Voorganger: prof. Vincent Brümmer. Organist: Kees Mijderwijk.
Voor
de dienst afkondigingen en vooroefenen.
Aan de
vlam van de Paaskaars worden de lichten op tafel aangestoken

Ingangspsalm (de gemeente gaat zitten)

Als ik, omringd door tegenspoed, bezwijken moet, schenkt Gij mij leven.
Wanneer mijn vijands toorn ontbrandt, uw rechterhand zal redding geven.
De HEER is zo getrouw als sterk, Hij zal zijn werk voor mij voleinden.
Verlaat niet wat uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zenden.
Voorg:
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
....
En
laten wij Zijn Naam prijzen,
want
Zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Zondagsgebed
....door
Jezus Christus onze Heer. Gem.:
Amen.
Dienst
van het Woord
Eerste
lezing
Job 1: 13 - 22
13 Welnu, op de dag dat de zonen en dochters van Job weer hun feestmaal hadden in het huis van hun oudste broer, 14 kwam er een bode bij Job met het bericht:
`De runderen waren aan het ploegen, vlakbij graasden de ezelinnen, 15 en de
Sabeeën kwamen ons overvallen: ze roofden het vee en sloegen de knechten neer met het zwaard. Ik kom het u vertellen, want ik ben de enige die over
is.'
16 Hij was nog niet uitgesproken, of een volgende kwam met het bericht:
`Een geweldig vuur is uit de hemel gevallen,
het heeft vreselijk huisgehouden
onder schapen, geiten en herders
en het heeft ze vernietigd.
Ik kom het u vertellen,
want ik ben de enige die over is.'
17 Hij was nog niet uitgesproken, of weer kwam iemand met het bericht:
`De Chaldeeën hebben in drie groepen onze kamelen overvallen:
ze hebben de dieren geroofd
en de knechten neergeslagen met het zwaard.
Ik kom het u vertellen,
want ik ben de enige die over is.'
18 Hij was nog niet uitgesproken, of een vierde kwam met het bericht:
`Uw zonen en dochters hielden hun feestmaal in het huis van hun oudste
broer;
19 er kwam een machtige windhoos uit de woestijn
en die viel op alle vier de hoeken van het huis:
het stortte in en uw kinderen vonden de dood.
Ik kom het u vertellen,
want ik ben de enige die over is.'
20 Toen scheurde Job zijn kleed, schoor zijn hoofd, viel in verering op de grond 21 en zei:
`Naakt kom ik uit de schoot van moeder aarde,
naakt keer ik daar terug;
de HEER geeft, de HEER neemt.
Gezegend is de Naam van de HEER.'
22 Ondanks deze gebeurtenissen zondigde Job niet; hij maakte God geen enkel verwijt.
Gezang 448: 1 en 4

Al zal geen wijnstok dragen, geen vijgeboom zijn vrucht,
al ligt het veld te klagen onder een lege lucht,
God doet zijn hand toch open, zijn lof krijgt stem in mij.
Daar ik op Hem mag hopen, ben ik alleen maar blij.
Epistellezing
3 Terwijl ze zeggen: `Er heerst vrede en veiligheid', juist dan overvalt hen plotseling het verderf, zoals weeën een zwangere vrouw, en is er geen ontkomen aan. 4 Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag u als een dief zou verrassen. 5 U bent allemaal kinderen van het licht, kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht en duisternis. 6 Laten wij dan ook niet slapen als de anderen, maar wakker blijven en nuchter zijn. 7 Zij die slapen, slapen 's nachts; en die zich bedrinken, bedrinken zich 's nachts. 8 Laten wij, die behoren aan de dag, nuchter zijn, de borst gepantserd met geloof en liefde, de helm van de hoop op redding op het hoofd. 9 Want God heeft ons niet bestemd om zijn toorn te ondergaan, maar om deel te krijgen aan de redding door onze Heer Jezus Christus, 10 die voor ons gestorven is, opdat wij, of we nu wakke° zijn of slapen, samen met Hem zouden leven. 11 Blijf daarom elkaar bemoedigen en steunen, zoals u trouwens al doet.
12 Wij verzoeken u, broeders en zusters, om hen te erkennen die onder u arbeiden, die u leiden in de Heer en u terechtwijzen, 13 en om hen vanwege hun werk meer dan gewone liefde waardig te keuren. Bewaar de vrede onder elkaar.
14 Wij vermanen u, broeders en zusters: wijs de leeglopers terecht, bemoedig de kleinmoedigen, ondersteun de zwakken, heb geduld met allen. 15 Zorg dat niemand kwaad met kwaad vergeldt. Streef steeds naar wat goed is voor ieder van u en voor alle mensen.
16 Wees altijd verheugd.
17 Bid zonder ophouden.
18 Dank God voor alles. Dit verlangt God van u in Christus Jezus.
19 Blus de Geest niet uit,
20 kleineer de profetische gaven niet,
21 keur alles, behoud het goede.
22 Houd u ver van alle soort kwaad.
23 De God van de vrede, moge Hij u heiligen, geheel en al; moge u volkomen, naar geest, ziel en lichaam, ongerept bewaard blijven tot de komst van onze Heer Jezus Christus. 24 Die u roept is getrouw: Hij zal zijn woord houden.
Aankondiging
van de Evangelielezing (Gem.
gaat staan)
Lucas 24: 13 -
27
13 Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was. 15 Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee. 16 Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen. 17 Hij sprak tot hen: `Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?' Met sombere gezichten bleven ze staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: `Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?' 19 `Wat dan?' vroeg Hij. Ze zeiden Hem: `Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk. 20 Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd. 21 En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is. 22 Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan 23 en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.' 25 Toen zei Hij tot hen: `Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd! 26 Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?' 27 En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten.
Gevolgd door de acclamatie:

De
gemeente gaat zitten.
Ik weet, aan wie ik mij vertrouwe, al wisselen ook dag en nacht.
Ik ken de rots waarop ik bouwe: hij feilt niet, die uw heil verwacht.
Eens aan de avond van mijn leven breng ik, van zorg en strijden moe,
voor elke dag, mij hier gegeven, U hoger, reiner loflied toe.
Tekst: ‘Dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt’ (I. Thess. 5:18)
Wat betekent het om God te danken? Is dat
zoals het danken van andere mensen? Of is het anders omdat God niet is als
andere mensen? Een belangrijk verschil hangt samen met de opdracht van Paulus in
onze tekst: Als wij één zijn met Christus Jezus dan moeten wij God onder
alle omstandigheden danken. Andere mensen danken wij niet onder alle
omstandigheden. Vele dingen die zij ons aandoen geven ons eerder aanleiding tot
ressentiment dan tot dankbaarheid. Daarvoor zullen wij ze eerder verwijten maken
dan danken. Danken is alleen op zijn plaats ten aanzien van dingen die mensen
ons doelbewust aandoen, die tot ons voordeel zijn, en die bedoeld zijn om ons te
bevoordelen. Als mensen ons dingen aandoen die ons schaden, en vooral als zij
bedoeld zijn om ons te schaden, dan zou het ironisch zijn als wij ze daarvoor
zouden danken. Wij zouden hen eerder verwijten maken of wrok en ressentiment
tegen hen koesteren. De vraag is nu of wij niet ook vaak tegen God ressentiment
koesteren voor vele dingen die in de wereld gebeuren? Is aan God dan geen
verwijt te maken voor vele dingen die hij laat gebeuren in de wereld? Hij had
die dingen toch kunnen verhoeden en waarom heeft hij dat niet gedaan? Of wordt
elk ressentiment tegen God uitgesloten door de opdracht om hem onder alle
omstandigheden te danken?
Wij belijden dat God almachtig is, dat niets
zich aan zijn macht onttrekt, dat geen omstandigheden buiten hem om tot stand
kunnen komen, dat niets in de wereld kan plaatsvinden tenzij God dat toestaat,
of tenminste niet verhoedt. Maar als alle dingen op deze manier van God
afhankelijk zijn, behoort daar waarschijnlijk zowel het goede als het kwade bij,
zowel het geluk als het lijden.
Volgt hier niet uit dat wij God alleen kunnen prijzen voor sommige
dingen die hij doet terwijl wij hem voor andere dingen verwijten kunnen maken?
Moeten wij alleen dankbaar zijn voor sommige dingen die hij voor ons doet en
mogen wij wrok koesteren tegen God voor al het leed dat hij ons laat overkomen?
Inderdaad zijn er velen die wrok voelen tegen God voor het leed dat hen
overkomt. Neville Ward stelt dat er niemand is die ooit zo gehaat is als God. Er
zijn velen die geen ruzie hebben met bepaalde mensen om hen heen maar wel een
chronische wrok koesteren tegen de algemene behandeling die zij ontvangen uit de
handen van het leven. Dit is woede tegen God.
Indien wij onder bepaalde omstandigheden wrok
of ressentiment als een legitieme reactie op God beschouwen dan hebben wij wat
Simone Weil een ‘naturalistische Godsconceptie’ noemt, d.w.z. de opvatting
dat Gods goedheid afhangt van de gang van zaken in de wereld: Als het slecht
gaat dan wordt de claim dat God goed is gefalsifieerd. Dan hebben wij reden om
wrok te koesteren over datgene dat God ons aandoet. Dankbaarheid ten aanzien van
een naturalistische God is precies als dankbaarheid ten aanzien van een eindige
mens omdat zij altijd gecorreleerd is aan wrok: Ik ben u dankbaar omdat u dit
voor mij gedaan hebt in plaats van dat. Maar
als u dat had gedaan, zou ik eerder ressentiment dan dankbaarheid tegen u
hebben gekoesterd. Is dit godsbeeld aanvaardbaar voor een gelovige? Zou een
gelovige niet eerder willen zeggen dat Gods wil de uiteindelijke norm voor het
goede is in het licht waarvan wij bepalen of het wel of niet goed gaat in de
wereld, terwijl in het geval van een naturalistische God de goedheid van wat hij
wil bepaald wordt door hoe het gaat in de wereld?
