Tekst:
Olaf Bloemberg (met dank aan Jeroen de Jager)
Luidsprekers zijn attributen waar doorgaans flink op wordt
bezuinigd bij de aanschaf van een computer. Dat is vreemd, want
steeds meer gebruikers beluisteren muziek via de pc in plaats
van een stereo-installatie. Ook het afspelen van DVD's gebeurt
steeds vaker op de computer. Hoogste tijd dus om uw 'cheapo'
speakers bij het oud vuil te zetten en uw systeem om te bouwen
tot een bruut multimedia-monster.
Elk computersysteem kent een zogenaamde flessenhals,
een onderdeel dat zorgt voor afremming van de prestaties.
Neem bijvoorbeeld de monitor. Zelfs de allernieuwste videokaart kan pijn doen aan uw ogen, wanneer de beeldverversing
van de monitor op minder dan 75 Hz is ingesteld. Voor luidsprekerboxen
geldt hetzelfde verhaal. Wat is een gloednieuwe 5.1-geluidskaart
waard, wanneer deze wordt beluisterd via goedkope speakers?
De meest ambitieuze luisteraars sluiten hun geluidskaart aan
op een hifi-installatie, die echter lang niet altijd binnen
handbereik is. Gelukkig bieden hedendaagse pc-luidsprekers
een prima alternatief.
Onderscheid
De door ons geteste luidsprekers komen in 2.1, 4.1 of 5.1-formaat.
Allemaal maken ze gebruik van een aparte subwoofer, die voor
de lage tonen zorgt. De 2.1-modellen beschikken over twee
satellietboxen, de zogenoemde frontspeakers. De 4.1-sets maken
gebruik van twee extra surroundboxen (ook wel rearspeakers
genoemd), en de 5.1-standaard voegt daar een centerspeaker
aan toe. Hecht u voornamelijk belang aan ruimtelijk geluid
bij spelletjes, dan is de 4.1-standaard voldoende. Wie veel
DVD's afspeelt zal de centerspeaker niet willen missen. Dan
heeft u baat bij een 5.1-speakerset, waarmee zeskanaals geluid
binnen handbereik komt. Maar allereerst dient u te onderzoeken
welke mogelijkheden uw geluidskaart heeft. Het is zinloos
om 5.1-speakers te kopen, terwijl uw geluidskaart slechts
ondersteuning biedt voor 4-kanaals geluid. Daarnaast zult
u een afweging moeten maken hoe belangrijk surround-geluid
voor uw situatie is. Speelt u veel spelletjes die ondersteuning
bieden voor EAX of A3D? Kijkt u regelmatig DVD's? Ook belangrijk
is de vraag: moet de luidsprekerset een ingebouwde Dolby Digital/DTS-decoder
bevatten? Veel hedendaagse geluidskaarten hebben deze functionaliteit
aan boord. U heeft dan geen aparte decoder nodig, en kunt
dus flink wat geld besparen. Raadpleeg de handleiding van
uw geluidskaart om hierover uitsluitsel te krijgen.

