Dankdienst
voor het leven van
Gerrit van den Heuvel
Geboren: Leerdam, 3 april 1927
Overleden: ‘s
Hertogenbosch, 7 februari 2009
(De Wartburg door Erwin Weber.)
in de
Lutherse kerk te Leerdam
op 13 februari 2009
Zang: E. ten Berge, Orgel: I. Meyburg – Mostert, Voorgangster
G.A. Voerman – van Haselen
De organiste speelt zachtjes
- de eerste tien minuten, Edy zingt dan Ombra mai fu, en dan orgel, en dan O du
mein Trost tegen tien voor.
Als de kist wordt binnengedragen, (door de voordeur!) zingt hij Dank
sei Dir, Herr....

v. Wij
zijn hier om recht te doen aan het leven van Gerrit van den Heuvel.
Wij willen danken, voor het goede dat hij ons heeft gebracht. Voor het
goede dat
hij ons
te zeggen had.
Daarom willen we met U en met elkaar onze herinneringen delen.
Maar wij ontsteken allereerst de kaarsen aan het licht van de Paaskaars, die ons
er voortdurend aan herinnert dat Jezus de dood heeft overwonnen.
Wij willen op deze plek de herinnering aan Gerrit met elkaar delen. We gaan hem
niet heilig verklaren, maar hij was een kleurrijke figuur. Een boswachter,
dachten de schoolkinderen. Vanwege zijn kleding. Hij was voor alles een harde
werker, een bouwheer die hechtte aan kwaliteit, een hersteller, maar geen
bruggenbouwer. Het compromis was voor hem een moeilijk begrip. Een
fantastische man om mee samen te werken, want je kon op hem bouwen, en een
dwarskop eerste klas als je het niet met hem eens was.
Zo hebben we hem leren kennen. Familie en vrienden willen daar uiting aan geven,
en mocht er straks nog iemand kort iets willen toevoegen, steek dan rustig uw
hand op, of deel het met ons bij de condoleance.
Mag ik eerst zijn vrouw vragen om haar herinneringen met ons te delen?
’Lieve mensen, hartelijk welkom bij deze plechtigheid.
Ik zie veel bekende gezichten. Ik zal proberen in het kort iets over Gerrits
leven te vertellen.
Geboren op 3 april 1927 te Leerdam, als middelste van drie kinderen. Zijn ouders
hadden een transportbedrijf Dat ging toen nog met paard en wagen. De crisisjaren
heeft hij niet erg bewust
meegemaakt. Hij bezocht in die tijd de school met den Bijbel, waar
hij alleen maar nare herinneringen aan overhield. Strenge discipline, tucht, en
geen goede opvang voor kinderen die juist een aparte aanpak nodig hadden zoals
hij. Gerrit zei altijd ‘Tijdens de geboorte is er bij mij in de hersenen iets
geknapt’. Als gevolg hiervan was hij linkshandig. Aan zoiets werd in die jaren
geen enkele aandacht besteed, of het moest zijn in negatieve zin.
Daardoor ontwikkelde zich bij hem een taalstoornis, waarmee hij zijn hele leven
heeft geworsteld.
Van de oorlogsjaren kon hij zich veel herinneren. Anecdotes uit die tijd kwamen
te pas en te onpas aan bod. Helaas stierf zijn vader in 1941. Die vroege dood
heeft Gerrit zich erg aangetrokken. Volgens de verhalen was vader goed en
lief voor de kinderen; ze mochten volop kind zijn, spelen, en ze werden
betrokken bij het omgaan met de dieren die de familie voor het bedrijf nodig had
en bij de dieren die in en om het huis rondliepen.
Moeder van den Heuvel hertrouwde na 2 jaar met een broer van Gerrits vader,
waardoor de familienaam dezelfde bleef. Het bedrijf was verkocht.
Er werden geen kinderen meer geboren.
Oom-stiefvader, zoals Gerrit hem altijd noemde, was een heel andere type
dan zijn eigen vader. Veel werd de kinderen verboden: fietsen, spelen, tekenen
op Zondag kerstboom etc.
Stiefvader liep de ‘zware’ kerken van Leerdam af. Van de Lutherse
Kerk moest hij niets hebben. Op zijn sterfbed moet hij nog een ommezwaai gehad
hebben.
