

<< Dag 06
Dag 07 Vrijdag 29 april 2005 - Uzungöl - Yusufeli
Dag 08 >>
Vandaag een lange
reisdag, dus vroeg op. We vertrekken namelijk om 07.30 uur. Het is gelukkig
droog, zodat wij onderweg van het uitzicht kunnen genieten. We gaan dezelfde
weg weer terug en dalen vanuit de bergen naar de Zwarte Zee-kust, die we
verder oostwaarts volgen. Er is een alternatieve route over hoge bergpassen,
die wij zullen nemen. Gisteren vertelde men in het hotel dat
de pas nog
dicht was, maar vandaag open zou gaan. Lijkt me bijzonder spectaculair zo
door metershoge dikke muren van sneeuw te rijden, over een pas van 2800!
meter hoog. Als we bij het plaatsje Of aan de Zwarte Zee aankomen en de
lifter die we hebben meegenomen uitstapt blijkt dat de weg door de
overvloedige sneeuwval van de afgelopen nacht weer gesloten te zijn. Een
lichte teleurstelling (maar misschien een reden om ooit terug te komen) We
kunnen dan langs de Zwarte Zee nog even genieten van het donkergroen van de
hazelnootplantages die langzaamaan plaats maken voor het lichtgroen van
theeplantages. In de stadjes die we
tegenkomen is opvallend veel nieuwbouw
te zien, het gevolg van de grote aardbevingen uit de negentiger jaren. Dit
is het gebied waar de Turkse thee vandaan komt, en theeplantages en
theefabrieken bepalen dan ook het landschap bij het stadje Rize, het centrum
van de theecultuur in Turkije. Vlak voor de Georgische grens gaan we naar
zuidelijke richting en steken we opnieuw het Pontisch gebergte over. We gaan
de waterscheiding over en verruilen het gebied van de theeplantages voor
een
veel droger gebied, waar dorpjes met hun boomgaarden het enige groen in de
ruige bergen vormen. Uiteraard nemen wij onderweg tijd voor een theetje en
een lunch. Juist dat zijn ook momenten om in contact te komen met de Turkse
(Koerdische) bevolking. Het gebied waarin we nu komen vormt het hart van wat
ooit het koninkrijk Georgië was. Hier koop ik heerlijke hazelnootolie die
hier in dit gebied wordt gemaakt. Het is een ruig berggebied waar we nu
inkomen met daar doorheen de snelstromende Çoruh rivier, waarvan de oevers
om de zoveel kilometer verbonden zijn door lange, niet al te solide, maar
nog steeds in gebruik zijnde
hangbruggen. In dit gebied is de Turkse
regering met de aanleg bezig van grote stuwdammen met daarachter stuwmeren
voor water om land te kunnen ontginnen en stroom op te wekken. De ingrepen
in het landschap zijn enorm, maar geheel ongelijk kan ik ze niet geven. De
vallei vernauwt zich af en toe tot niet meer dan een kloof. De prachtig
gekleurde rotswanden zijn fantastisch om te zien, maar ook de effecten van
het geweld van water door de kloven heen. Bijna aan het einde van de rit
verlaten wij de fascinerende Çoruh-vallei en slaan af naar het stadje
Yusufeli. Het plaatsje Yusufeli zal in de nabije toekomt ook worden
opgeofferd aan de vooruitgang. Het hotel is meer een pension, zeer
basic,
maar ik vind het gauw goed, als er maar een bed is en sanitaire
voorzieningen. Het blijkt de enige hotelvoorziening te zijn in dit dorpje en
we zijn met het bespreken ervan een andere Nederlandse groep (Koning Aap)
voor geweest. Later op de reis komen wij hen nog regelmatig tegen. Het hotel
is gelegen aan de oever van een zeer snel stromende rivier. Ik kan op het
geluid van een stromende rivier altijd goed slapen. Hans en ik proberen ’s
avonds ergens in het dorpje uit eten te gaan, maar komen uiteindelijk toch
terecht in het hotel. Je merkt hier, wat de uitgaven betreft, dat je in één
van de uithoeken zit van Turkije. Een voorbeeld: 6 stuks thee kost
omgerekend € 0.90 (dus de 6!) en dan zijn ze nog uiterst vriendelijk. Later
op de avond raak ik in gesprek met onze chauffeur en probeer hem een beetje
Engels bij te brengen. Zijn enige studiemateriaal is een woordenboekje. Veel
te beperkt om zinnen mee te maken en hierdoor ontstaan hilarische
misverstanden. En de 7e dag is weer voorbij. Vol van de vele
beelden tijdens de rit, ze spoken door mijn hoofd, maar beletten mij niet om
snel in slaap te vallen.
|
|