Kerstviering 2007 Lutherse kerk Heusden
Voorbereiding
(De Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)
Orgelspel
Minuit Chrétiens (gezongen door Edy).
Dit lied is gecomponeerd door Adolphe Charles
Adam, en de woorden zijn van Placide Cappeau, die handelde in wijn en poëzie.
De pastoor van de stad Uzès had bij hem een lied besteld voor de middernachtmis
van 1847.

De
notre foi que la lumière ardente
Moge het vurig licht van ons geloof
Nous
guide tous au berceau de l'enfant,
ons leiden naar de kribbe van het Kind,
Comme
autrefois, une étoile brillante Zoals eertijds een schitterende ster
Y
conduisit les trois chefs d'Orient,
er de drie wijzen leidde uit het Oosten.
Le Roi
des rois né dans la dépendance
De Koning der koningen geboren in
afhankelijkheid
En lui
confond toute humaine grandeur
verbergt daarin Zijn zeer menselijke grootheid.
Enfin Jésus a brisé toute entrave;
Tenslotte heeft Jezus elke boei verbroken;
La terre est libre et le ciel est ouvert.
de aard’ is vrij en de hemel is geopend.
Il voit un frère où n'était qu'un esclave
Hij ziet een broeder waar slechts slaven waren
L'amour unit ceux qu'enchaînait le fer.
liefde verbindt hen die het ijzer had geketend.
Oh ! Qui dira notre reconnaissance
Oh! Wie zal onze dankbaarheid uitspreken
A ce Jésus, notre aimable Sauveur?
tot die Jezus, onze minnenswaardige Redder?
Voor de dienst begint wordt er door allen
gezongen:
Gez 160: 1 en 2 (komt ons in diepe nacht ter ore)
Intussen wordt de kerstboom aangestoken. Met het licht van de paaskaars die al
brandt.

Geen ander teken ons gegeven
geen licht in onze duisternis
dan deze mens om mee te leven
een God die onze broeder is.
Zingt voor uw God, Hij openbaarde
in Jezus zijn menslievendheid.
Zo wordt de wereld nieuwe aarde
en alle vlees aanschouwt het heil.
Zoals de zon komt met zijn zegen
een bruidegom van licht en vuur,
zo komt de koning van de vrede -
voorgoed gekomen is zijn uur.
Hij huwt de mensen aan elkander
zijn liefde gaat van mond tot mond.
Hij geeft zijn lichaam ons in handen.
Zo leven wij zijn nieuw verbond.
Introïtus: Binnenkomst dienstdoend ouderling, diaken en predikant
Mededelingen en welkom door de ouderling. Hij eindigt met: Christus is geboren,
Christus is gekomen, Christus heeft overwonnen. Halleluja!
Gemeente: gezang 145:1 Nu sijt wellecome.
De Ouderling steekt de beide kaarsen op tafel
aan.
De Ouderling geeft de voorganger een hand.
Gemeente gaat staan
Introïtuslied: Tussentijds 141: als een ster in lichte luister.
Koor: 1 en 2, gemeente 3, samen 4 (koor wel 4-st).
2. Als een morgen aangebroken, als het licht
zonneklaar,
roos in de winter, in de woestijn ontkoken,
als belofte bloeit Gij daar.
3. Als een kind tot ons gekomen, zijt Gij ons ongedacht
nader, nabijer dan wij ooit durven dromen.
Liefde heeft Uw overmacht.
4. Als een woord dat, eens gegeven, nóg de
morgen ontbiedt,
zegt Gij ons aan de nacht niet meer te vrezen,
want Uw ster verlaat ons niet.
V. Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader die het leven geeft, de
Zoon, die het leven is en de Heilige Geest, die leven wil in ieder van
ons.
Amen
Moment van Stilte
Bemoediging:
Onze Hulp is in de naam van de Heer
Die Hemel en aarde gemaakt heeft
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren
Gemeente gaat zitten
Verootmoediging:
Om Uw lof, die ongezongen bleef vragen wij U:
vergeef ons.
Om het gebed, dat ongebeden bleef, vragen wij U: vergeef ons.
Om de liefde, die niet gegeven werd, vragen wij U: vergeef ons.
Om de liefde, die niet ontvangen werd, vragen wij U: vergeef ons.
Wij vragen u Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.
Amen
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Ontferming en Genadeverkondiging
Laat ons de Heer om ontferming aanroepen, want Zijn barmhartigheid kent geen
grenzen.
Kyrië: 1e keer: koor vierstemmig, 2e keer met gemeente
erbij.
Dienst van het Woord
Lied om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord: psalm
25: 2 en 4
God is goed, Hij is waarachtig
en gaat zijn getrouwen voor,
brengt, aan zijn verbond gedachtig,
zondaars in het rechte spoor.
Hij zal leiden 't zacht gemoed in
het effen recht des HEREN:
wie Hem needrig valt te voet, zal
van Hem zijn wegen leren.
Gebed:
Genadige God, U die ons hebt willen redden uit alle nood en dood door Jezus
Christus, onze Heer,
U aanbidden wij, U danken wij op deze dag van vreugde en genade.
Amen.
Lezing uit het Oude Testament Jesaja 60: 1-3 NB
1
Sta op, word verlicht, want je licht is gekomen:
de glorie van de ENE is over je opgegaan!
2 Want zie, het duister bedekt wel de aarde, en donkerheid de natiën, maar over
jou zal de Ene opdagen, Zijn glorie wordt over jou zichtbaar.
3 Volkeren zullen op weggaan naar jouw licht, koningen naar de glans van jouw
dageraad.
Psalmwoord: Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en aan Zijn trouw
jegens het huis van Israël; alle einden der aarde hebben het heil aanschouwd
van onze God! Halleluja
Epistellezing: Openbaring 1: 9 - 18
9 Ik,
Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met
u deel in het koninkrijk en in standvastigheid–ik was op het eiland Patmos
omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd.
10 Op de dag van de Heer raakte ik in vervoering. Ik hoorde achter me een luide
stem, die klonk als een bazuin
11 en die tegen me zei: ‘Schrijf alles wat je ziet in een boek en stuur dat
naar de zeven gemeenten, naar Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes,
Filadelfia en Laodicea.’
12 Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven
gouden lampenstandaards,
13 en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang
gewaad en had een gouden band om zijn borst.
14 Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen
waren als een vlammend vuur.
15 Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid
van geweldige watermassa’s.
16 In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp,
tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon.
17 Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn
rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste.
18 Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid.
Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.
Lied: De koning van het sterrelicht…
Koor: Refrein, vers 1, refrein.