Gerrit moest na de lagere school al
snel ‘aan de slag’. Hij begon als halfwas timmerman-meubelmaker. Hij had de
drang zich verder te willen ontwikkelen. Door veel studie en zelfdiscipline
heeft hij zich uiteindelijk opgewerkt tot architect. In die functie heeft hij
vele jaren gewerkt en veel goeds tot stand gebracht.
In de jaren waarin ik hem als partner meegemaakt heb heeft hij zich ontplooid
als een uniek werkmens, die zich ten volle inzette voor zijn klanten.
Geen moeite was hem te veel om het iemand naar de zin te maken.
Bij ons in Zaltbommel is er bijna geen straat waar Gerrit niet één of meer
panden gerestaureerd heeft. Zijn levenswerk is ongetwijfeld herstel ‘kasteel
Amersoyen’, in de oorlog verwoest, waar hij bijna 16 jaar mee doende is
geweest.
Hij bleef steeds opdrachten krijgen. Ook de laatste jaren kwamen ze binnen.
Gerrit kon geen nee zeggen. ‘Je moet immers blijven werken tot je
dood’.
Toch maakte hij ook nog wel tijd voor zijn hobby’s: geschiedenis en in
het bijzonder kerkgeschiedenis, je kon hem er alles over vragen.
Verder ging hij graag op reis. Duitsland en met name het Rijnland had zijn grote
voorkeur. Hij was in Rusland om daar een kerk te bouwen Hij genoot met volle
teugen van de natuur en van de cultuur van dat land. Toch was hij het liefste
thuis te knutselen te rommelen met
zijn eigen spulletjes.
De laatste jaren had Gerrit veel moeite met
alle veranderingen en vernieuwingen op technisch, politiek, ambtelijk
en godsdienstig gebied. Met name de ontwikkeling op het kerkelijk terrein
in Nederland baarde hem zorgen. Zijn levensvreugde werd hierdoor sterk
ingeperkt. Mevrouw Laansma komt daar nog over te spreken.
In vrede is Gerrit heengegaan. Jij hoeft zich no over allerlei zaken geen zorgen
meer te maken.
Ik wil eindigen met een gedicht van Ds. André Troost uit Heusden:
Geloof, Hoop en Liefde, gebaseerd op de bekende tekst uit
1 Corinthe 13, die ook onze trouwtekst
was!
Een
kruis, een anker en een hart,
symbolen voor het leven:
wie in geloof en hoop volhardt
leert liefde door te geven.
Het kruis is toonbeeld van geloof,
belofte, onomwonden:
al is uw schuld ook nog zo groot,
vergeven zijn uw zonden.
Het anker is de vaste hoop,
onzichtbaar, onder water,
op God geworpen in de doop:
rotsvast, voor nu en later.
Het hart?
Dat klopt voor al wat leeft,
het is de hoogste gave –
en wie het kruis als anker heeft
krijgt liefde als een haven.
André F. Troost’
En
dan spreekt zijn neef Chris van den Heuvel…
’Geachte familie, vrienden en
bekenden.
Wij zijn hier bijeen om een uniek mens de laatste eer te bewijzen. Gerrit van
den Heuvel
echt een uniek mens.
Hij was mijn oom, een broer van mijn vader die reeds lange tijd van ons is
heengegaan.
Hij heeft mij veel over die tijd verteld. Vertellen was zijn lust.
Aan ieder die interesse toonde kon hij vertellen over architectuur en
kerkgeschiedenis.
Hij is een mens die is opgeklommen vanaf de werkvloer tot opzichter van
bouwwerken die onder monumenten zorg vielen. Dan middels zelfstudie tot
architect met tekenen en ontwerpen van diverse bouwwerken.
Zowel monumentale als hedendaagse ontwerpen.
Ik heb vele malen met hem discussies gevoerd over hoe ver wij konden gaan met
het uitvoeren van de wens van de klant.
Hij had altijd zijn vaste opmerking, jullie kunnen het wel willen maar ik moet
het maar rond zien te krijgen bij de officiële instanties.
Prachtig die discussies, vol leven en vuur.
Toch was er altijd weer het respect wederzijds.
En ook weer die interesse in elkaars gedrevenheid om iets te bereiken. Altijd op
vrijdagmiddag was hij er aan het eind van de middag,
Om een vers kopje koffie te drinken op kantoor, en dan met de jongens die voor
ons werken toch weer een praatje te maken.
Veel gepraat over Polen soms ook in het Duits met de jongens aangevuld met
krantenknipsels en kaartfragmenten.
