|
Geschiedenis |
|
Zie ook: De
geschiedenis van: |
US |
v Jaartallentabel: een overzicht
van de geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika met per president een
korte samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen tijdens zijn
regeringsperiode
|
Jaartallen |
President |
" - ^ |
Partij |
Herkomst |
Bijzonderheden |
|
1789-1793 |
George Washington [1] |
1732-1799 |
- |
Virginia |
Hij was opperbevelhebber van het Amerikaans leger tijdens de Vrijheidsoorlog (1775-1783) en eerste president; hij handhaafde de eenheid ondanks de controverse tussen federalisten en confederalisten |
|
1793-1797 |
George Washington [1] |
1732-1799 |
Federalist |
Virginia |
[Zie hiervoor] |
|
1797-1801 |
John Adams [2] |
1735-1826 |
Federalist |
Massachusetts |
Hij was
medeondertekenaar van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776; hij was voor
zijn presidentschap gezant in Groot-Brittannië en vice-president onder Washington;
tijdens zijn presidentschap ontstond de oorlog met Frankrijk; hij was
verantwoordelijk voor een aantal wetten waarin de grondrechten van burgers en
vreemdelingen geschonden werden, hetgeen leidde tot zijn nederlaag bij de
verkiezingen van 1801 |
|
1801-1805 |
Thomas Jefferson [3] |
1743-1826 |
Democratic Republican |
Virginia |
Hij was één der
grondleggers (Founding Fathers) van de Amerikaanse staatsvorm; hij
stelde de Declaration of Independence van 1776 op; hij geloofde in de vooruitgang
en de natuurlijke gelijkheid van de mens en zijn recht op vrijheid; voor zijn
presidentschap was hij gezant te Parijs (1785-1789) en vice-president onder
John Adams (1797-1801); in 1803 kwam de Louisiana Purchase tot stand
(men kocht grond van Frankrijk, waardoor het Amerikaanse grondgebied werd
verdubbeld); hij had een belangrijke invloed op de architectuur door de
invoering van de neoclassicistische stijl; hij ontwierp het Capitool in
Richmond en het onderkomen van de door hem gestichte universiteit van
Virginia |
|
1805-1809 |
Thomas Jefferson [3] |
1743-1826 |
Democratic Republican |
Virginia |
[Zie hiervoor] |
|
1809-1813 |
James Madison [4] |
1751-1836 |
Democratic Republican |
Virginia |
Hij behoorde eveneens
tot de Founding Fathers; hij werkte mee aan de grondwet (1787), die
door zijn invloed sterk federalistisch getint was, en de Bill of Rights;
tijdens zijn bewind kwam er opnieuw oorlog met Groot-Brittannië (1812-1814);
hij was belangrijker als staatkundig theoreticus dan als bestuurder |
|
1813-1817 |
James Madison [4] |
1751-1836 |
Democratic Republican |
Virginia |
[Zie hiervoor] |
|
1817-1821 |
James Monroe [5] |
1758-1831 |
Democratic Republican |
Virginia |
Voor zijn presidentschap
was hij gezant te Parijs (1794-1796; 1802-1803) en Londen (1803-1806),
minister van Buitenlandse Zaken onder Madison (1811-1817), alsmede minister
van Defensie (1814-1815); hij formuleerde een beginselverklaring over de
onafhankelijke buitenlandse politiek van het land, de Monroe-leer; hij
waarschuwde in 1823 de Europese mogendheden in deze door zijn minister van
Buitenlandse Zaken opgestelde verklaring aan het Congres zich niet te mengen
in aangelegenheden die zich afspeelden op het Amerikaanse continent; Amerika
zou dit dan ook niet doen in Europa |
|
1821-1825 |
James Monroe [5] |
1758-1831 |
Democratic Republican |
Virginia |
[Zie hiervoor] |
|
1825-1829 |
John Qunicy Adams [6] |
1767-1848 |
Democratic Republican |
|
Hij was de oudste zoon
van John Adams; na zijn studie in Europa (onder meer in Leiden) ging hij in
de advocatuur; hij was vervolgens secretaris van de gezant in
Sint-Petersburg, gezant in Holland en Berlijn en werd in 1803 als Federalist
in de Senaat gekozen; na gezantschappen in Sint-Petersburg en Londen werd hij
minister van Buitenlandse Zaken onder Monroe [zie hiervoor]; hij bleek een
sterk onderhandelaar te zijn (onder meer bij de grensvaststelling met
Canada); zijn presidentschap riep veel weerstand op; zijn centralistische en
