Voorganger: prof. Vincent Brümmer. Organist: Kees Mijderwijk. 

Voor de dienst afkondigingen en vooroefenen.        
Aan de vlam van de Paaskaars worden de lichten op tafel aangestoken

Voorbereiding:
De gemeente gaat staan

Ingangspsalm (de gemeente gaat zitten) psalm 138: 1 en 4


Als ik, omringd door tegenspoed,  bezwijken moet,  schenkt Gij mij leven.
Wanneer mijn vijands toorn ontbrandt,  uw rechterhand zal redding geven.
De HEER is zo getrouw als sterk,  Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon,  o Levensbron, wil bijstand zenden.

Voorg: Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,  voor Darfur en voor Senegal, voor mensen die ontrecht worden en vervolgd...
....  
En laten wij Zijn Naam prijzen,  
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.

Kyrië:  
 
Gloria
:   

 

Zondagsgebed    ....door Jezus Christus onze Heer.   Gem.: Amen.

Dienst van het Woord  

Eerste lezing Lezing eerste Testament door iemand uit de gemeente:
Job 1: 13 - 22

13 Welnu, op de dag dat de zonen en dochters van Job weer hun feestmaal hadden in het huis van hun oudste broer, 14 kwam er een bode bij Job met het bericht: `De runderen waren aan het ploegen, vlakbij graasden de ezelinnen, 15 en de Sabeeën kwamen ons overvallen: ze roofden het vee en sloegen de knechten neer met het zwaard. Ik kom het u vertellen, want ik ben de enige die over is.'
16 Hij was nog niet uitgesproken, of een volgende kwam met het bericht:
`Een geweldig vuur is uit de hemel gevallen,
het heeft vreselijk huisgehouden
onder schapen, geiten en herders
en het heeft ze vernietigd.
Ik kom het u vertellen,
want ik ben de enige die over is.
'
17 Hij was nog niet uitgesproken, of weer kwam iemand met het bericht:
`De Chaldeeën hebben in drie groepen onze kamelen overvallen:
ze hebben de dieren geroofd
en de knechten neergeslagen met het zwaard.
Ik kom het u vertellen,
want ik ben de enige die over is
.'
18 Hij was nog niet uitgesproken, of een vierde kwam met het bericht:
`Uw zonen en dochters hielden hun feestmaal in het huis van hun oudste
broer;
19 er kwam een machtige windhoos uit de woestijn
en die viel op alle vier de hoeken van het huis:
het stortte in en uw kinderen vonden de dood.
Ik kom het u vertellen,
want ik ben de enige die over is
.'
20 Toen scheurde Job zijn kleed, schoor zijn hoofd, viel in verering op de grond 21 en zei:
`Naakt kom ik uit de schoot van moeder aarde,
naakt keer ik daar terug;
de HEER geeft, de HEER neemt.
Gezegend is de Naam van de HEER
.'
22 Ondanks deze gebeurtenissen zondigde Job niet; hij maakte God geen enkel verwijt.

Gezang 448: 1 en 4

 
Al zal geen wijnstok dragen,  geen vijgeboom zijn vrucht,
al ligt het veld te klagen  onder een lege lucht,
God doet zijn hand toch open,  zijn lof krijgt stem in mij.
Daar ik op Hem mag hopen,  ben ik alleen maar blij.

