Parijs


In oktober 1948 brengt Hans Warren voor het eerst een bezoek aan Parijs. Bij een tweede bezoek, in 1950, verblijft hij ook enige dagen in Dourgne bij Isabelle Rivière, de zuster van Alain-Fournier (schrijver van Le Grand Meaulnes). De jaren erna reist hij vaak naar Parijs als gids voor groepen toeristen.



Als Mabel een baan krijgt in Parijs, als docent aan de École Militaire, besluit Warren mee te gaan. In september 1953 vertrekken ze. Het eerste jaar wonen ze in Nanterre, waar Warren zijn stukken voor de Provinciale Zeeuwse Courant schrijft en later ook vertalingen maakt.



Warren brengt veel tijd door in het Parijse nachtleven, vooral rondom Place Pigalle. Daar heeft hij enkele vluchtige ontmoetingen met Jean Genet, maar vooral ontmoet hij er de Arabische jongens die een belangrijke inspiratie voor zijn poëzie zullen blijken.

Zo ontmoet hij op 16 juli 1952, in Dupont Latin, voor het eerst Mohammed Iamarène, die zich ook wel "Marc" laat noemen. (Warren zal in 1954 gedichten publiceren in Podium onder het pseudoniem Marc Dupont). En er is Saïd (voluit: Saïd Ben Saleh, geboren 1932), die het schopt tot titel van Warrens dichtbundel uit 1957. Twee maal vormen Warren en Mabel een ménage-a-trois: de eerste keer met Habib Tounsi, de tweede keer met Rabah Rehioui. Na een ruzie met Rabah vertrekt Warren, uit angst vermoord te worden, in 1954 voor een aantal maanden alleen terug naar Borselle.


Van links naar rechts: Habib Tounsi, Saïd Ben Saleh en Mohammed Iamarène (met Amanda).


In 1955 verhuist het gezin Warren van Nanterre naar het adres Avenue de Bellevue 10 in Lozere-sur-Yvette.



De Warrens blijven hier wonen tot hun terugkeer naar Nederland in de zomer van 1957. Op 1 juli van dat jaar vestigen ze zich aan het Pijkeswegje te Kloetinge, waar Warren tot zijn dood zal blijven wonen.