Als hij er een keer niet was kwam altijd de vraag, ik heb ome Gerrit gemist.
Hij heeft ook veel over zijn zelfstudie in de theologie verhaald. Hij wist vele
mensen te boeien met zijn verhalen.
Dat hij een kerk had gebouwd in Rusland, en voor een kerk in Bulgarije alle
plannen had gemaakt.
Ik zei altijd tegen hem, nee alleen getekend niet gebouwd. Dan hadden we weer
plezier, hij zei steenvast: om het te kunnen tekenen moet je het gebouwd hebben
in je hoofd.
Die
discussies mis ik nu al.
Hij zei altijd ik ga door tot ik niet meer kan.
Dat heeft hij waargemaakt tot in de laatste week van zijn leven heeft hij
gewerkt om mensen te helpen en van advies te voorzien.
Echt een uniek mens.
Als hij soms zelf niet kon dan reed zijn vrouw, die hij daartoe overhaalde.
Het tekenen, en zijn kennis van theologie en kerkgeschiedenis waren zijn lust en
zijn leven.
Hij heeft ook wel eens geopperd om een familie reunie te organiseren maar daar
is hij niet meer aan toegekomen.
Zijn tijd was te kort.
Ook iets moois van hem was dat hij altijd zei, hoe oud denk je dat ik ben?
De meeste mensen zeiden rond de 70. Hij liet ze altijd in die waan.
Veel mensen wisten dan ook niet dat hij al 81 jaar was.
Wij verliezen in hem niet alleen een familielid of vriend maar bovenal een uniek
mens.
Hij wilde altijd alles weten en deelde graag zijn visie over van alles en nog
wat met andere mensen.
Kortom hij zal bij iedereen in gedachten achter blijven als dat unieke mens.
Ieder heeft hem gekend zoals hij was. Een uniek mens.
Ik zal hem missen, we deden veel dingen met elkaar en voor elkaar. Ondanks onze
soms best heftige discussies was er altijd
toch weer het wederzijdse respect.
Dat zal ik ook nooit vergeten.
En ik denk met mij vele mensen.
Ome Gerrit ik weet zeker dat je nu de welverdiende rust gevonden hebt.
Je wilde nog zoveel, maar de tijd was je niet meer gegund.
In mijn gedachten blijf je leven.
Rust in vrede en heel veel dank.’
Namens
de Evangelisch Lutherse kerk in Heusden: mevrouw Laansma.
Met Gerrit van den Heuvel verliest de
Lutherse kerk in Nederland een van haar kleurrijkste en markantste leden. Hij
was een toegewijd - om niet te zeggen: gedreven Lutheraan die zich met hart en
ziel inzette voor de gemeente. Of het nu ging om onderhoud en restauratie van
ons schattige kerkje in Heusden of andere Lutherse kerkgebouwen in Nederland. Of
het nu ging om het nauwgezet verzorgen van de nieuwsbrief of het innen van de
collectes: Gerrit was altijd paraat.
Toen wij een paar jaar geleden lid werden van de kleinste Lutherse gemeente in
Nederland, die in Heusden, gaf hij ons als welkomstgeschenk een houten
Lutherroos, waarschijnlijk eigenhandig gemaakt in zijn werkplaats achter het
huis, waar hij ook uit ontmantelde projectielen een fraai glimmend koperen
doopvont voor onze kerk vervaardigde.
Gerrit was vlijtig en zeer vitaal. Hij wilde sterven in het harnas, net als een
van zijn ooms die hij zeer bewonderde. Dat is hem gelukt. Twee weken geleden
heeft hij zijn laatste bouwproject afgerond.
Hij had een voorliefde voor ambachtelijke kwaliteit. Dat bleek uit zijn
ontwerpen, degelijk en stoer; hij deed bij voorkeur houtskeletbouw. Het bleek
ook uit zijn kleding: onverwoestbare folklorekostuums die hij betrok uit Koblenz.
In die kleding reed hij door Zaltbommel - op juist weer een geavanceerde high
techfiets - en stopte dan een van zijn vlugschriften bij ons in de bus.
Trouw aan zijn denkbeelden voer hij een heel eigen koers binnen onze gemeente.