nationalistische visie leidde tot de opkomst der Democraten onder leiding van
Andrew Jackson, die hem bij de volgende verkiezingen versloeg; als lid van
het Huis van Afgevaardigden (1831-1848) verzette hij zich tegen de slavernij |
|
1829-1833 |
Andrew Jackson [7] |
1767-1845 |
Democrat |
Tennessee |
Voor zijn
presidentschap versloeg hij de Cree-Indianen (1813-1814, bijnaam Old
Hickery) en de Britten bij New Orleans (1815); in 1824 werd hij niet tot
president gekozen door het Huis van Afgevaardigden, hoewel hij meer stemmen
had gekregen dan zijn tegenstander; in 1828 won hij met gemak; hij voerde het
spoils system in (bij een nieuwe president komen er ook nieuwe
ambtenaren); hij verwijderde de Indianen uit het oosten; hij versterkte het
centrale gezag; hij was tegen de Bank der VS en liet het staatsgeld ervan
terugnemen; hij stond voor de kleine man |
|
1833-1837 |
Andrew Jackson [7] |
1767-1845 |
Democrat |
Tennessee |
[Zie hiervoor] |
|
1837-1841 |
Martin Van Buren [8] |
1782-1862 |
Democrat |
|
De eerste president
die in Amerika zelf was geboren; hij kwam uit Kinderhook, een Nederlands
voorstadje van New York; hij was van Nederlandse oorsprong; tijdens zijn
presidentschap werd in het Witte Huis dan ook Nederlands gesproken; van
1833-1837 was hij vice-president; zie voor verdere gegevens over hem de
website Martin
Van Buren |
|
1841 |
William Henry Harrison [9] |
1773-1841 |
Whig |
Ohio |
Van 1800-1811 was hij
gouverneur van het nieuwe Indiana Territory; in deze functie onteigende hij
enorme gebieden van de Indianen; een opstand onder leiding van Tecumseh sloeg
hij met grote overmacht neer (de slag bij Tippecanoe, november 1811); hij was
de eerste presidentskandidaat die een sterk op beeldvorming gerichte campagne
voerde (de new frontier-held); een maand na zijn inauguratie overleed
hij aan longontsteking |
|
1841-1845 |
John Tyler [10] |
1790-1862 |
Whig |
Virginia |
Van 1827-1825 was hij gouverneur
van Virginia; van 1827-1836 was hij senator; vervolgens werd hij
vice-president onder Harrison; toen deze na een maand overleed [zie hiervoor]
moest hij volgens de grondwet de rest van diens termijn volmaken; door zijn
veto over de federale bankwet traden in 1841 op één na al zijn ministers af;
de rest van zijn ambtstermijn verliep rustig |
|
1845-1849 |
James Knox Polk [11] |
1795-1849 |
Democrat |
Tennessee |
Van 1825-1839 was hij
lid van het Huis van Afgevaardigden; van 1839-1841 was hij gouverneur van
Tennessee; als compromis-kandidaat voor de Democraten werd hij onverwacht tot
president gekozen; onder zijn leiding verwierf het land Oregon en Californië
en (dank zij de Mexicaanse oorlog van 1846-1848) Texas en New-Mexico; hij
wilde niet herkozen worden |
|
1849-1850 |
Zachary Taylor [12] |
1784-1850 |
Whig |
Louisiana |
Hij kreeg als generaal
bekendheid door zijn overwinning bij Buena Vista in 1847 op de Mexicanen; hij
koos in het conflict over de slavernij tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten
voor de eersten; hij stierf na kort ziekbed |
|
1850-1853 |
Millard Fillmore [13] |
1800-1874 |
Whig |
New York |
Van 1833-1835 en
1837-1843 was hij lid van het Congres; hij werd na Taylors dood als zijn
vice-president diens opvolger; de Fugitive Slave-Wet (die staten de
bevoegdheid gaf gevluchte slaven naar hun eigenaren terug te voeren) kostte
hem veel populariteit; in 1856 was hij zonder succes presidentskandidaat voor
de Know-Nothing Party, die ageerde tegen de toenemende invloed van immigranten
in het Noorden |
|
1853-1857 |
Franklin Pierce [14] |
1804-1869 |
Democrat |
New Hampshire |
Hij was van 1833-1837
lid van het Huis van Afgevaardigden en van 1837-1842 lid van de Senaat; uit de
presidentsverkiezing van 1852, die geheel werd beheerst door de
slavernijkwestie, kwam hij onverwacht als winnaar naar voren; hij was sterk
op het Zuiden gericht: ter verbetering van de zuidelijke verbinding met