Surround-systemen
De ontwikkelingen op surroundgebied verlopen stormachtig.
We geven daarom een kort chronologisch overzicht van de verschillende
standaarden. Het bedrijf Dolby Laboratories kwam in de jaren
'70 met Dolby Surround, vooral bedoeld voor de filmindustrie.
Dit signaal beschikt over drie kanalen: links, rechts en surround.
Het surround-kanaal heeft een bereik van slechts 100 Hz tot
7 kHz en is mono, maar wordt door de decoder toch verdeeld
over twee luidsprekers. Vervolgens werd het vierkanaals Dolby
Surround ProLogic geïntroduceerd. Door een verbeterde
codering ontstaat hiermee een hogere 'kanaalscheiding', zodat
de geluiden nauwkeuriger worden gepositioneerd. Bovendien
maakt ProLogic actief gebruik van een centerspeaker. In 1992
werd het analoge Dolby Surround vervangen door een digitale
variant: het zeskanaals Dolby Digital (ook wel AC-3 genoemd,
maar deze term heeft in feite alleen betrekking op de methode
waarmee het geluid wordt gecomprimeerd). Dolby Digital betekent
niet automatisch surround-geluid. Een Dolby Digital track
kan één tot zes kanalen bevatten. Als alle zes
kanalen worden gebruikt, spreekt men van Dolby Digital 5.1.
Vijf van de zes kanalen kunnen overweg met het volledige -
voor het menselijk oor onderscheidbare - frequentiebereik
van 20 Hz tot 20 kHz. Het zesde kanaal is speciaal bedoeld
voor de lage tonen, die door een subwoofer worden weergegeven.
In 1993 verscheen nog een andere zeskanaals techniek, genaamd
DTS ('Digital Theater Systems'). Deze techniek gebruikt minder
compressie en heeft een data-doorvoer van 1,5 Mbits per seconde
in plaats van 0,4 Mbits/s bij Dolby Digital. Het resultaat
is een beter dynamisch bereik en een betere geluidskwaliteit.
Tenslotte kunt u nog de term 'THX' tegenkomen. Dit is geen
geluidssysteem, maar een door Lucasfilm ontwikkeld keurmerk.
THX-apparatuur voldoet aan zeer hoge kwaliteitseisen.
De
test
Het testen van luidsprekers is een subjectieve aangelegenheid.
Dat begint al bij de vraag welke geluidskaart wordt gebruikt.
We namen de Philips Acoustic Edge, afgewisseld met de Live!
Platinum, wanneer een 'second opinion' gewenst was. We beluisterden
drie cd's met verschillende muziekstijlen, naast een 5.1-gekwalificeerde
DVD-rom met live-optredens van diverse artiesten. De instellingen
van het geluid bleven hierbij onveranderd. Een test met EAX
of A3D lieten we achterwege. Vooral de geluidskaart is verantwoordelijk
voor de prestaties op dit gebied, en in mindere mate de luidsprekers.
Verder beoordelen we het algemene bedieningsgemak en bepalen
we of de speakers eenvoudig zijn aan te sluiten. Maar het
voornaamste criterium is en blijft natuurlijk de geluidskwaliteit.

Philips
A2.600: Zeskanaals audio voor weinig geld
De A2.600 is een ideaal speakersetje voor de instappers. De
opvallende 'gekantelde' subwoofer neemt niet veel ruimte in
beslag, maar hij komt tekort wanneer het volume fors wordt
opengedraaid. Bij afspelen van gitaarmuziek produceren deze
speakers een tamelijk flets geluid met weinig diepte. Toch
heeft de Philips ook aantrekkelijke kanten, want u krijgt
een volwaardig 5.1-systeem zonder diep in te buidel te hoeven
tasten. Onhandig is wel dat beide achterspeakers via één
kabeltje worden aangestuurd, zodat deze niet al te ver bij
elkaar vandaan kunnen worden geplaatst.

ABIT
SP-60 & SP-53: Mooi, maar niet erg gebruiksvriendelijk
Over smaak valt natuurlijk te twisten, maar wij vinden dat
de SP-60 er mooi uitziet. Helderblauwe satellieten en het
houtwerk in de kast geven hem een gedistingeerd uiterlijk.
Over het gebruiksgemak zijn we minder te spreken. Wat we ook
probeerden, het lukte niet om een werkende 5.1-opstelling
te maken. Alleen de uitgangen voor front-speakers werkten
naar wens. Eén surroundkanaal werd voorzien van lage
klanken die klaarblijkelijk voor de subwoofer bedoeld waren,
het andere surroundkanaal en de centerspeaker bleven angstvallig
stil. Ter controle vervingen we de Acoustic Edge voor een
Soundblaster Live!, die echter dezelfde resultaten gaf. Bij
het goedkopere model SP-53 liepen we tegen gelijkwaardige
problemen op. Helaas hebben we beide speakersets van ABIT
dus niet in vol ornaat kunnen beluisteren. Wie zonder problemen
snel aan de slag wil, kan in ieder geval beter uitkijken naar
luidsprekers van een andere fabrikant.

