De wereld op zijn kop
Bedankt John Oomkes voor je
artikel over de gebruiksruimte in de Gravinnesteeg waarin je inzicht geeft in de
denkwereld van de verslaafde. Hierin wordt duidelijk dat de manier waarop zowel
gemeentelijke als landelijke overheden met dit probleem bezig zijn geen soelaas
biedt. Wat ook duidelijk gemaakt wordt is dat de gezichtspunten en filosofieën
van zieke verslaafde mensen niet de leidraad mogen zijn voor gemeentelijk en
overheidsbeleid. Dat is de wereld op zijn kop.
Geef de gokverslaafde een
casino, de seksverslaafde een afwerkplaats, de drugsverslaafde een
gebruiksruimte, knijp je ogen dicht voor de overlast en reken niemand af op zijn
gedrag. Dat lijkt het simplistische adagium te zijn van het
hulpverleningscircuit maar ook van het huidige College van Burgemeester en
Wethouders dat zich voornamelijk door diezelfde hulpverlening laat informeren en
adviseren.
Het moet nu eindelijk maar
eens duidelijk zijn: zowel de verslaafden als de binnenstadsbevolking worden
niet geholpen door het huidige beleid van pappen en nathouden. Het dagelijks
rondjagen van verslaafden door de stad van de ene voorziening naar de andere
terwijl ze op deze routes moeten stelen, helen en dealen wordt een steeds
zwaardere belasting voor de bewoners en ondernemers van het centrum. Daar
verandert de komst van een gebruiksruimte niets aan. Er worden daar straks geen
harddrugs verstrekt, in tegenstelling tot wat velen (zelfs verslaafde Joke uit
het artikel van John Oomkes) denken.
Dat de verslaafden vaak
wilsonbekwame psychiatrische patiënten zijn wordt totaal uit het oog verloren.
Aan hen moeten andere alternatieven geboden of zelfs opgelegd kunnen worden. En
dat vraagt eerst om een totaalvisie op deze zorg, die het college ook aan de
gemeenteraad had toegezegd.
Daarbij komt dat de
hulpverlening deze groep steeds andere, meer gestapelde en grotere voorzieningen
aan wil bieden. Ook haar schoorsteen moet immers blijven roken. Deze
voorzieningen moeten gemakshalve wel in het centrum van de stad gerealiseerd
worden, het liefst op A-locaties. De ´natuurlijke biotoop van de verslaafde´
heet dat in hulpverleningsjargon.
Het gevolg van deze aanpak
is dat de verslaafde steeds meer mag denken dat hij niet ziek is en dat zijn
gedrag niet echt afwijkend is. Gemeente en politie ‘knijpen een oogje dicht’
en maken zelfs gebruik van de hand- en spandiensten van deze mensen. Gebruik van
en handel in harddrugs worden oogluikend toegestaan. Hun territorium wordt met
hulp van de politiek uitgebreid en onttrokken aan de bewoners van de wijken
waarin de voorzieningen zich bevinden. Openbaar gebied wordt aan hun
aanwezigheid aangepast (zoals de hekken bij Egelantiertuin, Justine de Gouwerhof,
Magdalenaklooster en Wijngaardtuin). Gezagsdragers en hulpverleners laten niet
na te herhalen dat ´dit alles nu eenmaal bij de grote stad hoort´.
Die vanzelfsprekendheid zien
wij niet. Wij vragen aan de gemeenteraad: roep deze ontwikkelingen een halt toe.
Geef niet toe aan het onwrikbare voornemen van B&W om ´iets´ voor deze
groep te doen zonder zicht te bieden op wezenlijke verbetering. Geef
liever een signaal af aan de landelijke politiek waar de inzichten rond deze
problematiek trouwens ook aan het schuiven zijn. Neem geen verantwoordelijkheid
voor een toekomstig echec van een ingrijpend politiek besluit. En voorkom een
situatie waarvan men zich achteraf moet afvragen ´hoe het toch allemaal zo
heeft kunnen komen´.
Namens het HAD
(Haarlems Actiecomité tegen
Drugsoverlast)
Kees Rol.