Ede stad en ruimte logo0001.tif (2240459 bytes)

De Geschiedenis van Ede

 

Heilige plaatsen en onderaardse gangen


Onderaardse gangen

In de middeleeuwen werden veel onderaardse gangen gegraven. Deze gangen leidden vaak naar andere burchten, naar kerken (heilige plaatsen of naar een eenzame plek in het woud). Werd een slot aangevallen, dan kon men op die manier altijd nog ontwijken. Kerken waren immers wijkplaatsen waar geen mens een ander kwaad mocht doen en iedereen onder bescherming stond.

Er zijn diverse aanwijzingen voor onderaardse gangen in de buurt van Ede:

 In het Oude Hout bij Ede ligt de boerderij Nieuw Reemst, vanwaar een onderaardse gang naar Oud Reemst moet lopen. Men heeft bij opgravingen de gang niet gevonden, maar wel fundamenten van gemetselde veldkeien, urnenscherven, bronzen sieraden en zilveren munten en een ingemetseld geraamte (een bouwoffer?).

 Het huis Kernhem bleek een onderaardse verbinding te bezitten met een merkwaardig schedelvormig bergje in een bos nabij de Kalverkamp; de anderhalve meter hoge gang is indertijd gevonden, maar men mocht er niet in van de rentmeester.

Er zijn ook verhalen dat een onderaardse gang Kernhem met de Paasberg heeft verbonden.

Van Kasteel Hoekelum te Bennekom liep een onderaardse gang naar een heuveltje. Op de top van dit heuveltje zijn de fundamenten van een gebouw aangetroffen. Een andere gang waarin aardewerk is gevonden, voerde naar de buurtschap Laar. “Laar” of “Laren” wijst wellicht op een heilige plaats, daar “laren” de romeinse naam voor huisgoden is.

Te Boekelo onder Bennekom moeten diepe gewelven in de grond zitten, waarin men vroeger kindergeraamten gevonden heeft. (Misschien verdonkeremaande pasgeborenen van Nonnen?).

Boekelo was een heilige plaats in het Bos, evenals 't Loo bij Apeldoorn.


De Linde

De linde is een bijzondere boom. Je kunt een jong linde met de top in de grond steken waarna de top gaat wortelen en de wortels twijgen met blaadjes krijgen. De Linde is het beeld van evenwicht tussen Hemel en Aarde. Zij was bij onze voorouders dan ook hoog aanzien. Zij was overal de boom waaronder de rechtspraak plaatsvond en was aanwezig op vele pleinen en Brinken. Anderzijds is de Linde ook de boom van de liefde en gezelligheid, Voor saksische boerderijen staan vaak twee geschoren lindes voor de slaapkamers. De lindebloesem geurt verrukkelijk en kalmeert de ziel, doet goed slapen en flink transpireren. Het lindeblad is hartvormig, lindenhoning eten versterkt de liefde en het vrouwelijke gevoel in de mens.


Vanaf de Goudsbergs (Godsberg) in Lunteren loopt er een pad naar de Lindeboomsberg, waar vroeger een Linde heeft gestaan waaronder men recht had gesproken. Nu staat er een berk, gebogen over een offersteen. Daarvoor staat nu een steen die aangeeft waar het Noorden is en waarop vermeld staat dat daar het geografisch middelpunt van Nederland is. Dit is niet iets nieuws.

In het verleden bepaalde men vaker het middelpunt van een stad of een land. Men liet ook wel een heilig voorwerp, bijvoorbeeld een heilig boek in een kistje, op een wagen voorttrekken door twee jonge ossen, die nooit tevoren voor een wagen gelopen hadden. Waar zij stilhielden, was dan de plek door de godheid bepaald. Op die plaats werd de eerste steen gelegd, een losse veldkei die die het midden of de navel van de te bouwen stad of het rijk waarvan die de stad de hoofdstad zou worden, moest aanduiden. Zo'n steen werd “Omphalos” of navelsteen genoemd, hij kfreeg een opschrift ingegrift en werd beschouwd als een zetel van de plaatselijke godheid. In Engeland bijvoorbeeld, heeft men zo'n rijks-middensteen.

