Voorganger: Hein Cras.
Voor de dienst afkondigingen en vooroefenen.        

Aan de vlam van de Paaskaars worden de lichten op tafel aangestoken

Voorbereiding:
De gemeente gaat staan

Ingangspsalm (de gemeente gaat zitten) ps. 72:3,4,5,6

Heerse van zee tot zee zijn vrede,
van land tot land zijn lof,
de volken zullen tot hem treden,
zijn vijand likt het stof.
Tarsis en Scheba's verre stranden,
brengt hem uw overvloed.
Gij koningen van alle landen,
valt deze heer te voet.

Ps. 72 : 4 
Hij zal de redder zijn der armen,
hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij.
Hij helpt, met hun bestaan bewogen,
die zijn in vrees verward.
Hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
Hij draagt hen in zijn hart.

Ps. 72 : 5 
Leve de koning in ons midden,
geef hem Arabisch goud.
Laten wij daaglijks voor hem bidden,
nu hij de scepter houdt.
Het veld zal blinken van het koren.
Men zal het als een woud
zelfs op de bergen ruisen horen,
het ganse land is goud.

Ps. 72 : 6 
Bloeie zijn naam in alle streken,
zolang de zon verrijst.
Zijn koningschap zij ons een teken
dat naar Gods toekomst wijst.
Dat opgetogen allerwegen
de volken komen saam,
elkander groetend met de zegen
van zijn doorluchte naam.

Voorg: Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,  
....  
En laten wij Zijn Naam prijzen,  
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.

Kyrië:  

Gloria
: 

 

Zondagsgebed   

Door het licht van een ster, God,  hebt gij mensen ertoe gebracht  zomaar op weg te gaan  en u in een kind te huldigen; breng ook ons naar u toe en laat van ons een licht uitgaan dat mensen kan bewegen  u te zoeken.[i]

Vader wij bedanken u voor de openbaring van uw zoon in ons midden. We hopen dat tot ons iedere keer opnieuw de rijkdom van deze openbaring doordringt en in ons leven gestalte krijgt tot welzijn van anderen, de hele aarde en onszelf.  Dat vragen wij u door Jezus Christus, onze Heer.


[i] W.R.van der Zee, Zondagswoorden, p.33

Gem.: Amen.

Dienst van het Woord   Eerste lezing Lezing eerste Testament door iemand uit de gemeente: Jesaja 60:1-6

1 ¶ Sta op en schitter, je licht is gekomen,

over jou schijnt de luister van de HEER.

2 Duisternis bedekt de aarde

en donkerte de naties,

maar over jou schijnt de HEER,

zijn luister is boven jou zichtbaar.

3 Volken laten zich leiden door jouw licht,

koningen door de glans van je schijnsel.

Psalm of lied Tussentijds 126:1,5 en 6


Een rijk van vrede maakt ons vrij, de Zoon van God voert heerschappij,
zal duisternis verlichten. Gods rijk komt met gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid, de machten moeten zwichten! Refr.

Een licht van vrede is nabij - de Heer verschijnt maakt mensen blij-
verheugd en opgetogen. Verzamel u vanaf vandaag
van groot tot klein, van hoog tot laag,  God is om ons bewogen. Refr.

Epistellezing  Efeziërs 3:1-12

1 ¶ Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid.

2 U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is.

3 Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven.

4 Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus.

5 Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten:

6 de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.

7 Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt.

8 Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen,

9 en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt.

10 Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen,

11 naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer,

12 in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem.

Aankondiging van de Evangelielezing (Gem. gaat staan)

allen: 

Evangelielezing: Matteüs 2:1-12

1 ¶ Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.

2 Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’

3 Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.

4 Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden.

5 ‘In Betlehem in Judea, ‘zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet:

6 “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’

7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was,

8 en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’

9 ¶ Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was.

10 Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde.

11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.

12 Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.


De gemeente gaat zitten.

Lied Gez.398 


Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van 't leed dat ons beklemt,
o Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.