Betekent dat nu dat wij God moeten danken voor
alles wat ons overkomt omdat alles uit zijn hand komt, zowel het goede als het
kwade, het geluk zowel als het lijden? Dat zou een fatalistische levenshouding
zijn zoals dat onlangs weer tot uitdrukking kwam bij sommige moslims in Pakistan
die de ramp van de aardbeving over zich heen liet komen en hun sombere lot
accepteerden als zijnde de wil van God. Ik vrees dat deze levenshouding geen
ernst maakt met het kwaad en met het leed in de wereld. Als alles wat gebeurt de
wil van God is, dan is alles goed en bestaat er geen kwaad meer. Dit kan toch
niet de levenshouding van een gelovige christen zijn! Er gebeuren vele dingen
die niet de wil van God zijn. Mensen en engelen zijn in opstand tegen hem. Het
feit dat hij dit toestaat betekent niet dat hij dit goed vindt of dat hij dit
zou willen. Onze tekst zegt dat wij God onder
alle omstandigheden moeten danken maar dit betekent niet dat wij God voor
alle omstandigheden moeten danken! Hoe moeten wij dat nu verstaan?
Zoals bij mensen moeten wij hier onderscheid
maken tussen datgene wat iemand doelbewust doet en de onbedoelde (en vaak
betreurde) neveneffecten van deze handelingen. Deze neveneffecten kunnen alleen
vermeden worden door de bedoelde handeling, waarvan zij de neveneffecten zijn,
te laten varen. Laat ik dit illustreren aan de hand van een voorbeeld. Onlangs
onderging een neef van mij een heel zware operatie die hem zeer verzwakt
achterliet. Hij was maanden lang in en uit de intensive care en zijn toestand
ging alleen maar verder achteruit. Het bleek dat zijn enige hoop op herstel een
heel zware behandeling was die hem heel beroerd maakte. Helaas sloeg deze
behandeling niet aan en werd mijn neef hoe langer hoe beroerder en ging zijn
toestand al maar verder achteruit. Nadat hij drie keer zonder succes die
behandeling onderging drong zijn familie er bij de arts op aan om met die
marteling te stoppen en mijn neef maar liever rustig te laten gaan. Zij kon het
niet meer aanzien dat hij zo moest lijden. De arts weigerde echter te stoppen en
stond erop dat hij de behandeling nog twee keer zou proberen. De laatste keer
sloeg de behandeling aan en werd mijn neef zienderogen beter. Binnen de kortste
keren haalde hij zijn agenda erbij en begon weer afspraken te maken: het leven
ging weer door! De arts zei ervan dat mijn neef net Lazarus was: hij is uit de
dood opgestaan!
Laat ik enkele opmerkingen maken naar
aanleiding van dit voorbeeld: (1) De bedoeling van de arts was om mijn neef door
de zware behandeling weer beter te maken en niet om hem te martelen. De
marteling was een onbedoeld en betreurd neveneffect van de behandeling. Deze
marteling kon alleen vermeden worden door de behandeling te stoppen en de
doelstelling om mijn neef weer beter te maken, te laten varen. Immers dat was
precies waar de familie op aandrong. Zij kon de marteling niet meer aanzien. (2)
Achteraf was de familie de arts zeer veel dank verschuldigd. Hij heeft immers
mijn neef uit de dood teruggehaald! Zij dankte hem echter niet voor de nare
neveneffecten van zijn behandeling. Maar zij heeft hem daar ook geen verwijten
over gemaakt! Achteraf was de familie hem dankbaar dat hij tegen haar wensen in
zijn doelstelling om mijn neef weer beter te maken voorrang gaf boven het
stoppen van de martelende behandeling. (3)De familie wist de bedoelingen van de
arts omdat hij hen die had uitgelegd en niet omdat zij die konden afleiden uit
de waarnemingen van zijn behandeling. Al wat zij kon waarnemen was dat mijn neef
gemarteld werd. Zo kunnen wij de bedoelingen van mensen nooit afleiden uit hun
gedrag, maar wij kunnen hun gedrag alleen begrijpen in het licht van vooraf aan
ons gegeven kennis van hun bedoelingen. Zo is het met mensen en zo is het ook
met God: wij kunnen Gods bedoelingen niet afleiden uit de waargenomen gang van
