Voorganger: Hein Cras.
Voor
de dienst afkondigingen en vooroefenen.
Aan de
vlam van de Paaskaars worden de lichten op tafel aangestoken

Ingangspsalm (de gemeente gaat zitten)
Heerse van zee tot zee zijn vrede,
van land tot land zijn lof,
de volken zullen tot hem treden,
zijn vijand likt het stof.
Tarsis en Scheba's verre stranden,
brengt hem uw overvloed.
Gij koningen van alle landen,
valt deze heer te voet.
Ps. 72 : 4
Hij zal de redder zijn der armen,
hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij.
Hij helpt, met hun bestaan bewogen,
die zijn in vrees verward.
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij draagt hen in zijn hart.
Ps. 72 : 5
Leve de koning in ons midden,
geef hem Arabisch goud.
Laten wij daaglijks voor hem bidden,
nu hij de scepter houdt.
Het veld zal blinken van het koren.
Men zal het als een woud
zelfs op de bergen ruisen horen,
het ganse land is goud.
Ps. 72 : 6
Bloeie zijn naam in alle streken,
zolang de zon verrijst.
Zijn koningschap zij ons een teken
dat naar Gods toekomst wijst.
Dat opgetogen allerwegen
de volken komen saam,
elkander groetend met de zegen
van zijn doorluchte naam.
Voorg:
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
....
En
laten wij Zijn Naam prijzen,
want
Zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Zondagsgebed
Door
het licht van een ster, God, hebt
gij mensen ertoe gebracht zomaar op
weg te gaan en u in een kind te
huldigen; breng ook ons naar u toe en laat van ons een licht uitgaan dat mensen
kan bewegen u te zoeken.[i]
Vader
wij bedanken u voor de openbaring van uw zoon in ons midden. We hopen dat tot ons iedere keer opnieuw de rijkdom van deze
openbaring doordringt en in ons leven gestalte krijgt tot welzijn van anderen,
de hele aarde en onszelf. Dat
vragen wij u door Jezus Christus, onze Heer.
[i]
W.R.van der Zee, Zondagswoorden, p.33
Gem.:
Amen.
Dienst
van het Woord
1 ¶
Sta op en schitter, je licht is gekomen,over jou schijnt de luister van de
HEER.2
Duisternis bedekt de aardeen donkerte de naties,
maar over jou schijnt de
HEER,zijn luister is boven jou zichtbaar.
3
Volken laten zich leiden door jouw licht,koningen door de glans van je schijnsel.
Psalm
of lied

Een rijk van vrede maakt ons vrij, de Zoon van God voert
heerschappij, zal duisternis
verlichten. Gods rijk komt met gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid, de machten moeten zwichten! Refr.
Een licht van
vrede is nabij - de Heer verschijnt maakt mensen blij-
verheugd en opgetogen. Verzamel u vanaf vandaag
van groot tot klein, van hoog tot laag, God is om ons bewogen. Refr.
Epistellezing
1 ¶
Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid.2
U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is.3
Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven.4
Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus.5
Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten:6
de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.7
Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt.8
Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen,9
en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt.10
Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen,11
naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer,12
in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem.
Aankondiging
van de Evangelielezing (Gem.
gaat staan)
1 ¶
Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.2
Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’3
Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.4
Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden.5
‘In Betlehem in Judea, ‘zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet:6
“En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’7
Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was,8
en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’9 ¶
Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was.10
Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde.11
Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.12
Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.

Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van 't leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.
En wilt Gij ons de bittre beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.
Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.
Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.
Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwege horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.
In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.
Dierbaren,
Wij
hebben weer een jaar voor ons. We hebben de kans en de keus dit jaar de
openbaring van God iedere keer weer opnieuw en iedere keer met nieuwe aspecten
tot ons te laten doordringen en deze te beantwoorden door zelf een openbaring
voor anderen te zijn. Onze relatie met God, met de Vader, de Zoon en hun Geest
is iedere keer nieuw.
Er
is in ons eigen leven en in dat vele, vele anderen de nodige duisternis. We
verlangen naar licht in dat duister en we zijn blij, wanneer we mensen ontmoeten
die dat licht uitstralen. Ik denk vandaag aan Jesaja, Paulus, Matteüs. Het hele
gebeuren rond kerstmis en het feest wat we vandaag vieren gaat daarover. Niet
bij de pakken blijven neerzitten, maar ons openstellen voor de openbaring.
Iedere keer opnieuw. Iedere keer nieuw.
1
Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de
HEER. 2 Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt
de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. 3 Volken laten zich leiden door
jouw licht.
Er
staat dan in die eerste lezing zo
mooi: Je zult stralen van vreugde als je
het ziet, je
hart zal van blijdschap overslaan.
Dat is blij zijn!
Datzelfde
hoorden we in het verhaal van de herders De
herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord
en gezien hadden en vandaag in het verhaal van de magiërs.
Toen
ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde.
Ik
ben wel eens bang, dat God mij verwijt tijdens mijn leven niet voldoende blij te
zijn geweest. Zo vervuld van vreugde om wat Hij/Zij met ons voorheeft.
In
de brief van Paulus zegt hij dat hem het mysterie geopenbaard is en wel om het
door te geven aan anderen. Ook aan de heidenen. 6 de
heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van
hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.
Stralen
van vreugde. Stralen is uitstralen. Naar anderen.
Paulus schrijft: 10 Zo zal nu
door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle
vorsten en heersers in de hemelsferen.
Ik
zie het al voor me, dat dit door de kerken zou kunnen gebeuren. Stralen de
kerken altijd wijsheid uit???
Paulus
vertelt in het vervolg op het gedeelte dat we vandaag lazen waar wij de kracht
kunnen krijgen om dit toch wel te doen. 14 Daarom
buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 die de vader is van elke gemeenschap
in de hemelsferen en op aarde. 16 Moge hij vanuit zijn rijke luister uw
innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door
uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest
blijft in de liefde. Van de Vader zelf komt onze kracht.
Laten
we ons niet bezorgd maken dat geweldig grote dingen van ons gevraagd worden.
Straks wordt een gedicht gelezen. Ik
las ergens dat Remco Campert dit gedicht van hemzelf voorlas bij de begrafenis
van Joop den Uyl. “Iemand stelt de
vraag” Verzet tegen de
duisternis, tegen je bij het kwaad neerleggen, begint niet met grote woorden
maar met kleine daden.
We
verzetten ons constant tegen de duisternis het laatste woord te laten.
Ik
zei aan het begin, dat Sion wordt voorgesteld bij Jesaja als een stralende
vrouw.
Openbaring van God kun je op heel veel manieren vertolken. Jezus gebruikt
parabels, gelijkenissen. Je kunt ze vertalen in een gebed, zoals de Wereldraad
van kerken in Geneve dat eens gedaan heeft[i]. En u zult misschien als ik
verbaasd zijn over de rol van de vrouw bij deze openbaring.
Kom
tot ons, God
God
van de armen,
kom tot ons als een vrome vrouw
die haar laatste penningske geeft.
God van de verlorenen,
kom tot ons als een wijze vrouw
op zoek naar een verborgen munt.
God van de buitenstaanders,
kom tot ons als een vreemde vrouw
die om de kruimels van onze tafel smeekt.
God van de zieken,
kom tot ons als een bloedende vrouw,
die reikt naar een helende aanraking.
God van de veroordeelden,
kom tot ons als een geoordeelde vrouw,
die voor haar aanklagers neerknielt.
God van de gekwetsten
kom tot ons als die mooie vrouw,
die met d’r haar ons de voeten wast.
God van de stervenden,
kom tot ons als de treurende vrouw
die rouwt om haar gestorven broer.
Medelijdende God,
open ons hart om U te ontvangen,
zodat wij deze dag markeren
als het moment waarop wij onszelf
en onze kerken opnieuw inzetten
om solidair te zijn met vrouwen.
U hebt ons bezocht door vrouwen,
die vervuld waren van uw Geest...
U hebt ons gezegend met dromen
van een gezamenlijke toekomst,
en met gaven voor een gezamenlijk leven.
Laat ons bij dit alles trouw blijven
aan de boodschap van uw evangelie.
Dat wij als vrouwen en mannen
samen mogen getuigen
van uw liefde in Christus.
Amen.
Wat vreemd, en onvoorstelbaar dat er nog kerken zijn zoals de roomse of
partijen als de SGP die discriminerend met vrouwen omgaan.
Het is best een boeiende tijd. Gelovig zijn en zeker naar de kerk gaan
is niet vanzelfsprekend meer, zoals het was in mijn en wellicht ook jullie
jeugd. We moeten er voor kiezen. Dat maakt het eigenlijk waardevoller.
Professor Jacques Janssen van de Radbouduniversiteit maakt een
onderscheid tussen twee soorten gelovigen.[ii]
Extrinsieke en intrinsieke. De extrinsieke geloven als vanouds. Ze hechten aan
de oude instituties, waarin ze opgegroeid zijn. Onderzoek in de Verenigde
?Staten en ook in Nederland heeft aangetoond dat er veel discriminatie en
racisme onder deze gelovigen voorkomt. Wel moet eerlijkheidshalve gezegd worden
dat ze veel instellingen in stand houden die echt hulp verlenen aan mensen die
door de rest van de samenleving in de steek worden gelaten. De intrinsieke
christenen zijn de zoekers. De mensen die van binnenuit zoeken naar de diepste
zin van het leven en naar wie God is. Ze voelen zich daarbij helemaal niet
gesteund door de gevestigde kerken. Ik
denk dat wij zoals we hier zitten tot de intrinsieke gelovigen behoren. We
hebben grote moeite met wat
verkalkt is binnen kerken. Overigens
zijn we wel beslist solidair met bovengenoemde instellingen die opkomen voor de
armsten.
Tot
slot: De drie wijzen gingen niet
ieder voor zich op weg, op zoek naar Christus, maar tezamen. Ze vormden een
trekkende gemeenschap. Een beeld van Gods volk onderweg, zoals wij. Ze konden
elkaar bemoedigen en ondersteunen. Samen overleggen. Elkaar behoeden voor
verkeerde beslissingen.
Laat
ons hier en in de kringen waarin wij ons nog meer bewegen iedere keer opnieuw
weer samen op weg gaan naar het licht. Soms een wanhopig gevecht voeren tegen
die duisternis en cynisme.
Ik wens ons allen en al onze dierbaren en alle mensen vreugde, vrede, licht en liefde.
[i]
Wereldraad van Kerken;
uit: Geef ons heden ons
dagelijks brood, bidden met de armen p.30[i]
[ii] Religie in Nederland: kiezen of delen? Tilburg, KSVG 2007.
Credo:
(de gemeente
staat op)

