Natuurlijk moest die jongen in het duin merken dat ik
intens naar hem keek. Natuurlijk kwam hij toen vlak langs me met veel
overbodige bewegingen hoewel hij me zogezegd niet zag. Natuurlijk begon
hij een lenteballet met een vriendje en een bal, natuurlijk streek hij
veel te meisjesachtig telkens door zijn erg lange haar en keek daarbij
eens om, flitsend gebit in duister gezicht. Natuurlijk lag hij later
loom kauwend op een helmspriet in dat aandoenlijke verschoten badbroekje
helemaal alleen in een warme duinpan. Natuurlijk ging ik zacht en
ongemerkt weg en natuurlijk heb ik daar de hele dag spijt van.
Hans Warren, Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker,
2002)