Op deze bladzijde treft u informatie aan over juridische zaken. In het bijzonder betreft het notariële onderwerpen, zoals testamenten, huwelijkse voorwaarden en nalatenschappen. Ook treft u links aan naar andere websites met juridische informatie.
v Erfrecht
U heeft misschien wel eens vernomen dat het Nederlandse
erfrecht per 1 januari 2003 is gewijzigd. Welke gevolgen het nieuwe
erfrecht voor u heeft hangt van uw situatie af. De verschillen zijn het grootst
voor mensen met kinderen. Als u kinderen heeft was het tot dan toe belangrijk
om een zogenaamd langstlevende-testament te hebben. Door de invoering
van het nieuwe erfrecht is de noodzaak minder groot geworden om in een
dergelijke situatie een testament te hebben, aangezien het nieuwe erfrecht de
langstlevende echtgenoot beter beschermt tegen aanspraken van kinderen. Toch
kan het verstandig zijn om nog een testament te maken, onder meer uit fiscaal
oogpunt. Om dit laatste duidelijk te maken moet een vergelijking worden gemaakt
tussen het langstlevende-testament en het nieuwe erfrecht. In een langstlevende-testament
werden de kinderen niet onterfd, maar kregen zij een vordering op de
langstlevende ouder ter grootte van hun erfdeel. Volgens het testament wordt
deze vordering (in beginsel) pas opeisbaar als de langstlevende ouder
overlijdt. Tot dit punt gaat het nieuwe erfrecht gelijk op met het
langstlevende-testament. Het verschil is echter dat volgens het nieuwe erfrecht
nauwelijks of geen rente groeit over de vordering van de kinderen, terwijl in
een langstlevende-testament over het algemeen een vaste rente van 6% werd
opgenomen. Deze rente zorgt ervoor dat de vordering van de kinderen elk jaar
groter wordt, waardoor het vermogen van de langstlevende ouder (ongemerkt) elk
jaar kleiner wordt. Hierdoor betalen de kinderen na het overlijden van de langstlevende
ouder minder belasting over diens nalatenschap. Doordat de rente bij leven niet
behoeft te worden betaald merkt de langstlevende ouder niets van de
vermogensvermindering. Als u wilt dat uw kinderen later van dit rente-effect
profiteren kunt u een testament laten opmaken waarin u vastlegt dat over de
vorderingen van de kinderen een hogere rente groeit dan de wet aangeeft.
Ook belangrijk is dat u in een testament een zogenaamde uitsluitingsclausule
kunt opnemen (schertsend ook wel “anti-schoonzoon-clausule” genoemd), die er
voor zorgt dat het geërfde uitsluitend uw eigen kinderen ten goede komt, en
niet de “aangetrouwde kant”. Deze clausule kan veel leed voorkomen. Normaal
gesproken valt een erfenis in een gemeenschap van goederen waarin de erfgenaam
is gehuwd (of ooit gaat huwen). Meestal is dit geen probleem, maar als de
erfgenaam ten tijde van het overlijden juist in echtscheiding lag zal deze het
heel onplezierig vinden als hij de helft van zijn erfenis moet afdragen aan
zijn aanstaande “ex”. De uitsluitingsclausule voorkomt dit; de erfenis is
en blijft geheel voor uw eigen kind.
Als u gehuwd bent maar geen kinderen heeft blijft het van
belang om een testament te maken. Niet zo zeer voor de situatie dat de eerste
van u overlijdt (volgens de wet is de langstlevende van u dan enig erfgenaam,
hetgeen meestal ook de bedoeling is), als wel voor de situatie dat de tweede
van u overlijdt. De wet regelt voor dat geval namelijk dat het gehele vermogen
naar de familie van de langstlevende gaat. De familie van de echtgenoot die als
eerste overleed krijgt dus niets. Als u dit anders wilt regelen moet u een
testament maken.
