een leven na het
sporten. Maar het vignet heeft niet alleen betekenis voor toptalenten.
Het is ook bedoeld voor leerlingen die het leuk vinden om te sporten en
te bewegen.“
De aandacht ging gisteren ook uit naar vier jonge topsporters. Zij
introduceerden hun sporten. Een van de aanwezige topsporters is Tim Dees.
Hij zit in de Nederlandse Wielrenselectie. Tim kan school en wielrennen
goed combineren. „Mijn studieschema wordt aangepast zodat ik als lid
van de nationale selectie kan deelnemen aan buitenlandse wedstrijden.“
Juist het wielrennen kreeg gisteren een streepje voor. Zoals bekend
heeft het Mollercollege Zuidwesthoek een Wielercollege op touw gezet.
OMO kreeg voor dit college de subsidie Buurt, Onderwijs en Sport (BOS).
Het geld is bedoeld om jongeren meer te laten bewegen door sport- en
bewegingsactiviteiten aan te bieden. „Wielrennen wordt een vast
onderdeel in ons sportprogramma. Volgend jaar wordt een flink aantal
lesuren lichamelijke opvoeding ingevuld met fietsactiviteiten onder
begeleiding van Adrie van der Poel“, aldus vestigingsdirecteur Piet
Antonissen.
‘Adrie
van der Poel gaat eraan’
Door Ad Pertijs
/BNdestem
22 februari 2005 - Hij heeft er zicht- en hoorbaar zin in.
‘Adrie van der Poel gaat eraan’, laat Killian van Dooren luid weten
als hij met twintig medeleerlingen klaar staat voor de eerste door
‘Poeleke’ geleide wielerles op het Moller in Ossendrecht.
 |
 |
 |
|
'Meester'
Adrie van der Poel gaat zijn klas voor bij zijn eerste wielerles
op het Moller.
(Foto: Thom van Amsterdam)  |
OSSENDRECHT – ‘Het Moller’ start volgend schooljaar met het
structureel aanbieden van wielersportlessen. De jongste leerlingen
krijgen kennismakingsclinics en wie gebeten is door de wielerbacil (of
wie het gewoon leuk vindt) mag zich verder gaan bekwamen op de fiets.
Uiteindelijk is het ook de bedoeling dat de echte talenten in staat
worden gesteld om topsport met studie te combineren.
Ondersteund
Het project wordt breed ondersteund door de gemeente Woensdrecht (voor
het aanvragen van de beschikbare subsidies), de Grote Prijs Adrie van
der Poel (voor de technische know how) en het olympisch steunpunt
Noord-Brabant. Verder stelt de KNWU fietsen en helmen beschikbaar.
Gisteren waren de Mollerscholen in Steenbergen, Ossendrecht en Bergen op
Zoom en het Roncalli allemaal uitgelopen. Samen met de pers. „Het is
niet niks als je op de televisie komt“, weet een leraar. Killian van
Dooren en zijn klasgenoten staan in hun fleurige gele jacks keurig in
lijn opgesteld op hun Trek-fietsen. De meiden friemelen onwennig aan de
bandjes van de valhelm en enkele jongens kunnen niet wachten op het
startschot, dat ‘virtueel’ gegeven wordt door schooldirecteur Piet
Antonissen.
Adrie van der Poel en KNWU-docent Mathijs Honing zijn de leraren van de
dag. Oud-junioren wereldkampioen Bart Aernouts is hun assistent.
Na een korte uitleg over de remmen en het schakelsysteem van de
mountainbikes trekken de kinderen er om kwart over negen op uit. In hun
kielzog Ludo Veraart, de geestelijke vader van het project. Als lid van
de centrale directie en als wielerliefhebber heeft hij gezocht naar een
manier om zijn twee passies (onderwijs en sport) te combineren.
„Ik sta hier met een gevoel van trots en spanning. Trots dat mijn
geesteskindje er is en spanning omdat je benieuwd bent wat de leerlingen
er van vinden. Binnen de directie sloeg mijn plan direct aan. Nu is het
afwachten of het ook aanslaat bij de scholieren.“
Veraart waakt ervoor als veredelde hobbyist over te komen. „Ik ben van
huis uit een onderwijs man“, zegt hij. In die hoedanigheid wil hij
zijn wielerproject in eerste instantie ‘verkopen’.
Je wilt als school ook werken aan zaken als werkhouding, discipline,
mentaliteit. Dat kun je dus gewoon op de fiets doen.“
Het vmbo heeft een slechte naam. Middels projecten als ‘wielrennen’
probeert Het Moller dit type onderwijs een meer aantrekkelijke
uitstraling te geven. „Wielersport biedt een hoop
aanknopingspunten“, weet Veraart. „Denk aan voeding,
lichaamsverzorging, beweging, maar ook aan: hoe werkt een
versnellingsapparaat. Je kunt uitrekenen hoeveel meter een fiets aflegt
bij één omwenteling bij een specifieke versnelling.“
Veraart gokt er niet op binnenkort wielergekke leerlingen vanuit heel
Nederland naar Ossendrecht te lokken. „We zijn er voor de regio. Dit
is een wielerstreek en we bieden de lessen aan op al onze scholen. Dus
ook op vwo-niveau. Als iemand vanuit Groningen naar hier wil komen
vanwege de wielerlessen is hij of zij welkom, maar het is niet de
insteek.“
Directeur Antonissen is het helemaal met Veraart eens. „Je moet
kinderen van twaalf jaar gewoon thuis laten wonen.“ Dat ook hij
interne huisvesting niet uitsluit heeft alles te maken met de algehele
visie van de school. „Unieke talenten, verdienen een unieke aanpak.“
Veraart: „Het gaat er om dat je leerlingen de kans geeft hun talenten
te ontwikkelen. We hebben nu op een school een jongen die goed kan
dansen. Hij kreeg de kans om naar Londen te gaan. Die jongen helpen we
dus ook.“
Na anderhalf uur stoeien op het terrein rondom de school, keert de klas
terug naar het pleintje voor de sportzaal. Killian van Dooren wint het
spurtje. Voor Adrie van der Poel. „Ik vond het leuk“, zegt de
jongeman uit Ossendrecht. „Je kreeg een goede uitleg en ik heb er van
geleerd.“ Of hij wielrenner wil worden? „Nou, nee. Ik heb meer met
dansen.“
Nurdan Dalkic uit Bergen op Zoom wordt ook al geen wielrensters. „Ik
vond het saai. Maar ach, het is beter dan les krijgen.“
Patrick van Rumt staat met korte mouwen klaar voor de volgende sessie
(er werden er gisteren vier gehouden). „Ik vind het geweldig dat er
lessen wielrennen gegeven gaan worden. Alleen heb ik er niets meer aan.
Over een paar maanden ben ik klaar met mijn opleiding.“
Ludo Veraart hoort het geïnteresseerd aan. „Het is te verwachten dat
niet iedereen even enthousiast is. Dat hou je altijd.“
Geëvalueerd
De lessen van gisteren worden de komende tijd uitvoerig geëvalueerd.
Volgend schooljaar gaat het wielrenproject pas echt van start. Is het de
bijdrage van Ludo Veraart aan de ontwikkeling van de wielersport? Hij
zegt van niet. „Wij zijn er voor het onderwijs. Niet voor de
wielersport.“
Schoorvoetend laat hij dan toch ook zijn zijn wielerhart spreken. „Wie
weet breekt er ooit een wielrenner door die we hier hebben opgeleid. Dan
zou ik wel trots zijn ja
|
|