1     Het zelfbewustzijn van het jodendom

 

 

1-4    GRONDIG ZELFBEWUSTZIJN

Er bestaan twee soorten wijsbegeerte. Wijsbegeerte kan beoefend worden als een denkproces, van analyseren van de inhoud van het denken, zoals beginselen, veronderstellingen, leerstukken. Of ze kan worden beoefend als denken over denken, als grondige zelfkennis,2 als een proces van analyse van de verrichtingen van het denken, een proces van naar-binnen-kijken, van waarneming van het doen en laten van het intellectuele zelf.

Het werk waarmee het intellectuele zelf bezig is, voltrekt zich op twee niveaus: op het niveau van het inzicht en op het niveau waarop inzichten worden omgezet in concepten en symbolen. Grondige zelfkennis moet niet alleen de vruchten van het denken, de concepten en symbolen, omvatten, maar ook de wortel van het denken, de diepte van het inzicht, de ogenblikken van directheid in de gemeenschap van het zelf met de werkelijkheid.

Het bestuderen van de godsdienst bestaat daarom uit twee hoofdtaken. De ene is het doorgronden van wat het betekent om te geloven, om het geloven zelf te analyseren, om te vragen wat het is dat ons dwingt om in God te geloven. De tweede is om de inhoud van het geloven uit te leggen en te onderzoeken, om te analyseren waarin wij geloven. De eerste heeft betrekking op het probleem van het geloof, op concrete situaties; de tweede op het probleem van de leer, op conceptuele relaties. De middeleeuwse joodse wijsbegeerte hield zich voornamelijk bezig met het probleem van de leer. Ze hield zich uitvoeriger bezig met de vraag: wat is de inhoud (en het doel) van ons geloof in God? of hoogstens de aard van het geloof, dan met het probleem van de oorsprong van ons geloof in God. Waarom eigenlijk geloven? Ze schonk meer aandacht aan de vraag wat wij weten over God dan aan de vraag hoe wij weten over Hem. Het is niet onze eerste zorg om concepten te analyseren maar om situaties te onderzoeken. De godsdienstige situatie gaat aan de godsdienstige voorstelling vooraf en het zou een verkeerde abstractie zijn om bijvoorbeeld de voorstelling van God te behandelen los van de situatie waarin zo’n voorstelling opkomt. Het is daarom niet ons eerste doel om een filosofie van beginselen en dogma-uitleg te ontwikkelen. Het gaat ons om een filosofie van werkelijke gebeurtenissen, handelingen, inzichten, die horen bij de gelovige mens. Want godsdienst is meer dan een leer of een ideologie en kan niet los van daden en gebeurtenissen begrepen worden. Hij licht op in momenten waarin de ziel van de mens door en door in beslag wordt genomen door de vraag naar de betekenis van alle betekenis, naar zijn uiterste verplichting, die een wezenlijk deel van zijn bestaan zelf is, in ogenblikken waarin alle vanzelfsprekendheden en alle verstikkende alledaagsheden wegvallen.

Het gaat ons op de eerste plaats dus niet om het geloof, de rituele of godsdienstige ervaring, maar om de oorsprong van al deze verschijnselen: de algehele situatie van de mens; niet hoe hij het bovennatuurlijke ervaart, maar waarom hij het ervaart en aanvaardt.3

 

 

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - Verschijnt hopelijk op termijn


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X
(ingenaaid), 480 pagina's, 3e druk

Prijs € 29,90