Voorgangster: ds. Catrien van Opstal. Orgel: Kees Mijderwijk. En nog 8 kerkgangers. :-) 

Voor de dienst afkondigingen en vooroefenen.        
Aan de vlam van de Paaskaars worden de lichten op tafel aangestoken

Voorbereiding:
De gemeente gaat staan

Ingangspsalm (de gemeente gaat zitten) psalm 122 

Antifoon: Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen...


Hoe zijn de stammen opgegaan!
Hier gingen ons de voeten voor
der pelgrims, die de HEER verkoor,
hier, waar uw heilge muren staan!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
naar 's HEREN woord, om zijns naams ere!
Zo is het Israël gezegd:
hier zijn de zetels van het recht,
de troon, waar David zal regeren!

Bidt heil toe aan dit Vredesoord:
dat die u mint bevredigd zij,
dat vrede in uw wallen zij,
gezegend zij uw muur en poort!
Jeruzalem, dat ik bemin,
wij treden uwe poorten in
om u met vrede te ontmoeten!
Om al mijn broeders binnen u,
om 's HEREN tempel wil ik u,
o stad van God, met vrede groeten.

Voorg: Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld...  
Kyrië:  
 

(Gloria vervalt in de Advents- en de Veertigdagentijd.  )

Zondagsgebed   
God boven alle machten, geef dat wij, die naar onze werken worden geoordeeld, bevrijd mogen worden van onze ongerechtigheid en ons geborgen mogen weten in Uw liefde en zo in de troost van Uw genade mogen opademen ....door Jezus Christus onze Heer.   Gem.: Amen.

Dienst van het Woord   Eerste lezing Lezing eerste Testament door iemand uit de gemeente: Nehemia 5 NBV

1  De bevolking, en vooral de vrouwen, beklaagde zich luid over een aantal van hun Joodse volksgenoten.
2 Sommigen zeiden: ‘We hebben veel zonen en dochters, en daarom willen we graan! We moeten eten, anders gaan we dood!’
3 Anderen zeiden: ‘We hebben onze akkers, wijngaarden en huizen in onderpand gegeven om graan te kunnen kopen nu er honger heerst.’
4 Weer anderen zeiden: ‘We hebben onze akkers en wijngaarden moeten belenen om de belasting aan de koning te kunnen betalen.
5 En nu onze akkers en wijngaarden in het bezit van anderen zijn, moeten we onze zonen en dochters als slaaf verkopen. Sommige van onze dochters zijn al slavin. Wij staan machteloos! Maar we zijn toch van hetzelfde vlees en bloed als onze volksgenoten, onze kinderen zijn toch niet minder dan die van hen!’
6  Ik werd woedend toen ik hun klachten en de aangedragen feiten hoorde.
7 Ik ging bij mezelf te rade en besloot de vooraanstaande burgers en de bestuurders ter verantwoording te roepen. Ik verweet hun dat zij rente van hun volksgenoten verlangden. In een grote vergadering die ik met het oog op hun gedrag bijeen had geroepen,
8 zei ik tegen hen: ‘Voorzover het ons mogelijk was hebben wij de Joodse volksgenoten die zich aan vreemden hadden moeten verkopen, teruggekocht. En nu moeten we zelfs volksgenoten vrijkopen die door u worden verkocht!’ Ze zwegen, ze wisten niet wat ze moesten zeggen.
9 Ik vervolgde: ‘Wat u doet, is niet goed. Heb toch, bij alles wat u doet, ontzag voor onze God, anders haalt u zich de hoon van de vijandelijke volken op de hals!
10 Ook ik, mijn broers en mijn mannen hebben geld en graan uitgeleend. Laten we nu deze schuld kwijtschelden!
11 Geef hun daarom vandaag nog hun akkers terug, hun wijngaarden, olijfbomen en huizen, en scheld de rente kwijt van het geld en het graan, de wijn en de olie die u aan hen hebt geleend.’
12 Toen zeiden ze: ‘We zullen alles teruggeven en niets vorderen. We zullen doen wat u zegt, ‘en in aanwezigheid van de priesters die ik had laten komen, liet ik hen zweren dat ze woord zouden houden.
13 Vervolgens schudde ik de plooi van mijn mantel uit en zei: ‘Zo zal God iedereen uitschudden die zich niet aan deze afspraak houdt. Uitgeschud en berooid zal hij zijn, zonder huis of have.’ Alle aanwezigen riepen ‘Amen, ‘en ze loofden de HEER. Iedereen kwam zijn belofte na.
14 Overigens heb ik in de twaalf jaar dat ik door de koning als gouverneur van Juda was aangesteld, vanaf het twintigste tot het tweeëndertigste regeringsjaar van Artaxerxes, nooit een vergoeding verlangd voor de kosten die een gouverneur voor zijn onderhoud moet maken, en mijn broers evenmin.
15 De gouverneurs vóór mij daarentegen hadden het volk zware lasten opgelegd en vorderden van hen niet alleen voedsel en wijn, maar ook nog eens veertig sjekel zilver, en hun manschappen terroriseerden het volk. Maar ik deed het anders, uit ontzag voor God.
16 Ik heb zelf deelgenomen aan het herstel van de muur, grond hebben wij ons niet toegeëigend, en al mijn mannen waren voortdurend bij de herstelwerkzaamheden aanwezig.
17 En wat de Joden betreft, thuis had ik steeds honderdvijftig bestuurders aan tafel, plus degenen die uit de omringende volken naar ons toe kwamen.
18 Dagelijks werd er op mijn kosten van alles bereid: een rund, zes van de mooiste schapen, gevogelte, en om de tien dagen liet ik diverse wijnen in grote hoeveelheden komen. Toch heb ik nooit een vergoeding geëist voor de kosten die een gouverneur voor zijn onderhoud moet maken, want het volk was al zwaar genoeg belast.
19 Mijn God, reken mij ten goede aan wat ik voor dit volk heb gedaan.