Epistellezing  1 Thessalonicenzen 5: 3 - 24

3 Terwijl ze zeggen: `Er heerst vrede en veiligheid', juist dan overvalt hen plotseling het verderf, zoals weeën een zwangere vrouw, en is er geen ontkomen aan. 4 Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag u als een dief zou verrassen. 5 U bent allemaal kinderen van het licht, kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht en duisternis. 6 Laten wij dan ook niet slapen als de anderen, maar wakker blijven en nuchter zijn. 7 Zij die slapen, slapen 's nachts; en die zich bedrinken, bedrinken zich 's nachts. 8 Laten wij, die behoren aan de dag, nuchter zijn, de borst gepantserd met geloof en liefde, de helm van de hoop op redding op het hoofd. 9 Want God heeft ons niet bestemd om zijn toorn te ondergaan, maar om deel te krijgen aan de redding door onze Heer Jezus Christus, 10 die voor ons gestorven is, opdat wij, of we nu wakke° zijn of slapen, samen met Hem zouden leven. 11 Blijf daarom elkaar bemoedigen en steunen, zoals u trouwens al doet.
12 Wij verzoeken u, broeders en zusters, om hen te erkennen die onder u arbeiden, die u leiden in de Heer en u terechtwijzen, 13 en om hen vanwege hun werk meer dan gewone liefde waardig te keuren. Bewaar de vrede onder elkaar.
14 Wij vermanen u, broeders en zusters: wijs de leeglopers terecht, bemoedig de kleinmoedigen, ondersteun de zwakken, heb geduld met allen. 15 Zorg dat niemand kwaad met kwaad vergeldt. Streef steeds naar wat goed is voor ieder van u en voor alle mensen.
16 Wees altijd verheugd.
17 Bid zonder ophouden.
18 Dank God voor alles. Dit verlangt God van u in Christus Jezus.
19 Blus de Geest niet uit,
20 kleineer de profetische gaven niet,
21 keur alles, behoud het goede.
22 Houd u ver van alle soort kwaad.
23 De God van de vrede, moge Hij u heiligen, geheel en al; moge u volkomen, naar geest, ziel en lichaam, ongerept bewaard blijven tot de komst van onze Heer Jezus Christus. 24 Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord houden.
 

Aankondiging van de Evangelielezing (Gem. gaat staan) Lucas 24: 13 - 27

allen: 

Evangelielezing:

13 Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was. 15 Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee. 16 Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen. 17 Hij sprak tot hen: `Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?' Met sombere gezichten bleven ze staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: `Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?' 19 `Wat dan?' vroeg Hij. Ze zeiden Hem: `Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk. 20 Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd. 21 En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is. 22 Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan 23 en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.' 25 Toen zei Hij tot hen: `Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd! 26 Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?' 27 En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten. 

Gevolgd door de acclamatie: 

De gemeente gaat zitten.

Gezang 390: 1 en 3
`

Ik weet, aan wie ik mij vertrouwe,  al wisselen ook dag en nacht.
Ik ken de rots waarop ik bouwe:  hij feilt niet, die uw heil verwacht.
Eens aan de avond van mijn leven  breng ik, van zorg en strijden moe,
voor elke dag, mij hier gegeven,  U hoger, reiner loflied toe.

Preek  

Tekst: ‘Dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt’ (I. Thess. 5:18)  

Wat betekent het om God te danken? Is dat zoals het danken van andere mensen? Of is het anders omdat God niet is als andere mensen? Een belangrijk verschil hangt samen met de opdracht van Paulus in onze tekst: Als wij één zijn met Christus Jezus dan moeten wij God onder alle omstandigheden danken. Andere mensen danken wij niet onder alle omstandigheden. Vele dingen die zij ons aandoen geven ons eerder aanleiding tot ressentiment dan tot dankbaarheid. Daarvoor zullen wij ze eerder verwijten maken dan danken. Danken is alleen op zijn plaats ten aanzien van dingen die mensen ons doelbewust aandoen, die tot ons voordeel zijn, en die bedoeld zijn om ons te bevoordelen. Als mensen ons dingen aandoen die ons schaden, en vooral als zij bedoeld zijn om ons te schaden, dan zou het ironisch zijn als wij ze daarvoor zouden danken. Wij zouden hen eerder verwijten maken of wrok en ressentiment tegen hen koesteren. De vraag is nu of wij niet ook vaak tegen God ressentiment koesteren voor vele dingen die in de wereld gebeuren? Is aan God dan geen verwijt te maken voor vele dingen die hij laat gebeuren in de wereld? Hij had die dingen toch kunnen verhoeden en waarom heeft hij dat niet gedaan? Of wordt elk ressentiment tegen God uitgesloten door de opdracht om hem onder alle omstandigheden te danken?

Wij belijden dat God almachtig is, dat niets zich aan zijn macht onttrekt, dat geen omstandigheden buiten hem om tot stand kunnen komen, dat niets in de wereld kan plaatsvinden tenzij God dat toestaat, of tenminste niet verhoedt. Maar als alle dingen op deze manier van God afhankelijk zijn, behoort daar waarschijnlijk zowel het goede als het kwade bij, zowel het geluk als het lijden.

Volgt hier niet uit dat wij God alleen kunnen prijzen voor sommige dingen die hij doet terwijl wij hem voor andere dingen verwijten kunnen maken? Moeten wij alleen dankbaar zijn voor sommige dingen die hij voor ons doet en mogen wij wrok koesteren tegen God voor al het leed dat hij ons laat overkomen? Inderdaad zijn er velen die wrok voelen tegen God voor het leed dat hen overkomt. Neville Ward stelt dat er niemand is die ooit zo gehaat is als God. Er zijn velen die geen ruzie hebben met bepaalde mensen om hen heen maar wel een chronische wrok koesteren tegen de algemene behandeling die zij ontvangen uit de handen van het leven. Dit is woede tegen God.