Californië verrichtte hij de aankoop van een brede strook Mexicaans
grondgebied; met de Kansas-Nebraska Act van 1845, die slavernij in de
nieuwe Amerikaanse staten mogelijk maakte, verspeelde hij voorgoed de steun
van de Democraten in het Noorden, waardoor hij niet opnieuw kandidaat werd
gesteld |
|
1857-1861 |
James Buchanan [15] |
1791-1868 |
Democrat |
|
Hij was van 1821-1831
lid van het Congres en van 1833-1845 lid van de Senaat; vervolgens was hij
onder Polk minister van Buitenlandse Zaken; van 1853-1856 was hij gezant in
Londen; hij was medeverantwoordelijk voor het Ostend Manifesto van
1854, waarin Spanje met interventie werd bedreigd indien het Cuba niet aan de
VS wilde verkopen; als president trad hij aarzelend op; tijdens zijn
ambtsperiode verscherpte het Noord-Zuid-conflict; hij sympathiseerde met het
Zuiden en verdedigde de slavernij; hij trad niet op tegen de opstand der
Zuidelijke staten direct na de verkiezing van zijn opvolger Lincoln; na zijn
aftreden trok hij zich terug uit het openbare leven |
|
1861-1865 |
Abraham Lincoln [16] |
1809-1865 |
Republican |
Illinois |
Hij was zoon van een
arme boer uit Kentucky; hij moest zijn vader helpen bij het zware werk; van
onderwijs kwam niet veel; in 1830 verhuisde het gezin naar Decatur
(Illinois); hij verdiende met handenarbeid de kost en werd in 1831 klerk in
een winkel te New Salem (Illinois); een jaar later fungeerde hij als kapitein
van een afdeling vrijwilligers, opgetrommeld om het Indiaanse opperhoofd
Black Hawk uit Illinois te verdrijven; in 1834 werd hij fractievoorzitter van
de Whig Party (de conservatieve partij); inmiddels was hij rechten
gaan studeren; na zijn afstuderen in 1836 werd hij een gewiekst advocaat; in
1846 werd hij lid van het Nationale Congres te Washington; hier wees hij de
oorlog in Mexico af; in 1856 meldde hij zich aan als lid van de Republican
Party (een nieuwe anti-slavernijpartij); in 1858 kreeg hij bekendheid
door een reeks debatten met senator Stephen A. Douglas (1830-1861) van
Illinois over de Kansas-Nebraska Act [zie hiervoor]; mede hierdoor
werd hij in 1860 presidentskandidaat; toen hij gekozen werd, betekende dat de
vrijwel onmiddellijke afscheiding van een aantal Zuidelijke staten (die
voorstander van de slavernij waren); hij werd zo ongewild de president van de
Amerikaanse Burgeroorlog (de oorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke
staten en tevens de oorlog over de slavernij); als president van de Unie
aanvaardde hij de afscheiding van het Zuiden niet; in de slavernijkwestie
was hij veel minder radicaal; onder druk van de radicale Republikeinen kwam
hij in 1862 met de Emancipation Proclamation, waarbij alle slaven in
de Zuidelijke staten werden vrijverklaard; pas in 1863 werden de slaven in de
Unie (de Noordelijk staten) echt vrij en op 31.01.1865 werd het 13e
amendement op de Grondwet aangenomen, dat slavernij op het grondgebied van
de VS verbood |
|
1865 |
Abraham Lincoln [16] |
1809-1865 |
Republican |
Illinois |
[Zie hiervoor]; drie
maanden na zijn tweede ambtsaanvaarding, op 14.04.1865, schoot de acteur John
Wilkes Booth (1838-1865) hem in Ford's Theatre neer met de kreet Sic
semper tyrannis, the South is avenged! (‘Zo gaat het altijd met tirannen,
het Zuiden is gewroken!’); hij stierf de volgende morgen |
|
1865-1869 |
Andrew Johnson [17] |
1808-1875 |
Democrat |
Tennessee |
Van 1853-1857 was hij
gouverneur van Tennessee, van 1857-1862 senator; hij bleef de Unie trouw,
waarop hij tot militair gouverneur van het uitgetreden Tennessee werd
benoemd; in 1864 stond hij kandidaat voor het vice-presidentschap onder
Lincoln, zodat hij hem na diens overlijden als president opvolgde; hij
streefde hij naar verzoening met het Zuiden; de Senaat bracht een
ontslagprocedure (impeachment) tegen hem op gang nadat hij op
onwettige wijze zijn minister van Oorlog Edwin Stanton had ontslagen; de
vereiste twee derde meerderheid der stemmen in deze procedure werd echter net