US
Blaster 5.1 Digital Home Theatre System: Goed en goedkoop
Meest opvallende aspect aan de US Blaster 5.1 Digital is het
gewicht van de satellieten (elk met een vermogen van 25 Watt
RMS), die meer dan een kilo wegen. We hadden wat tijd nodig
om aan deze speakers te wennen. Het geluid lijkt aanvankelijk
een beetje droog en flets, maar schijn bedriegt. Hoe langer
u luistert, hoe meer u de kwaliteit op prijs zult stellen.
De 50 Watt RMS subwoofer mist de diepte van de ProMedia of
Megaworks en gaat een beetje resoneren wanneer de bas stevig
wordt opengedraaid. Toch zijn we zeer goed te spreken over
deze luidsprekers, vooral vanwege de spectaculair lage prijs,
die op het moment van schrijven rond de 150 euro schommelt.
Het woordje 'Digital' in de merknaam is misleidend, aangezien
er alleen analoge inputs op de subwoofer aanwezig zijn. In
de bedroevende handleiding vinden we de beste tip sinds jaren:
"Zorg ervoor dat wanneer u van audio wilt genieten, het
volume laag staat en vervolgens voert u het volume langzaam
op". Dit soort flauwekul mag de pret natuurlijk niet
drukken. Met de Home Theatre beschikt u over een voortreffelijke
5.1-speakerset waarmee vrienden en familie de ogen (of liever
gezegd de oren) worden uitgestoken. Met pijn in ons hart namen
we afscheid, na afloop van de test.

Videologic
Digi Theatre DTS: Hoogwaardig 5.1-geluid voor de veeleisende
luisteraar
Het vlaggenschip van Videologic beschikt over een geïntegreerde
decoder voor Dolby Digital en DTS. Via een apart kastje, dat
opvallend genoeg ook de centerspeaker bevat, kunnen instellingen
worden aangepast. Groot voordeel van een interne decoder is
dat we nu de digitale uitgang van de geluidskaart kunnen gebruiken.
Sterker nog, we moeten wel, want er bevinden zich namelijk
geen analoge inputs op de subwoofer (waar alle kabeltjes op
worden aangesloten). De geluidskwaliteit van de Digi Theatre
is overweldigend. Zowel hoge als lage tonen komen uitstekend
uit de verf. Een woofer met liefst twee gaten voor bass-reflex
produceert mooie 'schone' basklanken. De satellieten ondersteunen
dit met een ijzersterke spreiding van het geluid. Minder spectaculair,
maar wel een prettige wetenschap is dat Videologic zeer lange
snoertjes voor de satellieten meelevert, naast een prettig
werkende draadloze afstandsbediening.

Altec Lansing 4.1 400 Watts: 'Ambitieuze' specificaties
niet helemaal waargemaakt
Het eerste vierkanaals model dat we van Altec ontvingen wordt
geleverd met een joekel van een subwoofer, die volgens opgave
een laagfrequent bereik heeft van 27 Hz. Op papier is dit
de meest 'wrede' specificatie van alle geteste modellen. Eens
te meer blijkt dat droge cijfertjes weinig zeggen, want de
lage tonen van dit systeem klinken een beetje troebel en missen
dynamiek. De rechterspeaker bevat een aantal bedieningsknopjes.
Zo kan er gekozen worden tussen 4 discrete kanalen, kunstmatig
surround of stereogeluid. Helaas ontbreekt een fader voor
de surroundboxen, deze kunt u alleen softwarematig instellen.
De Altec 4.1 is redelijk geprijsd, maar feit blijft wel dat
u voor hetzelfde geld ook een prima 5.1-systeem kunt kopen.