Indien wij onder bepaalde omstandigheden wrok of ressentiment als een legitieme reactie op God beschouwen dan hebben wij wat Simone Weil een ‘naturalistische Godsconceptie’ noemt, d.w.z. de opvatting dat Gods goedheid afhangt van de gang van zaken in de wereld: Als het slecht gaat dan wordt de claim dat God goed is gefalsifieerd. Dan hebben wij reden om wrok te koesteren over datgene dat God ons aandoet. Dankbaarheid ten aanzien van een naturalistische God is precies als dankbaarheid ten aanzien van een eindige mens omdat zij altijd gecorreleerd is aan wrok: Ik ben u dankbaar omdat u dit voor mij gedaan hebt in plaats van dat. Maar als u dat had gedaan, zou ik eerder ressentiment dan dankbaarheid tegen u hebben gekoesterd. Is dit godsbeeld aanvaardbaar voor een gelovige? Zou een gelovige niet eerder willen zeggen dat Gods wil de uiteindelijke norm voor het goede is in het licht waarvan wij bepalen of het wel of niet goed gaat in de wereld, terwijl in het geval van een naturalistische God de goedheid van wat hij wil bepaald wordt door hoe het gaat in de wereld?

Betekent dat nu dat wij God moeten danken voor alles wat ons overkomt omdat alles uit zijn hand komt, zowel het goede als het kwade, het geluk zowel als het lijden? Dat zou een fatalistische levenshouding zijn zoals dat onlangs weer tot uitdrukking kwam bij sommige moslims in Pakistan die de ramp van de aardbeving over zich heen liet komen en hun sombere lot accepteerden als zijnde de wil van God. Ik vrees dat deze levenshouding geen ernst maakt met het kwaad en met het leed in de wereld. Als alles wat gebeurt de wil van God is, dan is alles goed en bestaat er geen kwaad meer. Dit kan toch niet de levenshouding van een gelovige christen zijn! Er gebeuren vele dingen die niet de wil van God zijn. Mensen en engelen zijn in opstand tegen hem. Het feit dat hij dit toestaat betekent niet dat hij dit goed vindt of dat hij dit zou willen. Onze tekst zegt dat wij God onder alle omstandigheden moeten danken maar dit betekent niet dat wij God voor alle omstandigheden moeten danken! Hoe moeten wij dat nu verstaan?

Zoals bij mensen moeten wij hier onderscheid maken tussen datgene wat iemand doelbewust doet en de onbedoelde (en vaak betreurde) neveneffecten van deze handelingen. Deze neveneffecten kunnen alleen vermeden worden door de bedoelde handeling, waarvan zij de neveneffecten zijn, te laten varen. Laat ik dit illustreren aan de hand van een voorbeeld. Onlangs onderging een neef van mij een heel zware operatie die hem zeer verzwakt achterliet. Hij was maanden lang in en uit de intensive care en zijn toestand ging alleen maar verder achteruit. Het bleek dat zijn enige hoop op herstel een heel zware behandeling was die hem heel beroerd maakte. Helaas sloeg deze behandeling niet aan en werd mijn neef hoe langer hoe beroerder en ging zijn toestand al maar verder achteruit. Nadat hij drie keer zonder succes die behandeling onderging drong zijn familie er bij de arts op aan om met die marteling te stoppen en mijn neef maar liever rustig te laten gaan. Zij kon het niet meer aanzien dat hij zo moest lijden. De arts weigerde echter te stoppen en stond erop dat hij de behandeling nog twee keer zou proberen. De laatste keer sloeg de behandeling aan en werd mijn neef zienderogen beter. Binnen de kortste keren haalde hij zijn agenda erbij en begon weer afspraken te maken: het leven ging weer door! De arts zei ervan dat mijn neef net Lazarus was: hij is uit de dood opgestaan!