niet gehaald; zijn presidentschap was echter ernstig verzwakt |
|
1869-1873 |
Ulysses Simpson Grant [18] |
1822-1885 |
Republican |
Illinois |
Hij was als generaal
opperbevelhebber van de Noordelijke Staten in de Burgeroorlog; hij dwong de
Geconfedereerden tot capitulatie; hij werd wegens zijn militaire successen
kandidaat voor het presidentschap; hij versterkte het binnenlands bestuur (zo
stelde hij een ministerie van Justitie in), maar zijn naam werd geschaad door
financiële schandalen |
|
1873-1877 |
Ulysses Simpson Grant [18] |
1822-1885 |
Republican |
Illinois |
[Zie hiervoor] |
|
1877-1881 |
Rutherford Birchard Hayes [19] |
1822-1893 |
Republican |
Ohio |
Hij was jurist; van
1868-1872 was hij gouverneur van Ohio; na een onduidelijke verkiezingsuitslag
besliste een commissie waarin de Republikeinen een stem meer hadden in zijn
voordeel; tijdens zijn ambtsperiode, die zich kenmerkte door politieke rust,
kwam een eind aan de Reconstruction, het militaire herstel sinds de
Burgeroorlog; hij trad krachtig op tegen de corruptie in het bestuur,
gemeengoed geworden onder zijn voorganger; de muntwet van 1878 werd
aangenomen ondanks zijn veto |
|
1881 |
James Abram Garfield [20] |
1831-1881 |
Republican |
Ohio |
Hij was van 1862-1880
lid van het Huis van Afgevaardigden; hij werd met uiterst krappe meerderheid
tot president gekozen; hij was voorstander van protectionisme en van herstel
van het Zuiden; vier maanden na zijn ambtsaanvaarding werd hij op het station
van Washington DC door de werkloze spoorwegarbeider Charles Guiteau
neergeschoten; hij overleed drie maanden later; hij werd opgevolgd door
vice-president Arthur [21] |
|
1881-1885 |
|
1830-1886 |
Republican |
|
Hij werd president na
de moord op Garfield [20]; hij voerde een protectionistische politiek;
hij werd in 1884 niet tot presidentskandidaat gekozen |
|
1885-1889 |
[Stephen] Grover |
1837-1908 |
Democrat |
|
Hij was eerder onder
meer gouverneur van New York; hij won in 1884 de presidentsverkiezingen van
James Blaine; hij verloor door zijn herhaald gebruik van het vetorecht en
zijn pogingen protectionistische heffingen te verlagen, in 1888 de
verkiezingen van Harrison [23], die hij in 1892 weer versloeg |
|
1889-1893 |
Benjamin Harrison [23] |
1833-1901 |
Republican |
Indiana |
Hij voerde een
protectionistische en op handelsexpansie gerichte politiek en versterkte de
banden met Zuid-Amerika; dit leidde onder meer tot de eerste Pan-Amerikaanse
conferentie (Washington, 1889); onder zijn bewind kwam de eerste
anti-kartelwetgeving tot stand (de Sherman Antitrust Act) |
|
1893-1897 |
[Stephen] Grover |
1837-1908 |
Democrat |
|
Hij was eerder de 22e
president [zie hiervoor]; hij raakte na een succesvolle beginperiode veel
populariteit kwijt en zag af van een derde nominatie |
|
1897-1901 |
William McKinley [25] |
1843-1901 |
Republican |
Ohio |
Hij was voorstander
van protectionisme; hij werd te Buffalo doodgeschoten door een anarchist |
|
1901 |
William McKinley [25] |
1843-1901 |
Republican |
Ohio |
[Zie hiervoor] |
|
1901-1905 |
Theodore Roosevelt [26] |
1858-1919 |
Republican |
New York |
Hij was als
vice-president opvolger van McKinley [25]; hij vocht in 1898 als
aanvoerder van de Rough Riders (een door hem georganiseerd
vrijwilligersleger) in de Spaans-Amerikaanse oorlog; hij was van 1898-1901 gouverneur
van de staat New York; hij maakte als president een eind aan het
isolationisme en een begin met het imperialisme; hij deed veel voor het
behoud van natuurlijke hulpbronnen, levensmiddelenkeuring, spoorwegwetgeving;
hij verkondigde in 1904 de Roosevelt-corollary, een aanvulling op de
Monroeleer: de VS eigende zich het recht toe in Latijns Amerika te
interveniëren en als politiemacht op te treden onder het mom van een
eventuele Europese inmenging (Panamá, Haïti, Dominicaanse Republiek); hij
kreeg in 1906 de Nobelprijs voor de vrede wegens zijn geslaagde tussenkomst
