|
"Wie naar buiten wandelt, om rond te zien naar planten en dieren, zal opmerken, dat geen plant, geen dier geheel op zich zelf leeft. Alles is van iets anders afhankelijk. Planten en dieren vormen even goed als menschen gemeenschappen, die het leven en voortbestaan mogelijk maken en vergemakkelijken. Zulke 'levensgemeenschappen' vindt men in slooten en plassen, op heiden en weiden. Elk van deze heeft zijn eigen fauna, zijn eigen flora, hier arm, daar rijk, naar omstandigheden; maar steeds een geheel uitmakend, waarvan de deelen innig met elkaar in verband staan. (...) |
|
Dit is het tweede deel uit de serie Van vlinders, bloemen en vogels. |
|
"We hadden geen haast en genoten dus zooveel van de rietstraat, als we maar konden. Op een plek, waar het riet een plaatsje had ingeruimd voor een paar elzen en berkjes en een enkele lijsterbes, hielden we een half uurtje stil, om te luisteren. Karekieten vlak bij ons in 't riet, telkens te zien, als ze voor een oogenblik zingend omhoog vlogen - ook de groote karekieten, met sterker toon; dan, bij het bosje een lied - zoo zoet en zacht en kweelend, met herinneringen aan een leeuwerik en nachtegaal tegelijk - dat was van de boschrietzanger - daartusschen een recht en helder sie, sie, sie, sieiiet, in de elzen, van de rietgorzen, verderop weer een gezang, herinnerend aan iemand, die erg graag heel gauw wat vertellen wil, maar niet recht weet wàt, en 't is toch zoo aardig, zie je - dat is de moerasrietzanger." |
|
"Met dezen 'Plantenschat' beoogen wij een handig boekje te geven, dat met de reeds bestaande hulpmiddelen kan medehelpen, om de kennis van onze in het wild groeiende planten te verbreiden. (...) |
|
"Dit is het vierde boekje van onze reeks (Van vlinders, bloemen en vogels); we denken er nog twee te maken. Jongens en meisjes, die van een boek met veel plaatjes houden, zullen, dunkt ons tevreden wezen. Voor alle vacanties is er werk (geen huiswerk) in te vinden. Ook over het terrarium staat er veel in; maar natuurlijk niet alles, wat ge daarvan zoudt kunnen vragen; dan was het een ongemanierd dik boek geworden." |
|
"Wij hebben getracht, in dit boekje - het vijfde van de reeks: Van vlinders, bloemen en vogels; - een schets te ontwerpen van de dieren- en plantenwereld onzer duinen, het geliefkoosd uitspanningsoord van duizenden Nederlanders. |
|
"Stel u niet tevreden, als ge den naam van een plant hebt leeren kennen: onderzoek bloem en blad, zie of ge er iets bijzonders aan opmerkt, vooral veranderingen tijdens den bloei, bij avond of regenweer; noteer dat in uw schetsboekje met den datum en vindplaats. Of nog beter: teeken blad, bloem en bloemdeelen en wat ge verder merkwaardig acht, en maak notities naast de teekening in uw schetsboek." |
|
"Getracht heb ik een werkje te leveren, dat hen van dienst kan zijn, die voor natuurstudie werkelijk de vrije natuur in gaan. Op veel, wat mooi en belangrijk is, te wijzen was mijn bedoeling, opdat de studie der plantkunde vruchtbaarder en 't genot der studie zelve grooter zou zijn. |
|
"Een schets uit het bijenleven met figuren en 2 beweegbare modellen (koningin en dar)." |
|
"Met het samenstellen van dit boekje hopen wij voldaan te hebben aan den wensch van vele onzer kennissen en collega's. Zij vroegen ons om een boekje, dat zij hun kinderen en leerlingen mee konden geven op wandelingen naar buiten; ook, wanneer zij zelven geen tijd of gelegenheid zouden hebben mee te gaan, om te leeren opmerken; een boekje, dat een opwekking moest wezen, om er op uit te trekken en met open oogen rond te zien in de natuur, en dat tevens eenig antwoord moest geven op vele van de vragen over levende-natuur-voorwerpen, die kinderen hun ouders of onderwijzers op dergelijke wandelingen plegen te stellen." |
|
"De grootheid der natuur en verscheidenheid van hare wonderen kunnen wij niet beter leeren kennen en waardeeren, dan door de waarneming van die verschijnselen, welke ons een blik doen slaan in het leven van planten en dieren. Vooral het leven der dieren biedt, zoowel wat hun vorm en uiterlijk, als hunne ontwikkeling en levensgewoonten, hun geographische spreiding, hunne betrekkingen tot andere levende wezens - en in de de eerste plaats tot den mensch - betreft, eene bron van studie aan, die niet slechts in den ware zins des woords onuitputtelijk, doch tevens in de hoogste mate belangwekkend en boeiend is." |
|
"Met dit zesde deeltje achten wij de reeks boekjes volledig die wij nu acht jaar begonnen zijn met: Van Vlinders, Bloemen en Vogels. (...) |
|
"Wij hebben dit boekje geschreven op verzoek van enkele vrienden van 't Vondelpark, die meenden, dat daar voor den opmerkzamen wandelaar veel te zien en te genieten valt. En dat is zoo, want ons Park is rijk aan allerlei gewas en vol vogels en bloemen. Uit de rijke schat hebben wij een keuze gedaan en van het allermerkwaardigste en 't meest in 't oog vallende het een en ander verteld." |
|
"Bouw en inwendige organen, aanschouwelijk voorgesteld door beweegbare gekleurde platen van een karper, met verklaring en uitvoerige, geïllustreerde determineerlijst van onze voornaamste zoetwatervisschen (overgenomen uit De Levende Natuur)." |
|
"Ik heb dit boek geschreven, om u in de gelegenheid te stellen in den loop van het jaar de voornaamste Nederlandsche vogels te leeren kennen |
|
"De vrienden der levende natuur kunnen denkelijk nog wel een werkje gebruiken, dat bij hun verschillende bezigheden voorlicht. Wel bezitten wij een goede handleiding voor het verzamelen van vlinders, een paar over de aquariumliefhebberij en over het kweeken van kamerplanten, wel vindt men in tijdschriften als De Levende Natuur tal van voorschriften, maar er zijn geen 'takken van dienst' dan de drie genoemde, en menig liefhebber zou gediend zijn met een wegwijzer, die het heele gebied stelselmatig doorgaat. |
|
"In een klein vertrekje van het Museum van Nederlandsche Dieren werden in het voorjaar van 1898 eenige primitief ingerichte insectaria tentoongesteld. De belangstelling in het leven en de gedaanteverwisseling der insecten bleek zoo groot, dat reeds zeer spoedig meer doelmatig ingerichte insectaria en een grootere ruimte om die te huisvesten, noodig waren. Een grootere zaal met bovenlicht werd gevonden in het gebouw voor de Papegaaien en de Kruipende dieren, waar sinds 1899 het Insectarium geherbergd is, terwijl de ruwe, voor het grootste deel uit hout vervaardigde insectenverblijven, door meer doelmatige en meer sierlijke van metaal en glas werden vervangen.(...) |
|
"Wij weten van het intieme leven der vogels maar heel weinig. De doode vogel is vlijtig genoeg bestudeerd; zijn veertjes geteld, zijn beentjes gemeten. De inventaris van zijn nesten en eieren is in bijzonderheden opgemaakt en ook omtrent den datum van komen en gaan hebben wij in de meetse gevallen voldoende zekerheid. |
|
"Wat mij niet al te luchtig en vluchtig lijkt onder de geïllustreerde schetsen, die al meer dan drie jaren lang als wekelijks opstel 'Uit de Natuur' in 't Groene Weekblad verschijnen, wordt nu in boekvorm opnieuw aangeboden." |
|
Dit is het tweede boek met een selectie van bijdragen van Heimans in De Groene. |
|
"Het is nog niet uitgemaakt, wie het eerst de Lente proclameert: de zanglijster, de sneeuwklokjes of de hazelaar. het eene jaar komt de vogel het eerst met 't nieuwtje, het ander jaar de heester, of de bloem, |
|