Ook wanneer u ongehuwd samenwoont is het van groot belang
dat u iets regelt. Regelt u niets, dan zijn bij het overlijden van één van de
partners diens familieleden (vader, moeder, broers en zusters) erfgenaam. Dat
was al zo onder het oude erfrecht, en in het nieuwe erfrecht is dat niet
anders. Wilt u dat bij uw overlijden uw partner uw bezittingen verkrijgt dat
kunt u dit regelen bij testament. Ook is het mogelijk om bij
samenlevingsovereenkomst een regeling te treffen. In een dergelijke
overeenkomst kan u namelijk een verblijvensbeding opnemen, dat ervoor
zorgt dat bij het overlijden van de ene partner de andere partner alle
gemeenschappelijke spullen krijgt. Spullen die niet gemeenschappelijk zijn
vallen overigens niet onder zo’n beding, zodat deze alsnog door de familieleden
van de overledene worden geërfd. Als u dit wilt voorkomen moet u naast de
samenlevingsovereenkomst (allebei) nog een testament maken. Ook als u als
ongehuwde partners een of meer kinderen heeft is het belangrijk dat u (naast
het verblijvensbeding) een testament maakt, omdat u in een testament kunt
vastleggen dat de aanspraken van de kinderen moeten wijken voor de aanspraken
van de langstlevende partner op grond van het verblijvensbeding. (Let wel: vóór
1 januari 2003 was een dergelijk testament naast een verblijvensbeding
niet nodig. Deze regelingen worden thans “gered” door het overgangsrecht.)
De afwikkeling van een nalatenschap kan soms lang duren.
Gemiddeld duurt het een jaar. Het kan echter ook aanzienlijk langer of juist
korter duren. De volgende factoren kunnen hierbij van belang zijn:
- De omvang en de samenstelling van het vermogen.
Zijn er veel rekeningen, aandelen, onroerend goed en dergelijke of is er
misschien wel vermogen in het buitenland?
- Het aantal erfgenamen. Van iedere erfgenaam moeten
de personalia worden gecontroleerd. Bovendien zijn er handelingen waarvoor
iedere erfgenaam moeten tekenen. Daarom geldt: hoe meer erfgenamen er zijn, hoe
langer de afwikkeling zal duren.
- Zijn er mensen vooroverleden? Als een potentiële
erfgenaam is vooroverleden dan zal de notaris moeten nagaan of deze persoon
kinderen heeft achtergelaten. Dit moet hij nagaan bij de gemeente waar de
betrokkene het laatst woonde. Doordat de notaris hierbij afhankelijk is van de
vraag hoe snel deze gemeente reageert kan dit soms lang duren.
- Bijzondere omstandigheden. Hierbij kunt u denken
aan onenigheid tussen de erfgenamen, maar ook aan een erfgenaam die in het
buitenland woont of een erfgenaam die wegens een geestelijke stoornis onder
curatele is gesteld of waarvoor een bewind moet worden aangevraagd.
In de afwikkeling kunnen drie stappen worden onderscheiden,
te weten:
1. De verklaring van erfrecht. Dit is een
officieel document dat door een notaris wordt afgegeven. Het vermeldt dat
iemand is overleden, wie de erfgenamen zijn en wie namens de erfgenamen kan
optreden. Dit document is met name van belang voor banken, die aan de hand
hiervan kunnen beoordelen of ze het geld van de overledene veilig kunnen
uitkeren aan degene die voor het loket staat. Zonder zo’n document zou de bank
het risico lopen dat ze het geld van de overledene aan de verkeerde persoon
uitkeert (bij voorbeeld aan iemand die beweert erfgenaam te zijn, maar het
eigenlijk helemaal niet is).
2. De aangifte voor het successierecht. Als je
geld erft moet je daarover belasting betalen. Deze belasting heet successierecht.