in |
|
1905-1909 |
Theodore Roosevelt [26] |
1858-1919 |
Republican |
New York |
[Zie hiervoor] |
|
1909-1913 |
William Howard Taft [27] |
1857-1930 |
Republican |
Ohio |
Hij was jurist en van
1901-1904 gouverneur-generaal van de Filippijnen; van 1904-1908 was hij
minister van Oorlog; van 1921-1930 was hij opperrechter van het
hooggerechtshof |
|
1913-1917 |
[Thomas] Woodrow Wilson [28] |
1856-1924 |
Democrat |
|
Van 1890-1902 was hij
hoogleraar rechten en politieke economie en van 1902-1910 rector magnificus
te Princeton; van 1910-1912 was hij gouverneur van New Jersey; hij voerde als
president een progressieve binnenlandse politiek (New Freedom
genaamd): begin van sociale wetgeving, erkenning van vakbonden, invoering van
inkomstenbelasting, overheidstoezicht op het bankwezen; hij trachtte de
wereldvrede te bevorderen; de in een toespraak in 1918 geformuleerde
‘veertien punten van Wilson’ (onder meer zelfbeschikkingsrecht van volken en
afschaffing van geheime diplomatie) werden gedeeltelijk als grondslag genomen
voor de Volkenbond; ondertekening van het vredesakkoord en toetreding tot de
Volkenbond werden door de Senaat afgewezen; hij kreeg in 1919 de Nobelprijs
voor de vrede |
|
1917-1921 |
[Thomas] Woodrow Wilson [28] |
1856-1924 |
Democrat |
|
[Zie hiervoor] |
|
1921-1923 |
Warren Gamaliel Harding [29] |
1865-1923 |
Republican |
Ohio |
Hij bewerkte Amerika’s
afzijdigheid van de Volkenbond en riep de ontwapeningsconferentie van
Washington van 1921-1922 bijeen; tijdens zijn ambtsperiode waren er
corruptieschandalen, zoals het Teapot Dome-schandaal: oliereserves van
de Amerikaanse marine, onder meer bij Teapot Dome (Wyoming), waren op slinkse
wijze aan oliemaatschappijen toegeschoven; hij stierf onverwacht in San
Francisco, na een bezoek aan Alaska |
|
1923-1925 |
[John] Calvin Coolidge [30] |
1872-1933 |
Republican |
Massachusetts |
Hij was jurist; als
gouverneur van Massachusetts kreeg hij bekendheid door zijn krachtige
optreden tegen stakende politieambtenaren in Boston; als vice-president
volgde hij Harding [29] op; als overtuigd aanhanger van de laissez-faire-gedachte
onthield hij zich zoveel mogelijk van wetgevende arbeid en van ingrijpen op
economisch gebied; verder was zijn politiek gericht op een zo evenwichtig
mogelijke begroting; in 1929 weigerde hij zich herkiesbaar te stellen |
|
1925-1929 |
[John] Calvin Coolidge [30] |
1872-1933 |
Republican |
Massachusetts |
[Zie hiervoor] |
|
1929-1933 |
Herbert Clark Hoover [31] |
1874-1964 |
Republican |
California |
Hij was aanvankelijk
mijningenieur; van 1921-1928 was hij minister van Handel; het Hoover-moratorium
(1931-1932), volgens hetwelk betalingen op schulden van regeringen een jaar
werden opgeschort, leidde in 1932 tot de conferentie van Lausanne, waarop
Duitsland van zijn herstelbetalingen werd ontslagen |
|
1933-1937 |
|
1882-1945 |
Democrat |
|
Hij was jurist; van
1929-1933 was hij gouverneur van de staat New York; hij was bijzonder
populair bij het volk; zijn beleid is eerder te omschrijven als pragmatisch
dan als conservatief of progressief; hij trachtte via de New Deal de
economische crisis te overwinnen; hij zorgde na de deelname van de VS in
WO II tevens voor materiële ondersteuning van de bondgenoten (de Leen-
en pachtwet), en was de animator van de conferenties tussen Stalin, Churchill
en hemzelf |
|
1937-1941 |
|
1882-1945 |
Democrat |
|
[Zie hiervoor] |
|
1941-1945 |
Franklin Delano Roosevelt [32] |
1882-1945 |
Democrat |
|
[Zie hiervoor] |
|
1945 |
Franklin Delano Roosevelt [32] |
1882-1945 |
Democrat |
|
[Zie hiervoor]; hij
overleed in 1945 |
|
1945-1949 |
Harry S. Truman [33] |
1884-1972 |
Democrat |
Missouri |
Hij was van 1934-1944 senator;
van 1944-1945 was hij vice-president en als zodanig opvolger van
Roosevelt [32]; hij besloot tot het gebruik van de atoombom tegen Japan
aan het eind van WO II; tijdens zijn regering werden de VN en de NAVO