Zijn wonderlijk vaste overtuigingen en grote kennis van met name de
kerkgeschiedenis verspreidde hij in groene schriftjes, waarin hij de Lutherse
traditie idealiseerde. In zijn laatste epistel vergeleek hij het Lutheranisme
met het Calvinisme, uiteraard kwam in zijn ogen het Lutheranisme er
beter van af. Hij was fel gekant tegen het opgaan van de Lutherse kerk in
de PKN en ook nadat dit een feit was, voerde hij er actie tegen. Hij hield niet
op te benadrukken dat in Nederland de Lutherse kerk weliswaar de kleinste
PKN-partner was, maar op mondiaal niveau een wereldkerk.
Tot ongeveer een jaar geleden was Gerrit kerkrentmeester in Heusden. Hij
vervulde die plicht consciëntieus, zij het in een tamelijk onnavolgbaar
boekhoudsysteem. Onder het motto dat de computer een duivelse uitvinding was,
hield hij het digitale tijdperk zorgvuldig buiten de deur. Voor het reken- en
tekenwerk van bouwwerken wist hij wel professionals in te huren, maar
het kerkrekenwerk deed hij zelf. Met de hand. Trouwhartig vulde hij
onverhoopte negatieve kastekorten uit eigen zak aan. In dat opzicht was hij
goudeerlijk.
Wij hebben hem tenslotte verdriet moeten doen door hem te vragen om het
kerkrentmeesterschap uit handen te geven. (Zijn kerkelijk uiterste termijn
zat er op). Het was voor hem aanleiding om onze piepkleine gemeente te
verlaten en weer terug te keren naar de gemeente waar zijn moeder lange tijd
kosteres was geweest, en later zijn zuster. De kerk vanwaar hij vandaag wordt
begraven, in Leerdam.
Gerrit heeft zijn rust gevonden. Wij hebben hem altijd gewaardeerd in hoe en wie
hij was. Een rechtzinnige en eigenzinnige Lutheraan. Een trouwe ziel. Een harde
werker.
Jeannette, voor jou zal het wennen zijn zonder Gerrit. We wensen je sterkte voor
de momenten van stilte die je ongetwijfeld ook zult ervaren. We houden contact.
Edy zingt nu Ombra mai Fu, want de partituur van Bist du bei mir ligt nog thuis.
Dat kan gebeuren.
……
En zo zijn we hier allemaal met onze eigen herinneringen aan een bijzondere man,
die de kerk wereldwijd heeft willen dienen.
Wij zijn hier nu dan ook in de kerk van zijn jeugd bij elkaar in de Naam van de Vader
en de Zoon en de Heilige
Geest.
Amen
Onze Hulp is in de Naam
van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hem vragen we dan ook:
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven
Amen.
Zo lief had God deze wereld, dat
Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven
heeft, opdat ieder die in Hem gelooft
aan het verderf ontkomt, en eeuwig
leven hebben mag!
Het is met het oog op dat eeuwig leven dat we verder kijken dan
de dood, en dat we luisteren naar
Edy ten Berge, die zingt:
O Du mein Trost und süßes Hoffen,
lass mich nicht länger meiner Pein!
Mein Herz und Seele sind
Dir offen,
o Jesu, ziehe bei mir ein!
Du Himmelslust, Du Erdenwonne,
Du Gott und Menschen, Du Morgenglanz,
ach komm, Du teure Gnadensonne,
durchleuchte meine Seele ganz!
O Heiland, stille mein Verlangen
mit deines Kommens Seligkeit.
Voll Demut will ich Dich empfangen,
mein Herz und Seele sind bereit,
mein Denken, Herr, und all mein Sinnen
ganz Deinem teuren Dienst zu weihn;
o lass mich Deinen Trost gewinnen,
o Jesu, ziehe bei mir ein!
(Wilhelm Osterwald (1820
- 1887)) (Liedboek der Kerken 118)
Laten we de Heer aanroepen om ontferming
nu wij bedroefd zijn om het heengaan van Gerrit,
die voor ieder van ons een bijzondere persoon was,
maar laten wij ook dag aan dag Zijn Naam prijzen,
want aan Zijn liefde en barmhartigheid
komt geen einde!

Gebed
Heer, onze gevoelens zijn gemengd: we
zijn dankbaar voor het lange, werkzame leven van Gerrit, maar er waren ook harde
woorden over en weer, en we zijn verdrietig
omdat wij hem nu moeten missen. Wees ons nabij,
zoals U hem nabij bent, nu, in dit uur,
en alle dagen van ons leven…
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
De eerste lezing bestaat uit enkele verzen uit Psalm 90: 1- 6, 12,
16 en 17
Die heb ik gekozen, omdat voor Gerrit het voorgeslacht zo belangrijk was.