En wilt Gij ons de bittre beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.

Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.

Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.

Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwege horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.

In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.

Preek

Dierbaren, 

Wij hebben weer een jaar voor ons. We hebben de kans en de keus dit jaar de openbaring van God iedere keer weer opnieuw en iedere keer met nieuwe aspecten tot ons te laten doordringen en deze te beantwoorden door zelf een openbaring voor anderen te zijn. Onze relatie met God, met de Vader, de Zoon en hun Geest is iedere keer nieuw. 

Er is in ons eigen leven en in dat vele, vele anderen de nodige duisternis. We verlangen naar licht in dat duister en we zijn blij, wanneer we mensen ontmoeten die dat licht uitstralen. Ik denk vandaag aan Jesaja, Paulus, Matteüs. Het hele gebeuren rond kerstmis en het feest wat we vandaag vieren gaat daarover. Niet bij de pakken blijven neerzitten, maar ons openstellen voor de openbaring. Iedere keer opnieuw. Iedere keer nieuw. 

1 Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER. 2 Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. 3 Volken laten zich leiden door jouw licht. 

Er staat dan in  die eerste lezing zo mooi: Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap overslaan. Dat is blij zijn! 

Datzelfde hoorden we in het verhaal van de herders De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden en vandaag in het verhaal van de magiërs.

Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde.

Ik ben wel eens bang, dat God mij verwijt tijdens mijn leven niet voldoende blij te zijn geweest. Zo vervuld van vreugde om wat Hij/Zij met ons voorheeft. 

In de brief van Paulus zegt hij dat hem het mysterie geopenbaard is en wel om het door te geven aan anderen. Ook aan de heidenen. 6 de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie. 

Stralen van vreugde. Stralen is uitstralen. Naar anderen.  Paulus schrijft: 10 Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen.

Ik zie het al voor me, dat dit door de kerken zou kunnen gebeuren. Stralen de kerken altijd wijsheid uit??? 

Paulus vertelt in het vervolg op het gedeelte dat we vandaag lazen waar wij de kracht kunnen krijgen om dit toch wel te doen. 14 Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16 Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Van de Vader zelf komt onze kracht. 

Laten we ons niet bezorgd maken dat geweldig grote dingen van ons gevraagd worden. Straks wordt een gedicht gelezen.  Ik las ergens dat Remco Campert dit gedicht van hemzelf voorlas bij de begrafenis van Joop den Uyl. “Iemand stelt de vraag”  Verzet tegen de duisternis, tegen je bij het kwaad neerleggen, begint niet met grote woorden maar met kleine daden. 

We verzetten ons constant tegen de duisternis het laatste woord te laten.  

Ik zei aan het begin, dat Sion wordt voorgesteld bij Jesaja als een stralende vrouw. 
Openbaring van God kun je op heel veel manieren vertolken. Jezus gebruikt parabels, gelijkenissen. Je kunt ze vertalen in een gebed, zoals de Wereldraad van kerken in Geneve dat eens gedaan heeft[i]. En u zult misschien als ik verbaasd zijn over de rol van de vrouw bij deze openbaring. 

Kom tot ons, God 

God van de armen,
kom tot ons als een vrome vrouw
die haar laatste penningske geeft.

God van de verlorenen,
kom tot ons als een wijze vrouw
op zoek naar een verborgen munt.

God van de buitenstaanders,
kom tot ons als een vreemde vrouw
die om de kruimels van onze tafel smeekt.

God van de zieken,
kom tot ons als een bloedende vrouw,
die reikt naar een helende aanraking.

God van de veroordeelden,
kom tot ons als een geoordeelde vrouw,
die voor haar aanklagers neerknielt.

God van de gekwetsten
kom tot ons als die mooie vrouw,
die met d’r haar ons de voeten wast.

God van de stervenden,
kom tot ons als de treurende vrouw
die rouwt om haar gestorven broer.