opgericht en vond de Korea-oorlog plaats; zijn gedrag heeft bijgedragen tot
een verslechtering van de betrekkingen tussen de VS en de SU, maar hij kan
niet als aanstichter van de Koude Oorlog worden aangewezen; via zijn
Truman-doctrine (1947): indamming van het communisme via ingrijpen in landen
waar het communisme opleeft, gecombineerd met de Marshall-hulp (economische
hulp aan Europa) werd een anti-SU politiek gevoerd; op binnenlands terrein
mislukte zijn Fair Deal-programma: consolidatie en uitbreiding van de
verworvenheden van de New Deal; tijdens zijn ambtsperiode kreeg
de opportunist Joseph McCarthy (1908-1957) de kans om vrijwel iedereen met
linkse sympathieën als staatsgevaarlijk te bestempelen |
|
1949-1953 |
Harry S. Truman [33] |
1884-1972 |
Democrat |
Missouri |
[Zie hiervoor]; tegen de
verwachting in werd hij herkozen; in 1953 stelde hij zich niet herverkiesbaar |
|
1953-1957 |
Dwight David Eisenhower [34] |
1890-1969 |
Republican |
New York |
Hij was in WO II als generaal opperbevelhebber van de
geallieerde troepen in Europa; hij was de hoogste bevelhebber bij de invasie
in Noord-Afrika in 1942 en de invasie in Normandië in 1944; in 1950 werd hij
de eerste opperbevelhebber van de NAVO; hij was geen keiharde conservatief;
zijn minister van Buitenlandse Zaken, John Foster Dulles, sprak voortdurend
heel ferme taal, maar in de praktijk bleek dit allemaal erg mee te vallen; de
spectaculaire welvaartsgroei die al in de jaren veertig begonnen was, zette
zich tijdens zijn presidentschap voort, zij het zo nu en dan onderbroken door
een teruggang |
|
1957-1961 |
Dwight David Eisenhower [34] |
1890-1969 |
Republican |
New York |
[Zie hiervoor] |
|
1961-1963 |
John Fitzgerald Kennedy [35] |
1917-1963 |
Democrat |
Massachusetts |
Hij was van 1952-1960 senator
voor Massachusetts; hij was de eerste rooms-katholieke president; hij was het
symbool van het Amerikaanse zelfvertrouwen; in 1960 mislukte de door de CIA
georganiseerde landing in de Varkensbaai van tegen Castro gekante Cubanen;
hij breidde de niet-nucleaire bewapening uit, alsmede het aantal Amerikaanse
‘adviseurs’ in Vietnam; zijn hervormingen op het gebied van de sociale
verzekeringen werden weggestemd door het Congres; hij behaalde in 1962 een
overwinning op Chroesjtsjov inzake de installatie van Russische raketten op
Cuba en tekende met deze in 1963 een verdrag dat het houden van kernproeven
in de atmosfeer verbood; hij werd op 22.11.1963 doodgeschoten te Dallas
(Texas); de hiervan beschuldigde Lee Harvey Oswald werd enkele dagen later
vermoord |
|
1963-1965 |
Lyndon Baines Johnson [36] |
1908-1973 |
Democrat |
|
Hij begon zijn
carrière als onderwijzer; in 1931 ging hij naar Washington als secretaris van
een ultraconservatief lid van het Huis van Afgevaardigden voor Texas; hij zelf
was in deze jaren een vurig aanhanger van Roosevelt [32]; hij werd in
1935 directeur van de National Youth Administration (een New Deal-programma
voor werkloze jongeren) in Texas; in 1938 werd hij gekozen tot lid van het
Huis van Afgevaardigden; hier maakte hij veel bekenden, die hij inpalmde (Johnson
treatment); in 1948 werd hij senator; hier ontwikkelde hij zijn gaven als
politiek tacticus en geslepen compromissenmaker ten volle; als vice-president
werd hij Kennedy’s opvolger; hij toonde zich een goed beheerder van Kennedy’s
erfenis; diens ambitieuze wetgevende programma kreeg hij snel aangenomen |
|
1965-1969 |
Lyndon Baines Johnson [36] |
1908-1973 |
Democrat |
|
Tijdens de verkiezingen
van 1964 verpletterde hij de ultraconservatieve Republikeinse kandidaat Barry
Morris Goldwater (1909-); tijdens de campagne presenteerde hij een
spectaculair pakket sociale maatregelen: de Great Society; in 1968
vochten 500.000 Amerikanen in Zuid-Vietnam en werden grote delen van
Indo-China dag in dag uit zwaar gebombardeerd; succes bleef echter uit; ook
zijn Great Society mislukte, omdat de gelden ervoor waren opgeslokt