Geschiedenis was zijn hobby. Maar in die geschiedenis zag hij niet alleen
mensen, maar ook sporen van God. En als God geen zegen geeft, zwoegen de bouwers
tevergeefs, dat wist hij goed. Daarom eindigt de lezing met een gebed om die
zegen op ons werk.
1 Een gebed uit de
bundel van de profeet Mozes.
Heer, U bood ons beschutting
van geslacht op geslacht.
2 Vóór de bergen ontstonden,
vóór U de aarde schiep, was U al God.
U bent God, alle eeuwen door.
3 Als U zegt: ‘Word weer stof, jullie zwakke mensen,’
dan worden zij weer stof.
4 Want voor U zijn duizend jaar niet méér dan een dag,
niet méér dan het laatste uur van de nacht:
in een oogwenk voorbij!
5 U vaagt ons mensen weg,
zoals de ochtend de dromen.
We zijn niet meer dan gras:
zó schiet het op, zó verwelkt het,
6 ’s morgens bloeit het,
tegen de avond is het dor en droog.
12 Verdiep ons inzicht,
leer ons zó onze dagen tellen.
16 Laat ons, Uw dienaars, Uw grootse daden zien
en laat ook onze kinderen Uw grootheid
ervaren.
17 Heer, onze God,
toon ons genegenheid,
dan zal het goed zijn wat we doen,
dan zal het stand houden..
De psalmist leert ons: Al ga ik door een dal van doodsschaduwen,
ik vrees geen kwaad,
want Gij, o Heer,
zijt bij mij. Halleluja!
Wij zingen het lied dat bij die psalm hoort, het lied van de goede herder, die weet
wat we nodig hebben, en wanneer we het nodig hebben… en beter
dan we dat zelf weten. Gezang 14
De Heer
is mijn Herder! Hij waakt voor mijn ziel,
Hij brengt mij op wegen van goedheid en zegen,
Hij schraagt me als ik wankel, Hij draagt me
als ik viel.
De Heer is mijn Herder! Al dreigt
ook het graf,
geen kwaad zal ik vrezen, Gij zult
bij mij wezen;
o Heer, mij vertroosten Uw stok en
Uw staf!
De Heer is mijn Herder! Hem blijf ik
gewijd!
'k Zal immer verkeren in 't
huis mijnes Heren:
zo kroont met Haar zegen Zijn
liefde me altijd.
Dan mag ik U vragen om op te staan, als U dat kunt natuurlijk,
om te luisteren naar het heilig
Evangelie, waar de Heer Zelf tot ons spreekt:
Lucas 9: 18-26
Hiervoor staat hoe koning Herodes
hoort over Jezus, en hij hoort ook dat
mensen zeggen, dat dit eigenlijk Johannes
de Doper is, die Herodes heeft laten
ombrengen, en dat die is opgestaan uit de dood… Herodes raakt daar erg van in
de war en wil de Heer in handen krijgen…
Dan gaat het na het wonder van de broden en de vissen zó verder:
18 Toen Jezus eens aan het bidden was
en alleen de leerlingen bij Hem waren, stelde Hij hun de vraag:
“Wie zeggen de mensen dat ik ben?”
19 Ze antwoordden: ‘Johannes
de Doper, maar anderen zeggen Elia,
en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is
opgestaan.’
20 Hij zei tegen hen: “En
wie ben Ik volgens jullie?” Petrus antwoordde:
‘De door God gezonden Messias.’
21 Hij beval hun op strenge
toon dat tegen niemand te zeggen.
22 Hij zei: ‘De Mensenzoon zal
veel moeten lijden en door de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen
en gedood, maar op de derde
dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.’
23 Tegen allen zei Hij:
‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen
en dagelijks zijn kruis op zich nemen
en Mij volgen.
24 Want ieder die het leven wil behouden,
zal het verliezen; maar wie het leven verliest omwille van Mij,
zal het behouden.
25 Wat heeft een mens eraan
als die de hele wereld wint, maar zichzelf
verliest of schade toebrengt?
26 Wie zich schaamt voor Mij
en Mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem en voor
haar schaamt, wanneer Hij komt in de stralende
luister die Hemzelf,
de Vader en de heilige engelen omgeeft.
Tot hiertoe het Evangelie.