"Als 't zomer wordt dan gaan de bloemen in de wei met het gras strijden om den voorrang. het gras heeft zijn eigen bloemen, wondermooie dingetjes, maar ongelukkig wat klein en kleurloos, zoodat de wandelaar er niet op let en heel onrechtvaardig den naam van grasbloemen geeft aan madelief en boterbloem. |
|
"De vacantie is uit. In alle stations wemelt het van terugkeerende zomergasten met wapens en bagage en met bouquetten van blauwe zeedistel of van Erica, al naardat ze aan 't strand of op de hei hun zomervreugd hebben genoten. |
|
"Het verzamelen van vogeleieren heeft in den laatsten tijd, onder de liefhebberijen der jeugd, een zeer belangrijke plaats ingenomen. Nog niet zoo heel lang geleden werd zoo'n verzameling beschouwd als een rariteit, een curiosum. De schooljongen bewaarde de door hem gevonden eieren, aan een draadje geregen, opgehangen voor den spiegel of ergens anders en wees er op als op een trophee. Maar sinds er bij het groote publiek meer belangstelling is gewekt voor de natuur in het algemeen en de vogels in het bijzonder, is deze liefhebberij een wetenschap geworden. De eieren worden niet meer aangeregen, doch behoorlijk volgens de regelen der wetenschap behandeld, geconserveerd, in doozen of kasten bewaard, van namen voorzien en vormen zoo een wetenschappelijke verzameling, die waarde heeft." |
|
"Ik heb geprobeerd in dit boek het een en ander te vertellen van het leven van een vijfentwintigtal gewone wilde planten, vooral wat daarvan gezien kan worden door elke wandelaar die de lust gevoelt, even bij zijn lievelingen te toeven. De stille bloemen hebben alle hun eigen manieren en maniertjes, het gedrag der planten uit zich in zoo velerlei vorm, vol onverwachte wisseling, dat het ons vervult met verbazing en wij er licht toe komen, de handelingen van de groene bewonders van bosch en beemd te vergelijken met het menselijk bedrijf, of met de instinctmatige levensuitingen der dieren." |
|
"De winter begint, wanneer Manus het dak schoonveegt en dat is na den eersten Novemberstorm van beteekenis. Gedurende de heele Octobermaand zijn er ook bladeren van de boomen gevallen, doch niet zooveel opeens, dat de pannen vervuilden of de goten verstopt raakten. Nu echter komt alles tegelijk los. De boomen, die eerst nog, ondanks de geleden verliezen, goed in 't blad zaten, staan daar nu opeens kaal en doorzichtig en weg en bosch ligt duimdiep onder de bonte afgevallen bladeren. Alleen het jonge eikenhakhout, dat op beschutte plaatsen groeit en de dikwerf gesnoeide beukenhagen behouden het afgestorven blad, dat, bruin en droog, de heelen winter door, bij ieder windje kouwelijk ritselt." |
|
"Nu wij aan een tweede reeks van onze natuuralbums beginnen, mag ik wel eenige woorden zeggen omtrent de bedoelingen en beteekenis van het werk. Wij mogen wel zeggen, dat de oorspronkelijk bedoeling, de bevordering van den bloei der industrie-inrichtingen van mijn vrienden Verkade, langzamerhand op den achtergrond is geraakt. Wie de Jaargetijden-Albums kant en klaar voor zich heeft, zal allerminst den indruk krijgen, van doen te hebben met een reclame-uitgave. Wanneer Wenckebach, Voerman, Van Oort en ik aan 't werk zijn, dan denken wij ook in 't geheel niet aan de mooie fabriek aan de oevers van de Zaan, maar wel aan de vriendelijk eigenaars, die den gelukkigen inval hebben gehad, alles zoo in te richten, dat tienduizenden jongelui op gemakkelijke en weinig kostbare manier in 't bezit kunnen komen van goede gekleurde afbeeldingen van onze Nederlandsche planten en dieren. En wij hopen dat hierdoor bevorderd zal worden de omgang met de natuur." |
|
"Dit boekje is ontstaan tijdens een vacantie-reis en het is bestemd voor de vacantie-tijd van natuurvrienden." Het beschrijft "het verband tusschen het leven van plant en dier en den grond, waarop en waarvan zij leven; daardoor treedt de studie van het landschap als geheel op den voorgrond, en meteen komt de geschiedenis van dien grond op het programma. |
|
"Toen ik een jongetje was van een jaar of vier, waren de dieren buiten nooit bang voor mij en ik ook niet voor hen. Wel lag ik 's avonds in mijn bed vaak te droomen van duivels en gedrochten, maar dat kwam door de prenteboeken en door de verhalen van welmeenende ouders en vrienden. Ook was ik er vrij zeker van dat al die verschrikkelijkheden alleen voorvielen in ver verwijderde landen of in 't middernachtelijk uur en zoo kuierde ik dan altijd welgemoed rond in onzen tuin, over de fortwallen, of door de weiden. Wij woonden namelijk heel eenzaam in een fort, dat ergens stond tusschen heiden en weiden. |
|
"Met honderd foto's van dieren kwamen, nu al meer dan een jaar geleden, de uitgevers van dit boek bij mij en vroegen om een bladzijde tekst bij elke afbeelding. |
|
"Ik weet niet hoe dikwijls men mij al gevraagd heeft naar een goedkoop boekje, waarvan men zich zou kunnen bedienen, om de vogels van Nederland te leeren kennen, liefst met gekleurde platen van alle soorten, met onderscheiding van mannetjes, wijfjes en jongen voor zoover die in uiterlijk verschillen. |
|
"Dit boekje bedoelt niets anders dan beginnenden natuurvrienden, die in huis of school een klein of een groot aquarium ter verzorging hebben gekregen, goeden raad te geven. Ik hoop tenminste, dat het raad zal zijn, die vele teleurstellingen voorkomt, of die bij tegenspoed den moed tot volhouden geeft. Ik zal, denk ik hiermede vooral de lezers van In sloot en plas gerieven, die mij zoo vaak om inlichtingen vragen. |
|
"We zouden dan een album maken over de dieren en plantenwereld van meren en moerassen. 'Maar waarom niet meteen van 't Naardermeer', zei een van ons, 'Dat is het beroemdste merenmoeras van ons land en van heel West-Europa, want er leven diersoorten die je haast nergens erlders in in deze streken aantreft. Iedereen weet, waar het ligt en de meeste Nederlanders sporen wel een- of meermalen er door, want de drukste spoorbaan van het land kruist het in zijn geheele breedte. En wie er wat voor over heeft, om het eens op zijn gemak te bekijken, kan dat ook gemakkelijk gedaan krijgen, daarvoor behoef je maar lid te worden van de Vereeniging, wier eigendom het is. Bovendien, al onze andere plassen en meren worden mettertijd wel gedempt of drooggemalen, maar het Naardermeer is bestemd, om in lengte van dagen nat te blijven.' |
|
"Bovenop Neerlands hoogste duin zat de schilder Wenckebach, toen hij dit tafereel op het doek bracht; daar, waar onze schutsmuur tegen de Noordzee tevens het breedst is, ongeveer een uur gaans; aan den hoogen oostrand, die een blik gunt in de vlakte er naast. Een mooi landschap: duinen, vol afwisseling; daarnaast in de laagten en aan den rand bosch, door menschenhand met zorg gekweekt en vermeerderd; aan den voet de huisjes der duinrandbewoners, soms zichtbaar, noordwaards verraden door een der aardige torentjes van 'het armelijke Schoorl'; verder weg de groene weiden van De Zijpe, met verspreide boerenwoningen in het lage polderland, en hier en daar en watermolen, die het hier soms druk kan hebben; links van deze donkere lijn van de zware zeewering, als Hondsbossche tegelijk beroemd en berucht, het beeld van waakzame zorg; en achter den dijk de hier zoo gevreesde Noordzee, die zoo onheilspellend bulderen kan tegen het paalwerk en het bazalt, vooral - zeggen de bewoners - als er slecht weer in aantocht is." |
|
"De natuur is onuitputtelijk in hare wonderen. Allerwegen heeft zij die met kwistige hand verspreid, zoowel op en in den duisteren aardbodem als in de blauwe lucht, in de koele wateren van beek of rivier en in de onpeilbare diepten der zee. |