de
gemeente gaat zitten.
Voorbeden, eindigend op:
zo bidden wij:

Inzameling
van de gaven
voor een diaconaal doel.
(terwijl
de tafel in gereedheid wordt gebracht; ook wordt er gemusiceerd tijdens
de
inzameling)
Voorg:
Dankgebed.
Heer God, hemelse Vader,
aanvaard ons geloof en onze gebeden en zegen deze gaven, dit brood en
deze wijn,
die wij U brengen tot eer van Uw naam en ten dienste van Uw
gemeente.
Laat dit dankoffer U welgevallig
zijn en een getuigenis van Uw liefde tot onze naasten.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer. Amen.
Gemeente: Amen.
Dankzegging:
(de
gemeente gaat staan)


allen:

Vg.:
Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,
om
wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon,
die
Gij geroepen en gezonden hebt,
om
ons te dienen en te verlichten,
om
aan armen Uw koninkrijk te brengen,
om
aan gevangenen Uw verlossing te melden,
om
voor ons allen en voorgoed het evenbeeld te zijn
en
de gestalte van Uw mildheid en trouw.
Wij
danken U voor deze onvergetelijke mens
die
alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -
wij
danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.
Want
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd
heeft
Hij het brood in Zijn handen genomen.
Hij
heeft Zijn ogen opgeslagen naar U, God,
Zijn
almachtige Vader.
Hij
heeft U dank gezegd, het brood gebroken
en
het aan Zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:
“Neemt
en eet, dit is Mijn lichaam voor u.
Doet
dit tot Mijn gedachtenis.”
Zo
nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:
“Deze
beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed,
dat
voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van zonden.
Telkens als gij deze beker drinkt zult gij het doen tot Mijn
gedachtenis.”
allen:
Vg:
Bijeen tot Zijn gedachtenis komen wij tot U, o God,
met
dit brood en deze beker,
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van Uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend
Uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,
en herschep ons tot
mensen
die Uw Zoon laten voorgaan
en
niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,
de
ogen gericht op Uw Rijk dat komt.
Voeg
ons dan samen met allen die ons zijn voorgegaan, met wie ons lief
waren, en die
we moesten verliezen... met de
heiligen van naam en de ontelbare vergetenen, heel Uw mensenvolk,
genodigd aan
Uw maaltijd.
Gem.:
Amen.

Voorg: Komt nu, want alle dingen zijn gereed.
V:
Wenst elkaar de vrede
Men
brengt elkaar de vredesgroet en bidt hand in hand:
Communie
Terugkeer
naar de zitplaatsen, Gemeente gaat zitten.

Gedicht
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen
Remco Campert
Vg:
Laten wij samen bidden
Allen:
Lieve Heer, laat Uw woord voedzaam zijn als brood
en uw liefde ons
doorgloeien als wijn.
Dat wij vol zijn van
U en open staan voor elkaar,
door Jezus Christus,
onze Heer. Amen.
Allen
gaan staan:
Lied Tussentijds 137
Nacht waarin zou zijn geboren die de naam heeft 'dat Gij redt',
morgentaal in onze oren hemel op ons hoofd gezet
ogenwenkend woord van U nieuw getijde dat is nu.
Gij die nieuw zijt alle dagen bron en hartslag van de tijd,
kunt Gij één moment verdragen dat Gij niet mijn toekomst zit? -
die gezegd hebt: Ík zal zijn' en 'de dood zal niet meer zijn'.
Zeg ons dat Gij niet zult slapen, eerste stem die nimmer
zweeg.
Zie de mens door U geschapen, waarom zijn wij woest en leeg
als de dood zo zwaar en dicht? Spreek ons open naar Uw licht.
Zegen
De Heer schenke ons
de behoedzaamheid van zijn handen,
de goedheid van zijn ogen,
de glimlach van zijn mond,
de vastheid van zijn stappen,
de vrede van zijn woorden,
de warmte van zijn hart,
het vuur van zijn Geest,
de vreugdevolle geheimenis
van zijn aanwezigheid.
Zegene ons en alle mensen
de Vader,
zijn Zoon en
hun heilige Geest.
En er is koffie.