1 Het zelfbewustzijn van het jodendom

 

 

1.19    NOTEN BIJ HOOFDSTUK 1

 

1. Een kenmerk dat de filosofie en de wetenschap beide hebben, is de omstandigheid dat elk antwoord nieuwe vragen oproept. Het ver­schil lijkt te zijn dat de filosofische problemen duurzaam zijn en dat geen van de antwoorden op die problemen onaangevochten blijft, omdat elk antwoord een totaal antwoord dient te zijn.

 

2 Zelfkennis of zelfbegrip is in verschillende vormen het centrale on­derwerp van de filosofie geweest (de eerste van de drie spreuken, gebeiteld in de voorgevel van de tempel van Apollo in Delphi was: Ken u zelf). Socrates en Plato hebben op haar belang de nadruk ge­legd; zie Charmides, 167B-172C; Alcibiades, 133B; Xenophanes, Me­morabilia, IV, 2,24. Aristoteles, Metaphysica, 1072B 20. Vergelijk Plo­tinus, Enneaden, IV, 4.2; Theologie des Aristoteles, vertaald door Dieteri­ci (Leipzig 1893) p. 18. Elke filosofie is 'geestelijke zelfwaarne­ming' (J. F. Fries, System der Metaphysik (1824) p. 110), 'de weten­schap van de innerlijke ervaring' (Th. Lips, Grundtatsachen des Seelenle­bens, p. 3), 'de zelfkennis van de menselijke geest' (Kuno Fisher, Ge­schichte der Philosophie, dl 1, ed. 5, p. 11); vergelijk Max Scheler, Die transzendentale und die psychologische Methode (Leipzig 1922) p. 179. In de joodse literatuur wordt de omschrijving van de filosofie als zelfverstaan vermeld door Bahya Ibn Paquda, The Duties of the Heart, shaar habehinah, hfdst. 5, ed. Haymson, dl II, p. 14. Vergelijk Joseph Ibn Saddik, Haolam Haqaton, ed. S. Horovitz (Breslau 1903) begin. Zie Maimonides, The Guide of the Perplexed, 1,53. Volgens Hermann Cohen, Religion der Vernunft (Frankfurt a/M 1929) p. 23, is de zelfken­nis van de mens de diepste bron van de godsdienst. Uitspraken over de zelfkennis in de Hebreeuwse literatuur zijn verzameld door I. L. Zlotnik, Maamarim (Jeruzalem 1939) pp. 17-26.

 

3 A. J. Heschel, Man is Not Alone (New York 1951) p. 55.

 

4 F. P. Ramsey, The Foundations of Mathematics and Other Logical Essays (New York 1950) p. 269.

3 Kant, Critique of Pure Reason, voorwoord voor de eerste druk, vertaald door J.M.D. Meikeljohn (New York 1899) p. XL, noot.


6. Shabbat, 51 a.
 

7. Zie Julius Guttmann, 'Religion und Wissenschaft im Mittelalterli­chen und im Modernen Denken', in: Festschrift zum 50 Jährigen Beste­hen der Hochschulefür die Wissenschaft des Judentums (Berlijn 1922) p. 147 e.v.
 

8. Zie A.J. Heschel, Die Prophetie (Krakau 1936) p. 15. De categorieën waarin de bijbelse mens zich voorstellingen maakt van God, de mens en de wereld, verschillen zodanig van de bovenzintuiglijke vooron­derstellingen waar het overgrote deel van de westerse filosofie op rust dat zekere inzichten die in de geest van de bijbelse mens zinvol zijn, aan de Griekse geest als zinloos voorkomen. Het zou een presta­tie van de eerste orde zijn om de bijzondere aard van het bijbelse denken te reconstrueren en zorgvuldig uiteen te zetten hoezeer het van alle andere typen van denken afwijkt. Het zou nieuwe vergezich­ten openen voor het begrijpen van zedelijke, maatschappelijke en godsdienstige problemen en ons gehele denken verrijken. Het bijbel­se denken zou een rol kunnen spelen bij het vormen van onze wijsge­rige beschouwingen over de wereld.

 

9. A. J. Heschel, The Sabbath (New York 1951) p. 75.
 

10. Dewey, A Common Faith (New Haven 1934).

 

11. Zie A. J. Heschel, Man's Quest for God (New York 1954) p. 104. 12 Zie Man is Not Alone, p. 163
 

13. Mishnah Sanhedrin, VI, 5.

 

 

 

Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4