|
"Hier zijn wij aan het strand. |
|
"Het zal nu zoowat dertig jaar geleden zijn, dat ik op een vrijen namiddag van Zwolle over het Kleine Veer naar den Trijssenberg wandelde, om van daar over het Katerveer weer naar mijn geboorte-stad terug te keeren. |
|
"Paddenstoelen... ze zijn altijd nog maar weinig in tel. 'Duivelsbrood' is en blijft het voor de meesten en daarmede is al heel duidelijk gezegd hoe men er over denkt: weerzinwekkend duister goedje, nergens voor te gebruiken, alleen goed voor hongerige duivels. |
|
"Wie zwerft niet graag door de bosschen of over de heiden? De tijden, dat ze onveilig werden gemaakt door verscheurende dieren of door roovers zijn lang voorbij en alleen voor de aardigheid spelen wij nog wel eens, dat ze er zouden wezen. Maar verborgen schatten worden er altijd nog gevonden, misschien zelfs hier en daar nog wel eens een pot met gouden rijders of harde dukaten. Daar denk ik echter nooit om, maar wel om levende schatten; bloemen en dieren, zoo mooi en merkwaardig, dat je haast niet zoudt gelooven, ze ooit zoo maar op uw wandelingen an te treffen. |
|
"In dit boek vertelt een wandelaar vluchtig van wat hij alzoo heeft ondervonden en wat hem door het hoofd is gegaan bij uitstapjes langs en over de Zuiderzee. Als je alles goed zoudt vertellen van al die aardige steden, al die mooie landschappen en van alles wat er in den zomer en in den winter langs die stranden leeft, dan waren daar wel tien albums voor noodig, dat zou om zoo te zeggen "une mer à boire" zijn. We hebben ons echter beperkt en als ge nu zelf de zee gaat bevaren en haar oevers betoeren dan kunt ge 't genoegen hebben, nog weer veel nieuws erbij te ontdekken. |
|
"Ditmaal zijn we niet ver gegaan. Al de tochten, in dit boek beschreven kunt ge per auto in een halven dag, per fiets in twee dagen en per voetenwagen in minder dan een week volbrengen. Dat geeft het voordeel, dat ge ze dubbel en dwars kunt doen en dat is in onze Vechtsreek ook dubbel en dwars waard met zijn rijk en schoon verleden en zijn belangwekkend heden. Menschenwerk en natuur hebben zich vereenigd om dit stukje van Nederland een ware vreugd te doen zijn voor ieder die er wandelt. Wij hopen, dat ge er ruim van zult genieten." |
|
"Als in den nazomer de paddenstoelen en zwammen geheimzinnig verschijnen in bosch en veld, op weiden en akkers, langs wegen en slooten, wordt de studie der fungi door velen gaarne weer opgenomen onder de genoegens, die het buitenleven bij den uitgang van het jaar biedt. |
|
"In de laatse jaren heeft zich een wetenschap ontwikkeld, die ons in geordend maar zeer heterogeen materiaal den vollen rijkdom doet beseffen van het verdwijnenende volksleven, zooals dat zich nog uit in tal van handelingen, die door den gang der evolutie voorbestemd zijn te verdwijnen. Deze tak van wetenschap is de nog jonge studie der volkskunde. |
|
"We hadden nogal moeite, om in 1915 een rustig stukje Nederland te vinden, waar we ongehinderd konden wandelen en teekenen. Op menige plaats vreesden we belemmerd te worden door de mobilisatie en wat daar al zoo mee samen hangt. Ten slotte zijn we terecht gekomen aan den Gelderschen IJsel en het heeft ons niet berouwd, want we vonden daar mooie oude steden, vriendelijke dorpen, trotsche kasteelen, fraaie buitens en bovenal een rijke natuur vanwoud en heuvelen, weilanden, boomgaarden en akkers en stille binnenwateren langs den breeden stroom. Het is ons alweer een groot genoegen geweest, dit album saam te stellen als een kleine opwekking aan ons Nederlandsche volk, om de schoonheden van ons eigen land door eigen aanschouwen te leeren kennen en tegelijk eens lekkertjes uit te zijn." |
|
Dit boekje is een bloemlezing uit het werk van Heimans, na zijn overlijden verzameld door zijn dochter H. E. Heimans. Het grootste deel is gekozen uit de wekelijkse artikelen die gedurende een twaalftal jaren van zijn hand in de Groene Amsterdammer verschenen. Verder zijn er enige opstellen bijgevoegd uit het tijdschrift De Levende Natuur en fragmenten uit enige andere geschriften" |
|
"Wat het aantal soorten betreft vormen de Zoogdieren volstrekt niet de talrijkste klasse van het Dierenrijk. Reeds onder de Gewervelde Dieren worden zij in dit opzicht overtroffen door de Vogels en de Visschen; en onder de overige is, bij voorbeeld, het aantal Insekten onnoemelijk veel grooter. |
|
"Dit pretentielooze boekje beoogt niet anders dan de velen, die nog door het leven gaan, doof voor de stemmen en blind voor het schoone van de meest aanterkkelijke onzer natuurschepselen, de vogels, op te wekken, tot een leiddraad te wezen en, mocht het zijn, tot waardeering en genieting te brengen, welke ook de meest elementaire en populaire studie van onze rijke vogelwereld ongetwijfeld schenken moet aan ieder, die zich met ontvankelijk gemoed tot luisteren zet en met open oog het mooie weet te betrachten." |
|
"Ditmaal hebben wij het in Friesland gezocht, en ik mag wel zeggen, wij hebben het gevonden ook. Want dat gewest geeft een afwisseling van velerlei moois te water en te land, oud en nieuw. Wij hebben er heel wat rondgezworven, maar zijn er zeker van, dat we nog menig mooi en belangrijk plekje gemist hebben. Dat is maar goed ook; nu hebben wij een reden, om nog dikwijls terug te keeren naar de plaatsen, waar het ons zoo goed bevallen is en waar wij nu nog nieuwe en frissche dingen kunnen ontdekken. Indien gij daar ook aan wilt doen, zult ge het u niet beklagen." |
|
"Mag ik u uitnoodigen, waarde lezer, eenige Stichtelijke uren met u door te brengen? ... Neen, schrik niet, ik bedoel geenszins uren gewijd aan de stichtelijkheid, maar uren aan "het Sticht" gewijd. Ik zou mij trouwens al zeer in u moeten vergissen, indien ik mij niet overtuigd kon houden, dat ge onmiddelijk hebt begrepen, dat mijn woordspel doelde op den ouden naam der provincie Utrecht. Ik kan mijn spijt niet verhelen, dat ze dien spitsen en korten naam, welke alleen nog in den mond van den spraakmakende gemeente leeft, ook op onze landkaart niet heeft mogen behouden: hij zou de provincie op praktische wijze hebben onderscheiden van haar hoofdstad, de zich snel en krachtig ontwikkelende gemeente Utrecht. Wellicht waren het overwegingen van onstichtelijken en bekrompen aard, die dit verhinderden, want "Sticht" beteekent een landstreek, die bisschoppelijk rijksgebied is, en de hervorming had over de wereldlijke macht der prelaten den staf gebroken. Aldus kreeg het land dat haar omgaf, den naam der stad Utrecht (Ultrajecteum of Trajectum ad Rhenum) die een overvaart of veer aan den Rijn was geweest, en men kan mij bezwaarlijk een mening misgunnen, dat dit voor een stad een bizonder eigenaardige, maar voor een provincie een zeer ongepaste benaming is." |
|
"Ongetwijfeld bestaat er bij het publiek een latente belangstelling voor schelpen: weinigen toch zullen ongevoelig blijven voor den eleganten vorm en de schoone kleuren dezer hoogst aantrekkelijke natuurvoorwerpen. Reeds kinderen verzamelen ze 's zomers aan het strand en de meeste jeugdige badgasten bewaren thuis als doux souvenir aan de heerlijke uren, aan de zeekust doorgebracht, een doosje of sigarenkistje, gevuld met veelkleurige schelpen." |
|