Altec
Lansing ATP5: Spannend design, maar weinig overtuigend surroundgeluid
De ATP5 is een opvallend vormgegeven vierkanaals systeem met
platte, langwerpige satellietspeakers. Hij beschikt over een
digitale aansluitmogelijkheid (coaxiaal), vreemd genoeg via
twee ingangen: front en rear. Dat hebben we nog niet eerder
gezien, want doorgaans bestaat de coaxiale ingang uit één
tulp-connector. U heeft dus een exotisch snoertje nodig om
deze aansluiting te kunnen gebruiken. We waren niet onder
de indruk van de geluidskwaliteit van de ATP5. Middentonen
overheersen, en de spreiding van het geluid laat te wensen
over. Wel positief is de eenvoudige bediening. Bass, treble
en volume zijn instelbaar op een frontspeaker en deze instellingen
worden gevisualiseerd middels handige LED-lampjes.

THX
gekwalificeerde luidsprekers onder de 300 euro: Logitech Z-560
Ruim een jaar geleden werd het multimediaal geörienteerde
Labtec door muizenfabrikant Logitech ingelijfd. Dat begint
nu zijn vruchten af te werpen. We beluisterden het topmodel
uit een serie van drie speakersets, de Z-560, een type dat
grotendeels werd ontwikkeld op basis van Labtec-technologie.
Opvallend genoeg werd gekozen voor een systeem met vier satellieten
in plaats van vijf. Logitech verwacht dat de meeste gebruikers
genoegen nemen met vierkanaals geluid. Daar kan het bedrijf
zich nog lelijk in vergissen. Vooral bij het afspelen van
5.1-gecodeerde DVD's is de centerspeaker een welkome extra.
Logitech doet niet geheimzinnig over de feitelijke inspiratiebron
voor deze luidsprekers, en geeft onomwonden toe dat de Klipsch
Promedia grondig werd bestudeerd alvorens met de Z-560 aan
de slag te gaan. De speakerset pronkt met het keurmerk THX,
dat staat voor Tomlinson Holman eXperiment. De audio-engineer
Holman ontwikkelde in opdracht van George Lucas een aantal
standaardwaarden voor onder meer akoestiek en frequentiebereik.
Ondanks deze kwalificatie vinden we de Z-560 weinig uitgebalanceerd
klinken. De lage tonen zijn dominant aanwezig en dreigen hoog
en midden te 'overstemmen'. Behalve de forse 8" subwoofer
en de satellieten (die een kunstmatige tweeter bevatten in
de vorm van het metalen uitsteeksel aan de binnenkant) wordt
ook een controlepaneel meegeleverd met een fader, volume-
en basregeling. Verder bevindt zich op het goedkoop aandoende
kastje een 3D-modus, waarmee stereomuziek in surround wordt
weergegeven. We waren niet onder de indruk van dit M3D-effect.
Het lijkt alsof het geluid via de achterspeakers simpelweg
met een kleine vertraging wordt afgespeeld. Wie een dreunende
bas wenst, is aan het goede adres bij Logitech. Het systeem
is redelijk geprijsd en biedt een acceptabele geluidskwaliteit.
Maar Logitech zal ook het verstand moeten scherpen aan de
onderkant van de markt. Het vorige eerder besproken systeem
van US Blaster klinkt minstens zo goed, beschikt wel over
een centerspeaker en is flink goedkoper dan de Z-560.

Labtec
Arena 515: Eenvoudige speakers met doeltreffende geluidskwaliteit
Dit 4.1-setje heeft de kleinste satellieten, de kleinste subwoofer
en het minste vermogen van alle testexemplaren. Toch klinkt
de Arena 515 helemaal niet slecht. Maar verwacht geen wonderen,
zeker niet bij hoge volumes. Bijkomend probleem is dat de
subwoofer niet apart kan worden ingesteld, dat zult u dus
via de geluidskaart moeten regelen. Wel kunt u op de rechterspeaker
het volume van de voor- en achtersatellieten aanpassen. De
Arena 515 van Labtec is een goede 4.1-oplossing voor gamers
met een kleine beurs. Wie regelmatig DVD's afspeelt kan voor
dezelfde prijs terecht bij de A2.600 van Philips, die wel
over een centerspeaker beschikt.