Zalig die het woord van God
horen en er gehoor aan geven!
Overdenking
GENADE ZIJ U EN VREDE
VAN GOD
ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS,
ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.
Lieve mensen,
We zeiden het al: we gaan Gerrit niet heilig
verklaren. Dat hoeft ook helemaal niet. Dat heeft God
al gedaan, lang geleden, bij zijn doop. Gerrits
grote idool Maarten Luther heeft dat goed begrepen:
Gods werkelijkheid staat altijd dwars
op de onze. En terwijl wij van elkaar en van onszelf weten,
dat het bouwwerk van ons leven absoluut niet klopt met Gods
bestek, met Gods oorspronkelijke bouwplan, zegt God: “En
toch is het goed. Ik wil er iets goeds in zien, en Ik zie
er iets goeds in.”
Want God kijkt met ogen vol liefde, en daardoor ziet Hij
wat wij niet zien, hoort Hij,
wat wij niet horen.
Broeder Maarten zei: Door Gods genade
zijn wij tegelijkertijd zondaar én gerechtvaardigd.
Dat we zondaar zijn, dat weten we zelf
wel, daar hebben we een ander niet voor nodig om ons dat te vertellen, en
dat Gerrit vaak de plank mis sloeg als
zijn vurige liefde voor de Lutherse kerk
zijn blik vernauwde en hij het grote geheel
niet meer zag, dat weten we ook, maar tegelijk was
en is daar die andere werkelijkheid, Gods
werkelijkheid, die zegt: “Maar door Mijn Liefde
voor jou, voor ieder van jullie, verklaar Ik je vrij van schuld.
Ben je gerechtvaardigd.”
Dat ís nogal wat!
Ik denk dat Gerrit het niet had gered, zonder
te weten van die genade, want hij lag nogal eens
overhoop met het leven, met zichzelf,
en met anderen. Ja, en ook met God,
zeker vorig jaar, toen zijn leven behoorlijk
op de schop werd genomen.
Want als het leven niet liep zoals hij het had gepland, dan had God
daar iets aan moeten doen.
Gelukkig liep ook dit, zoals zo veel, met een sisser af.
Hij sputterde wel, maar zijn heengaan was in vrede.
Een dag ervoor had hij het nog bevestigd: hij wist dat hij
niet alleen was. Dat hij nooit alleen was. En als je vroeg: wat
zal ik lezen? zei hij direct: het Evangelie!
De goede boodschap van Gods liefde voor de mensen
die diep van binnen weten dat ze zijn als weidebloemen, als gras: zó bloeit
het, zó is het weg…
De boodschap dat al die mensen voor God zó belangrijk zijn, iedereen,
dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, om ze te redden van de dood.
Die Zoon, dat is Jezus,
waar we van hoorden.
Jezus, van wie Petrus
meteen opgewonden uitriep dat Híj
volgens hem Gods Gezalfde moest zijn.
De beloofde Messias.
Waar al zo lang op werd gewacht.
Die Petrus, dat was me een
figuur! Altijd haantje de voorste, vaak onbehouwen, hij sprak
voordat hij nadacht, maar dat kwam
omdat hij zo’n hart vol emoties had, hij heeft zelfs zijn Heer
verraden, en toch heeft
diezelfde Heer op het fundament van Petrus’
grote liefde Zijn kerk willen bouwen.
Want om liefde gaat het!
Gerrit
doet me wel een beetje aan Petrus denken.
Want achter die grote mond school een heel klein hartje, en dat
hart liep over van liefde waar hij niet
goed weg mee wist. Hij wist niet hoe hij
daar mee om moest gaan. En daarom deed hij zichzelf
en anderen vaak pijn. Terwijl hij dat niet wilde.
Hij had zo graag een goede vader willen zijn, een goede echtgenoot,
een grootvader waar je trots op kon zijn, een vriend, een steunpilaar,
kortom: een sieraad voor kerk en maatschappij.
Voor een deel wás hij dat, en voor een deel heeft hij er niets
van gebakken. En daar worstelde hij
mee. Hij leefde wel uit Gods genade, maar
hij had het liever allemaal zelf in orde gemaakt.
Zo lag dat in zijn aard.
Ook hij moest leren los te laten, en zijn kruis op zich te nemen, en dat was een harde les.
Voor hem, voor ons.
Het is geen boodschap waar we echt op zitten te wachten.