"Ontegenzeggelijk is er in den laatsten tijd een streven onder de natuurliefhebbers ontstaan om zich meer dan vroeger te interesseeren voor de studie der flora en fauna van ons strand. En dit streven is alleszins te begrijpen! Want inderdaad zijn er weinig onderwerpen, zóó aanterkkelijk, zóó afwisselend en zóó opwekkend tot denken als dit, en men moet er zich werkelijk over verwonderen, dat in een land met zulk een groote kustlijn als het onze de aandacht der natuurliefhebbers zich eerst in den laatsten tijd op dit studiemateriaal heeft geconcentreerd. Ongetwijfeld heeft ook hier weer het ontbreken van geschikte literatuur een groote rol gespeeld en het is om dit euvel eenigermate tegemoet te komen, dat ik mij gezet heb tot het schrijven van 'Langs strand en dijken'." |
|
"Wie wel eens op Java geweest is, weet, dat daar boschen zijn, zoo groot, dat het Zeisterbosch en het bosch van Middachten samen er maar een groepje boomen bij zijn. En dan de maboeboschen, en de rietvelden en de rijstvelden! Daarbij zijn er een massa werkende en uitgedoofde vulkanen met grotten en spelonken, waarvan men den ingang bijna niet vinden kan door al het groen en de heesters. |
|
"Nu de Evolutieleer hoe langer hoe meer haar rol begint te spelen, ook in het Middelbaar Onderwijs, moeten daar de Geologie en de Palaeontologie ook hunne plaats gaan innemen. |
|
"Deze eenvoudige schetsen, die in de jaren 1912, 1913 en 1914 ten deele reeds gepubliceerd werden, zijn niet in de eerste plaats geschreven voor hen, die de Natuur in al haar schoonheid gevonden hebben, doch voor degenen, die haar zoeken. |
|
"Welkom in Artis, lezeressen en lezers! |
|
"In het vroege voorjaar van 1923 vroeg de Inspecteur der Volksgezondheid in Utrecht en Noord-Holland, Dr Aldershoff, mij, of ik een boekje zou willen schrijven ter bevordering van de bestrijding der malaria door de plattelandbevolking zelve. (...) |
|
"In de jaren, dat ik distels, stroobloemen en siergrassen kweekte en droogde, is mij meer dan eens gevraagd geworden, hoe of ik ze toch zoo mooi en gaaf kreeg, zoo groot, zoo sprekend van kleur, of ik ze verfde en zoo meer. Daar ik er echter niets bizonders aan deed, het enkel zorg was en ondervinding, hoe men deze planten in het algemeen en ieder in het bizonder moet behandelen en dus ieder ander het zelfde resultaat kan verlrijgen als ik, wil ik iets vertellen van mijne ervaringen op dit gebied, zoowel wat het kweeken als wat het drogen betreft." |
|
"Aan een venster op 't Zuid-Oosten prijkt in kostelijke schoonheid van fijn-opbloeiende kleuren en sierlijk wisselend bewegen, mijn eenvoudig kameraquarium. Prettig om naar te zien en er altijd wel iets belangwekkend aan te beleven, dit "onder-water-wereldje-in-'t-klein", met zijn verschillende lustige vischjes en 't verholen bedrijvig zoetwater-krabbetje, zijn bevallig kronkelende salamanders en pekzwarte, zilverbuikige watertor. Als stille droomerige gestalten gaan ze je voorbij door den smaragden schemer van goud-groen oplichtende Vallisneria en guirlanden van exotisch Vederkruid, welig-donkere Cabomba en teer-sprietend Pilvarentje." |
|
Het vogelleven van Nederland bloeit het rijkst op de eilanden en daaronder nemen Texel en Schouwen de eerste plaats in, Texel voor de Wadden, Schouwen voor het gebied van de Zuid-Hollandsche en Zeeuwsche stroomen. Beide eilanden zijn in de laatse jaren geliefd studieveld geworden voor ieder, die nader bekend wenscht te worden met de heerlijke vogelwereld van Nederland. Duin en strand, weide en akkers, bosch en plantsoen, dijkglooiïng en inlagen vertoonen er haast alle vogels, die op dergelijke plaatsen verwacht mogen worden en sommige van de zeldzaamste in grooten overvloed. Wij willen hier niet treden in een vergelijking van de twee eilanden, hoe aanlokkelijk het onderwerp ook zij, doch alleen er even op wijzen, dat Schouwen in zijn Inlagen terreinen bezit, waar een zeer eigenaardig en bont vogelleven zich op waarlijk eenige wijze in vollen rijkdom heeft kunnen ontwikkelen. Wat daar in de broedtijd te zien is aan meeuwen en sterns en strandvogels van allerlei aard, moet zelfs hem, die zich niet met de studie der vogels inlaat vervullen met bewondering." |
|
"Wie Artis kent van een enkel bezoek of misschien alleen van prenten of beschrijvingen, houdt in zijn verbeelding den tuin, zooals hij is in den zomer, als de breede ingangslaan, zwaar van groen, de bonte kleurschittering leeft der schommelende papegaaien en kakatoe's; als de lucht vol is van hun schel gefluit en geschreeuw, waarnaast kindergejuich bescheiden klinkt. |
|
"Dit is geen handleiding of gids of leerboek, maar alleen een eenvoudig relaas van sommige der vele genoegens, die wij kunnen smaken in een tuin, klein of groot. Wij houden van de bloemen niet alleen om hun schoonen vorm, hun levendige kleuren, hun fijnen geur, maar ook omdat het levende wezens zijn, ieder er op ingericht, om het zoo goed mogelijk te hebben in het land, waar ze thuis behooren. Wij hebben in onzen tuin zoowel planten uit ons eigen land of werelddeel als uit Amerika en Japan en alle hebben zij zich te schikken in de ruimte, die wij hun geven. Over het algemeen doen zij dat wonderwel en de vreemdelingen sluiten vaak aardige vriendschap met de Nederlandsche bijen en vlinders. Als wij gereisd hebben, dan konden we vele van die vreemdelingen aanschouwen in hun tehuis, waar wij als vreemdelingen kwamen en nu herinneren die bloemen in onzen tuin ons zeer aangenaam aan de wijde, wijde wereld en aan dagen van voorheen. Het is de bedoeling van dit boek, om deze stemming te bevorderen bij hen, die zich kunnen verheugen in het bezit van een tuin of tuintje." |
|
"Wie spreekt en schrijft niet graag over dat, wat hij heeft leeren zien en bewonderen! |
|
"Men noemt Zwitserland wel eens speelveld van heel Europa. Bergsport, Wintersport, maar bovenal de aanschouwing van de heerlijke Planten- en Dierenwereld en van de bouw van bergen en dalen, kloven en gletschers geven gelegenheid tot veredelend genieten. Speelvelden van dien aard hebben wij ook in ons land en het voornaamste daarvan wordt wel gevormd door de Noordzee-eilanden en de waddenzee. Van de eilanden is zonder twijfel Texel het schoonste en rijkste. In dit album hebben wij gepoogd U daarvan het een en ander te vertoonen." |
|
"Door het Hoofdbestuur der Nederlandsche natuurhistorische Vereeniging, onze N. N. V., werd mij opgedragen een boekje te schrijven over de Hondsrug. |
|
"Rond de grote waterspiegels onzer heidelandschappen, waarin zich het bruine heidekruid, de blanke berk en het witte wollegras verdubbelt tegen de heerlijk blauwe hemel als achtergrond, groeit tussen veenmos en gagelstruiken een allerliefst plantje. In de bloemenmaand Mei moet het de zoekende wandelaar opvallen door de rose bloemsteeltjes aan de top der stengels, waaraan een fijn rose urntje hangt. Het bloemblad ener roos is niet zoo teer als dit wilde bloempje. (...) |
|
"Als het zoo heel echt warm, zomerwarm, hondsdagen warm is, dan moet je niet thuis blijven, maar het open water opzoeken, of de open hei of het hooge duin, vooral het duin, en dan de hoogste top, die je vinden kunt. Daar waait altijd een koel windje, je hebt een heerlijk uitzicht over heuvels en dalen, boschjes en vlakten naar de verre zee, onophoudelijk komen vogels van allerlei pluimage de eenzaamheid opvroolijken en als de duintop zelf niet al te dor is, dan zijn er altijd nog de bloemen, groot en klein, zeldzaam en gewoon, die u uren lang kunnen bezighouden." |
|
