Eigenlijk al
van mijn kindertijd af denk ik aan mijn uitvaart. Ik zou willen dat
iedereen dan gelukkig was, dat vreemde geluk om iets wat te mooi is, wat
pijn doet. Ik heb mij daarbij muziek voorgesteld, een klagende hobo van
Albinoni, of dat ik op een bandje voor jullie een stoïsch, dankbaar
gedicht voorlas; maar eigenlijk hoop ik dat het mei zal zijn onder hoge
beuken, en heel stil, en dat dan opeens twee zwartkopjes gaan
zingen tegen elkaar in. Laat dan niemand spreken, want iets mooiers, iets
ontroerenders bestaat er niet op aarde.
Hans Warren, Verzamelde
Gedichten. Amsterdam: Bert Bakker, 2002.