Klipsch
ProMedia 2.1: Eigenlijk té goed voor veel geluidskaarten
Dat meer niet altijd beter is, bewijst Klipsch met de ProMedia.
Deze beschikt over slechts twee luidsprekers, beide met een
royaal vermogen van 35 watt RMS. De vrij kleine maar zware
subwoofer gooit daar nog eens 130 watt RMS bovenop. De ProMedia
pronkt bovendien met het label 'THX-certified', min of meer
een keurmerk voor studiokwaliteit. Koopt u deze set, dan is
plotseling de geluidskaart een bottleneck in uw computer.
Bovendien zal de relatie met uw buren geleidelijk verslechteren.
Hoe harder het volume wordt gezet, hoe beter de ProMedia klinkt.
Het gemis van surroundspeakers is nauwelijks voelbaar, in
vergelijking met de geteste 5.1-modellen. Klipsch vraagt een
fors bedrag voor deze speakers, maar ze zijn het cent voor
cent waard. Denk aan het moment dat u die krakkemikkige 14"
monitor verving door een 17" flatscreen model. Zoals
destijds uw ogen geopend werden, zullen nu uw oren worden
gezuiverd.

Klipsch Promedia 5.1
Na een flinke vertraging zijn de 5.1-luidsprekers van Klipsch
nu eindelijk in Nederland verkrijgbaar. Met 60 Watt RMS per
satelliet en 170 Watt RMS voor de subwoofer, die een stuk
groter is dan het model van de Promedia 2.1, ontloopt hij
de Creative Megaworks 510 niet veel. De centerspeaker heeft
dezelfde specificaties als de satellieten, maar is zoals gebruikelijk
een kwartslag gekanteld zodat hij makkelijk op een monitor
kan worden geplaatst. In tegenstelling tot de Promedia 2.1
beschikt de 5.1 over een aparte bedieningsconsole. Op dit
enigszins goedkoop aandoende kastje zijn regelaars voor front,
rear, center en sub te vinden, naast een hoofdtelefoonaansluiting
en een AUX-ingang om bijvoorbeeld een mp3-speler aan te sluiten.
Een LED-schermpje geeft voor alle regelaars het geluidsniveau
aan. Vreemd genoeg ontbreekt een digitale ingang, die je toch
wel mag verwachten in deze prijsklasse. De enige manier om
de set op een 5.1-geluidskaart aan te sluiten is via drie
analoge stereojack-kabeltjes.
Over het begrip geluidskwaliteit valt natuurlijk te twisten,
maar wij denken dat Klipsch met de Promedia een sterke troef
in handen heeft. Of het nu gaat om het afspelen van een DVD,
het beluisteren van muziek of het gamen met EAX Advanced HD,
op alle fronten wordt een sublieme geluidsweergave bereikt.
Wie voortreffelijke surroundluidsprekers verlangt, kan eigenlijk
niet om Klipsch heen. De flink goedkopere topmodellen van
Logitech en Creative delven qua dynamiek en 'helderheid' duidelijk
het onderspit tegen de de Promedia. Maar de prijs van dit
moois zal voor veel geïnteresseerden een struikelblok
zijn. Muziekliefhebbers die minder waarde hechten aan surroundgeluid,
kunnen voor hetzelfde bedrag een hifi-versterker en goede
boxen kopen. Aan de overzijde van de oceaan gaat de Promedia
5.1 overigens fors goedkoper over de toonbank. Het is te hopen
dat Klipsch dit enorme prijsverschil spoedig weet recht te
trekken.