"Een Verkade's Album over kamerplanten! Is er een mooier middel denkbaar om de liefhebberij voor het kweeken van planten in huis te bevorderen dan juist zulk een album, waarin door woord en kunstvolle plaatjes tal van mooie plantensoorten, die als kamerplanten vreugde kunnen geven, onder de aandacht van een zeer grooten kring van menschen, jeugdigen en ouderen, worden gebracht? Toen dan ook de heer Jac. J. Koeman mij namens de firma Verkade te Zaandam kwam vragen, of ik genegen zou zijn, zulk een kweekboek te bewerken, heb ik mij niet lang bedacht en deze zeldzame gelegenheid graag aangegrepen, om dit mooie doel te dienen. |
|
"We hebben dit boekje geschreven om een leemte aan te vullen in onze natuurhistorische literatuur. Immers tot nu ontbrak een populair-wetenschappelijk werk over onze land- en zoetwatermollusken, wat ten gevolge heeft gehad, dat de studie dezer dierengroep hier te lande betrekkelijk weinig beoefenaars heeft gevonden. Dit is zeer jammer. De mollusken toch bieden, zoowel wat hun biologie als wat hun vormenrijkdom betreft, zóóveel interessants, dat de kennismaking met deze dierengroep voor meenigeen een bron van groot genot kan worden. Daareenboven is dit studieveld nog niet zóó afgegraasd als vele andere en biedt het daardoor gelegenheid tot het doen van aardige waarnemingen en ontdekkingen. We hopen dan ook, dat ons boek vele nederlandsche natuurliefhebbers moge opwekken, een deel van hun tijd te gaan wijden aan de studie der Nederlandsche land- en zoetwaterweekdieren. We kunnen wel haast met zekerheid voorspellen, dat ze hiervan geen berouw zullen hebben." |
|
"Want, gelukkig, er bleef nog veel gespaard. Wie zijn standpunt weet te kiezen, kan hier op de Veluwe nog een indruk krijgen van wijde heide, al is het dan ook geen "eindelooze" want overal in het rond blauwen allicht de bosschen of blinkt een rood dak temidden van nieuwe akkers of hooilanden. Zelfs bestaat er nog vochtige hei met venige plekken, waar nog alle drie onze soorten van zonnedauw bloeien, waar in den voorzomer de bonte orchideeën staan met het fraaie cipelgras en waar in den nazomer de diepblauwe groote klokkebloemen van de Gentianen de kleurige hommels lokken. Nog balderen bij het ochtendkrieken van den lentedag de dolle korhanen op de heide, de roode vos sluipt langs den greppel, uitgeketterd door het parmantig eekhoorntje." |
|
"Van de vele soorten van paddenstoelen die in ons lieve land groeien, hebben wij hier ongeveer een gros afgebeeld. Over de keuze zullen wij niet twisten. Zonder moeite zouden wij een dertigtal kunnen vervangen door dertig andere, die minstens even mooi en belangrijk zijn. Maar ik hoop, dat dit eenvoudig en beknopt album u toch duidelijk kan maken, welk een schat van schoonheid en kennis in deze plantengroep wordt geopenbaard." |
|
|
|
"Wanneer we, uit den klaren dag van den zonnigen Artis-tuin in de vestibule van ons beroemd Aquarium aangeland, de breede trappen opgaan, die naar de geheimvol duistere Groote Zaal voeren, voelen we ons als staande aan den ingang eener vreemde, gansch buiten ons zelf liggende schoone wereld. |
|
"Als men de naam 'Cactus' noemt, dan weten zoo goed als alle bloemenliefhebbers wel, welke plant bedoeld wordt. |
|
"Dit cactussenalbum is gewijd aan de karakteristieke schoonheid, de mystieke herkomst en de wonderlijke vormen der thans zoo populaire Cactussenfamilie, als uitzonderlijk verschijnsel in de plantenwereld." |
|
"Wie dieren wil houden, moet eerst degelijke voorzorgsmaatregelen treffen. Ja, je moet eigenlijk het gevoel hebben: 'Kom, ik krijg straks eenige maanden logees en ze zullen het goed bij me hebben.' Je moet er echt plezier in hebben de boel es piek-fijn voor mekaar te maken. Anders, laat het asjeblieft, dan loopt het toch maar op narigheid uit. |
|
"Wanneer slechts een klein gedeelte waar is van de verhalen, die er in omloop zijn aangaande de gulzigheid en de vraatzucht van den snoek, dan is dat nog ruimschoots voldoende om deze als de haai van het zoete water te kenschetsen. En ongetwijfeld, een ieder die een klein exemplaar van dezen algemeenen maar zeer fraaien roover, een tijdlang in een aquarium onderkomen verschafte, zal kunnen getuigen van zijn onverzadigbaarheid." |
|
"Met de verschijning van dit Vetplantenalbum, dadelijk op het in 't vorig jaar verschenen Cactussenalbum, is het doel, om een aansluitend overzicht en betrouwbare beschrijving te geven van een aantal der mooiste soorten uit de geheele, over de wereld verspreide, vormengroep van vetplanten, bereikt. Want, hoewel beide albums op zichzelf staan en elk een afgesloten geheel vormt, bieden zij te zamen een volledig overzicht dezer hoogst belangwekkende planten, waardoor de liefhebber in staat wordt gesteld daaruit vele der schoonste en merkwaardigste soorten te kiezen, te leeren kennen en kweeken." |
|
"Aan de uitnoodiging der redactie tot het schrijven van bijgaand deeltje in de serie der natuurvrienden heb ik gaarne, zij het niet zonder aarzeling, voldaan. De aarzeling vond haar grond in de gedachte aan de op dit gebied reeds bestaande voortreffelijke werkjes van Dr. W. H. Heinsius, J. Jaspers en L. Dorsman. |
|
"In dit boekje beelden we een aantal planten van het woud af, planten die buiten bosschen en hagen zelden worden aangetroffen. Zij hebben zich aangepast aan bijzondere omstandigheden van licht en water en bodem, die aan het bosch eigen zijn. Zij kunnen dus beschouwd worden als de typische uitingen van die bijzonderheden, de eene meer, de andere minder en het nagaan van hun levensbijzonderheden verschaft dus tegelijk een inzicht in den aard en gesteldheid van het bosch. Het ontbreken van sommige dier planten kan zelfs een ernsitige critiek veroorzaken op de behandeling van het bosch. Hun eerste optreden van een nieuwe houtaanplant geeft het oogenblik aan, dat die aanplant den eeretitel van bosch gaat verdienen. Enkele van die planten vinden soms lang dijken en wegen, aan slootkanten of tuinwallen en getuigen dan van vroegere woudpracht daar ter plaatse en van hun eigen plooibaarheid, want onder die boschplanten vinden we naast vele gevoelige soorten ook wel stoere figuren, die een stootje kunnen verdragen. We zullen ze nu even bekijken en volgen daarbij de loop der jaargetijden." |
|
"Het is zoo goed, eens stil te staan bij de bloemen, om te zien, wat er met haar gebeurt en hoe afhankelijk ze zijn niet alleen van wind en weer, maar vele harer ook van allerhand gedierte. En welk een aardige tegenstelling tusschen de stille bloemen, die zich haast niet bewegen en de rustelooze insecten met hun vaak bliksensnelle verplaatsing. Graag had ik er meer van verteld, want dit studieveld mag gerust onbegrensd genoemd worden!" |
|
"Onkruid is dus wel hinderlijk en ik heb ook menig moeizaam uurtje er aan besteed, om het te bestrijden. Doch daarbij had ik voor mijn vijanden de grootse achting en die steeg, naarmate zij mij meer moeite veroorzaakten. Het zijn allemaal taaie strijders met velerlei bewapening. Alles wat de mensch voor zijn cultuurplanten doet, moeten zij alleen klaarspelen. Zij zaaien zichzelf of hebben er handigheidjes op om te maken dat de mensch zich ook daarmee belast. Zijn ze door middel van dat zaad, of ook wel op ander wijze ergens aangekomen, dan is hun er om te doen, om zoo spoedig mogelijk een zoo groot mogelijk gebied te veroveren en cultuurplanten te verdringen of te overvleugelen. Sommige doen dit door maar vlug weer zaad te te maken en dat te verspreiden of te laten verspreiden, andere en dat zijn de ergste, gaan ondergrondsch te werk en veroveren terrein door het maken van lange en vertakte uitloopers, waarvan dikwijls elk brokstuk weer tot een nieuwe plant kan uitgroeien. Winter of droogte hebben voor de meetse deze planten geenerlei verschrikking en in de allerergste gevallen weten ze zich nog te handhaven, doordat hun zaden jarenlang kiemkrachtig blijven." |
