Voorbereiding        (Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)

Orgelspel

Introïtus: Binnenkomst dienstdoend ouderling, diaken en predikant

Koor: De vreugde voert ons naar dit huis (Tussentijds 1)

a: Onthul ons dan Uw Aangezicht, Uw Naam, die mét ons gaat
en heilig ons hier met Uw licht, Uw voorbedachte raad.

Mededelingen en welkom door de ouderling. Hij eindigt met: Na het aansteken van de altaarkaarsen zingen wij psalm 98:1
 
De ouderling steekt de beide kaarsen op tafel aan en geeft de voorganger een hand. De Gemeente gaat staan

Introïtuspsalm: 98:1

Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader,
de     Zoon en de Heilige Geest
Amen

Moment van Stilte

Bemoediging:
Onze Hulp is in de naam van de Heer
Die Hemel en aarde gemaakt heeft

De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren

Gemeente gaat zitten

Verootmoediging:
Wij vragen u Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.
Amen

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag.


Ontferming en Genadeverkondiging
Laat wij de Heer om ontferming aanroepen, want Zijn barmhartigheid kent geen grenzen…

Laten wij dan ook Zijn Naam prijzen met het zingen van ons Glorialied, omdat er geen grens is aan Zijn barmhartigheid! (Gezang 379:1)

Dienst van het Woord

Ons gezongen gebed om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord is het aangegeven lied: vervul ons met een nieuw verstaan. Tussentijds 1:6

Laten we bidden: Heer, die onze dagen en nachten in de hand hebt, wil ze tellen als geheiligd door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing uit het Oude Testament Jesaja 66: 18 en 19
Het is het laatste boek uit de serie van Jesaja, die het volk hier wijst op hun tekort komen, en op de nieuwe keer in de geschiedenis die is te verwachten…
De Heer zegt bij monde van Jesaja:
18. (Want) Ik ken hun daden en hun gedachten.
De tijd is gekomen om alle landen en volken bijeen te brengen. Ze zullen komen en Mijn luister zien.
19  Ik zal onder hen een teken verrichten: sommigen zal Ik sparen en naar vreemde volken sturen–naar Tarsis, Pul en Lydië, volken van boogschutters, naar Tubal en Griekenland, naar de verste eilanden, waar Mijn faam nog niet is doorgedrongen en Mijn luister nog niet is gezien–en zij zullen Mijn majesteit tegenover al deze volken verkondigen.
De psalmist zegt dan ook: Laat zo mijn mond de lof spreken van de Heer, en laat alles wat leeft Zijn heilige Naam prijzen tot in eeuwigheid. (psalm 145:21) Halleluja

Epistellezing: Romeinen 8: 31- 39
Paulus schrijft in dit hoofdstuk over de tegenstelling tussen het leven in maatschappelijk opzicht, en het leven in geestelijk opzicht. Hoe je daar mee om kunt en moet gaan. En hij schrijft over de hoop die wij Christenen hebben op iets dat we nog niet zien, namelijk een ongekende heerlijkheid door Jezus, ook al lijkt de situatie met de wereld nóg zo ernstig, en dan schrijft hij over de zekerheid die het geloof kent.
31 Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
32 Zal Hij, die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken?
33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God Zelf spreekt hen vrij.
34 Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons.
35 Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
36 Er staat geschreven: ‘Om u worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’
37 Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij Hem die ons heeft liefgehad.
38 Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst,
39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Laten wij Hem met heel de schepping danken, en zingen: gezang 461:7

Gemeente gaat staan

Evangelielezing: Johannes 14: 21 – 24
Dit is een deel uit de laatste gesprekken die de Heer voor Zijn gevangenschap en terechtstelling met de leerlingen houdt. Hij vertelt over het huis met de vele woningen, en Hij belooft de Trooster, die na Hem komen zal.
21 Wie Mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van Mijn Vader en Mij ontvangen, en Ik zal Mij aan hem/haar bekendmaken.’
22 Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’
23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij of zij zich houden aan wat Ik zeg, Mijn Vader zal haar/hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem/haar komen en bij haar/hem wonen.
24 Maar wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg; en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet Mijn woorden, maar de woorden van de Vader door Wie Ik gezonden ben.
Allen: (gezongen):