Gemeente gaat staan
Evangelielezing: Mattheüs 1: 18-23.
18 De
afkomst van Jezus Christus was als volgt.
Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem
woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest.
19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak
brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten.
20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De
engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te
nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.
21 Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk
bevrijden van hun zonden.’
22 Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de
profeet door de Heer is gezegd:
23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël
geven, ‘wat in onze taal betekent ‘God met ons’.
Koor: refrein, vers 3 en5. Allen refrein.


5 Het is het
Kind. dat met ons deelt wat wij aan schulden zorgen dragen;
de Godszoon die de wonden heelt,de wetten draagt van de tien plagen.
Allen:

24 Jozef werd
wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij
zich als zijn vrouw,
25 maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard
had. En hij gaf hem de naam Jezus. (= God redt.)
Koor: refrein, vers 7. Allen refrein.

Gemeente gaat zitten
Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE
VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS,
ONZE HEER.
Lieve vrienden,
Immanuel!
Dat woord is U zojuist voorgelezen uit het Evangelie, en ik vraag u om het goed
in uw herinnering vast te houden, want het bevat de boodschap die ik u
van Godswege in de kersttijd mag verkondigen. Immanuel, d.i. God
ís met ons.
Na deze aanhef vermoedt U al, en niet ten onrechte, dat ik nu eerst wat voorwerk
ga verrichten. Het Protestants-christelijke dagblad Trouw publiceerde in de
vorige week twee opmerkelijke artikelen, één over God en één over onze
kersttekst. Artikelen die mij echt uitdagen tot een weerwoord, vooral omdat de
kans bestaat, dat u ze ook gelezen hebt. Het ene betreft ds. Klaas Hendriks, die
de paarse boetetijd van vóór Kerst heeft uitgekozen met een ‘goed gevoel
voor timing’ om provocerend uit te bazuinen, dat God niet bestaat. Hij
had geen beter moment kunnen vinden voor zo’n bewering dan juist nu. De
geboorte van Gods zoon is het enige christelijke feest, dat de bevolking in zijn
totaliteit nog wat aanspreekt. Het kindje in de kribbe, de kerststal die door
Franciscus van Assisi populair gemaakt is, de vertederende os en ezel uit de
apocryphe evangeliën, wat betekent dat alles nog als het niet met God te
maken heeft…
Moet zo’n man zijn ambt niet neerleggen?
Je zou zeggen van wel, maar wacht even!
Om hem recht te doen moeten we hem volledig citeren. Aan zijn stelling:
‘God bestaat niet’ voegt hij toe: ‘maar Hij werkt wel in de
wereld.’
Die toevoeging, die nauwelijks opgemerkt is, maakt veel goed. Ook ik preek over
Immanuel niet alleen als over God die is, maar minstens zo veel over
Jezus als Gods Zoon die onder ons en in en met ons werkt.
En nu naar het artikel van ds. Matthias Smalbrugge, die ik wat beter ken dan ds.
Hendrikse. Ik was erbij toen hij een aantal jaren geleden bevestigd en
ingezegend werd in de kapel van prins Willen de Zwijger in Delft. Hij trekt
danig van leer in Trouw. Evenals ds. Nico ter Linden over wie ik straks nog kom
te spreken, wijst hij de maagdelijke geboorte van Jezus af. Jozef echter houdt
hij niet voor de biologische vader van het kind in de kribbe. Volgens hem was
het iemand anders. Maar juist zo ziet hij in die situatie een bijbels
motief, dat opmerkelijk genoeg een Lutherse klank heeft. Hij gebruikt er zelfs Duitse
termen voor.
Als Maria gezondigd heeft vóór haar huwelijk met Jozef behoort zij
‘gerichtet’ (d.i. veroordeeld) te worden, maar dank zij de hemelse