De oeroude offersteen op de Lindeboomsberg- zou dus wel eens een midden-steen, een omphalos, kunnen zijn, de navel van het woongebied van de volksstam.


Het Solse Gat

Het Solse Gat is nu een langwerpige diepe kom van 20 bij 40meter, te midden van een groot beukenwoud in de omgeving van Putten en Garderen, genaamd het Sprielder Bos. Vlakbij lag vroeger het dorpje Drie, een oord dat eens Thri heette, dus wellicht een draaiplek, waar men een spiraal danste ter ere van de Zon. De mensen van vreoeger kwamen daar bijeen op de heilige plek van Sol, de zonnemaagd, om haar toe te zingen op haar hoogtijdag 121 juni, de zomer-zonnewende, de langste dag.

Toen het christendom opkwam, werd er een kapel gebouwd, maar de mensen van de Vale Ouwe bleven op midzomerdag bijeenkomen en zingen. Bij de kapel verrees een klooster. De overlevering zegt dat de bewoners allengs een liederlijk leven gingen leiden. Toen woedde er op een winternacht een vreselijk noodweer in het woud. De dorpelingen waren bang. Toen tegen de morgen storm en onweer bedaard waren en men na zonsopgang naar de plek van Sol gingen kijken, bleek het klooster verdwenen met zijn bevolking en al, verzonken in de aarde, waar een diepe poel achtergebleven was: het Solse Gat. Waar eens de wallen en palissaden van het klooster hadden gelegen, zag men nu de hellingen van de diepe kuil, waar op het noorden zich een moeras had gevormd. Tradities zij n sterker dan gebouwen: elk jaar op de midzomer kwam en komt men weer zingen voor de zon, En de plek bleef een vergaderplaats voor wie leefden in het bos.

Wat daar eens gebeurd is, weten de bomen. Loo betekent woudheligdom, vandaar de oude naam Wardloo voor Garderen..

 

Wodans Eiken bij Wolfheze.

In Wolfheze leidt de oude Kloosterweg vanaf de parkeerplaats naar een bosgebied van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. In vroeger tijd heeft aan het eind van deze weg een klooster gestaan, dat zoals zo vaak het geval was, was gebouwd op een oude heidense offerplaats, in dit geval een eikenwoud. Een hoog pad, langs een beek en later tussen twee beken leidt naar het oude eikenwoud, wat de naam “Wodanseiken” heeft. De eik is Wodans boom. Wodan heeft zijn ene oog geofferd om in ruil de runenwijsheid te ontvangen, Hij rijdt op Sleipnir. Dit paard staat voor de tijd die hem doet voortrazen, het causale denken en beredeneren. De takken van de eik kronkelen als menselijke hersenen. Eikenhout is onverwoestbaar: de eiken palen van rijbruggen door de romeinen aangelegd staan nog altijd in het water. De Wodanseiken zijn al zeker duizenden jaren oud en hoeveel jaren zullen daar nog bij komen?

 


Observatorium van Robert Morris


De Amerikaan Robert Morris heeft in 1970 het Zonneobservatorium ontworpen dat nu in Oostelijk Flevoland, tussen Lelystad en Swifterband staat. Het bestaat uit twee concentrische aarden wallen, waardoorheen een pad van west naar oost loopt. De buitenste wal heeft een driehoekige ingang, waardoorheen men zowel de rechthoekige doorgang naar het oosten ziet als de daaropvolgende twee vizierstenen, tussen welke men de Zon kan zien opkomen op 21 maart en 21 september.

Dit geeft een beeld van het soort observatorium dat wellicht ook bij Kernhem in gebruik was. Via een slingerpad links van de doolhoflaan kom je bij een eilandje met de naam Hanenpol. Even verderop ligt de poel de Viskom. In de bronstijd heeft de Viskom met de Hanenpol een zonneschouwplaats gevormd, waar men de loop van de zon kon volgen en de verandering van de jaargetijden kon observeren.

De Kernhem, de Hanenpol en de Viskom komen ook overigens ook voor in het Suske en Wiske album "Het Witte Wief".

 

Bron:

Mellie Uyldert – Aarde's levend lichaam, 1984

 

Terug naar:

Beginpagina Geschiedenis Ede

Reacties.gif (2194 bytes)