We moeten onze ideeën loslaten
over wat goed en verkeerd is, we moeten onze zekerheden
durven loslaten, waar we onze toekomst op hadden gepland,
waar we het bouwplan van ons leven mee
hadden volgeschreven…
Ons leven hier en nu.
Jezus heeft het over het leven in eeuwigheid.
Dat duurt een stuk langer, en daar moeten we iets voor over hebben. Onze levens
hier zijn kort en kwetsbaar, zoals
we uit de psalm lazen. Zelfs als we de 81 halen.
Maar als God ons inzicht geeft, dan
tellen we onze dagen in het zicht van de eeuwigheid.
Voorbij de dood van ons lichaam hier
Een mens kan kastelen bouwen,
en herbouwen.
Maar die zijn niets vergeleken bij Gods
grote daden. Bij de liefde die God in Zijn
schepping heeft gelegd… Bij de liefde die God
heeft laten zien, door Zijn eigen Zoon
voor ons over te hebben.
Maar als we ons leven bouwen op Gods genegenheid,
als wij leren om met Gods liefdevolle ogen
te kijken naar elkaar, dan zal het goed
zijn, wat we doen. Dan zal het stand
houden.
Van Gods liefde kunnen we zeker zijn.
Dat kunnen we zien uit het leven en sterven
en opstaan van Jezus,
Zijn Zoon.
En dan mag de aardse woning van Gerrit van den Heuvel hier worden afgebroken,
wij mogen er zeker van zijn dat wie hij echt
was, wie hij heeft mogen worden, in Gods liefde
voortleeft. En dat we elkaar terugvinden,
op Gods tijd.
Daarom gaat Edy nu zingen: Ruhe Sanft.
Ruhe sanft in Gottes
Frieden, da vollendet deine Zeit und dir süße Rast beschieden, Ruh und Rast
nach Müh und Leid. Ist auch unserm Blick entschwunden, was von Dir einst
sterblich war, bleibt Dein Bild doch alle Stunden uns im Herzen hell und klar.
Wenn die Lieben von uns gehen, wenn ihr müdes Auge bricht: ihr Gedächtnis
bleib bestehen, es vergeht und endet nicht. Ruhe denn in stillen Mauern von des
Lebens Stürmen aus! Unsre Liebe, sie wird dauern über Tod und Grab hinaus.
Rust zacht in Gods vrede,
nu je tijd voltooid is. Laat ‘s levens stormen maar aan je voorbij gaan. Je
blijft in onze herinnering bestaan, onze liefde is sterker dan dood en graf.
Vandaag begraven we wat ons op aarde rest van Gerrit. En we denken
ook aan al die andere mensen die sterven,
soms temidden van hun dierbaren,
soms alleen in de nacht in een ziekenkamer,
soms door ongeval of geweld – laten
we voor hen allen zingen en bidden: Heer, herinner U de namen van hen die
gestorven zijn.
Heer,
herinner U hun luistrend wakker liggen in de nacht
en hun roepen in het duister, de armzaalgheid van hun kracht,
en wil zeer aandachtig lezen in de rimpels van hun huid,
de verscheurdheid van hun wezen, en wis hunne zonden uit.
Die Maria hebt vergeven en de rover aan het kruis,
laat de doden eeuwig leven met U in het paradijs.
Heer, herinner U hun namen, oordeel hen en spreek hen vrij,
en bedek hun schuld en laat hen zitten aan uw rechterzij.
Laten wij danken en bidden…
Heer, blijf bij ons, als het duistert, en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij heel Uw kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons met Uw genade en goedheid,
met Uw troost en zegen,
met Uw Woord en Sacrament.
Blijf bij ons wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de stilte, de nacht van de dood.
Blijf bij ons in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid.
Heer, in deze duistere tijden willen wij U danken voor mensen die overeind
blijven. Voor mensen, die willen bouwen aan een mooiere wereld.
Wij bidden U voor Gerrit om de vrede die
alle verstand te boven gaat, in Uw warme
nabijheid,
en zo bidden wij ook voor elkaar en
voor allen die ons dierbaar zijn… om
Uw nabijheid.
Maar evenzeer bidden we voor heel deze wereld: dat er vrede
mag komen. Uw shalom.
Dat mensen Uw koninkrijk mogen zoeken.
