![]()
1 Het zelfbewustzijn van het jodendom
1.12 DE GODSDIENST VAN DE FILOSOFIE
Als gevolg van de wens om de geestes- en de natuurwetenschappen met de godsdienst met elkaar te verzoenen zijn regelmatig pogingen gedaan om niet alleen te bewijzen dat de geopenbaarde leer niet strijdt met de door onze eigen rede verworven ideeën, maar ook dat ze wezenlijk gelijk zijn. Toch brengt een dergelijke verzoening niet een verbinding maar een ontbinding, waardoor de godsdienst moet wegkwijnen. Als wetenschap en godsdienst wezenlijk gelijk zijn, moet een van de twee overbodig zijn. Bij een dergelijke verzoening is de godsdienst niet veel meer dan een slechte wetenschap en een naïeve moraliteit. Als zijn diepte is verdwenen en zijn majesteit vergeten is, wordt zijn waarde twijfelachtig. Zijn enige rechtvaardiging is van opvoedkundige aard, als de kortste weg naar de filosofie, als een filosofie voor de massa.
Filosofen hebben het gebrek aan overeenkomst met de godsdienst dikwijls ten onrechte aangezien voor filosofische onrijpheid en ze hebben hem benaderd als een rudimentaire vorm van filosofie in plaats van te proberen godsdienst te begrijpen als godsdienst. Bij een dergelijke benadering werd het voorwerp van onderzoek aangepast aan de voorstelling van de onderzoeker, en godsdienstige categorieën, die al voor de start van het onderzoek 'aangepast' waren, werden als wijsgerige abstracties behandeld. Het resultaat van een dergelijk onderzoek is in de regel een hoogst zonderlinge godsdienst. Wat begint als een godsdienstfilosofie, eindigt als een godsdienst van de filosofie.
Abraham Joshua
Heschel:
God zoekt de
mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4