tussenkomst is zij door Jozef ‘gerettet’ (wat ik opvat als begenadigd).
De bedoeling van het artikel is aan te tonen, dat de Immanuëlboodschap
gepredikt wordt in een zondige mensenwereld, waarin zij iets uitricht.
Zij vervult haar functie daarin pas als zij een punt heeft waar zij bij
ons kan ‘landen’. Het kindeke Jezus als Zoon van God raakt onze
werkelijkheid voor ds. Smalbrugge te weinig. Voor hem heb ik echter een woord
van Luther zelf. Ook maar in het Duits dan. Das Wort sie sollen lassen stehn.
U hoorde vanmorgen zelf de tekst van Mattheüs. Die gaat echt niet uit van de
gedachte dat Jozefs vrouw Maria eigenlijk een overspelige vrouw was, al dacht
Jozef dat aanvankelijk misschien wel.
U bemerkt intussen dat preken over deze tekst niet vanzelf gaat, ook niet als ik
die twee artikelen niet gelezen had.
Wie in domineeskringen verkeert hoort rondom de feestdagen de herders der
gemeenten nogal eens klagen over de werkdruk. Het Kerstfeest staat onder ons
predikanten zelfs bekend onder een militaire benaming die overgebleven is uit de
onafhankelijkheidsoorlog van de Belgen.
U hoort ons dan spreken van de 10 daagse veldtocht; en de vermoeienissen van het
feest rechtvaardigen voor menigeen de verlate kerstvacantie van de eerste week
van januari, waar dominees zo naar hunkeren..
De ouderling die de preekbeurten regelt kan voor de zondag die in die week valt
maar heel moeilijk een voorganger vinden. Gelukkig bestaan er emeriti.
Maar zou de goede man wel willen komen, als hij het wéér zo lelijk vindt?
Voor de predikanten die dienst doen in de kersttijd is de werkdruk niet de enige
oorzaak van de vermoeidheid. Veel ernstiger is een verschijnsel van spirituele
aard, dat in het bijzonder in deze periode van het kerkelijk jaar opspeelt. Het
aantal teksten dat het NT aan de geboorte van Jezus wijdt is verre van
overvloedig en bovendien is de inhoud ervan overbekend bij het kerkvolk, en
zelfs daarbuiten.
Wij denken dat wij wel weten wat er staat.
Dat leidt ertoe, dat de voorganger zich bewust wordt van het feit, dat alles wat
hij zou kunnen zeggen eigenlijk al gezegd is.
Anders geformuleerd: hoe houden we met onze kerstboodschap de aandacht van de
toehoorders vast als alles al gezegd is?
In verband hiermee mag ik voorts niet onvermeld laten dat er twee addertjes
onder het gras van het kerstfeest zitten. Het ene is sinds de bijbeluitleg van
Ds. Nico ter Linden met zijn kopje wel boven het maaiveld gekomen. Ik doel op de
vraag of Jozef de biologische vader van Jezus is. Het evangelie van Matttheüs
zegt van niet, maar mijn gewaardeerde collega verklaart, dat hij niets kan
geloven wat met de rede in strijd is. Volgens hem gaat het bij Jezus’ geboorte
dus niet om een gebeuren waaraan geen aardse vader te pas gekomen is. Maar U
hebt zojuist zelf gehoord, dat Mattheüs heel duidelijk verklaart, dat de
feitelijke voltrekking van het huwelijk tussen Jozef en Maria pas na
Jezus’ geboorte plaats vond. Het preken over dat onderwerp wordt er onder die
omstandigheden niet eenvoudiger op. Toch zeggen wij in de avondmaalszegen strijk
en zet dat de vrede Gods alle verstand te boven gaat…
Het tweede addertje zit met zijn kopje nog veilig verscholen in het hoge gras
van de geschiedenis. Het zijn voornamelijk theologen die er iets van weten.
Maar een dag of tien geleden bemerkte ik tijdens een lezing, dat kunsthistorici
er aandacht aan geven. De inleider begon met de voor sommigen mogelijk
schokkende maar daarom niet minder juiste mededeling, dat de viering van het
kerstfeest pas begonnen is, nadat het Christendom al 350 jaar bestaan
had. Als ik in de geschiedenis van de provincie Brabant terugblik over een zo
langdurige periode, beland ik ongeveer bij Frederik Hendrik, de Stedendwinger,
die de onneembaar geachte hoofdstad Den Bosch veroverd heeft. Zo’n lange tijd