Labtec
APX-4620: Imposante subwoofer met teleurstellende satellieten
Met de APX-4620 biedt Labtec een middenklasse 2.1-systeem
voor ongeveer 150 euro. Dit pakket bevat de allergrootste
subwoofer. Wie prijs stelt op diep en grommend laag in spelletjes
wordt zeker niet teleurgesteld. De twee blankgekleurde en
ronduit lelijke satellietspeakers kunnen vrij eenvoudig aan
een monitor worden bevestigd. Maar dan hangen ze eigenlijk
te dicht bij elkaar om een bevredigend surround-geluid te
leveren. Op de rechtersatelliet bevinden zich draaiknopjes
voor volume, bass, treble en een '3D-spatializer', een kunstmatige
surroundmodus. We raden af om deze open te draaien, want het
resultaat is erbarmelijk. Sowieso maakt de APX-4620 geen sterke
indruk bij het afspelen van muziek. Er is weinig samenhang
tussen de woofer en de satellieten, waardoor het geluid 'los'
in de ruimte lijkt te zweven. Voor 150 euro hadden we toch
wel iets meer verwacht.

Creative Digital 2.1
De Digital 2.1 van Cambridge Soundworks is al langere tijd
op de markt. Dit model heeft behalve twee analoge ingangen
ook een digitale ingang. Hij maakt gebruik van de satellietboxen
die we kennen van de Creative DTT2000-serie. Aangezien er
slechts één woofertje voor hoog en midden wordt
gebruikt, lijken de hoge tonen soms een beetje het onderspit
te delven. De relatief bescheiden subwoofer zorgt daarentegen
voor behoorlijk dominante lage tonen in het geluidsbeeld.
Wie de bas maximaal opendraait, trilt haast de kamer uit.
De Digital 2.1 biedt een heel behoorlijke geluidskwaliteit.
Bijkomend voordeel van deze set is de prijs. Voor ongeveer
80 euro beschikt u over geluidskwaliteit waar u zich absoluut
niet voor hoeft te schamen. Bedenk wel dat u niet de nieuwste
techniek in huis haalt. U kunt misschien beter even wachten
op de opvolger van de Digital 2.1, die waarschijnlijk niet
lang op zich zal laten wachten.

Creative
Inspire 5300: opvolger van de Desktop Theatre DTT2200
Het kleinere broertje van de Inspire 5700 mist een ingebouwde
Dolby Digital/DTS-decoder en heeft alleen analoge aansluitmogelijkheden.
Met 6 Watt voor de satellieten en 18 Watt voor de subwoofer
zijn de specificaties iets minder krachtig. Toch horen we
nauwelijks verschil met de 5700. Gelet op het prijskaartje
(voor de Inspire 5300 betaalt u de helft van wat de Inspire
5700 kost) is dit een aantrekkelijke 5.1-speakerset. Zwak
puntje is wel dat de volumeknop wat hoger moet worden gezet
dan bij de andere luidsprekers.

Creative
Inspire 5700: Speciale behandeling voor de centerspeaker
Als opvolger van de DTT3500 beschikt de Inspire 5700 over
een ingebouwde Dolby Surround decoder, die nu ook het DTS-signaal
ondersteunt. Opvallend is de apart vormgegeven centerspeaker
met een royaal vermogen van 21 Watt RMS. De satellietspeakers
moeten het doen met 7 Watt RMS. Een kubusvormige 30 Watt RMS
subwoofer voorziet in redelijk heldere basklanken. De Inspire
5700 beschikt over twee digitale ingangen: coaxiaal en optisch.
Zoals we van Creative gewend zijn is het pakket bijzonder
goed verzorgd. U krijgt kabeltjes in alle soorten en maten,
naast een prettig werkende en draadloze afstandsbediening.
De geluidskwaliteit is flink verbeterd ten opzichte van de
DTT3500. Vooral de satellieten lijken aan dynamiek te hebben
gewonnen en klinken iets minder flets. Vergelijken we de Inspire
5700 met de ongeveer gelijk geprijsde Digi Theatre DTS van
Videologic, dan heeft Creative echter het nakijken.

