Remmen
Formule 1 wagens hebben aan alle vier de wielen schijfremmen, net als de meeste straatauto's. Bij het intrappen van het rempedaal wordt iedere schijf geknepen door twee hydraulische remblokken. Hierbij komt veel licht en warmte vrij, wat te zien is aan de roodgloeiende remschijven.
Net als slippende wielen bij te veel gas, blokkeren de wielen als er te hard geremd wordt. Hoe warmer en zachter de band, des te harder kan er geremd worden.
De coureur kan op zijn stuur zelf instellen hoe de rembalans over de voor- en achterwielen verdeelt moet worden. Meestal gaat er 60% van de beschikbare remkracht naar de voorwielen, en 40% naar de achterwielen.
De remschijven van een Formule 1-wagen zijn van koolstofvezel, dit is namelijk erg licht en goed bestand tegen hoge temperaturen. Eén remschijf weegt ongeveer 1,5 kg. Wanneer de schijf van staal gemaakt zou zijn was hij twee keer zo zwaar geweest.
Vroeger werden er verschillende soorten remschijven gebruikt voor de kwalificatie en de race. De schijven gebruikt in de kwalificatie hoefden immers minder lang mee te gaan als schijven gebruikt in de race, waardoor er gewicht bespaard kon worden op de kwalificatieremschijven. Sinds 2003 is het verplicht geworden om in de race en in de kwalificatie dezelfde remschijven te gebruiken.