Gezang 28 

Wie wonen daar in die stad,
die stad op de nieuwe aarde?
Een volk dat de Heer aanbad
en de trouw aan zijn roeping bewaarde.
O poortwachter, open de poort
voor al wie vertrouwt op zijn woord!

Vertrouwt op de Heer, vertrouwt
want eeuwig zal Hij ons dragen.
De vesting zo hoog gebouwd,
die heeft Hij ternedergeslagen
maar mensen die steeds zijn geknecht
die wandelen hier in het licht.

Rechtvaardigen, hier is uw stad,
standvastigen, hier uw sterkte.
Een ruimte die niemand mat,
een toekomst die niemand bewerkte
dan Israëls Heiland alleen,
Hij voert de verdrukten erheen.

Epistellezing  Galaten 2: 1 - 10 

1 Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus.

2 Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren.

3 Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is.

4 Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken.

5 Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven.

6 De belangrijkste broeders–hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens–hebben mij tot niets verplicht.

7 Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen

8 –want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen–,

9 en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen.

10 Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.

 

Aankondiging van de Evangelielezing (Gem. gaat staan) Johannes 6: 1 - 15
allen: 

Evangelielezing: Johannes 6: 1 - 15
1 Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea (ook wel het Meer van Tiberias genoemd).
2 Een grote menigte mensen volgde hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen hij bij zieken deed.
3 Jezus ging de berg op, en ging daar met zijn leerlingen zitten.
4 Het was kort voor het Joodse pesachfeest.
5 Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar hem toe kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?’
6 Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen.
7 Filippus antwoordde: ‘Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven.’
8 Een van de leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zei:
9 ‘Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen–maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?’
10 Jezus zei: ‘Laat iedereen gaan zitten.’ Er was daar veel gras, en ze gingen zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen.
11 Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zoveel als ze wilden.
12 Toen iedereen volop gegeten had zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.’
13 Dat deden ze en ze vulden twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.
14 Toen de mensen het wonderteken dat hij gedaan had zagen, zeiden ze: ‘Hij moet wel de profeet zijn die in de wereld zou komen.’
15 Jezus begreep dat ze hem wilden dwingen om mee te gaan en hem dan tot koning zouden uitroepen. Daarom trok hij zich terug op de berg, alleen.
Wij danken God om Zijn woord...

Allen: 

De gemeente gaat zitten.

Gezang 34

Uw luister gaat als dageraad
voor alle volken blinken.
Gij draagt voortaan een nieuwe naam
die God u toe zal denken.
O kroonjuweel, o donkre gloed,
o kleinood Gods dat flonkren moet
met glans die Hij zal schenken.

Zoals een maagd die wordt gevraagd
is Sion opgetogen.
Zoals een bruid haar man verblijdt,
zal zij de Heer verhogen.
Haar land zal niet verlaten zijn,
't zal bruiloft in haar straten zijn,
en lente in haar hoven.

Rondom de muur wordt ieder uur
Gods wachtwoord doorgegeven.
Zo is de tijd die nu verstrijkt
met zijn geheim doorweven.
Gun u geen rust bij dag en nacht,
totdat door Gods gezag en macht
Jeruzalem mag leven.

Dan wordt uw ooft niet meer geroofd,
geen oogst gaat meer verloren.
Dan zult gij staan met most en graan
in 't huis, door God verkoren.
De zaaier eet de vrucht van 't land.
Dit heeft God bij zijn rechterhand
aan Israël gezworen.

