Van deze (struisvogel) politiek hebben we niets meer te verwachten.
Verslag
gesprek met burgemeester pop en de wethouders grondel en visser 07-12-2004
Burgemeester Pop opent het gesprek met een inleiding waarin hij aangeeft waarom
hij op onze uitnodiging is ingegaan. Hij vindt het nuttig eens met de omwonenden
om de tafel te zitten en e.e.a. uit te leggen. Na onze introductie en eerste
vragen wordt het duidelijk dat het college niet van plan is op al onze vragen in
te gaan. Zij gaan uit van een voor hen logische opbouw van de situatie vanaf het
begin dat een gebruiksruimte ter sprake kwam. Dit moet rond 1999 geweest zijn.
Vanaf dat moment zien zij het als hun opdracht om deze taak te volbrengen.
Zij willen in dit gesprek uitsluitend het (door de gemeenteraad als “boterzacht” gekwalificeerde) convenant tussen gemeente, Brijderstichting en politie, punt voor punt behandelen. Dit convenant betreft uitsluitend de situatie waarin de gebruiksruimte al bestaat. Elke poging tot een gesprek over de visie waarbinnen dit alles zich afspeelt wordt in de kiem gesmoord. Dit betreft volgens hen een heel andere discussie die allang gevoerd is en die niet aan herziening toe is. Hoe deze visie luidt en wat hiervan de precieze inhoud is valt buiten de orde van het gesprek en kan nagezocht worden in de reeds door het college geproduceerde (openbare) nota’s. Ook zeggen zij dat de te ontwikkelen visie die in de door de Raad aangenomen motie Vreugdenhil gevraagd wordt niet van belang is voor het nu te volgen traject. Deze visie kan volgens hen ontwikkeld worden naast het nu uit te voeren collegebesluit. Dit besluit behelst uitsluitend het feit dat dit college “iets” wil doen voor deze groep en dat dit dient te gebeuren op deze locatie.
Onder andere op de volgende vragen werd geweigerd antwoord te geven:
Wat denkt het college met een voorziening die slechts 4 uur per dag open is te bereiken voor 24 uur per dag verslaafde mensen en biedt deze voorziening perspectief voor hen buiten het alleen maar rustig kunnen gebruiken van harddrugs? (dit zou het uitgangspunt moeten zijn met het oog op het Welzijn van de verslaafde)
Zijn er voorbeelden in de rest van het land of andere feiten die bewijzen dat de overlast met deze meevalt
4-uursopening in de rest van de stad teruggedrongen wordt? (dit is een van de belangrijkste uitgangspunten in het kader van Openbare Orde en Veiligheid)
Hoe wordt het probleem dat de verslaafden nog steeds moeten stelen, helen en dealen en dat dit alles in de directe omgeving van de Brijderstichting plaats zal vinden opgelost?
Komt er een gedoogbeleid t.a.v. het handelen in harddrugs? En hoe zit het met de achterdeur van de gebruiksruimte (men zal handel toe moeten staan, want zonder harddrugs geen gebruiksruimte)?
Wat zijn de juridische implicaties van het feit dat de gemeente meewerkt aan de illegale praktijk van het gebruik van, en de handel in harddrugs?
Hoe zit het met aansprakelijkheden als er zaken mis gaan?
Heeft een “bedrijf” als de Brijderstichting niet een soort “hinderwetvergunning” nodig?
Een van de opmerkelijkste uitspraken van burgemeester Pop was zijn vraag op de
opmerking van een van ons dat hij op een ochtend had geconstateerd dat er weer
gedeald werd op de G.O. Gracht in de buurt van het gebouw van de
Brijderstichting: “en…. had u er last van?
Volgens de burgemeester is het criterium waaraan wij moeten refereren niet of de wet gehandhaafd wordt (dat doet hij namelijk zelf wel naar believen met zijn politie) maar of wij er last van hebben. Als dan aangedragen wordt dat dergelijke handelingen toch wel degelijk van grote invloed zijn op de sfeer van de leefomgeving in onze buurt wordt dit lichtvaardig weggewuifd met de opmerking: de buurt is niet van u maar van óns.
Kortom voor ons was met dit college geen inhoudelijk gesprek mogelijk en wij waren dan ook zeer teleurgesteld.