Intern geheugen
Alle programma's hebben geheugen nodig om hun berekeningen tijdelijk op op te slaan. Dit gebeurd in het interne geheugen van een computer. Je kunt het interne geheugen van een computer is twee delen verdelen; het RAM en het ROM.
RAM staat voor Random Access Memory. Als je een spelletje speelt of een brief typt en de computer valt uit, dan ben je deze gegevens kwijt. Dit komt doordat het RAM altijd gewist wordt als de computer uitgezet wordt. Deze gegevens heten het wisselbestand.
Als je RAM zelf wilt uitbreiden, kun je er gewoon een kaartje bijkopen. Als dit van hetzelfde merk is en dezelfde snelheid heeft, kun je er vanuit gaan dat het op jouw computer werkt. Het handigste is om de geheugenstrip die al in je computer zit even eruit te halen en meenemen naar de computerzaak; je bent er dan zeker van dat je het goede koopt. Voordat je de geheugenstrip aanraakt moet je er altijd voor zorgen dat je niet statisch geladen bent. Om de te ontladen kun je even een verwarmingsbuis vastpakken (zorg wel dat je het metaal en raakt, en niet alleen de verf).
ROM staat voor Read Only Memory. Dit zorgt ervoor dat de computer iedere keer op de goede manier opstart. Deze gegevens zijn opgeslagen op de harde schijf en in het BIOS. ROM wordt niet gewist na het uitzetten van de computer.
Wisselbestand
Als er op je geheugenstrips niet meer genoeg plaats is voor het wisselbestand wordt een deel hiervan op de harde schijf bewaard. Dit heeft als nadeel dat het langer duurt voordat de bestanden geladen zijn, omdat een harde schijf lang zo snel niet is als het RAM geheugen; iets dat van een harde schijf moet worden geladen moet immers wachten tot het onder de leeskop doordraait.
Cache-geheugen
Met cache-geheugen word het geheugen bedoeld dat zich op dezelfde chip bevindt als de processor. Dit geheugen is zo'n 50 keer sneller dan het gewone intern geheugen. Omdat een computer met veel herhalingen werkt, moeten sommige instructies erg vaak uitgerekend worden. Het cache-geheugen staat dichter bij de processor dat het gewone intern geheugen, waardoor deze berekeningen sneller uitgevoerd kunnen worden. Doordat het dichter bij de processor staat is het ook veel duurder.
Cahce-geheugen bestaat uit L1-cache en L2-cache. L1-cache is het geheugen dat het dichtst bij de processor zit en in direct contact staat met de uitvoer/invoer van de processor zelf. L2-cache staat iets verder van het werkgeheugen vandaan, en is daarom ook iets langzamer.
AMD processoren hebben soms ook een L3-cache, welke tussen L2 en het werkgeheugen zit.
Dit hierboven is een Kingston RAM-geheugenstrip van 512 MB.