Medelijdende God,
open ons hart om U te ontvangen,
zodat wij deze dag markeren
als het moment waarop wij onszelf
en onze kerken opnieuw inzetten
om solidair te zijn met vrouwen.

U hebt ons bezocht door vrouwen,
die vervuld waren van uw Geest...
U hebt ons gezegend met dromen
van een gezamenlijke toekomst,
en met gaven voor een gezamenlijk leven.

Laat ons bij dit alles trouw blijven
aan de boodschap van uw evangelie.

Dat wij als vrouwen en mannen
samen mogen getuigen
van uw liefde in Christus.
Amen.

Wat vreemd, en onvoorstelbaar dat er nog kerken zijn zoals de roomse of partijen als de SGP die discriminerend met vrouwen omgaan.   

Het is best een boeiende tijd. Gelovig zijn en zeker naar de kerk gaan is niet vanzelfsprekend meer, zoals het was in mijn en wellicht ook jullie jeugd. We moeten er voor kiezen. Dat maakt het eigenlijk waardevoller.  

Professor Jacques Janssen van de Radbouduniversiteit maakt een onderscheid tussen twee soorten gelovigen.[ii] Extrinsieke en intrinsieke. De extrinsieke geloven als vanouds. Ze hechten aan de oude instituties, waarin ze opgegroeid zijn. Onderzoek in de Verenigde ?Staten en ook in Nederland heeft aangetoond dat er veel discriminatie en racisme onder deze gelovigen voorkomt. Wel moet eerlijkheidshalve gezegd worden dat ze veel instellingen in stand houden die echt hulp verlenen aan mensen die door de rest van de samenleving in de steek worden gelaten. De intrinsieke christenen zijn de zoekers. De mensen die van binnenuit zoeken naar de diepste zin van het leven en naar wie God is. Ze voelen zich daarbij helemaal niet gesteund door de gevestigde kerken.  Ik denk dat wij zoals we hier zitten tot de intrinsieke gelovigen behoren. We hebben grote moeite met  wat verkalkt is binnen kerken.  Overigens zijn we wel beslist solidair met bovengenoemde instellingen die opkomen voor de armsten.  

Tot slot:  De drie wijzen gingen niet ieder voor zich op weg, op zoek naar Christus, maar tezamen. Ze vormden een trekkende gemeenschap. Een beeld van Gods volk onderweg, zoals wij. Ze konden elkaar bemoedigen en ondersteunen. Samen overleggen. Elkaar behoeden voor verkeerde beslissingen. 

Laat ons hier en in de kringen waarin wij ons nog meer bewegen iedere keer opnieuw weer samen op weg gaan naar het licht. Soms een wanhopig gevecht voeren tegen die duisternis en cynisme. 

Ik wens ons allen en al onze dierbaren en alle mensen vreugde, vrede, licht en liefde.


[i] Wereldraad van Kerken;
uit: Geef ons heden ons dagelijks brood, bidden met de armen  p.30[i] 

[ii] Religie in Nederland: kiezen of delen? Tilburg, KSVG 2007.

Credo: (de gemeente staat op)  

de gemeente gaat zitten
.

Voorbeden, eindigend op: zo bidden wij:

Inz
ameling van de gaven voor een diaconaal doel
. (terwijl de tafel in gereedheid wordt gebracht; ook wordt er gemusiceerd tijdens de inzameling)

Voorg: Dankgebed.   
Heer God, hemelse Vader, aanvaard ons geloof en onze gebeden en zegen deze gaven, dit brood en deze wijn,  die wij U brengen tot eer van Uw naam en ten dienste van Uw gemeente. Laat dit dankoffer U welgevallig zijn en een getuigenis van Uw liefde tot onze naasten.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, Uw Zoon, onze Heer. Amen.  

Gemeente:        Amen.