Gemeente gaat zitten

Laten we samen zingen: gezang 146:1, 3, 6


O God ons heil, ons hoogste goed,
Gij werd een mens van vlees en bloed,
werd onze broeder, en door U
zijn wij Gods eigen kindren nu.

Geloofd die komt in 's Heren naam!
Wij christnen zeegnen U te zaam,
U, vredevorst, der vaadren wens,
U zaligmaker, God en mens!

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve vrienden en vriendinnen, zusters en broeders,

Wat is het toch een voorrecht dat we hier bij elkaar mogen zijn, aan de avond van het jaar, aan de avond van deze laatste dag, aan de avond van het leven wellicht, en zingen van licht en toekomst, van leven uit liefde en van opnieuw beginnen in het kader van Kerstfeest, van de Komst van de Heer als Koning over heel de aarde, zichtbaar voor iedereen.
Het visioen van Jesaja spreekt daarover als Gods diepste wens voor deze wereld. Hij wil niet gekend zijn als de God van een minderheid, maar Hij wil dat alle volkeren komen en Zijn luister zien, Zijn faam horen, Zijn Majesteit verkondigd krijgen.
Er zijn er uit het volk van God die deze opdracht krijgen, hoorden we, die daarvoor gespaard worden van de ondergang, die ze over zich hadden afgeroepen door God níét te willen dienen, door te kiezen tegen God.
We weten niet veel van die zendingsdrang in vroegere tijden, maar wel zien we dat met de komst van Jezus in deze wereld dít visioen werkelijkheid wordt.
Want na Zijn sterven en Zijn overwinning op de dood als laatste vijand, gaan de leerlingen de wereld in met de nieuwe boodschap dat Gods liefde geldt voor heel de aarde, voor alle mensen, en dat we allemaal mogen wonen in het Huis met de vele woningen, dat we allemaal deel mogen uitmaken van het koninkrijk Gods als wij dat graag willen. Ze vertellen dat het zichtbaar is, in het hier en nu, in de daden van liefde die mensen verrichten. In de genade die wij elkaar als schepsels van God bewijzen. Een betere wereld begint bij ons zelf, in Gods kracht.
Dat verkondigden ze.
Ze hebben makkelijk praten, denken we misschien.
Vergis je niet: de wereld aan het begin van onze jaartelling zat echt niet te wachten op een andere religie.
Gods nieuwe kinderen werden aan alle kanten vervolgd. Allereerst door de overheid, die er een subversieve stroming in zag, die het gezag van de keizer afwees ten behoeve van het gezag van die nieuwe Heer, die pretendeerde de schepper van Hemel en aarde te zijn, en koning voor alle volkeren en culturen. Ja, een koning die met het zelfde Griekse woord kurioj werd aangeduid als de keizer zelf. Nota bene!
Maar ze werden ook vervolgd door de meerderheid van het oude Godsvolk, dat zich beledigd achtte door deze nieuwkomers, deze nieuwlichters, ook al wilden die toch niet anders dan als een klein takje geënt te worden op de oude boom om zo gevoed te worden door de zelfde wortels. Jesaja spreekt al over dat spruitje, dat takje…

Daarom heeft de gemeente in Rome de bemoediging van deze brief zo hard nodig. Iedereen is tegen ze.

