![]()
1 Het zelfbewustzijn van het jodendom
1.6 DE ZELFKENNIS VAN DE GODSDIENST
Filosofie is bespiegelend denken en de godsdienstfilosofie kan worden omschreven als een bespiegeling van de godsdienst over zijn grondinzichten en -houdingen, als grondige zelfkennis van de godsdienst naar zijn eigen geest. Het is een poging tot zelfverduidelijking en zelfonderzoek.
Met zelfverduidelijking bedoelen we de krachtsinspanning om ons te herinneren waar we voor stáán, om de ervaringen, de inzichten, de houdingen en de beginselen van de godsdienst te analyseren, zijn belangrijkste eigenschappen te ontdekken, zijn uiterste aanspraken, om de betekenis van zijn voornaamste lessen te bepalen en om het verschil te zien tussen beginselen en opvattingen.
Met zelfonderzoek bedoelen we de krachtsinspanning om de echtheid van onze positie nauwkeurig te onderzoeken. Is onze godsdienstige houding er een van overtuiging of van louter aanmatiging? Is het bestaan van God een waarschijnlijkheid voor ons of een zekerheid? Is God voor ons alleen maar een woord, een naam, een mogelijkheid, een veronderstelling, of is hij een levende aanwezigheid? Zijn de aanspraken van de profeten beeldspraak voor ons of een onontkoombaar geloof?
Godsdienstig denken, geloven, voelen behoren tot de meest bedrieglijke bezigheden van de menselijke geest. Vaak doen we maar alsof het God is in wie we geloven, maar in werkelijkheid kan het een symbool van persoonlijke belangen zijn waar we bij blijven stilstaan. We doen alsof we ons tot God voelen aangetrokken, maar in werkelijkheid kan het een macht in de wereld zijn die het voorwerp van onze verering is. We doen alsof we God liefhebben, maar het kan ons eigen ego zijn waarover we ons druk maken. Het onderzoeken van ons godsdienstige bestaan is dus een constante bezigheid.
Het is de taak van de filosofie om te begrijpen wat we bedoelen. Wij denken in woorden, maar het gebruiken van woorden is niet hetzelfde als het begrijpen van hun betekenis. Bovendien is de relatie tussen woorden en hun betekenis rekbaar. Woorden blijven terwijl hun betekenis kan veranderen. De uitdrukking 'onze vader in de hemelen' kan bij sommigen een voorstelling oproepen van een lichamelijke gestalte die op een troon zit en kan voor anderen het hoogste van alle majesteit betekenen als beeldspraak om Hem aan te duiden die zich aan elke omschrijving onttrekt.
Een dergelijke zelfkennis is om vele redenen noodzakelijk. De oorspronkelijke godsdienstlessen zijn niet overgeleverd in verstandelijke, dogmatische termen, maar in aanduidende uitdrukkingen. Daarom is het nodig om hun betekenissen te verklaren. Omdat ze verwoord zijn in een zeer oude taal, moet bovendien de wezenlijke bedoeling van de bijbelse schrijvers zorgvuldig worden doorgrond.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005