Geschiedenis van de Rhodesian Ridgeback

 

 

 

 

De Rhodesian Ridgeback komt niet uit Zimbabwe (Rhodesië), alhoewel hij daar de nationale hond is, maar uit Zuid-Afrika.

Wel heeft hij, ook een Afrikaanse naam, nl. Pronkrug (of Afrikaanse Leeuwhond).

 

Het kenmerk van het ras is de 'ridge' (een strook haar op de rug die tegendraads groeit in
een opmerkelijk patroon).

deze heeft de Rhodesian Ridgeback 'geërfd' van de honden die destijds bij de Hottentotten (nomaden en herdersvolk) leefden.

De Hottentotten of de 'Khoi-Khoin', zoals ze zichzelf noemden (De Mens tussen de mensen), waren geëmigreerd vanuit het noorden van Afrika, waarschijnlijk Zuid-Soedan of uit de hooglanden van Ethiopie.

Veel van deze volkeren hadden hun eigen jachthonden zoals onder andere de Saluki, Sloughi
en de Greyhound.

De Hottentotten trokken met al hun bezittingen, vee en honden naar de zuidkust van Afrika,
en doorkruisten Zimbabwe, Namibie en Botswana, ongeveer in dezelfde tijd dat de
Nederlanders onder Jan van Riebeeck een bevoorradingsstation stichtten op
'Kaap de Goede Hoop'.

Dit was op 6 april 1652.

Het was in die tijd de gewoonte van de Nederlandse kolonisten om de inheemse diersoorten door kruisingen met Europese diersoorten te verbeteren.

Door een selecte groep van dieren mee te nemen uit Europa, dan een Europese lijn van bepaalde diersoorten op te zetten in de nieuwe landen.

Zo werden de oorspronkelijke inheemse jachthonden (o.a. de Hottentot Jachthond, die nu is uitgestorven) en honden van de 16de eeuwse Europese immigranten, zoals Mastiffs, Bloedhonden en Terriërs gekruist en resulteerde in de voorloper van de Rhodesian Ridgeback, de 'boerhond'.

Vakkundige selectie, bij het kruizen tussen de Europese en de inheemse honden, gaf nakomelingen met supérieure kwaliteiten.

Vooral de honden die een ridge hadden werden als meest waardevol beschouwd.

Om hun kracht, moed en hitte-tolerantie, een lopende hond die zelfs voor leeuwen geen
blokje om gaat.

De naam 'Leeuwhond' is dan ook ontstaan door de bekwaamheid van de hond om in een
meute, leeuwen lastig te vallen door ze te blijven bestoken met strategische aanvallen,
zodat ze naar het geweer van de jager werden gelokt. 

De jacht op groot wild zoals de leeuw en het verdediging van huis en haard is het oorspronkelijk doel waarvoor de Rhodesian Ridgeback is gefokt.

 

In 1806 werd de Nederlandse kolonie aan Groot-Brittannië overgedragen.

Dit als oorlogsschuld die Nederland had gemaakt in de oorlog tegen Napoleon.

In 1875 trok een missionaris, genaamd Charles Daniel Helm vanuit Swellendam (Kaap kolonie) de binnenlanden in.

Charles Daniel Helm, is een belangrijk persoon betreffende het ontstaan van de Rhodesian Ridgeback.

Hij had namelijk twee honden met ridges meegenomen naar Matabeland, gelegen in het zuiden van Rhodesie.

Aan de hand van tekeningen en vertellingen, hoe de honden eruit zagen, waren deze honden waarschijnlijk de afstammelingen van de Matin ofwel de Belgische Trekhond.

 

De twee honden die Charles Helm bij zich had, vielen op bij Cornelis van Rooyen, een zeer bekend groot wildjager uit die tijd.

Cornelis van Rooyen kocht de honden van Charles Helm en gebruikte ze om zijn eigen roedel jachthonden uit te breiden en te versterken en om andere jagers te kunnen voorzien van goede jachthonden.