Laat ik enkele opmerkingen maken naar aanleiding van dit voorbeeld: (1) De bedoeling van de arts was om mijn neef door de zware behandeling weer beter te maken en niet om hem te martelen. De marteling was een onbedoeld en betreurd neveneffect van de behandeling. Deze marteling kon alleen vermeden worden door de behandeling te stoppen en de doelstelling om mijn neef weer beter te maken, te laten varen. Immers dat was precies waar de familie op aandrong. Zij kon de marteling niet meer aanzien. (2) Achteraf was de familie de arts zeer veel dank verschuldigd. Hij heeft immers mijn neef uit de dood teruggehaald! Zij dankte hem echter niet voor de nare neveneffecten van zijn behandeling. Maar zij heeft hem daar ook geen verwijten over gemaakt! Achteraf was de familie hem dankbaar dat hij tegen haar wensen in zijn doelstelling om mijn neef weer beter te maken voorrang gaf boven het stoppen van de martelende behandeling. (3)De familie wist de bedoelingen van de arts omdat hij hen die had uitgelegd en niet omdat zij die konden afleiden uit de waarnemingen van zijn behandeling. Al wat zij kon waarnemen was dat mijn neef gemarteld werd. Zo kunnen wij de bedoelingen van mensen nooit afleiden uit hun gedrag, maar wij kunnen hun gedrag alleen begrijpen in het licht van vooraf aan ons gegeven kennis van hun bedoelingen. Zo is het met mensen en zo is het ook met God: wij kunnen Gods bedoelingen niet afleiden uit de waargenomen gang van zaken in de wereld, maar wij kunnen de gang van zaken in de wereld alleen begrijpen in het licht van vooraf aan ons gegeven kennis van Gods bedoelingen.

In I Thess. 5 zegt Paulus twee dingen die hier belangrijk zijn: (1) Vers 3: ‘Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.’ Met andere woorden: het leven is beroerd en vol onzekerheden die niet te ontvluchten zijn. Dat is wat zij kunnen zien als wij naar ons leven en de wereld kijken. (2) Vers 9: ‘Gods bedoeling is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.’ De vraag is nu of wij in staat zijn om onze waarneming van het leven (die Paulus in vers 3 beschrijft) te begrijpen in het licht van onze kennis van Gods bedoeling zoals Paulus ons die in vers 9 aangeeft.

De christenmartelaren in de vroege kerk gingen vaak de dood tegemoet met woorden van lof en dank op hun lippen. E.G. Jay wijst erop dat deze moedige christenen zich zeer bewust waren van Gods ‘alomvattende voorzienigheid’ en hun gebeden waren de uitdrukking van hun geloof. Natuurlijk waren zij geen masochisten die God dankte omdat hij hen met opzet liet lijden! Eerder dankten zij God voor zijn ‘alomvattende voorzienigheid’ waarin hij zijn volmaakte bedoelingen met de wereld liet overheersen en waarvoor zij graag het martelaarschap op zich wilden nemen. Zij leiden Gods bedoelingen niet af uit hun ervaring van martelaarschap. Eerder begrepen zij hun lijden in het licht van vooraf aan hen gegeven geloof in Gods voorzienige bedoelingen.

Het is duidelijk dat God danken (en prijzen) een interpretatie van het leven en de ervaring ervan in het licht van het geloof veronderstelt. Indien wij het leven niet begrijpen in het licht van het geloof in Gods voorzienige bedoelingen, dan hebben wij alleen oog voor de ellende. Dan ontkomen wij niet aan een leven van ressentiment. Dit soort interpretatie komt niet vanzelf maar vereist continue training in gebed en spiritualiteit en in de geloofsgemeenschap met andere gelovigen die ons (in de woorden van Paulus) tot troost en tot voorbeeld zijn (I. Thess. 5: 11). Wij zijn echter maar al te vaak als de mannen op weg naar Emmaüs die door Jezus ‘onverstandig en traag van begrip’ genoemd worden. Evenals zij staren wij ons blind op de ellende die wij waarnemen en slagen wij er niet in om onze waarnemingen te begrijpen in het licht van het geloof in Gods voorzienige bedoelingen. Wij lopen daarom altijd gevaar om te bezwijken voor de alternatieve interpretatie die eerder wrok dan dankbaarheid bij ons laat ontstaan. Neville Ward wijst erop dat het christendom een religie van blijdschap is. Het christendom wil dat alle mensen dankbaar kunnen leven in plaats van met wrok. Een leven met wrok is het alternatief voor een dankbaar leven. Het is de toestand waarin men tegen God is en tegen het leven, waarin men elkaar niet lief kan hebben. Dit is precies het christelijke idee van de hel.