door de oorlog; vanwege de Vietnam-oorlog bestond veel verzet tegen hem, zodat
hij niet meedeed aan de volgende verkiezingen |
|
1969-1973 |
Richard Milhous Nixon [37] |
1913-1994 |
Republican |
|
Hij werd in 1937
advocaat; in 1946 werd hij lid van het Huis van Afgevaardigden; in 1950 werd hij
senator voor Californië en in 1952 vice-president onder Eisenhower; tijdens
de voorafgaande verkiezingscampagne werd onthuld dat hij geld ontvangen had
uit een geheim fonds, maar met de Checkers speech verdedigde hij zich
succesvol; na 1960 werd hij weer advocaat; in 1968 werd hij gekozen tot
president; hij ontwikkelde met zijn adviseur voor buitenlandse zaken Henry
Kissinger de Nixon-doctrine', inhoudende dat de bondgenoten van de VS
zelf voor hun defensie zouden moeten zorgen, zij het met Amerikaanse financiële
steun en wapens; in 1972 was hij de eerste Amerikaanse president die de
Chinese Volksrepubliek bezocht |
|
1973-1974 |
Richard Milhous Nixon [37] |
1913-1994 |
Republican |
California |
In 1972 werd hij met grote
meerderheid herkozen; op 17.06.1972 braken vijf man van het Comité voor de
Herverkiezing van de President (afgekort CREEP) in bij het hoofdkwartier van
het Democratisch Nationaal Comité in het Watergate-gebouw; terwijl zij
afluisterapparatuur aanbrachten werden zij betrapt en gearresteerd; nog vóór
de presidentsverkiezingen kwam aan het licht dat het CREEP op illegale wijze
fondsen had geworven en dat van dat illegale geld de inbrekers waren betaald,
maar tijdens de verkiezingen beschouwden de meeste Amerikanen de inbraak nog
als onbetekenend; nadat er meer gegevens over de inbraak en andere politieke
sabotagedaden aan het licht waren gekomen werd een speciale aanklager
aangesteld; op 16.07.1973 onthulde Alexander P. Butterfield (1926-), een van
Nixons stafmedewerkers, dat Nixon gedurende zijn presidentsperiode alle
gesprekken die hij in zijn werkkamers had gevoerd, op geluidsbanden had laten
opnemen; op 05.08.1973 gaf Nixon toe dat de bandjes aantoonden dat hij al op
23.06.1972 van de inbraak op de hoogte was en ermee akkoord was gegaan; op
08.08.1974 maakte hij bekend dat hij de volgende dag zou aftreden; zijn
opvolger verleende hem vrijwaring van strafvervolging |
|
1974-1977 |
Gerald Rudolph Ford Jr. [38] |
1913-2006 |
Republican |
Michigan |
Hij werd geboren als
Leslie King Jr., maar na echtscheiding van zijn ouders kreeg hij de naam
van zijn stiefvader; in 1941 werd hij advocaat; in 1948 werd hij lid van het
Huis van Afgevaardigden; hij werd sterk beïnvloed door de calvinistische
levensbeschouwing, maar behoorde tot de Anglicaanse Kerk; in 1963 werd hij
voorzitter van de House Republican Conference; in 1965 werd hij minority
leader in het Huis; op 06.12.1973 werd hij vice-president; hij liet bij
zijn aanstelling doorschemeren dat hij Nixon inzake de Watergate-affaire niet
van strafrechtelijke vervolging vrij zou stellen; op 09.08.1974 werd hij ten
gevolge van Nixons ontslag president; toen hij Nixon op 08.09.1974
onvoorwaardelijke vrijwaring van strafvervolging verleende daalde zijn
populariteit; hij beschouwde het hoge niveau van de inflatie als ‘volksvijand
nummer een’; zijn inflatiebeleid was echter niet doeltreffend; in het
voorjaar van 1975 werden de oorlogen in Vietnam en Cambodja beëindigd met een
nederlaag voor de Amerikanen, doordat het Congres hardnekkig weigerde om door
Ford gevraagde gelden voor de oorlogvoering beschikbaar te stellen |
|
1977-1981 |
James [‘Jimmy’] Earl Carter Jr. [39] |
1924- |
Democrat |
|
Hij begon zijn
carrière bij de marine, waar hij een opleiding volgde tot kernfysisch
ingenieur; hij keerde in 1953 terug naar het landbouwbedrijf (pindateelt) van
zijn ouders, dat hij tot grote bloei bracht; hij werd in 1962 Senator en was
van 1970-1974 gouverneur van Georgia; tijdens zijn presidentschap legde hij
nadruk op de mensenrechten (hierdoor ontstond wrijving met de Sovjet-Unie);