Dankzegging:  (de gemeente gaat staan)  


allen:

Vg.: Wij danken U, heilige Vader, Heer onze God,  
om wille van Jezus Christus, Uw veelgeliefde Zoon,  
die Gij geroepen en gezonden hebt,  
om ons te dienen en te verlichten,   
om aan armen Uw koninkrijk te brengen,  
om aan gevangenen Uw verlossing te melden,  
om voor ons allen en voorgoed het evenbeeld te zijn  
en de gestalte van Uw mildheid en trouw.  
Wij danken U voor deze onvergetelijke mens  
die alles heeft volbracht wat menselijk is, ons leven, onze dood -  

wij danken U dat Hij zich met hart en ziel gegeven heeft aan deze wereld.  


Want in de nacht waarin Hij werd overgeleverd  
heeft Hij het brood in Zijn handen genomen.  

Hij heeft Zijn ogen opgeslagen naar U, God,  

Zijn almachtige Vader.  
Hij heeft U dank gezegd, het brood gebroken  
en het aan Zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:  

“Neemt en eet, dit is Mijn lichaam voor u.  
Doet dit tot Mijn gedachtenis.”  

Zo nam Hij ook de beker, sprak een dankgebed uit en zei:  

“Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed,  
dat voor u en allen vergoten wordt tot vergeving van zonden.  
Telkens als gij deze beker drinkt zult gij het doen tot Mijn gedachtenis.”  

allen:


Vg: Bijeen tot Zijn gedachtenis komen wij tot U, o God, 
met dit brood en deze beker,
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van Uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.

Zend Uw Geest op ons neer,
de Geest die levend maakt,  

en herschep ons tot mensen
die Uw Zoon laten voorgaan

en niet ophouden U te belijden en elkaar te behoeden,  
de ogen gericht op Uw Rijk dat komt.

Voeg ons dan samen met allen die ons zijn voorgegaan, met wie ons lief waren, en die we moesten verliezen... met de heiligen van naam en de ontelbare vergetenen, heel Uw mensenvolk, genodigd aan Uw maaltijd.  
Gem.: Amen.
 
 

Voorg: Komt nu, want alle dingen zijn gereed.
De gemeente vormt een kring.

V: Wenst elkaar de vrede

Men brengt elkaar de vredesgroet en bidt hand in hand:  

Communie    waarna de diaken zegt: ‘Ga in de vrede van de Heer’.  
Terugkeer naar de zitplaatsen, Gemeente gaat zitten. 

Gedicht Iemand stelt de vraag  

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

Remco Campert

Vg: Laten wij samen bidden  
Allen:
Lieve Heer, laat Uw woord voedzaam zijn als brood 
        
en uw liefde ons doorgloeien als wijn.          
Dat wij vol zijn van U en open staan voor elkaar, 
        
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen.

 

Allen gaan staan:
Lied Tussentijds 137

Nacht waarin zou zijn geboren die de naam heeft 'dat Gij redt',
morgentaal in onze oren hemel op ons hoofd gezet
ogenwenkend woord van U nieuw getijde dat is nu.

Gij die nieuw zijt alle dagen bron en hartslag van de tijd,
kunt Gij één moment verdragen dat Gij niet mijn toekomst zit? -
die gezegd hebt: Ík zal zijn' en 'de dood zal niet meer zijn'.

Zeg ons dat Gij niet zult slapen, eerste stem die nimmer zweeg.
Zie de mens door U geschapen, waarom zijn wij woest en leeg
als de dood zo zwaar en dicht? Spreek ons open naar Uw licht. 

Zegen
De Heer schenke ons
de behoedzaamheid van zijn handen,
de goedheid van zijn ogen,
de glimlach van zijn mond,
de vastheid van zijn stappen,
de vrede van zijn woorden,
de warmte van zijn hart,
het vuur van zijn Geest,
de vreugdevolle geheimenis van zijn aanwezigheid.

Zegene ons en alle mensen 
de Vader,
zijn Zoon en
hun heilige Geest.
   

Hierna luisteren we zittend naar de muziek.

En er is koffie.