De hond die ontstond uit de kruisingen, was een jachthond die bijzonder geschikt was voor
het jagen onder de barre omstandigheden.

Een moedige hond die weinig gevoelig is voor de in ruime mate aanwezige parasieten,
een hond die om weinig verzorging vraagt, een die niet overmatig veel voedsel nodig heeft,
een die lang zonder water kan, een die zowel op zicht als ook met de neus jaagt,
een die het kamp of de boerderij kan bewaken, een die behoorlijk snel kan lopen,
wendbaar is en over de nodige spierkracht beschikt, een die over een groot
uithoudingsvermogen beschikt …

Cornelis kreeg het voor elkaar om een dergelijke hond te fokken en hij werd door andere
jagers zeer gerespecteerd.

 

De Rhodesian Ridgeback is een hond die op geen enkel terrein uitblinkt doch op alle kan functioneren.

Hij is snel maar niet de snelste, hij is sterk maar er zijn sterkere rassen en zo kan je nog wel een aantal eigenschappen belichten.

Een ding is zeker het is een normale hond zonder overdrevenheid, geen toeters en bellen, gewoon "sound".

 

Door het verdwijnen of steeds minder worden van de safari's verdwenen ook de
leeuwenjagers.

Hierdoor dreigde dus ook de honden die de jagers gebruikten voor de leeuwenjacht te verdwijnen.

Er waren in die tijd een zevental mensen die zich sterk maakten voor het behoud van deze hond.

Rond 1910 stamden de meeste 'Ridgeback' honden af van de jachthonden die Cornelis van Rooyen had gefokt.

Ze werden daardoor 'Van Rooyens Lion Dog' genoemd.

 

  Het in bezit hebben van een hond van deze   afstamming, beschouwde men als een kostbaar
  bezit.

  De heer F.R. Barnes wilde een rasstandaard
  opstellen, omdat er diverse honden met ridges   aanwezig waren en hij wilde op deze wijze de
  fokkers vaste richtlijnen geven voor het fokken van   één type hond.

  Hij stelde ook vast dat er een club gevormd moest   worden, die ervoor moest zorgen dat de
  opgestelde rasstandaard erkend zou worden door
  de South African Kennel Union.

  

In 1922 werd er door de eerdergenoemde mensen
een bijeenkomst belegd, om de mogelijkheid te
onderzoeken de 'Rhodesian Lion Dog' of 'Ridgeback' erkend te krijgen door de
South African Kennel Union.

In hetzelfde jaar werd er een vergadering belegd met de Bulawayo Kennel Club.

Op deze vergadering waren een aantal mensen uitgenodigd, die hun 'Ridgebacks' toonden en werden er suggesties overwogen, om tot een rasstandaard voor deze hond te komen.

De heer Barnes completeerde de rasstandaard voor de Rhodesian Ridgeback, en gaf jaren
later toe, dat hij de rasstandaard van de Dalmatiër in gedachte had, onderwijl de
rasstandaard van de Rhodesian Ridgeback opstellend.

Verder dient vermeld te worden, dat de heer Barnes met zijn inzicht, niet alleen de standaard opstelde en de Parent Club oprichtte, maar er ook voor zorgde dat de Rhodesian Ridgeback Club en het ras werden erkend door de South African Kennel Union.

De Rhodesian Ridgeback zoals men hem tegenwoordig kent, werd in 1924 erkend door de Kennel Union of South Africa (KUSA).

 


Home
  • Home
D'Yjego
  • D'Yjego
  • Info
  • Shows
  • Pup tot ....
  • De clown
  • Mijn verhaal
Foto Album
  • Album D'Yjego
  • Wandelingen
Familie
  • Stamboom
  • Moeder
  • Vader
  • Broers & zusjes
  • Broer/zus 2003
  • Roots
Ridgeback
  • Algemeen
  • Geschiedenis
  • Rasstandaard
  • Karakter
  • Leven met RR
  • Eerst dit...!
Méér...!
  • Links
  • Gastenboek
  • Contact
  • Site info