|
"De aardrijkskunde deelt de Noordzeekust van Calais tot kaap Skagen in bij de 'duinkusten', maar daarmeee wil zij niet zeggen, dat de geologische ontwikkeling op alle punten dezelfde geweest is en de Vlaamsche duinen volmaakt gelijk zijn aan de duinen op de westelijke en noordelijke kusten van Jutland. |
|
"Pezen en spieren tot scheurens toe gespannen, schoot Hans de Torenkraai door het luchtruim. Maar hoe snel hij zijn vleugels ook bewoog, toch kon hij zich niet losmaken van dien onvermoeiden vervolger, die, nadat hij den dapperen kraaiengroep uit elkander had gejaagd, maar steeds boven Hans bleef zweven, met een enkelen wiekslag den afstand, dien de kraai met moeite had weten te winnen, heroverend. |
|
"Door het kleurlooze licht van den jongen morgen klinken de dreunende slagen van de klok uit den hoogen toren, die als een wachter zich verheft boven de daken van de dorpshuizen. Meegevoerd op de vleugelen van den zoelen zuidenwind, wekken zij de bewoners van de groote boerderij "De Oude Olm", die met haar veestallen en hooibergen als een voorwereldlijk monster opdoemt uit den nevel, welke over de wijde landen hangt. Piepend op de roestige scharnieren draaien de rood en groen geverfde luiken open en knarsend wordt de grendel van de deeldeur geschoven, waardoor het geloei en het pootengestamp van de ontwakende koeien naar buiten klinkt." |
|
"Maar al te veel Nederlanders beseffen nog niet, in welk een heerlijk land zij het voorrecht hebben te leven. Er zijn er zelfs, die durven smalen op ons toch zoo merkwaardige klimaat. Als kinderen hebben wij echter al leeren zichen van het 'kleine stipje op de wereldkaart', dat een 'dierbaar plekje grond' zou zijn en de ervaring van veel meer dan een halve eeuw heeft althams bij mij dezen jeugdindruk niet beschaamd. |
|
"De vraag wat een diergaarde eigenlijk voor 'n instelling is, lijkt gemakkelijk te beantwoorden, is het echter niet, zodra we het wezen van een dierentuin - zijn doel - nader bekijken. Er zijn immers ook z.g. dierenparken en reizende ménagerieën die eveneens dieren ten toon stellen; de lezer voelt nu zelf wel het 'kwaliteitsverschil' tussen zùlke ondernemingen en een instituut als Natura Artis Magistra of de Londensche Zoo en andere hoofdstedelijke verzamelingen. |
|
"Van het jaar 1906 verbonden aan het Koninklijk Zoölogisch Genootschap 'Natura Artis Magistra', dat den eersten Mei 1838 te Amsterdam werd opgericht, heb ik, als Inspecteur der levende have, dank zij de medewerking van mijn achtereenvolgende Directeuren, wijlen Dr. C. Kerbert en Dr. A. L. J. Sunier, naast mijn overige werk mij in 't bijzonder kunnen wijden aan de studie van het dierengedrag, die mij altijd aan het hart lag en dan ook in zoowel als buiten Artis bij voorkeur door mij werd beoefend. |
|
"Welbehagen in eigen land is niet alleen verklaarbaar en geoorloofd, maar ook nuttig en noodzakelijk en het is goed, dat wij trachten, ons dit welbehagen zoo veel mogelijk bewust te doen worden. |
|
"Een album over Artis, dat in Mei van dit jaar de eerste eeuw van zijn bestaan heeft herdacht! |
|
"Werkend aan ons voorgaande album, bleek het al spoedig onmogelijk, de rijkdommen van 'Artis' in één of twee Verkade-albums samen te vatten, zonder het geheel, zowel wat plaatjes als tekst betreft, aan innerlijke waarde te laten inboeten. |
|
"Als voorbeeld van een karakteristiek Hollandsch graslandgebied is door ons gekozen de Krimpenerwaard, een terrein, dat door ons werk botanisch vrij goed bekend is geworden, terwijl het physisch-geografisch onderzoek ervan met snelle schreden zijn voltooiing nadert. Het ligt evenwel niet in ons voornemen, in deze bijdrage een analyse te geven van de onderscheidene factoren, welke te zamen dit echt Hollandsche landschap hebben gevormd. Het tot dusverre door ons verrichte onderzoek is daarvoor in menig opzicht onvoldoende geweest, terwijl bovendien de samenstelling van het veen in de Krimpenerwaard nog vrijwel geheel onbekend is." |
|
"De toegang tot den tuin is vrij voor iedereen; kinderen beneden de twaalf jaar alleen onder geleide en dat geleide is dan verantwoordelijk voor eventueele wandaden van het kroost. |
|
"Van vele bevolkingsgroepen in ons land, die jarenlang te lijden hebben gehad van de slechte structuur in het wereldhuishouden, gaat het visschersvolk, dat aan de zeekusten en aan de oevers onzer binnenwateren woont, wel zeer gebukt. |
|
"Van de veelheid van vormen waarin en van de wijze waarop het planten- en dierenleven zich gedurende den jaarcyclus in het bosch uitleeft, wil het voorliggende boek in beeld en woord getuigen en dit allereerst omdat in het bosch als geheel en in het kleinste detail zich een onbegrensde schoonheid openbaart, die in voller omvang levend bezit van den natuurbeschouwer kan worden, naar gelang zijn kennis van uiterlijke verschijning, levenswijze en bestaansvoorwaarden van deze wereld van planten en dieren zich verruimt. (...) |
|
"Neerlands Vogelleven ... gelukkig, het bestaat nog en wel in zóó groote dichtheid en verscheidenheid, dat ieder, die ooren heeft om te hooren en oogen om te zien en een ontvankelijk gemoed, gemakkelijk hoog genot en innige levensvreugde kan verwerven door kennismaking met dat leven te zoeken. |
|
"Dit boekje heb ik geschreven voor de zeer velen die de opmerking maakten, dat het wel heel aardig is, de namen te kennen van de planten en dieren, die op de wandeling de aandacht trekken. maar dat zij toch graag een nadere kennismaking zouden wenschen. |
|
"Onze duinen kunnen de schoonste en belangrijkste zijn van heel Europa. Ondanks de verwaarloozing, roofbouw en ondeskundige behandeling vertoonen zij thans nog op menige plaats brokstukken van onovertreffelijke bekoorlijkheid. Bovendien ontstaan nog dagelijks nieuwe duintjes en wanneer die op gunstige plaatsen ongestord blijven, kunnen wij ons hart ophalen aan de aanschouwing van uiterst boeiende gebeurtenissen op geologisch en biologisch gebied. En ook waar de duinen bedorven zijn, zooals dat heet, kan met gepaste middelen het landschap in korten tijd weer komen tot een waardig aanzien." |
|
"Het is nu meer dan vijfenzestig jaar geleden, dat ik met eenige kennis van zaken mijn eerste orchideeën vond en wel in de onmiddelijke omgeving van Amsterdam, in een klein moerasje achter den Zuiderzeedijk, overblijfsel van een vroegere dijkbreuk-kolk. Nog acht jaar eerder had ik er geplukt op Walcheren, maar mijn grootmoeder leerde mij die kennen als 'koekoeksbloemen'. Nu nog altijd zijn verschillende en zelfs zeer uiteenloopende soorten van onze orchideeën bij het land volk bekend als koekoeksbloemen, kievietsbloemen, pinksterbloemen zelfs. Maar een dikke twintig jaar geleden ontmoette ik op een afgelegen plek een viertal kinderen van een jaar of tien, twaalf, met heele bossen kleurige orchideeën in de hand en bij navraag vertelden die snaken mij, dat ze daar "handekenskruiden" hadden en wel: gevlekt handekenskruid, vleeschkleurig handekenskruid en breedbladig handekenskruid. |
|
