|
UTRECHT,
12 Juli 1940
Kameraden,
Toen het eerste jaar van den opbouw
van het ,,Nationaal Tehuis” begon, waren er velen, die niet begrepen,
waarom te midden van onzen strijd dit werk werd aangevangen. Kon dit niet
wachten ,,tot we er waren” zeiden zij. Neen, dit kon niet. Juist, te
midden van den strijd was het noodig ,,met rustigen, vasten tred” te
bouwen aan het tehuis, dat weerspiegelde onzen onwrikbaren wil om
niettegenstaande alles vol te houden en ons gastvrij zou opnemen, wanneer
wij op hoogtijdagen bij elkander wilden komen. Zij, die er oog voor hebben
hoe het groeit, zullen er trotsch op zijn, dat als het volgend jaar de
nieuwe tienduizenden komen toestroomen, deze verbaasd zullen staan over
hetgeen een arme Beweging in saamhoorigheid en eendracht tot stand kon
brengen, buiten al het andere om, dat onze dagelijksche zorg vereischt.
Het derde bouwjaar neemt een aanvang. Laat het niet noodig zijn, dat
halverwege het jaar de opbouw tijdelijk moet worden gestaakt, zooals het
vorig jaar. Nu moeten wij het geheele jaar door, zonder onderbreking,
kunnen voortgaan, opdat wij onze nieuwe kameraden het volgend jaar waardig
zullen kunnen ontvangen. Ieder doe ook op dit gebied zijn plicht.
MUSSERT
|
(Tekst uit: St. Nationaal Tehuis –
3e Bouwfjaar) |