Wij zijn natuurlijk niet altijd in staat dankbaar te leven, hoewel dat het christelijke ideaal is. Wij hebben hulp nodig vanwege de donkere kant van het leven die altijd wrok en ressentiment opwekt. Zoals de mannen op weg naar Emmaüs hebben wij het ook nodig dat Jezus aan ons komt uitleggen wat Gods alomvattende heilsbedoelingen zijn. Alleen in het licht daarvan kunnen wij de dingen zien zoals ze zijn. Alleen dan zullen wij in de woorden van Paulus aan de Thessalonicenzers ‘kinderen van het licht en van de dag’ zijn die ‘niet toebehoren aan de nacht en de duisternis’ (I. Thess. 5: 5). Alleen dan kunnen wij een leven van dankbaarheid genieten in de liefde van God. Alleen dan kunnen wij God danken onder alle omstandigheden.  Amen

 

Credo: (de gemeente staat op)  

de gemeente gaat zitten
.

Voorbeden, eindigend op: zo bidden wij:
Wij denken in deze voorbeden aan Lidy Blaauw, die kortgeleden is geopereerd.
Voor haar bidden we:

Goede God,
Wanneer de dag naar de avond neigt,
En het daglicht verdwijnt in het nachtelijk duister,
Begint alles ons tegen te staan
Wordt alles wat wij doen ons tot last.
Iemand spreekt en wij luisteren nauwelijks;
Iemand klopt en wij horen het bijna niet.
Ons harten zijn zo hart als een rots,
Wij worden verteerd door wrok en ressentiment
Tegen het leven en tegen u.
Dan snelt uw genade, goede God, ons tegemoet,
Haar lichtende aanwezigheid verdrijft onze duisternis,
Onze tegenzin is verdwenen,
De hardheid is doorbroken,
Onze harten zijn vervuld met dankbaarheid
En wij kunnen uw naam loven.
            Zo bidden wij…

Heilige en ondoorgrondelijke God,
U hebt bevel gegeven aan het licht
Om te stralen in de duisternis.
Wij vragen u uw licht ook in onze geest te doen stralen
Opdat wij uw heilige Wil kunnen kennen
En uw bedoelingen met ons leven kunnen verstaan.
Dan zal uw licht de duisternis van wrok en ressentiment uit ons harten verdrijven,
En zullen wij genieten van een leven van dankbaarheid
Waarin wij u zullen verheerlijken
En uw goedheid aanroepen.
Dan zullen wij u danken naar de mate van ons kracht.
Dan zullen wij kinderen zijn van het licht
En van de volle dag.
            Zo bidden wij…

In uw handen, barmhartige God,
Bevelen wij onszelf vandaag:
Laat ons van begin tot einde
Bewust zijn van uw zegenende aanwezigheid;
Herinner ons eraan dat wij
In alle goeds dat wij doen, u dienen
En uw kinderen zijn die uw licht zichtbaar maken
in een wereld van duisternis en wrok.  
Maak ons attent en waakzaam
Zodat wij in alles uw Wil onderscheiden,
En die kennende, die ook vreugdevol vervullen,
Tot redding en troost voor onze naaste
En tot eer en glorie van uw Naam.
            Zo bidden wij….

Wanneer wij door de nacht overvallen worden,
Beseffen wij hoezeer wij uw licht nodig hebben
En daarom bidden wij u:
Maak ons open en ontvankelijk voor uw licht,
Zodat het in ons kan binnenstromen;
Verjaag alles wat ons leven donker maakt
En brengt aan het licht
Wat ons nog in de weg staat en verhindert
dat wij een zijn met Christus Jezus
en u onder alle omstandigheden kunnen danken
En ons leven door u laten bepalen.
            Zo bidden wij …

Wij bidden u voor alle mensen
Die opzien tegen het donker van de nacht,
Voor hen die gebukt gaan onder zorgen
Die ze niet durven loslaten,
Voor hen die ernstig ziek zijn
En zich niet durven toevertrouwen aan de slaap,
Omdat zij bang zijn voor de dood.
Voor hen die lijden aan slapeloosheid,
Voor hen die geen goede plek hebben om te slapen;
De daklozen en de zwervers
Veraf en ook dichtbij.
Zegen hen allen met het licht van uw ogen
en doordring hen van uw vrede.
            Zo bidden wij …


In Jezus uw Zoon hebt u het licht
van uw barmhartigheid aan ons geopenbaard,
Het licht waardoor wij uw wereld kan zien
Als een wereld waarin u immer zegenend bij ons aanwezig bent;
Als een wereld waarin wij u onder alle omstandigheden kunnen danken.
Met hem roepen wij daarom tot u:
Onze Vader…