Om te kunnen beoordelen of in een bepaalde nalatenschap successierecht moet
worden betaald, en zo ja: hoeveel, moeten de erfgenamen binnen acht maanden na
het overlijden aangifte doen bij de belastingdienst. Meestal doet de notaris
dit namens hen. Soms ziet de belastingdienst zelf al dat er geen successierecht
behoeft te worden betaald, omdat er per erfgenaam minder wordt geërfd dan het
vrijgestelde bedrag. De belastingdienst stuurt dan een bericht dat geen
aangifte behoeft te worden gedaan. Het kan zijn dat de belastingdienst zich
hierbij vergist (dit komt zelfs vrij vaak voor!). U moet dan als erfgenaam
toch, spontaan, aangifte doen, ondanks het feit dat de belastingdienst u had
bericht dat dit niet hoefde. Overigens kan een echtgenoot behoorlijk veel erven
zonder dat daarover belasting behoeft te worden betaald: zijn vrijstelling
bedraagt € 523.667. De vrijstelling van kinderen is aanzienlijk lager,
namelijk € 10.150 per kind (op voorwaarde dat per kind niet meer wordt
geërfd dan € 26.852). De meeste andere erfgenamen hebben een vrijstelling
van € 1.942 per persoon. De genoemde bedragen zijn van toepassing wanneer
het overlijden heeft plaatsgevonden in het jaar 2008. Elk jaar worden de
bedragen aangepast aan de inflatie.
3. De akte van verdeling. Als eenmaal duidelijk
is hoeveel er aan successierecht moet worden betaald (of dat er geen
successierecht behoeft te worden betaald) kan de nalatenschap worden verdeeld
tussen de erfgenamen. Als de nalatenschap niet ingewikkeld is en er alleen maar
geld valt te verdelen dan kunnen de erfgenamen besluiten om de nalatenschap
zelf, in onderling overleg, te verdelen. Dit kan echter niet als er sprake is
van een minderjarige of een onder curatele gestelde erfgenaam. In dat geval kan
de nalatenschap alleen bij notariële akte worden verdeeld. Ook als de zaak wat
ingewikkelder is of als er onroerend goed bij is betrokken zal de verdeling bij
notariële akte geschieden. De notaris zal in dat geval een ontwerp voor de
akte opstellen en dit ontwerp (vaak tezamen met een volmacht) naar de
erfgenamen toesturen. Als dezen akkoord gaan met het ontwerp kan de akte worden
ondertekend en is de nalatenschap afgewikkeld.
Wat velen niet weten is dat er ook een akte van verdeling
moet worden opgesteld als er een zogenaamd langstlevende-testament is.
Weliswaar is op grond zo’n het testament alles eigendom geworden van de
langstlevende ouder, maar de kinderen hebben ook iets geërfd, namelijk een
vordering op hun langstlevende ouder ter grootte van hun kindsdeel. Als later
de tweede ouder overlijdt is het belangrijk als destijds was vastgesteld hoe
hoog deze vorderingen van de kinderen waren, omdat over dit gedeelte van de
nalatenschap geen belasting meer behoeft te worden betaald.
Als u trouwt en verder niets regelt dan trouwt u in
“gemeenschap van goederen”. Dit betekent dat alle bezittingen en alle
schulden die vóór het huwelijk bestaan na de huwelijksvoltrekking volstrekt
automatisch aan de beide echtgenoten gaan toebehoren, ieder voor de helft. Een
eenvoudig voorbeeld: u bezit zelf een miljoen euro. U trouwt met iemand
die niets bezit. Uw enkele ja-woord zal u een half miljoen euro kosten; die is
eigendom geworden van uw nieuwe echtgenoot. Dit is natuurlijk een wat extreem
voorbeeld, maar u begrijpt dat het verstandig kan zijn om iets te regelen als u
in het huwelijk treedt en er een belangrijk verschil bestaat (of kan ontstaan)
tussen de omvang van de vermogens van de beide echtgenoten. In een akte van
huwelijkse voorwaarden kunt u afspreken dat ieder het zijne houdt.