zaken in de wereld, maar wij kunnen de gang van zaken in de wereld alleen
begrijpen in het licht van vooraf aan ons gegeven kennis van Gods bedoelingen.
In I Thess. 5 zegt Paulus twee dingen die hier
belangrijk zijn: (1) Vers 3: ‘Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid
is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw
door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.’ Met andere woorden: het leven
is beroerd en vol onzekerheden die niet te ontvluchten zijn. Dat is wat zij
kunnen zien als wij naar ons leven en
de wereld kijken. (2) Vers 9: ‘Gods bedoeling is niet dat wij veroordeeld
worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.’ De vraag is
nu of wij in staat zijn om onze waarneming van het leven (die Paulus in vers 3
beschrijft) te begrijpen in het licht van onze kennis van Gods bedoeling zoals
Paulus ons die in vers 9 aangeeft.
De christenmartelaren in de vroege kerk gingen
vaak de dood tegemoet met woorden van lof en dank op hun lippen. E.G. Jay wijst
erop dat deze moedige christenen zich zeer bewust waren van Gods ‘alomvattende
voorzienigheid’ en hun gebeden waren de uitdrukking van hun geloof. Natuurlijk
waren zij geen masochisten die God dankte omdat hij hen met opzet liet lijden!
Eerder dankten zij God voor zijn ‘alomvattende voorzienigheid’ waarin hij
zijn volmaakte bedoelingen met de wereld liet overheersen en waarvoor zij graag
het martelaarschap op zich wilden nemen. Zij leiden Gods bedoelingen niet af uit
hun ervaring van martelaarschap. Eerder begrepen zij hun lijden in het licht van
vooraf aan hen gegeven geloof in Gods voorzienige bedoelingen.
Het is duidelijk dat God danken (en prijzen)
een interpretatie van het leven en de ervaring ervan in het licht van het geloof
veronderstelt. Indien wij het leven niet begrijpen in het licht van het geloof
in Gods voorzienige bedoelingen, dan hebben wij alleen oog voor de ellende. Dan
ontkomen wij niet aan een leven van ressentiment. Dit soort interpretatie komt
niet vanzelf maar vereist continue training in gebed en spiritualiteit en in de
geloofsgemeenschap met andere gelovigen die ons (in de woorden van Paulus) tot
troost en tot voorbeeld zijn (I. Thess. 5: 11). Wij zijn echter maar al te vaak
als de mannen op weg naar Emmaüs die door Jezus ‘onverstandig en traag van
begrip’ genoemd worden. Evenals zij staren wij ons blind op de ellende die wij
waarnemen en slagen wij er niet in om onze waarnemingen te begrijpen in het
licht van het geloof in Gods voorzienige bedoelingen. Wij lopen daarom altijd
gevaar om te bezwijken voor de alternatieve interpretatie die eerder wrok dan
dankbaarheid bij ons laat ontstaan. Neville Ward wijst erop dat het christendom
een religie van blijdschap is. Het christendom wil dat alle mensen dankbaar
kunnen leven in plaats van met wrok. Een leven met wrok is het alternatief voor
een dankbaar leven. Het is de toestand waarin men tegen God is en tegen het
leven, waarin men elkaar niet lief kan hebben. Dit is precies het christelijke
idee van de hel.
Wij zijn natuurlijk niet altijd in staat
dankbaar te leven, hoewel dat het christelijke ideaal is. Wij hebben hulp nodig
vanwege de donkere kant van het leven die altijd wrok en ressentiment opwekt.
Zoals de mannen op weg naar Emmaüs hebben wij het ook nodig dat Jezus aan ons
komt uitleggen wat Gods alomvattende heilsbedoelingen zijn. Alleen in het licht
daarvan kunnen wij de dingen zien zoals ze zijn. Alleen dan zullen wij in de
woorden van Paulus aan de Thessalonicenzers ‘kinderen van het licht en van de
dag’ zijn die ‘niet toebehoren aan de nacht en de duisternis’ (I. Thess.
5: 5). Alleen dan kunnen wij een leven van dankbaarheid genieten in de liefde
van God. Alleen dan kunnen wij God danken onder alle omstandigheden.
Amen
Credo:
(de gemeente
staat op)