Topklasse
luidsprekers stellen enigszins teleur: Creative MegaWorks
510D
We hebben er een tijdje op moeten wachten, maar eindelijk
konden we hem dan op de redactie verwelkomen: het topmodel
van Creative, de zeskanaals MegaWorks 510D. Via de digitale
ingang biedt deze speakerset ondersteuning voor 24-bits/96
KHz geluidskwaliteit. Maar hij kan natuurlijk ook met analoge
signalen worden 'gevoed'. Opmerkelijk genoeg heeft Cambridge
Soundworks vastgehouden aan het een-wegs design voor de satellietspeakers.
Waar Klipsch en Videologic een conus (voor de middentonen)
en een tweeter (voor de hoge tonen) gebruiken, vinden we op
de satellieten van de MegaWorks slechts één
conus die in hoog en midden moet voorzien. Het ontbreken van
een tweeter heeft als gevolg dat de middentonen behoorlijk
domineren in het geluidsbeeld. Hoewel sommige luisteraars
dit juist op prijs zullen stellen, ging het ons vrij snel
vervelen, vooral tijdens het afspelen van muziek. Dit ondanks
de krachtige subwoofer van 150 Watt RMS, die ook bij hoge
volumes zorgt voor prachtig zuivere basklanken. Speelt u veel
mp3-muziek af, dan moeten we trouwens wel een kanttekening
maken. De meeste mp3-bestanden zijn geëncodeerd op 128
kbits/sec. Beluisterd via goedkope speakers lijkt er nauwelijks
verschil met cd-kwaliteit te zijn. Wanneer u ze echter via
de MegaWorks of Klipsch ProMedia aanhoort, dan worden de beperkingen
op akelige wijze duidelijk. Wie optimaal wil genieten van
mp3-muziek dient te encoderen op 256 kbits/sec, bij voorkeur
met de gratis op het internet te vinden 'Lame-encoder'. Helaas
worden de bestanden dan twee keer zo groot, maar zelfs fervente
audiofielen zullen geen kwaliteitsverschillen met het origineel
kunnen horen.
De MegaWorks komt het best tot zijn recht tijdens het afspelen
van DVD's en met spelletjes. Stemgeluid en explosies worden
overtuigend en natuurgetrouw weergegeven. Dat vinden wij echter
niet voldoende voor een speakerset die meer dan 500 euro moet
opbrengen. Wie flink wat geld heeft te besteden voor de aanschaf
van luidsprekers, kan beter eerst gaan winkelen bij Klipsch
of Videologic.

Trust Soundwave 2000P 5.1
en 3000P Soundwave
De verpakking van de zeskanaals Soundwave 2000 belooft een
kolossaal vermogen van 2000 Watt, maar vermeldt wel eerlijk
dat het om 'PMPO' gaat en dus niet om 'RMS'. Het genoemde
vermogen betreft het piekvermogen dat slechts gedurende enkele
seconden kan worden bereikt. Wie luidsprekers zo eerlijk mogelijk
wil vergelijken dient het vermogen in RMS, het zogenaamde
continue vermogen, te meten. Met 12 Watt RMS voor de subwoofer
en een schamele 2 Watt RMS voor de satellietspeakers (die
qua uiterlijk overigens verdacht veel lijken op de satellieten
van de Sony DAV-S300) vallen de specificaties dus behoorlijk
laag uit. Dat is te horen, want de geluidskwaliteit is matig
en het volume kan niet al te hard worden gezet. Een groot
knelpunt van de Soundwave 2000P is dat de volumeknopjes op
de subwoofer zijn aangebracht. Gewoonlijk zitten deze op één
van de frontspeakers. Wie de subwoofer uit het zicht wil onttrekken
heeft dus een probleem met de bediening. Voordeel van deze
set is uiteraard de prijs. Een compleet 5.1-systeem voor minder
dan 100 euro is een koopje. Bedenk echter wel dat voor dezelfde
prijs 2.1-systemen beschikbaar zijn die veel beter klinken.
Wilt u per se surroundspeakers voor weinig geld, dan bent
u bij Trust aan het goede adres. Gaat u voor optimale geluidskwaliteit,
dan bent u bijvoorbeeld beter af met de ongeveer gelijk geprijsde
Soundworks Digital 2.1 van Creative. De 3000P Soundwave is
het zwaardere broertje van de 2000P, waarover we u enkele
maanden geleden - niet bijster positief - berichtten. Het
nieuwe model voorziet gelukkig in een flink verbeterde geluidskwaliteit,
en dat voor slechts 30 euro extra. Zowel de (houten) subwoofer
als de satellieten klinken voller en dieper. Luistert u regelmatig
naar house- of technomuziek, dan raden we evenwel aan om wat
langer door te sparen voor een luidsprekerset. Met de in dit
genre gebruikelijke dominantie van hoge en lage tonen komt
de 3000P iets minder goed uit de verf. Op het gebied van spelletjes
en en DVD-films, maar bijvoorbeeld ook tijdens het afspelen
van 'gewone' muziek, presteert het topmodel van Trust prima.