Ook als één van de echtgenoten of beide echtgenoten een
eigen zaak hebben kunnen huwelijkse voorwaarden van belang zijn. Als u in
gemeenschap van goederen bent gehuwd kunnen schuldeisers (ook zakelijke
schuldeisers) zich verhalen op uw gehele vermogen (dus niet slechts op
de helft die aan de ondernemende echtgenoot toebehoort!). Als u op huwelijkse
voorwaarden bent gehuwd kunnen schuldeisers zich slechts verhalen op het
vermogen van de ondernemende echtgenoot, maar niet op het vermogen van de
andere echtgenoot. Let u er wel op dat huwelijkse voorwaarden niet in alle
gevallen bescherming kunnen bieden. Iets dat in de praktijk heel vaak voorkomt
is dat de ondernemende echtgenoot geld leent van de bank en dat de andere
echtgenoot ‘meetekent’. Als u eenmaal heeft meegetekend voor de schuld dan zal
de bank zich kunnen verhalen op het vermogen van de beide echtgenoten.
Hiertegen kunnen huwelijkse voorwaarden geen uitkomst bieden!
Huwelijkse voorwaarden kunnen overigens ook tijdens het
huwelijk worden gemaakt (of gewijzigd). Wel zijn er dan aanzienlijk hogere
kosten aan verbonden, omdat u in dat geval toestemming van de Rechtbank moet
hebben. Dit kost griffierecht. Bovendien kan de Rechtbank verlangen dat er
advertenties worden geplaatst waarin het maken of wijzigen van de huwelijkse
voorwaarden wordt bekendgemaakt. U kunt deze rompslomp voorkomen door de
huwelijkse voorwaarden gewoon vóór de huwelijksvoltrekking te maken. In dat
laatste geval kunt u volstaan met de ondertekening van een akte van huwelijkse
voorwaarden bij de notaris.
Een groeiend aantal huwelijken wordt niet ontbonden door het
overlijden van een van de echtgenoten, maar door echtscheiding. Voor
echtscheiding zijn in de loop der jaren de eisen steeds lichter gemaakt.
Vroeger was een procedure vereist waarbij de ene echtgenoot de andere
echtgenoot beschuldigde van overspel. Daardoor kwam het geregeld voor dat
echtgenoten elkander van overspel betichtten terwijl zij beiden heel goed
wisten dat dit niet had plaatsgevonden. Men sprak van “de grote leugen”.
Tegenwoordig is echtscheiding bijna steeds louter een administratieve
procedure, waarbij het voldoende is dat een van de echtgenoten beweert dat het
huwelijk duurzaam is ontwricht. Op grond van deze enkele bewering moet de
rechter de echtscheiding uitspreken. Het huwelijk is overigens pas echt
ontbonden als een afschrift van de beschikking van de Rechtbank is ingeschreven
bij de Burgerlijke Stand. Dit betekent dat de echtgenoten na de
rechterlijke uitspraak maar voor de inschrijving hiervan bij de
Burgerlijke Stand nog gewoon met elkander zijn gehuwd.
Als de echtgenoten in gemeenschap van goederen waren gehuwd
moet de gemeenschap na de echtscheiding worden verdeeld. De aanzet hiertoe
wordt meestal gemaakt in een zogenaamd echtscheidingsconvenant, dat over
het algemeen door de advocaat wordt opgesteld. Zo’n convenant bevat, naast de
voorgenomen verdeling van de gemeenschappelijke bezittingen (en schulden),
regelingen over het pensioen, de eventuele alimentatie en de opvoeding van de
kinderen.