En zo zeggen wij samen mét Uw Zoon:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
Een
lied dat bij Gerrit hoort is: Een vaste burcht…
Een lied van Maarten Luther. Uit ervaring
wist hij wat een sterke burcht voor een toevlucht kan zijn, toen hij ondergedoken
zat op de Wartburg, omdat zijn leven
werd bedreigd. In díe tijd heeft hij een
flink stuk van de bijbel vertaald. Laten we zingen...
Gods heilig woord alleen houdt stand, Gods waarheid zal
ons staven.
Hij leidt
ons en met milde hand schenkt Hij zijn geestesgaven.
Al rooft de tiran ons wat hij maar kan, ons goed en ons bloed, -
laat hem zijn overmoed! Gods rijk blijft ons behouden.
Mag ik U vragen om op te staan – als U dat kunt?
Om de laatste eer te brengen aan deze man,
om recht te doen aan zijn leven
en sterven,
staan wij hier,
rondom het dode lichaam dat ons van hem is overgebleven.
Wij houden onze ogen gericht op het kruis van Jezus
Christus, en wij spreken uit, in tastend geloof,
dat dit het einde niet is,
dat onze God een God van levenden is.
Meer dan zijn lichaam is ons de naam van deze mens gebleven,
die naam spreken wij hier uit, met eerbied en genegenheid, Gerrit
van den Heuvel,
en wij bidden:
Heer God, herinner U zijn naam, die hij
van mensen heeft ontvangen en waarin hij gekend
wordt, ook al is hij gestorven, de naam
die Gij geschreven hebt in de palm van Uw hand.
Ten teken van onze hoop en ons vertrouwen dat
God aan Gerrit en aan ons allen
een nieuw en onsterfelijk
lichaam geven zal, zegen ik dit dode lichaam. En
zoals het water van de doop hem met lichaam en ziel aan God gaf, zo wijden wij
hem net dit doopwater voor tijd en eeuwigheid toe aan zijn Schepper,
in de Naam van de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Amen
Wij geven dit lichaam uit handen, wij leggen het straks neer in de aarde,
in de handen van de levende God.
Amen
Ontvangt dan, voor het laatst mét Gerrit, de zegen
van de levende God, een zegen voor onze reis door leven en sterven heen
naar het Vaderhuis.
Moge God de Vader de Ruimte
zijn waarin je leeft,
Moge God de Zoon de Weg
zijn die je gaat,
Moge de Geest het Licht
zijn dat je naar de waarheid voert.
Ga dan als gezegende mensen van God.
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
Onder de tonen van Händels sonate in a majeur voor trompet en orgel (Kamil
Rosko trompet en Vladimir Ruso orgel)… wordt de kist uitgedragen. Nadere
aanwijzingen volgen van de ondernemer.
Op het kerkhof te Asperen:
Jezus
zegt:
“Ik ben de opstanding en het leven;
wie in Mij gelooft zal leven,
ook al is hij gestorven;
en een ieder die leeft en in Mij gelooft,
zal in eeuwigheid niet sterven.”
Terwijl de kist wordt neergelaten:
Nu het leven van
onze Gerrit van den Heuvel
ten einde is gegaan,
vertrouwen wij hem toe aan God onze Vader,
bij wie de bron van leven is
en de gedachtenis der namen.
Zijn lichaam leggen wij
in de schoot van de aarde,
aarde tot aarde,
zoals een zaad gezaaid wordt
tot de oogst.
Niemand leeft voor zichzelf,
niemand sterft voor zichzelf,
wij leven en sterven voor God onze Heer!
Amen
Laten wij dan allen samen het gebed bidden dat ons door Gods Zoon is geleerd:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in verzoeking maar
verlos ons van het kwade!
Want van U is het rijk, en de kracht, en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.
Wij laten hier iemand achter, die voor ons allen een bijzondere betekenis had.
Maar wij gaan niet alleen weg.
Er gaat er Één met ons mee. Nu en altijd.
Zegen voor onderweg.
De Heer is voor u, om u de juiste weg te wijzen.
De Heer is achter u om u in de armen te sluiten
en om u te beschermen tegen gevaar.
De Heer is onder u om u op te vangen
wanneer u dreigt te vallen.
De Heer is in u, om u te troosten
als u verdriet hebt.
Hij omgeeft u als een beschermende
muur,
wanneer anderen over u heen
vallen.
De Heer is boven u om u te zegenen
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
(De ondernemer heeft het laatste woord).
Daarna gelegenheid tot condoleren in de Lutherse Kerk te Leerdam.