Ruim baan, ruim baan! Gods volk mag gaan
naar 't land van melk en honing.
Trekt voort, trekt voort! gaat door de poort
van zijn verheven woning.
De volken zien uw heilig spoor,
zij volgen het en neigen voor
de standaard van uw koning.

Preek

Credo: (de gemeente staat op)  

de gemeente gaat zitten
.

Voorbeden, eindigend op: zo bidden wij:

Inz
ameling van de gaven voor een diaconaal doel
. In dit geval voor kinderen van  Kwa Thema, het diaconale doel van onze zustergemeente... (terwijl de tafel in gereedheid wordt gebracht; ook wordt er gemusiceerd tijdens de inzameling)

Voorg: Dankgebed.   
Heer God, hemelse Vader, aanvaard ons geloof en onze gebeden en zegen deze gaven, dit brood en deze wijn,  die wij U brengen tot eer van Uw naam en ten dienste van Uw gemeente. Laat dit dankoffer U welgevallig zijn en een getuigenis van Uw liefde tot onze naasten.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer. Amen.  

Gemeente:        Amen.

Dankzegging:  (de gemeente gaat staan)  


allen:

Vg.: Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,  
om wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon,  
die Gij geroepen en gezonden hebt,  
om ons te dienen en te verlichten,   
om aan armen Uw koninkrijk te brengen,  
om aan gevangenen Uw verlossing te melden,  
om voor ons allen en voorgoed het evenbeeld te zijn  
en de gestalte van Uw mildheid en trouw.  
Wij danken U voor deze onvergetelijke mens  
die alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -  

wij danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.  


Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd  
heeft Hij het brood in Zijn handen genomen.  

Hij heeft Zijn ogen opgeslagen naar U, God,  

Zijn almachtige Vader.  
Hij heeft U dank gezegd, het brood gebroken  
en het aan Zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:  

“Neemt en eet, dit is Mijn lichaam voor u.  
Doet dit tot Mijn gedachtenis.”  

Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:  

“Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed,  
dat voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van zonden.  
Telkens als gij deze beker drinkt zult gij het doen tot Mijn gedachtenis.”  

allen:


Vg: Bijeen tot Zijn gedachtenis komen wij tot U, o God, 
met dit brood en deze beker,
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van Uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.

Zend Uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,  

en herschep ons tot mensen
die Uw Zoon laten voorgaan

en niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,  
de ogen gericht op Uw Rijk dat komt.

Voeg ons dan samen met allen die ons zijn voorgegaan, met wie ons lief waren, en die we moesten verliezen... met de heiligen van naam en de ontelbare vergetenen, heel Uw mensenvolk, genodigd aan Uw maaltijd.  
Gem.: Amen.
 
 

Voorg: Komt nu, want alle dingen zijn gereed.
De gemeente vormt een kring.

V: Wenst elkaar de vrede

Men brengt elkaar de vredesgroet en bidt hand in hand:  

Communie    waarna de diaken zegt: ‘Ga in de vrede van de Heer’.  
Terugkeer naar de zitplaatsen, Gemeente gaat zitten. 

Gedicht   Tussentijds nr 66 (Het brood, het goede brood) W. Barnard.
Tekst nog niet gevonden.

Vg: Laten wij samen bidden  
Allen:
Lieve Heer, laat Uw woord voedzaam zijn als brood 
        
en uw liefde ons doorgloeien als wijn.          
Dat wij vol zijn van U en open staan voor elkaar, 
        
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen.

 Allen gaan staan:

Gezang 490: 1 - 6, 9 - 10


Huizen van vrede voor
mensen van vlees en bloed.
Veilig onveilig, zo
leven zij bitterzoet.

Gez. 490 : 3 
Overal haast en ver-
keer dat geen richting heeft,
wolken lawaai als een
vuur dat geen warmte geeft.

Gez. 490 : 4 
Woorden gaan over en
weer, waar de mensen zijn.
Woorden zijn lief en leed,
rouw en geboortepijn.

Gez. 490 : 5 
Iedereen wil wel een
ander, maar weet niet hoe.
Iedereen gaat zo zijn
weg, wie weet waar naar toe.

Gez. 490 : 6 
Mensen gaan twee aan twee,
overvloed en woestijn,
zoeken een woning en
willen geborgen zijn.

Gez. 490 : 9 
Leven is overal
tussen fabriek en flat
bloemen en kinderspel,
licht op muziek gezet.

Gez. 490 : 10 
Is er een stad zonder
dood zonder duisternis,
komt er een stad waar de
zon niet meer nodig is?

Zegen

De  genade  van onze Heer Jezus Christus
en de   liefde  van God de Vader 
en de  gemeenschap  van de Heilige Geest
 
is en blijft met u allen. 

 

Hierna luisteren we zittend naar de muziek.

En er is koffie.