de
gemeente gaat zitten.
Voorbeden, eindigend op:
zo bidden wij:
Voor haar bidden we:

Goede God,
Wanneer de dag naar de avond neigt,
En het daglicht verdwijnt in het nachtelijk duister,
Begint alles ons tegen te staan
Wordt alles wat wij doen ons tot last.
Iemand spreekt en wij luisteren nauwelijks;
Iemand klopt en wij horen het bijna niet.
Ons harten zijn zo hart als een rots,
Wij worden verteerd door wrok en ressentiment
Tegen het leven en tegen u.
Dan snelt uw genade, goede God, ons tegemoet,
Haar lichtende aanwezigheid verdrijft onze duisternis,
Onze tegenzin is verdwenen,
De hardheid is doorbroken,
Onze harten zijn vervuld met dankbaarheid
En wij kunnen uw naam loven.
Zo bidden wij…
Heilige en ondoorgrondelijke God,
U hebt bevel gegeven aan het licht
Om te stralen in de duisternis.
Wij vragen u uw licht ook in onze geest te doen stralen
Opdat wij uw heilige Wil kunnen kennen
En uw bedoelingen met ons leven kunnen verstaan.
Dan zal uw licht de duisternis van wrok en ressentiment uit ons harten
verdrijven,
En zullen wij genieten van een leven van dankbaarheid
Waarin wij u zullen verheerlijken
En uw goedheid aanroepen.
Dan zullen wij u danken naar de mate van ons kracht.
Dan zullen wij kinderen zijn van het licht
En van de volle dag.
Zo bidden wij…
In uw handen, barmhartige God,
Bevelen wij onszelf vandaag:
Laat ons van begin tot einde
Bewust zijn van uw zegenende aanwezigheid;
Herinner ons eraan dat wij
In alle goeds dat wij doen, u dienen
En uw kinderen zijn die uw licht zichtbaar maken
in een wereld van duisternis en wrok.
Maak ons attent en waakzaam
Zodat wij in alles uw Wil onderscheiden,
En die kennende, die ook vreugdevol vervullen,
Tot redding en troost voor onze naaste
En tot eer en glorie van uw Naam.
Zo bidden wij….
Wanneer wij door de nacht overvallen worden,
Beseffen wij hoezeer wij uw licht nodig hebben
En daarom bidden wij u:
Maak ons open en ontvankelijk voor uw licht,
Zodat het in ons kan binnenstromen;
Verjaag alles wat ons leven donker maakt
En brengt aan het licht
Wat ons nog in de weg staat en verhindert
dat wij een zijn met Christus Jezus
en u onder alle omstandigheden kunnen danken
En ons leven door u laten bepalen.
Zo bidden wij …