Maar toch… als God voor ons is, wie kán dan tegen ons zijn? Godzelf heeft Zijn Zoon, Zijn toekomst op het spel gezet om ons te redden, dan kun je er van op aan, dat Hij niet halverwege afhaakt.
Met de komst van Jezus in deze wereld ís een nieuwe tijd aangebroken. Er is een nieuw begin gemaakt, en overal waar mensen bij elkaar komen om God te eren en te dienen, te loven en te danken, zoals wij hier vanavond doen, daar is het Koningschap Gods in deze wereld zichtbaar. Daar brándt een licht voor de mensen om ons heen.
Dat is zo omdat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus voor mensen die van Hem houden.
Want daar draait het om.

Daarom is een dienst op Oudejaarsavond niet allereerst een omkijken in dankbaarheid, al is dat goed en gepast, maar vooral een gelegenheid om moed te vatten voor het jaar dat komt. En die moed vinden we als we met Gods ogen kijken naar de toekomst.
Onze toekomst.

Einde preek?

Nee…
Toen mijn man de liturgie inkeek zei hij: die lezingen staan dwars op elkaar! Jezus maakt Zich wel bekend aan de leerlingen, maar niet aan de wereld? Dat klopt toch niet met Jesaja?

Maar, als zo vaak, moet je ook hier twee keer lezen voordat je precies ziet wat er staat.
Dan zie je wat Judas verkeerd hoorde.

Jezus verdeelt de wereld niet in binnenwereld en buitenwereld, maar in liefhebbers en tegenstanders van God.
Niet in Christen en heiden, niet in Jood en Griek, niet in Rooms en Rood, niet in Luthers, Gereformeerd of PKN, maar Hij verdeelt de wereld in mensen die God liefhebben, en daarmee ook Zijn Zoon, en in mensen die dat bewust niet doen. Dat blijkt uit hun daden.
Dat is een keuze.
In feite zei ik het net verkeerd: het is niet zo dat Jezus de wereld verdeelt in pro en contra, maar Hij ziet de wereld die verdeeld is. En het gaat Hem aan het goddelijk hart, deze duisterste nacht aller tijden.
Deze oudejaarsnacht van het menselijk bestaan. Hij houdt van ons.
Daarom gaat Hij welbewust Zijn lijden en dood tegemoet. Dat is Zijn keuze.
Daarin kiest Hij voor ons. Hij kiest voor mensen van goede wil, voor vrede en welbehagen, voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Daarin cijfert Hij Zichzelf helemaal weg. God laat mensen voorgaan. Dàt is Liefde!
Hij geeft Zich volledig in liefde. Zo ís Hij!
En dat is ook Zijn gebod aan ons.
Hij vraagt ook ons om liefde die zichzelf niet zoekt.
En dat vergt nogal wat van ons.

Dat vraagt dat we onze trots en ons beter weten opzij zetten. Dat we net als Jezus bereid zijn te accepteren dat de dingen niet gaan zoals wij vinden dat ze moeten gaan. En dan níet zeggen: als het niet op mijn manier gaat, dan doe ik niet mee, maar juist dan toch – want dàt dééd Jezus – dan juist toch er ín stappen, en er het beste van maken, in de dienstbaarheid aan God en elkaar. Dat is God liefhebben metterdaad.

Dan ben je Christen. Dan openen zich ongedachte mogelijkheden. 

Mijn moeder haalde de tekst nog wel eens aan: een ieder achte de ander uitnemender dan zichzelf, als ze me weer eens hopeloos eigenwijs vond. De minste willen wezen, was ook zoiets, dat ze me nogal eens voorhield.
Ze had gelijk. Daar gaat het om.
Ik ben nog steeds aan het oefenen, soms lukt het, en maar al te vaak nog niet.

En toch ben ik er van overtuigd dat niets, zelfs mijn eigen karakter, me kan scheiden van de liefde van Christus. En dat geldt voor ieder van ons.