heeft ons geloof, ondanks de twee verhalen over Jezus’ geboorte in Mattheüs
en Lucas geen behoefte gehad aan een kerstviering.
Waarom eerst niet en daarna wel? De eerste christenen hechtten geen grote waarde
aan hun geboortedatum. Ook niet aan die van Jezus.
Zijn sterven en vooral Zijn opstanding uit de doden betekenden alles voor
hen.
Marcus spreekt met geen woord over Jezus’ geboorte, evenmin als Johannes.
Het verzoek om een nieuw christelijk feest kwam van de keizer. Hij had
behoefte aan een gelegenheid die de verschillende volken van zijn rijk bijeen
kon brengen en hen kon betrekken bij de godsdienst die inmiddels
staatsgodsdienst was geworden. De paus gaf toestemming na enige aarzeling, maar
zeg maar eens ‘nee’ tegen een wereldheerser! De 25ste december
was onder het heidendom de dag van de zegevierende zon. De dagen gingen weer
lengen, want de zon was sterker gebleken dan de duisternis. Dat sluit wel aardig
aan bij grondgedachten van het Christendom. Heel wat volken konden zich erin
vinden en de rijkseenheid werd erdoor bevorderd. Heel wat theologen
vragen zich echter af of een invloed van de politiek op de godsdienst wel zo
gunstig is.
Ik ga er niet op door, want ik ben gelukkig klaar met mijn voorwerk. Van tijd
tot tijd heb ik al eens even laten zien, dat er heel wat struikgewas de weg
verspert naar het Godsrijk.
Ik ben wel erg blij te zien, dat al mijn collega’s er naar streven de blijde
boodschap dichtbij de mensen te brengen. Van mij behoeft geen van hen zijn ambt
neer te leggen.
Immanuël!
Als u zinvolle kerstdagen wilt hebben moet u dat woord vasthouden.
Sinds de komst van Jezus Christus naar deze aarde vertoeft Zijn hemelse Vader,
die ook onze Vader is, incognito als mens onder de mensen die Hij tot Zich
roept. Als u het niet laat bij de tekst van het kerstfeest, maar doorleest
in het Evangelie, bereikt U de passage waarin Jezus aan Zij discipelen vraagt wie
Hij voor hen is. En U kent Petrus’ antwoord wel:
U bent de Christus, de Zoon van de Levende God.
Op Golgotha neemt een centurio, een hoofdman over honderd, een officier
van de keizer, dat woord wat aarzelend over. Hij zegt: waarlijk, deze
Jezus is een zoon van God.
Dat verwijst naar een hoopvolle toekomst.
Wat ik u wil zeggen is dat deze lijn zijn
lichtend spoor trekt door de hele Europese geschiedenis, en ook nog altijd
voortgaat buiten onze kring.
Wie Immanuel kan zeggen weet dat Jezus meer
is geweest dan een uitzonderlijk begaafd mens. Meer ook dan een profeet, of
zelfs een engel uit de hemel. Hij is de Zoon van de levende God, die ons van
nood en dood verlost.
En ja, Hij volbrengt in de door Hem geschapen wereld een werk. En niemand weet hoe
Hij te werk gaat.
Wel ervaren we in de liefde van hen die ons met genegenheid ter zijde staan, de
afglans van Gods liefde, omdat we ook zelf aan Zijn roepstem gehoor geven door
de liefde tot onze naasten.
Ook weten we met Luther dat we tegelijk zondaar en rechtvaardige genoemd mogen
worden als God Zijn licht over ons doet schijnen.
Ja, er zijn momenten waarop God Zijn lichtend aangezicht vertoont in de tempel
als men Hem aanbidt, zoals in Jesaja 60, of wanneer Hij een lichtende ster
plaatst boven het huis in Bethlehem waar de drie wijzen uit het Oosten een
hulpeloos kind hun hulde brachten. Eenmaal volwassen zal datzelfde kind aan Zijn
kerk het visioen van een stralende toekomst tonen in de openbaring aan Johannes
op Patmos, hoewel juist op dat tijdstip de Christelijke kerk door de keizer
vervolgd zal worden.
Zij weten allen van Immanuel, de God die met hen is en Zijn werk tot een goed
einde zal brengen.
In hen, maar ook in ons.
Zo wens ik U gezegende kerstdagen.
De vrede Gods die alle verstand te boven gaat moge U behouden. Want God
is met ons: Immanuel.
Orgelspel als inleiding op het Antwoordlied:
Er is een roos ontloken