"Men kan niet zeggen, dat er zo voor en na geen aanleiding is geweest om het werk en willen ener nationale figuur als dr. Jac. P. Thijsse te herdenken. Kon reeds door zijn voortdurende en dagelijkse activiteit op natuurhistorisch terrein po elk willekeurig tijdstip aansporen tot het bepalen zijner betekenis en het waarderend beschouwen van zijn zegenrijke arbeid, niettemin waren er de laatste jaren gebeurtenissen, die het voor de hand liggend uitgangspunt vormden om aan Thijsse en zijn werk speciale aandacht te wijden." |
|
"Laat ons vooral nooit vergeten, dat Natuur- en Landschapsbescherming geen stokpaardje is van een klein aantal hedonisten of wetenschappelijke ijveraars, maar een streven naar levensvervulling voor iedereen en in het bijzonder een redding voor allen, die geboren en getogen zijn in de sombere buurten van de ouderwetsche groote steden." |
|
De hier verzamelde geschriften werden in 1944 door Dr. Jac. P. Thijsse uitgezocht en gerangschikt. Na het overlijden van de auteur verzorgde Dr. L. Tinbergen de uitgave van de bloemlezing. |
|
Dit boekje werd door A. F. J. Portielje geschreven op verzoek van de A.V.R.O. De eerste oplage werd in december 1953 door de A.V.R.O. aan de kinderen van haar leden als Sint Nicolaas-geschenk aangeboden. |
|
"Uitgever en schrijver hebben gemeend deze Heimans-Biografie, welke als proefschrift voor de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam geschreven werd, tevens toegankelijk te maken voor een ruimere lezerskring. Talrijke biografieën werden gewijd aan kunstenaars, geleerden, staatslieden, militairen en ontdekkingsreizigers. Zelden werd een uitvoerige levensbeschrijving gegeven over het hoofd der school. Er zijn dan ook weinig personen bij het lager onderwijs in Nederland werkzaam geweest, wier culturele en wetenschappelijke invloed zó verstrekkend was als die van Eli Heimans, wier 'levensroman' wij hierbij de belangstellende lezer aanbieden". |
|
"Dit boek probeert door eenvoudig maar niet ondoordacht vertellen - en door onmiddelijk tot verstand en gevoel sprekende afbeeldingen van mejuffrouw Frida Holleman - te bereiken, dat velen beter kijk krijgen op dieren en hun levenduitingen. |
|
"Dit THIJSSE-nummer is een gezamenlijke uitgave van: de Chr. Jeugdbond voor natuurvrienden (CJN); het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN); de Kathol. Jeugdorganisatie voor Natuurstudie (KJN); de Kon. Ned. Natuurhistorische Vereniging (KNNV); het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg; de Ned. Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN); de Stichting het Limburgs Landschap en het tijdschrift Het Vogeljaar. (...) |
|
"Feest in de natuur - naar mijn gevoel niet eens in de eerste plaats omdat 100 jaar geleden Jacobus Pieter Thijsse, de grote man van natuurstudie, natuurbescherming en bovenal natuurbeleving, werd geboren. |
|
"'Hier is nu de Vogelzang. Alles wat liefelijk is en welluidend. Laat ons dit alvast vasthouden voor het voorwoord' |
|
"De grote landelijke Thijsse-herdenking werd in 1965 gehouden bij de honderdste geboortedag van Thijsse en het toen veertigjarig bestaan van de Hof. Er verscheen zelfs weer een Verkade-album (Vogelzang), een treffende herinnering aan de reeks, die in de vooroorlogse jaren tot de vorming van liefde voor de natuur en het milieu zoveel heeft bijgedragen. Ook nu zal de figuur van Thijsse weer voor het voetlicht geschoven worden met dit boekje en een feestelijk bijeenkomst. Maar hoe goed deze ook zijn, het blijft beter Thijsse's sterke persoonlijkheid te ontmoeten in zijn nog altijd frisse werken en in zijn vijftig jaar jonge Hof in het Bloemendaalse bos." |
|
"Maar wat rest er nog te schrijven na de vloed van enthousiaste reacties op onze her-uitgave van de Verkade-Jaargetijden-Albums? |
|
Van 26 oktober 1902 tot 27 september 1914 verschenen er met een verbazingwekkende regelmaat in 'De Groene (Amsterdammer)' bijdragen over de natuur van de Amsterdamse onderwijzer Eli Heimans. De Stichting Heimans en Thijssebibliotheek en -archief stelde van deze bijdragen in 1978 dit boekje samen. Het betreft eigenlijk de 'vierde keus', aangezien al eerder bijdragen uit De Groene gepubliceerd waren in Met Kijker en Bus en Wandelen en Waarnemen (beiden 1906) en in Uit de Natuur (1916). |
|
Naar de natuur is een selectie uit de beschouwingen die Thijsse van 1915 t/m 1928 schreef voor De Groene (Amsterdammer). Zijn bespiegelingen over groei, bloei en jaargetijde, zoals bijeengebracht in deze bundel, zijn voorzien van nooit eerder gepubliceerde tekeningen uit de schetsboeken van Thijsse zelf. Tekst en illustraties van de grote natuurkenner blijken nog verassend boeiend en tonen opnieuw dat de groeiende belangstelling voor zijn werk terecht is. Dit boekje werd in 1978 in opdracht van de Erven Thomas Rap samengesteld door Jan Nijkamp, Ko Zweeres en Jaap Zwier. |
|
"Wie herinnert zich niet van vroeger de wandplaten van M. A. Koekkoek die op vrijwel iedere lagere school werden gebruikt om de leerllingen enige kennis van de dierenwereld bij te brengen? Platen van het Naardermeer, de weide etc. U vindt ze nu nog wel eens in antiekwinkeltjes waar ze voor veertig tot vijftig gulden per stuk verkocht worden. De platen werden geschilderd door de uit een oud schildergeslacht stammende M. A. Koekkoek die van 1875 tot 1944 leefde. Koekkoek legde zich toe op het natuurgetrouw weergeven van dieren in hun omgeving. Vanwege de instructieve waarde werden zijn schilderijen alom als wandplaten in het onderwijs gebruikt." |
|
Bijna anderhalve eeuw nu bestaat de Amsterdamse dierentuin Artis. Leonard de Vries dook in de bewogen historie, met als resultaat een boek vol teksten en prenten van dieren en mensen in een van de oudste dierentuinen van Europa. |
|
Al vele laren geleden vatte de biologie-historicus Pieter Smit het plan op het 150-jarig jubileum van Artis extra luister bij te zetten met een boek over de geschiedenis van de tuin. In dat jubileumjaar 1988 presenteert hij met dit kloeke boekwerk het resultaat van zijn speurtochten in het verleden van Nederlands oudste dierentuin. |
|
"De verhouding van mensen tot dieren hangt zeer nauw samen met de menselijke culltuur. Hierbij spelen de sociale en technische ontwikkeling van de maatschappij en de mode een rol. het Artisjubileum is aanleiding om hierover wat te vertellen. Dat Artis hierbij in het middelpunt staat, ligt wel voor de hand. Maar al is het verleden interessant, de toekomst is belangrijker en krijgt dan ook volop de aandacht." |
|
"Meer dan 45 jaar hebben de drukproef voor Vogels in Artis van A. F. J. Portielje en de daarbij behorende aquarellen van C. Rol, J. Voerman jr. en H. Rol veilig opgeborgen gelegen bij de Koninklijke Verkade N.V. te Zaandam. De oorspronkelijk voor 1941 geplande uitgave van het album werd, doortussenkomst van de Tweede Wereldoorlog, nooit uitgevoerd. Het 150-jarig jubileum van Artis is bij uitstek de gelegenheid om dit schitterende album voor alle liefhebbers, en dat zullen er velen zijn, alsnog op de markt te brengen. |
|
"U hebt een nieuw Verkadeboek in handen. Wie zich de vroegere albums herinnert, zal in dit boek echter weinig terugvinden van de oude, traditionele aanpak. Dat was ook de bedoeling van Verkade en van de samenstellers. Veel van wat er in die albums van toen werd beschreven en afgebeeld, is voltooid verleden tijd. Landschappen zijn soms onherkenbaar veranderd, sommige dieren en planten zijn er niet meer of zijn zeldzaam geworden. De dagen dat Jac. P. Thijsse met enthousiaste pen zijn beroemde albums schreef en op de hem sympathieke en kundige manier - alsof hij je mee naar buiten nam! - zijn lezers ook voor de natuur enthousiast probeerde te maken, die dagen zijn voorbij. Het zou dwaas zijn, om tegen beter weten in te beweren, dat verder alles in het bos en op de hei bij het oude is gebleven. Dát weten wij zo langzamerhand wel. |