Instapmodel
van Hercules: de XPS 510
Naast videokaarten, LCD-monitoren, geluidskaarten, capturekaarten
en webcamera's introduceert Hercules nu ook een 5.1 luidsprekerset.
Opmerkelijk genoeg kan hij niet volledig op Hercules' eigen
geluidskaart Game Theater XP worden aangesloten, die afwijkende
tulp-outputs aan boord heeft voor de centerspeaker en subwoofer.
De XPS 510 lijkt te zijn afgekeken van de DTT2200 van Creative.
Qua geluidskwaliteit ontlopen ze elkaar niet veel, hoewel
de luidsprekers van Hercules over meer vermogen beschikken
en minder snel protesteren bij hoge volumes. Een afstandsbedieng
ontbreekt helaas, de volumeknopjes bevinden zich aan de onderkant
van de subwoofer. De houten kast is klein maar zwaar, en wordt
behoorlijk warm tijdens het gebruik. De satellieten produceren
een tamelijk dof geluid zonder veel diepte, maar u kunt natuurlijk
niet al te veel verwachten voor 90 euro. Met name voor gamers
met een krappe beurs is de XPS 510 een interessante optie.
Wie dikwijls muziek via de pc beluistert raden we aan om uit
te kijken naar 2.1 luidsprekers in dezelfde prijsklasse. Of
nog beter: verhoog uw budget naar 150 euro en koop het superieur
klinkende 5.1 Digital Home Theatre System van US Blaster.
Dit systeem vormt wat ons betreft de nieuwe 'middenklasse'
standaard voor pc-audio, waar de concurrentie zich voorlopig
op zal stukbijten.
Conclusie
Wie een extreem goede geluidskwaliteit verlangt en genoegen
neemt met twee kanalen, zal bijzonder gecharmeerd zijn van
de Klipsch ProMedia 2.1. Deze speakerset eindigt onbetwist
als nummer één in de test. De Promedia is het
levende bewijs dat twee luidsprekers voor voldoende ruimtelijk
geluid kunnen zorgen. De tweede plaats wordt opgeëist
door de Videologic Digitheater DTS. Bent u op zoek naar de
ultieme 5.1-luidsprekers, raap dan enkele honderden euro's bij elkaar en
koop deze indrukwekkend klinkende speakerset. U beschikt dan
tevens over een ingebouwde Dolby Digital/DTS-decoder. Is uw
budget minder toereikend of heeft u geen decoder nodig, dan
kunt u terecht bij de US Blaster Digital 5.1, waarmee u prima
geluidskwaliteit in huis haalt. Wie zo weinig mogelijk wil
uitgeven maar toch surroundgeluid wenst, doet er goed aan
te kiezen tussen de Philips A2.600 (met centerspeaker) en
de Labtec Arena 515 (zonder centerspeaker).
|