hij bewerkstelligde de akkoorden van Camp David tussen Egypte en
Israël; hij zocht toenadering tot China; hij zorgde voor ratificering van
SALT II (een kernwapenverdrag); in 1994 trad drie maal op als
bemiddelaar namens de Amerikaanse regering: hij bracht een akkoord tot stand
met Noord-Korea over toezicht op de kerncentrales van dat land; in Haïti wist
hij het militaire bewind te weerhouden van verzet tegen de Amerikaanse
invasietroepen; ten slotte droeg hij ertoe bij dat een bestand tot stand kwam
tussen Bosnische regeringstroepen en Bosnische Serviërs |
|
1981-1985 |
Ronald Wilson Reagan [40] |
1911-2004 |
Republican |
California |
Hij was van 1932-1937
sportverslaggever bij de radio en speelde van 1937-1966 doorgaans sportieve,
vriendelijke rollen in 53 films; hij acteerde tevens in vele
tv-producties en was van 1947-1952 en in 1959 voorzitter van de vakvereniging
voor filmacteurs; van 1967-1974 was hij gouverneur van Californië; in 1980
behaalde hij een grote overwinning op Carter; hij loste snel veel beloftes
in: forse bezuiniging op de overheidsuitgaven, gunstige belastingmaatregelen
voor de welgestelden, opvoering van de bewapening en een meer polariserende
houding jegens de Sovjet-Unie; na een aanslag op zijn leven op 30.03.1981 won
hij aan populariteit; na zijn presidentschap trok hij zich terug op zijn
ranch in California; in 1994 werd bekend dat hij leed aan de ziekte van Alzheimer |
|
1985-1989 |
Ronald Wilson Reagan [40] |
1911-2004 |
Republican |
|
[Zie hiervoor] |
|
1989-1993 |
George Herbert Walker Bush [41] |
1924- |
Republican |
Texas |
Hij was 1970-1976
actief in de diplomatieke dienst (onder meer als ambassadeur bij de VN);
1976-1977 was hij directeur van de CIA; hij was onder Reagan diens
vice-president; tijdens zijn presidentschap vond de Golfoorlog met Irak
plaats |
|
1993-1997 |
William [‘Bill’] Jefferson Clinton [42] |
1946- |
Democrat |
Arkansas |
Hij is jurist en was
aanvankelijk onder meer als universiteitsdocent werkzaam, in 1978 werd hij
gouverneur van Arkansas (de jongste gouverneur die het land ooit had gekend);
in 1980 verloor hij de gouverneursverkiezingen, maar in 1983 keerde hij terug
als gouverneur; in 1992 werd hij de presidentskandidaat voor de Democraten,
ondanks het feit dat zijn imago tijdens zijn campagne werd aangetast toen ene
Jennifer Flowers beweerde jarenlang een buitenechtelijke relatie met hem te
hebben gehad; in zijn eerste regeringsjaar als president riepen zijn plannen
veel weerstand op; medio 1994 werd zijn positie ondermijnd door een onderzoek
naar financiële transacties uit zijn tijd als gouverneur (de Whitewater-affaire);
in 1998 moest hij toegeven een affaire te hebben gehad met de stagiaire
Monica Lewinsky, nadat hij dit eerst had ontkend; daarom volgde in januari
1999 een impeachment-procedure; een maand later moest deze procedure worden
gestaakt |
|
1997-2001 |
William [‘Bill’] Jefferson Clinton [42] |
1946- |
Democrat |
Arkansas |
[Zie hiervoor] |
|
2001-2005 |
George Walker Bush [43] |
1946- |
Republican |
Texas |
Zoon van
Bush [41]; hij werd president na zeer rommelig verlopen verkiezingen;
hoewel hij ongeveer twee miljoen stemmen minder had dan zijn tegenstander Al
Gore (Clintons vice-president) werd hem na ruim een maand procederen het
presidentschap gegund; op |
|
2005-2009 |
George Walker Bush [43] |
1946- |
Republican |
Texas |
[Zie hiervoor] |
|
2009- |
Barack Hussein Obama |
1961- |
Democrat |
Illinois |
Zoon van een Keniaanse
vader en een Amerikaanse moeder; bij de presidentsverkiezingen van |
v Voor
een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van Amerika zie men Outline of
American History.
v De
officiële website van het Witte Huis is http://www.whitehouse.gov/history/presidents.
Hierop vindt u uitgebreide levensbeschrijvingen van de Amerikaanse presidenten
en hun echtgenotes.
|
index – © Dirk
van Duijvenbode, Katwijk aan Zee (NL) – Laatste wijziging: |