Traction control
De motor van een Formule 1 wagen is zo sterk, dat als je te snel het gaspedaal intrapt de wielen gaan spinnen. Spinnende wielen verbruiken de energie die eigenlijk voor de voorwaartse beweging bedoeld is. Hiervoor is traction-control (TC) ontwikkeld.
Als de wielen sneller draaien dan dat de weg onder de Formule 1-wagen voorbij gaat, wordt er trapsgewijs gas teruggenomen. De reactie van de techniek op het spinnen van de wielen is zo snel, dat dit opgemerkt wordt voordat het spinnen met het menselijk oog zichtbaar is.
Dit alles wil niet zeggen dat de coureur iedere bocht vol gas kan rijden, dit zou namelijk te veel slijtage aan de banden geven, waardoor er meer pit-stops gemaakt moeten worden.
Traction control is rond 1980 geïntroduceerd in de Formule 1. Nadat het een lange tijd verboden is geweest in de Formule 1 om traction control te gebruiken, is het vanaf 2002 weer toegestaan. Dit kwam omdat het het te moeilijk werd voor de FIA om te controleren of het daadwerkelijk niet gebruikt werd, aangezien de ECU (Engine Control Units) steeds complexer werden.