Inzameling van de gaven voor een diaconaal doel. (terwijl de tafel in gereedheid wordt gebracht; ook wordt er gemusiceerd tijdens de inzameling)

Voorg: Dankgebed.   
Heer God, hemelse Vader, aanvaard ons geloof en onze gebeden en zegen deze gaven, dit brood en deze wijn,  die wij U brengen tot eer van Uw naam en ten dienste van Uw gemeente. Laat dit dankoffer U welgevallig zijn en een getuigenis van Uw liefde tot onze naasten.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer. Amen.  

Gemeente:        Amen.

Dankzegging:  (de gemeente gaat staan)  


allen:

Vg.: Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,  
om wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon,  
die Gij geroepen en gezonden hebt,  
om ons te dienen en te verlichten,   
om aan armen Uw koninkrijk te brengen,  
om aan gevangenen Uw verlossing te melden,  
om voor ons allen en voorgoed het evenbeeld te zijn  
en de gestalte van Uw mildheid en trouw.  
Wij danken U voor deze onvergetelijke mens  
die alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -  

wij danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.  


Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd  
heeft Hij het brood in Zijn handen genomen.  

Hij heeft Zijn ogen opgeslagen naar U, God,  

Zijn almachtige Vader.  
Hij heeft U dank gezegd, het brood gebroken  
en het aan Zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:  

“Neemt en eet, dit is Mijn lichaam voor u.  
Doet dit tot Mijn gedachtenis.”  

Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:  

“Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed,  
dat voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van zonden.  
Telkens als gij deze beker drinkt zult gij het doen tot Mijn gedachtenis.”  

allen:


Vg: Bijeen tot Zijn gedachtenis komen wij tot U, o God, 
met dit brood en deze beker,
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van Uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.  

Zend Uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,  

en herschep ons tot mensen
die Uw Zoon laten voorgaan

en niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,  
de ogen gericht op Uw Rijk dat komt.
Voeg ons dan samen met allen die ons zijn voorgegaan, met wie ons lief waren, en die we moesten verliezen...
met de heiligen van naam en de ontelbare vergetenen, heel Uw mensenvolk, genodigd aan Uw maaltijd.  

Gem.: Amen.


Voorg: Komt nu, want alle dingen zijn gereed.

De gemeente vormt een kring.

V: Wenst elkaar de vrede

Men brengt elkaar de vredesgroet en bidt hand in hand:  

Communie    waarna de diaken zegt: ‘Ga in de vrede van de Heer’.  
Terugkeer naar de zitplaatsen, Gemeente gaat zitten. 

Gedicht   W. Barnard gezang 223 liedboek.

De aarde is vervuld van goedertierenheid,
van goddelijk geduld en goddelijk beleid.
Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood door heel het leven heen.
Zij daalt als vruchtbaar zaad tot in de groeve af
omdat zij niet verlaat wie toeven in het graf.
Omdat zij niet vergeet wie godverlaten zijn:
de wereld hemelsbreed zal goede aarde zijn.
De sterren hemelhoog zijn door dit zaad bereid
als dienaars tot de oogst der goedertierenheid.
Het zaad der goedheid Gods, het hoge woord, de Heer,
valt in de voor des doods, valt in de aarde neer.
Al gij die God bemint en op Zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind als psalmen in de nacht. 

Vg: Laten wij samen bidden  
Allen:
Lieve Heer, laat Uw woord voedzaam zijn als brood 
        
en uw liefde ons doorgloeien als wijn.          
Dat wij vol zijn van U en open staan voor elkaar, 
        
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen.

Allen gaan staan:
Gezang 479


Gij roept het jonge leven wakker,  een tuin bloeit rond het open graf.
Er ruisen halmen op de akker  waar zich het zaad verloren gaf.
En vele korrels vormen saam  een kostbaar brood in uwe naam.

Gij hebt de bloemen op de velden  met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden  dat Gij uw schepping niet vergeet.
't Is alles een gelijkenis  van meer dan aards geheimenis.

Laat dan mijn hart U toebehoren  en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren  om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,  omdat de hemel mij begroet.

Zegen

De Vrede van onze Heer Jezus Christus, 
de liefde van God onze Vader en 
de gemeenschap van de Heilige Geest zij altijd met u.

 

Hierna luisteren we zittend naar de muziek.

En er is koffie.