Gekozen door de redacteuren van de Hans
Warren Homepage
In chansons schuilt soms een
dolk: 'tout l'amour que j'ai...' en wie de hese stem niet kent die
dat zong, afbrekend, op dat moment, even slepend boven een mistig
kanaal, de Rotonde de la Villette, twaalf jaar geleden.
Tout
l'amour que j'ai - een roos van Jericho, zij
overleeft geslachten. Tout l'amour que j'ai ligt in een doos, een
curiositeit, wat gênant.
Spelen met wat geen spel verdraagt: het
portretje, de enige schilfer realiteit gered uit stof en stormen en
wat brieven, in dezelfde cassette, een geheim geworden, voor
mezelf, in twaalf jaar.
Twaalf jaar, het is veel als oost en
west, haat en liefde kloven splijten; vooral twaalf jaar gewoon
leven, twaalf jaar redelijk gelukkig zijn zónder.
Het is
genoeg voor altijd, om te koesteren als jeugd, als alles wat trilt
en geurt, over die grens, voorbij, gehad.
De roos van Jericho
kent haar kracht en wil geen water meer zolang ik leef, het bittere
kruid leeft intens in het dorste zand.
Hans Warren,
Verzamelde Gedichten. (Amsterdam: Bert Bakker, 2002)