Die roos van ons verlangen,
dat uitverkoren zaad,
is door een maagd ontvangen uit
Gods verborgen raad.
Maria was bereid, toen Gabriël
haar groette
in 't midden van de tijd.
Die bloem van Gods behagen heeft,
naar Jesaja sprak,
de winterkou verdragen als
allerdorste tak.
O roos als bloed zo rood, God komt
zijn volk bezoeken
in 't midden van de dood.
Gemeente:

Dienst van Gebeden en
Gaven
Geloofsbelijdenis (Uit Indonesië)
Ik geloof in God die Liefde is,
En die de aarde
heeft toevertrouwd aan alle mensen
Ik geloof in Jezus Christus
Die gekomen is
Om ons heel te maken
En ons te bevrijden
Van alle onderdrukking.
Ik geloof in de Geest van God
Die werkt in en door allen
Die zich toekeren naar de waarheid.
Ik geloof in een gemeenschap van gelovigen
Die geroepen is tot dienst aan alle mensen.
Ik geloof in de belofte van God,
Dat hij uiteindelijk zal vernietigen
De macht van de zonde
In ons allen
En dat Hij op zal richten
Het rijk van gerechtigheid en vrede
Voor heel de mensheid.
Inzameling van de gaven.
Daarbij zingen we: gezang 134.

Eer zij God die onze Vader
en die onze Koning is.
Eer zij God die op de aarde naar
ons toe gekomen is.
Gloria in excelsis Deo, gloria
in excelsis Deo.
Lam van God, Gij hebt gedragen alle
schuld tot elke prijs,
geef in onze levensdagen peis en
vreê, kyrieleis.
Gloria in excelsis Deo, gloria in
excelsis Deo.
Dankgebed en smeking over de gaven.
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde
en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg. Om Jezus’ wil… Amen.
Voorbeden
Grote God, wij danken U, dat U ons zo lief hebt gehad, dat U ons in Uw Zoon hebt
willen redden en dat U hem ter wereld deed komen in een gezin dat U wilde
gehoorzamen voor alles.
Leer ons zo, door het Kind van Bethlehem, steeds weer en steeds meer Uw wil te
doen. Dat bidden wij:

Goede God, in deze wereld van kopen en verkopen, is het een verademing om te
mogen horen van genade.
Help ons om zelf genadige mensen te zijn, in het licht van Uw liefde. Zo bidden
wij:

Lieve God, in de intimiteit en de rust van deze kerk, van deze gemeenschap,
danken wij U voor deze luxe aan vrijheid. Help ons die goed te gebruiken, zodat
ook anderen de boodschap van het Kerstfeest mogen mee maken, door ons leven in
hun midden. Zo bidden wij:

Stil gebed
Onze Vader (NBV-versie):
Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,
Laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig
was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.

Gemeente staat op
Slotlied: gezang 135: 1, en 2
Hij, die heerst op 's hemels troon,
Here Christus, Vaders Zoon,
wordt geboren uit een maagd op de
tijd die God behaagt.
Zonne der gerechtigheid, woord dat
vlees geworden zijt,
tussen alle mensen in in het
menselijk gezin.
Hoor, de englen zingen de eer van
de nieuw geboren Heer!
Uitzending en Zegen
Het Kind in de kribbe moge Koning
zijn in onze harten.
Gods welbehagen in mensen moge ook aan ons zijn
af te lezen.
Het licht van Kerst moge ons leven doorstralen.
Daartoe zegenen ons de vader, de Zoon en de
Heilige Geest! Amen.
Ere zij
God

En dan wordt er koffie gedronken...