|
"Zo lang er in Nederland mensen wonen hebben zij gevochten tegen het water. Dat er ooit een tijd zou komen dat zij voor het water moesten vechten had niemand voorzien. Dat is nu aan de orde. De beste graadmeter is de natuur, de enige die ons kan vertellen hoe gezond het oppervlaktewater van ons land is. Natuur en milieu zijn niet twee zaken apart, ze horen bij elkaar, ze zijn elkaar. Van dat besef zijn de makers van het tweede Verkade Natuurboek uitgegaan." |
|
Kees Duinker is een aantal wandelingen van Thijsse nagegaan: wat is er nog over van de natuur die Thijsse beschreef; zijn er nog stinse planten, is de nachtegaal er nog te horen, kun je er nog onbekommerd zijn. De illustraties van René Gort ademen de sfeer van nu, maar laten soms zien hoe het er in de tijd van Thijsse kan hebben uitgezien. |
|
"Dit werkstuk is niet ontstaan onder druk van de omgeving, noch uit oogpunt van carrièreplanning of de wens om te promoveren. Het boek is geschreven vanuit een persoonlijke belangstelling voor historisch onderzoek en vanuit een wetenschappelijke interesse voor het leven en werk Van J. Heimans en de ontwikkelingen op het gebied van de natuurstudie en natuurbescherming die gedurende zijn leven hebben plaatsgevonden." |
|
"Dit jaar is het precies 50 jaar geleden dat Jac. P. Thijsse overleed. Om die reden is 1995 het 'Thijsse-jaar' geworden, daarnaast heeft 1995 tevens de titel 'Europees natuurbeschermingsjaar' gekregen. (...) |
|
In de archieven van Verkade werden onlangs de manuscripten gevonden van een origineel Verkade-album. Dit album van Jac. P. Thijsse, met als titel "Eik en beuk" werd echter nooit eerder uitgegeven. |
|
In dit boek wordt ingegaan op de houding van de Nederlander tegenover de natuur, van ver vóór onze jaartelling - toen duizenden boeren het natuurlijke gezicht van ons land al veranderden - tot heden. |
|
"Het feit dat Jac. P. Thijsse in Maastricht geboren is, op een steenworp afstand van de toen nog in volle glorie verkerende Sint-Pietersberg, verklaart zijn bijzondere en persoonlijke band met deze verre uithoek van Nederland, Een band die hij zijn hele leven trouw is gebleven, zoals onder meer blijkt uit zijn vele geschriften die hij ons heeft nagelaten." |
|
Ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag van Thijsse verschijnt deze uitgave, waarin zeven historici op heldere wijze Thijsse's leven, werk en invloed behandelen. Aan de orde komen onder meer zijn werk als schrijver, zijn contacten met tijdgenoten, de wortels van de milieubeweging, de vogelbescherming, de biologische wetenschap en zijn kwaliteiten als onderwijzer en pedagoog. |
|
"1995 was een Thijsse-jaar en bovendien een Europees Natuurbeschermingsjaar. Voor de Heimans en Thijsse Stichting lag het voor de hand hieraan aandacht te besteden. Een van de activiteiten betrof de organisatie van het Symposium '100 jaar Natuurbeleving en Natuurbescherming', dat op 13 oktober 1995 in Amsterdam werd gehouden. De uitgewerkte voordrachten treft u in deze brochure aan." |
|
"Ik heb mij beijverd om in duidelijk taal een overzicht te geven van van de meeste aspecten van het fenomeen dierentuin en van de voortplanting in het bijzonder. Hier en daar kan de begrijpelijkheid echter tegenvallen, veel onderzoek en bevindingen blijven moeilijke kost, voor lezer én schrijver. Bovendien, de laatste heeft zo z'n karakteristieke liefhebberijen. Voorts heb ik mij in hoge mate beperkt tot de gewervelde dieren. Ik spreek hierbij de hoop uit, dat mijn opvolger zich ooit nog eens zal wagen aan het rijk der ongewervelde dieren. |
|
"De naam Heimans is me net zo vertrouwd als de kerk, de school en de bakker. Vlak buiten het Zuid-Limburgse Epen, waar ik werd geboren, ligt immers de Heimansgroeve. Ik wandelde in mijn kinderjaren met vader langs de Geul en bij de groeve zochten we mooie stukjes leisteen waarvan gezegd werd dat het iets met steenkool te maken had. 'Hier komt het carboon aan de oppervlakte,' zei vader dan, want hij wist dat Eli Heimans dat ergens geschreven had..." |
|
"De langdurige en succesvolle reeks Verkade-albums vormt een hoogtepunt in de geschiedenis van de reclame in Nederland. In 1903 begon de Zaanse brood-, koek- en beschuitfabrikant Verkade & Comp. met het uitgeven van plaatjesalbums, boeken voor het verzamelen van de losse kleurenplaatjes die bij de verpakte artikelen werden verspreid. Na drie albums zonder tekst, de zogenoemde sprookjesalbums, kwam de firma op het idee om albums uit te geven waarbij de plaatjes de illustraties vormden bij een doorlopend verhaal. Zowel de keuze van het onderwerp van deze albums, de inheemse natuur, als de beslissing om ze te laten vervaardigen door kunstenaars en vakmensen bleek een schot in de roos. Dankzij de eendrachtige samenwerking tussen fabrikant en schrijvers, illustratoren, drukkers en binders ontstond een reeks boeken die zijn weerga niet kent; ook niet in het buitenland. De albums vormen een welhaast ideale combinatie van kunst, kennis en commercie. In totaal werden door Verkade 35 verschillende albums uitgegeven: vijftien in de periode tot en met het eind van de Eerste Wereldoorlog, vijftien in de periode 1925-1940 en nog vijf in de periode vanaf 1965 tot heden. " |
|
"Eli Heimans werd 140 jaar geleden in Zwolle geboren. Zijn grote betekenis vooral voor de biologie en geologie van Zuid-Limburg rechtvaardigt het feit dat de herinnering van zijn invloed mede door middel van dit 'Heimansnummer' van ons Maandblad levend wordt gehouden." |
|
"Al bij de oprichting in 1838 werd duidelijk dat de stichters van de dierentuin Artis een bredere opzet voor ogen stond dan het exposeren van dieren alleen. men koos immers voor de naam Natura Artis Magistra, wat zoveel betekent als: de natuur is de leermeester(es) van de kunst. |
|
"De geschiedenis van Artis illustreert de verandering ten aanzien van het profiel van de natuurhistorische verzamelingen en de wetenschappelijke genootschapppen in de 19de eeuw. De meest duidelijke en aantrekkelijke vernieuwing was het houden van levende dieren als onderdeel van een natuurhistorische collectie. Behalve dit onderscheidde Artis zich ook op andere manieren van eerdere verzamelingen. De financiële steun van duizenden van haar leden, die er voortdurend naar streefden om van Artis een instituut te maken dat een uitstraling zou hebben, niet alleen op Amsterdam maar op heel Nederland, betekende dat het kon uitgroeien tot een, voor Nederland, ongekende grootte." |
|
"In mijn prille jeugd waren er maar twee schrijvers. God, die de Bijbel had geschrevenen Jac. P. Thijsse, die de Albums van Verkade geschreven had." |
|
Kunt u ons een Indisch olifantje sturen want onze dierentuin heeft er geen? |
|
Biograaf Sietzo Dijkhuizen volgt Thijsse door de vier seizoenen van zijn leven, onderzoekt zijn rol als popularisator van natuurhistorische kennis, en zijn betekenis als onderwijzer en leraar. Ook beschrijft hij Thijsses contacten met tijdgenoten als Eli Heimans en diens invloed op zijn schrijverschap. Dijkhuizen zoekt de feiten achter Jac. P. Thijsses welhaast mythische status als volksopvoeder, schetst de sociaal-culturele ontwikkelingen tussen 1865 en 1945, en vraagt wat Thijsses bijdrage was aan het burgerlijk "beschavingsoffensief" van die jaren. |