Als er sprake is van een eigen woning en deze wordt
overgenomen door één van de ex-echtgenoten, moet er een notariële akte van
verdeling worden gemaakt. Deze verdeling kan pas worden ondertekend als de
echtscheidingsbeschikking is ingeschreven bij de Burgerlijke Stand. Bovendien
zal de hypotheekbank een verklaring moeten afgeven waaruit blijkt dat de bank
de echtgenoot die de woning verlaat niet meer zal aanspreken op grond van de
hypotheekschuld. Dit wordt een ontslag uit de hoofdelijkheid of ook wel
een ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid genoemd. Zonder een
dergelijke verklaring zou de vertrekkende echtgenoot het risico lopen om, na de
helft van de woning te hebben overgedragen, alsnog te worden aangesproken voor
de (gehele!) hypotheekschuld. Verder moet de echtgenoot die de woning overneemt
de andere echtgenoot uitkopen (tenzij de hypotheekschuld even hoog is als de
waarde van de woning). De notaris moet ervoor zorgdragen dat de akte van
verdeling pas wordt ondertekend nadat het ontslag uit de hoofdelijkheid en het
uit te keren geldbedrag ontvangen zijn.
Als de echtgenoten op huwelijkse voorwaarden waren gehuwd
zal na de echtscheiding vaak ook een akte van verdeling moeten worden
opgesteld, bij voorbeeld ter verdeling van een gemeenschappelijke woning. Bij
huwelijkse voorwaarden is het meestal mogelijk om de akte van verdeling al te
ondertekenen vóórdat de echtscheiding officieel is uitgesproken. Of dit
inderdaad zo is hangt af van de inhoud van de huwelijkse voorwaarden.
Bij echtscheiding is het vaak nodig om een testament te
maken (of te wijzigen). Tijdens de echtscheidingsprocedure moet de echtgenoot
uitdrukkelijk worden uitgesloten als erfgenaam. Na de echtscheiding moet het
testament een regeling bevatten die ervoor zorgt dat de ex-echtgenoten niet via
een omweg (namelijk via de gemeenschappelijke kinderen) van elkander erven. Een
dergelijke regeling heet fidei-commis de residuo ofwel erfstelling
over de hand.
Tot 1 september 2003 kon een woning louter op grond van een mondelinge overeenkomst rechtsgeldig worden gekocht. Zodra mondeling overeenstemming was bereikt over de prijs was de koopovereenkomst definitief gesloten. De vaak gehoorde bewering dat “mondeling” niet bindend was, was dus onjuist. Iets anders was dat een mondelinge afspraak vaak moeilijk te bewijzen was. Als de wederpartij ontkende dat er een overeenkomst was gesloten, en er waren ook geen getuigen van de mondelinge overeenstemming, dan kon het bestaan van de overeenkomst niet worden bewezen. Om die reden werd voor 1 september 2003 bijna altijd al een schriftelijke overeenkomst opgesteld. Sinds deze datum kent de wet alleen nog de schriftelijke koop van een woning.
Meestal wordt de koopovereenkomst opgesteld door de
makelaar. Dit stuk wordt vaak het voorlopig koopcontract genoemd. Het
woordje “voorlopig” wekt de indruk dat de ondertekenaars ervan er nog niet
definitief aan vast zouden zitten. Dat is echter niet helemaal juist. De
verkoper is meteen na ondertekening gebonden aan de afspraken. De koper krijgt
nog drie (werk)dagen bedenktijd vanaf de ondertekening, maar is daarna ook
definitief gebonden aan de afspraken. De reden waarom het contract “voorlopig”
wordt genoemd is gelegen in het feit dat de koper door ondertekening ervan nog
niet eigenaar van de woning wordt. Om de koper eigenaar te maken is nog een
andere akte nodig, namelijk een door de notaris opgemaakte akte van levering
(ook wel: transportakte). Het ondertekenen van deze akte wordt het
“overtekenen” van de woning genoemd. Maar zelfs na ondertekening van deze akte
is de koper nog geen eigenaar. Pas nadat een afschrift van de ondertekende akte
bij het kadaster is ingeschreven is het eigendomsrecht van de woning overgegaan
van de verkoper op de koper. Het inschrijven van het afschrift gebeurt over het
algemeen de dag na de ondertekening van de akte van levering. Enkele weken na
de inschrijving stuurt het kadaster een bericht naar de oude en naar de nieuwe
eigenaar, zodat beiden kunnen controleren of het kadaster de overdracht goed
heeft verwerkt.
