|
Mijn ervaringen met de Chinese driekielschildpad.
Als eerste dient opgemerkt te worden dat het een gemakkelijk diertje
is dat, benevens de vereiste basiszorg, weinig zorg vraagt. In een
juiste omgeving zal die snel zijn plaats vinden, verander je die
omgeving vindt die direct weer een nieuwe plaats en zet je hem weer
terug in zijn oude omgeving gaat ie daar weer door alsof er niets
gebeurt is. Dit kun je zovaak doen als dat je wilt, altijd weer
terug op de oude stek met zijn zelfde favoriete plaatsjes. Per
exemplaar kunnen die plaatsjes wel sterk verschillen, ook het gedrag
tegenover soortgenoten blijft altijd het zelfde.
Eén enkel exemplaar zal het altijd goed doen met een normale
verzorging. Veel extra's aan voorzieningen zijn dan ook niet zo
nodig, gewoon de standaard voorzieningen aanhouden en het dier voelt
zich op zijn gemak. Het enige probleem waar ik van gehoord heb is
dat een volwassen vrouwtje zeker een zandplaats nodig heeft, al is
er nooit een mannetje bij geweest, ze zal toch eieren gaan leggen
die uiteraard niet bevrucht zijn. De legnood die zal ontstaan zonder
een plaats om eieren af te kunnen zetten is niet leuk om mee
te maken, het dier zal haar nagels en voetzolen tot blaarvorming
kapot krabben op alle hoeken waar ze bij kan komen.
Met twee Chinese driekielen wordt het al wat anders Zijn ze
van hetzelfde geslacht dan zal er met de jaren een machtsstrijd
ontwikkelen om de dominantie in de groep te bepalen, dit kan bijna geen kwaad daar het geen doorbijters zijn. Er sneuvelt in zo'n geval
wel eens een nagel of een staartpunt.
Bij vrouwtjes onderling zie ik alleen maar dat de zwakste de
slechtste plaats in de bak overhoudt of zich tijden niet laat zien,
door ingegraven in het zand zich te verstoppen voor de ander. Als ze
dan weer honger krijgt komt ze vanzelf wel weer te voorschijn,
ergens een mooi systeem want deze zal mooi aan het gewicht blijven,
iets wat bij deze schildpadden al moeilijk genoeg is daar ze alles
eten wat ze te pakken kunnen krijgen.
Bij mannetjes kan het bepalen van de rangorde slechter verlopen. Het
ene mannetje dat overheerst wordt kan plotseling volkomen futloos
gevonden worden met een angst voor alles wat er op hem afkomt. Dan
is het zaak om de bokken te scheiden zeg maar, want deze situatie
kan het einde van het leven betekenen voor het dier als dat zich te
lang voortzet.
De ideale situatie is volgens mijn ervaring mannetje en vrouwtje
bijeen in een paludarium van gewone afmeting. Om twee paartjes bij
elkaar te doen moet er al een hele ruimte zijn met veel
schuilplaatsen en hoekjes waar ze elkaar niet zien. Als er in zulke
combinaties bevruchte eieren worden gelegd die niet gewenst zijn dan
kunnen die vernietigd worden. Het is maar wat je verlangt van je
schildpadden, wees wel gewaarschuwd dat ze in staat zijn eieren uit
te broeden op plaatsen die niet gecontroleerd worden en dan zit je
natuurlijk plots met van die leuke kleine schildpadjes die groter en
groter worden.
Een punt is wel dat het ene mannetje een sterke voorkeur ontwikkeld
voor een bepaalt vrouwtje en daar ook altijd aan blijft hangen. Bij
vrouwtjes heb ik dat niet gemerkt, die vinden ieder mannetje goed of
wijzen hem af zoals haar humeur van het moment dat bepaalt.
Samen met een andere soort waterschildpad werkt volgens mij alleen
in een hele grote vijver en dan nog met schildpadden die uit
hetzelfde herkomst gebied komen. De exemplaren die ik ken die met
anders soorteigen waren samen gevoegd hadden altijd wel een kwaal,
afgebeten staart tot zelfs vergaande vormen van schildrot, die
waarschijnlijk ontstaan was in oude bijtwonden. Vissen doen het
daarentegen weer heel goed bij C.reevesii, ik vindt zelden een
aangevreten vis alleen af en toe een vis die in de zandbak is
gesprongen. Dode vissen worden wel direct geconsumeerd wat een
natuurlijke voedselbron oplevert mits er geen kwalijke stoffen in
zitten zoals bijvoorbeeld koude tuberculose, wat bij goudvissen nog
al eens voorkomt.
|