Wij bidden u voor alle mensen
Die opzien tegen het donker van de nacht,
Voor hen die gebukt gaan onder zorgen
Die ze niet durven loslaten,
Voor hen die ernstig ziek zijn
En zich niet durven toevertrouwen aan de slaap,
Omdat zij bang zijn voor de dood.
Voor hen die lijden aan slapeloosheid,
Voor hen die geen goede plek hebben om te slapen;
De daklozen en de zwervers
Veraf en ook dichtbij.
Zegen hen allen met het licht van uw ogen
en doordring hen van uw vrede.
Zo bidden wij …

In Jezus uw Zoon hebt u het licht
van uw barmhartigheid aan ons geopenbaard,
Het licht waardoor wij uw wereld kan zien
Als een wereld waarin u immer zegenend bij ons aanwezig bent;
Als een wereld waarin wij u onder alle omstandigheden kunnen danken.
Met hem roepen wij daarom tot u:
Onze Vader…
Inzameling
van de gaven
voor een diaconaal doel.
(terwijl
de tafel in gereedheid wordt gebracht; ook wordt er gemusiceerd tijdens
de
inzameling)
Voorg:
Dankgebed.
Heer God, hemelse Vader,
aanvaard ons geloof en onze gebeden en zegen deze gaven, dit brood en
deze wijn,
die wij U brengen tot eer van Uw naam en ten dienste van Uw
gemeente.
Laat dit dankoffer U welgevallig
zijn en een getuigenis van Uw liefde tot onze naasten.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer. Amen.
Gemeente: Amen.
Dankzegging:
(de
gemeente gaat staan)


allen:

Vg.:
Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,
om
wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon,
die
Gij geroepen en gezonden hebt,
om
ons te dienen en te verlichten,
om
aan armen Uw koninkrijk te brengen,
om
aan gevangenen Uw verlossing te melden,
om
voor ons allen en voorgoed het evenbeeld te zijn
en
de gestalte van Uw mildheid en trouw.
Wij
danken U voor deze onvergetelijke mens
die
alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -
wij
danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.
Want
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd
heeft
Hij het brood in Zijn handen genomen.
Hij
heeft Zijn ogen opgeslagen naar U, God,
Zijn
almachtige Vader.
Hij
heeft U dank gezegd, het brood gebroken
en
het aan Zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:
“Neemt
en eet, dit is Mijn lichaam voor u.
Doet
dit tot Mijn gedachtenis.”
Zo
nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze
beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed,
dat
voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Telkens als gij deze beker drinkt zult gij het doen tot Mijn
gedachtenis.”
allen:
Vg:
Bijeen tot Zijn gedachtenis komen wij tot U, o God,
met
dit brood en deze beker,
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van Uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend
Uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,
en herschep ons tot
mensen
die Uw Zoon laten voorgaan
en
niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,
de
ogen gericht op Uw Rijk dat komt.
Voeg
ons dan samen met allen die ons zijn voorgegaan, met wie ons lief
waren, en die
we moesten verliezen...
met de
heiligen van naam en de ontelbare vergetenen, heel Uw mensenvolk,
genodigd aan
Uw maaltijd.
Gem.:
Amen.

V:
Wenst elkaar de vrede
Men
brengt elkaar de vredesgroet en bidt hand in hand:
Communie
Terugkeer
naar de zitplaatsen, Gemeente gaat zitten.

Gedicht
De aarde is vervuld
van goedertierenheid,
van goddelijk geduld
en goddelijk beleid.
Gods goedheid is te groot
voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood
door heel het leven heen.
Zij daalt als vruchtbaar zaad
tot in de groeve af
omdat zij niet verlaat
wie toeven in het graf.
Omdat zij niet vergeet
wie godverlaten zijn:
de wereld hemelsbreed
zal goede aarde zijn.
De sterren hemelhoog
zijn door dit zaad bereid
als dienaars tot de oogst
der goedertierenheid.
Het zaad der goedheid Gods,
het hoge woord, de Heer,
valt in de voor des doods,
valt in de aarde neer.
Al gij die God bemint
en op Zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind
als psalmen in de nacht.
Vg:
Laten wij samen bidden
Allen:
Lieve Heer, laat Uw woord voedzaam zijn als brood
en uw liefde ons
doorgloeien als wijn.
Dat wij vol zijn van
U en open staan voor elkaar,
door Jezus Christus,
onze Heer. Amen.
Allen
gaan staan:
Gezang 479

Gij roept het jonge leven wakker, een tuin bloeit rond het open graf.
Er ruisen halmen op de akker waar zich het zaad verloren gaf.
En vele korrels vormen saam een kostbaar brood in uwe naam.
Gij hebt de bloemen op de velden met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden dat Gij uw schepping niet vergeet.
't Is alles een gelijkenis van meer dan aards geheimenis.
Laat dan mijn hart U toebehoren en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet.
Zegen
De Vrede van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God onze Vader en
de gemeenschap van de Heilige Geest zij altijd met u.
En er is koffie.