Kort gezegd: in het voorlopig koopcontract belooft de
verkoper om de koper eigenaar te zullen maken van de woning, terwijl de koper
belooft de koopsom te zullen betalen. Door ondertekening van de akte van
levering bij de notaris wordt geeft de verkoper uitvoering aan zijn belofte om
de koper eigenaar te maken. Bij deze gelegenheid wordt meteen de koopsom
voldaan, waarmee de koper zijn belofte inlost.
Om veiligheidsredenen geschiedt het betalen van de koopsom
via de rekening van de notaris. In de akte van levering geeft de verkoper
namelijk kwitantie (kwijting) voor de ontvangst van de koopsom. Dit is het
“betaalbewijs” voor de koper. De verkoper kan deze kwitantie natuurlijk alleen
geven als het geld inderdaad is gestort. Daarom moet het geld op het moment van
het ondertekenen van de akte van levering op de rekening van de notaris staan.
Het geld mag echter pas naar de verkoper worden overgemaakt als de koper
eigenaar is geworden. Zoals gezegd gebeurt dit pas ná inschrijving van een
afschrift van de akte van levering bij het kadaster, dus één of twee dagen na
de ondertekening van de akte. Pas als de koper door de inschrijving eigenaar is
geworden mag het geld worden overgemaakt naar de verkoper. In de tussentijd
staat de koopsom veilig geparkeerd op neutraal terrein, namelijk op de rekening
van de notaris. Deze handelswijze biedt dus enerzijds een waarborg voor de
verkoper (de akte van levering wordt niet ondertekend als de koopsom er niet
is), maar anderzijds ook voor de koper (de koopsom wordt niet naar de verkoper
overgemaakt zolang de koper geen eigenaar is).
Een woning is over het algemeen de duurste aankoop van uw
leven. Daarom zult u, tenzij u erg rijk bent, voor deze aankoop geld moeten
lenen. Dit zult u bij een bank (of andere financiële instelling) doen. Omdat
het doorgaans om erg hoge bedragen gaat, zal de bank graag zekerheid krijgen
dat u het geleende bedrag ooit weer terugbetaalt. Die zekerheid krijgt de bank
in de vorm van een hypotheekrecht. Dit hypotheekrecht geeft de bank de
bevoegdheid om, als u niet aan uw verplichtingen voldoet, uw woning te verkopen
aan een derde. Uit de verkoopopbrengst kan de bank uw schuld voldoen. Hetgeen
daarna eventueel overschiet van de koopsom is voor u. Het vervelende voor u is
dat een woning bij zo’n executieverkoop meestal niet veel opbrengt.
Bovendien moeten uit de opbrengst ook nog alle kosten worden voldaan die met de
verkoop zijn gemoeid (onder meer advertentiekosten en notariskosten), zodat er
bijna nooit iets overschiet.
Omdat het verlenen van een hypotheekrecht zulke ingrijpende
gevolgen voor u kan hebben schrijft de wet voor dat een hypotheekrecht alleen
kan worden gevestigd door de ondertekening van een notariële akte (gevolgd door
de inschrijving van een afschrift van deze akte bij het kadaster). Veel mensen
vinden dit vervelend, aangezien ze daardoor niet alleen provisie aan de bank
moeten betalen (meestal 1% van het geleende bedrag), maar bovendien honorarium
aan de notaris. De hoogte van dit honorarium hangt af van het geleende bedrag,
maar vaak schommelt dit tussen de driehonderd en de zeshonderd euro. De
inschakeling van een notaris heeft echter ook voordelen. In de eerste plaats
gaat de notaris na of de woning wel op uw naam staat. Dit lijkt voor de hand
liggend, maar is dat toch niet. Als bij voorbeeld enkele jaren geleden uw
echtgenoot is overleden kan het zijn dat de woning (deels) eigendom van de
kinderen is geworden. Zij zullen dan moeten meewerken aan de
hypotheekverlening. Ook na echtscheiding wordt wel eens verzuimd om de woning
op naam te zetten van de ex-echtgenoot die de woning heeft overgenomen. Zo zijn
er nog veel meer mogelijkheden te noemen waardoor een woning niet op naam
blijkt te staan van degene die zich als eigenaar beschouwt. Doordat de notaris
een onderzoek uitvoert naar de tenaamstelling van de woning kan de bank erop
vertrouwen dat het hypotheekrecht door de juiste persoon wordt verleend. Door
deze zekerheid zullen banken eerder genegen zijn om geld uit te lenen.
