Banden
Marshals rond het circuit gebruiken vlaggen om met de coureurs te communiceren. Hieronder staat uitgelegd wat elke vlag betekent.

Geblokte vlag
Deze wordt gezwaaid aan het eind van elke sessie. In de race wordt er als eerste mee gezwaaid naar de winnaar, vervolgens naar alle andere auto's die de finish passeren.

Gele vlag
De gele vlag geeft aan dat er ergens een gevaarlijk object is, zoals een gecrashte auto. Bij een gele vlag-situatie moet d.m.v. de telemetrie aangetoond kunnen worden dat de coureur op een bepaald punt langzamer heeft gereden dan normaal. Bij een gele vlag is het verboden in te halen.

Groene vlag
De coureur is voorbij het gevaarlijke punt waar met een gele vlag gezwaaid is, en mag weer inhalen.

Rode vlag
Als er met de rode vlag gezwaaid wordt, betekent dat dat de sessie is gestopt. Tijdens de kwalificatie stopt de teller dan, en gaat pas verder als er geen rode vlag meer is. De rode vlag wordt alleen gezwaaid bij een zwaar ongeluk, erg zwaar weer of als er veel rommel op de baan ligt.

Zwarte vlag
Vergezeld met het nummer van de auto geeft de zwarte vlag aan dat diegene gediskwalificeerd is. Dit kan gebeuren als bij een rood licht de pits uitrijdt.

Witte vlag
Deze geeft aan dat er een langzame auto op de baan rijdt.