Als wij aan die liefde van Christus handen en voeten geven, op onze eigen manier, binnen onze eigen mogelijkheden, dan is onze liefde een feit, en dan kan God daar iets mee. Dan is Hij daar Zelf, dan woont God in ons. Dan noemen we Haar de Liefste, de Heilige Geest.
Dan woont Zij in ons midden, van ons als gemeente, in ons hart, ons leven, van ons als persoonlijk verantwoordelijk mens.

En als we zo het nieuwe jaar in gaan, dan is dat vol nieuwe mogelijkheden.

Ton’s eerste vrouw Beppie, die lichamelijk een beperkt bestaan leefde, maar een geestrijke vrouw was, zei met Oudjaar altijd: ‘Ik ben zo benieuwd wat ik dit jaar weer voor bijzondere mensen zal ontmoeten!’
Zij koos voor deze open levenshouding. Mensen kiezen zelf. We hebben veel dat we zelf kunnen kiezen, veel meer dan we vaak denken!
En ik wens U allen dat U met deze blik vol verwachting het nieuwe jaar mag ingaan. Vol verlangen ook, om Gods liefde over de drempel mee te dragen naar nieuwe mogelijkheden voor iedereen. Om Gods liefde te laten zien en bekend te maken. Zelf weer gedragen door Gods liefde, door Gods Geest die in ons wonen wil.

Wat mijzelf betreft: deze avond kan niet meer stuk, want jullie zijn een voor een al heel bijzondere mensen.
Het is, zoals ik al zei, een voorrecht om met jullie dit moment te delen. En samen kunnen we heel veel aan. Ook onze roeping om anderen door ons bestaan ontvankelijk te maken voor de Majesteit van God en ze te vertellen van de grote Liefde die Hij heeft voor alle mensen. Voor ons, voor de wereld. En dat allemaal in het komende jaar onzes Heren 2008.
Amen.

Orgelspel

Antwoordlied: Gezang 146:8

Dienst van Gebeden en Gaven

Geloofsbelijdenis

Inzameling van de gaven
De wereld is wijd en Gods goedheid is groot.
Vanuit ons aandeel mogen wij helpen en delen,
nu in de collecte, straks weer anders…
we kunnen iets dóén!

Dankgebed en smeking over de gaven
Lieve God, U geeft U zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de Geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.

Voorbeden
Lieve God, wij danken U voor Uw trouw en genade in het afgelopen jaar, waardoor wij vanavond hier mochten zijn, om Uw lof te zingen, om Uw faam te verbreiden, en om van U te leren en te groeien in liefde.
Voor allen die hier niet konden of wilden zijn, en die wij missen met heel ons hart bidden wij om Uw zegen.
Zo bidden wij:

Lieve God, voor velen is dit een feestelijke avond.
Wees bij hen die hem in rouw en stilte doorbrengen.
Zo bidden wij:

Heer, om het Licht dat U ons bracht met het Kerstfeest bidden wij:
blijf bij ons, als het duistert, en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij Uw ganse kerk
aan de avond van de dag
aan de avond van het leven
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons met Uw genade en goedheid
met Uw troost en zegen
met Uw Woord en Sacrament.
Blijf bij ons wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en angst
de nacht van twijfel en aanvechting
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons in leven en in sterven
in tijd en eeuwigheid.

Stil gebed

Onze Vader (NBV-versie):
Onze Vader in de hemel, laat Uw Naam geheiligd worden,
Laat Uw koninkrijk komen en Uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.

Gemeente staat op

Slotlied

Uitzending en Zegen
Laten we elkaar de zegen toezingen die op uw liturgie staat afgedrukt.

G. Mogen wind en regen, mogen zon en maan,
 u tot zegen wezen waar gij ook zult gaan.

V. Moge God de Here hoe uw weg ook gaat
 in Zijn goedheid weren van u alle kwaad.

G. Mogen wij elkander weerzien in de tijd
 of aan gindse zijde in de eeuwigheid.

Daartoe zegene ons God, de Vader, de Zoon, de Heilige Geest.
Amen.


acme-web-design.info
acme-web-design.info