Bovendien kunnen zij, doordat zij minder risico lopen, een lager
rentepercentage voor de lening vragen. Een tweede voordeel van het (verplichte)
inschakelen van de notaris is dat hij als onpartijdig persoon de inhoud van de
hypotheekakte met u kan doornemen. Hij kan u wijzen op eventuele risico’s. Ook
kan op deze wijze worden nagegaan of de door de bank opgestelde stukken
kloppen. U mag verwachten dat de banken in ons land bonafide zijn, maar het kan
natuurlijk altijd voorkomen dat zij bij het opstellen een vergissing hebben
gemaakt. Een derde voordeel van de inschakeling van een notaris ten slotte
is dat u, als u toch bij hem op bezoek komt, meteen wat andere zaken kunt
regelen. Niet zelden komt het voor dat mensen die voor de hypotheek komen,
meteen ook een afspraak maken voor het opstellen van de testamenten of de
samenlevingsovereenkomst die zij al zo lang in gedachten hadden. Zonder het
verplichte bezoek wegens de hypotheek zou het vaak niet zijn gekomen van deze
belangrijke akten.
Aan het einde van dit stukje over hypotheken nog wat
terminologie. Het is gebruikelijk om te zeggen: “Ik neem een hypotheek”.
Iedereen begrijpt dan dat u geld van de bank leent en dat u aan de bank
daarvoor zekerheid geeft op uw woning. Juridisch gezien klopt het zinnetje
echter niet. Als u het netjes wilt zeggen dan wordt het: “Ik neem een
(hypothecaire) lening en ik geef daarvoor zekerheid in de vorm van een
hypotheekrecht.” Volgens de wet bent u de hypotheekgever en de bank is
de hypotheeknemer. Toelichting: u neemt weliswaar geld (u bent de
geldnemer), maar u geeft het recht van hypotheek (u bent dus de
hypotheekgever). Zo ziet u dat het juridische taalgebruik precies omgekeerd is
aan het dagelijkse taalgebruik.
Ten slotte treft u hieronder enkele nuttige juridische links
aan:
v www.notaris.nl
(de website van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie met daarop goed
leesbare informatie over juridische zaken en een “successiemeter”, waarmee u
zelf kunt berekenen hoeveel successierecht moet worden betaald als u erft van
een ouder)
v wetten.overheid.nl (een (binnenkort)
volledig overzicht van alle in Nederland geldende wetgeving)
v notaris.pagina.nl (een verzameling van
links op notarieel gebied)
v www.notaristarieven.nl (een site
waarop men notariskantoren en hun tarieven kan vinden)
v www.minjust.nl
(de website van het Ministerie van Justitie)
v www.rechtspraak.nl
(de website van de Rechterlijke Macht met onder meer recente rechterlijke
uitspraken en adressen, openingstijden en dergelijke van de gerechten)
v www.openbaarministerie.nl
(de website van het Openbaar Ministerie, met onder meer informatie over de
organisatie, misdaadcijfers en een tabel met de hoogte van boetes voor – met
name lichte – strafbare feiten)
v www.arsaequi.nl
(een juridisch studentenblad)
v www.recht.nl
(interessante informatie voor juristen)
v www.wetwegwijzer.nl
(juridische informatie voor burgers)
v www.llrx.com (een
Amerikaans internettijdschrift over recht)
|
index – © Dirk
van Duijvenbode, Katwijk aan Zee (NL) – Laatste wijziging: 26.II.2008 |