10 Een aan ons gestelde vraag

 

10.2    GEEN WETENSCHAPPELIJK PROBLEEM

Wat is de basis voor onze zekerheid van de werkelijkheid van God? Het is duidelijk dat we religie niet aan de we­tenschappelijke logica kunnen onderwerpen. Wetenschap is niet de enige weg naar de waarheid, en haar methoden vertegen­woordigen niet het complete menselijke denken. Ze zijn in­derdaad misplaatst in die dimensie van het menselijke bestaan waarin God een brandende kwestie is.

God is geen wetenschappelijk probleem en wetenschappelijke methoden zijn ongeschikt om het op te lossen. Men denkt vaak dat wetenschappelijke methoden geschikt zijn om het op te lossen vanwege het succes van hun toepassing in de waarneembare weten­schappen. De dwaling in deze analogie is de behandeling van God alsof hij een verschijnsel binnen de alledaagse orde is. De waarheid is echter dat het probleem van God niet alleen ver­band houdt met natuurverschijnselen, maar met de natuur zelf. Het is een probleem dat verband houdt met wat de natuur te boven gaat, met wat achter alle dingen en alle concepten ligt.

Op het ogenblik dat we de naam van God uitspreken, verlaten wij het vlak van het wetenschappelijk denken en betreden we het domein van het onuitsprekelijke. Een dergelijke stap kunnen we niet op wetenschappelijke wijze nemen, omdat het de grenzen van alles wat gegeven is, overstijgt. Ondanks alle waarschuwin­gen is de mens nimmer opgehouden zich met de uiteindelijke vragen bezig te houden. De wetenschap kan hem niet tot zwij­gen brengen, omdat wetenschappelijke termen zinloos zijn voor de geest die deze vragen oppert, zinloos voor het verlangen naar een waarheid groter dan de wereld die door de wetenschap wordt onderzocht.

God is niet het enige probleem dat voor de wetenschap ontoe­gankelijk is. Het probleem van de oorsprong van de werkelijk­heid blijft voor haar onaantastbaar. Sommige aspecten van de gegeven werkelijkheid stemmen overeen met de categorieën van de wetenschappelijke logica, terwijl andere aspecten van de werkelijkheid voor deze logica ontoegankelijk zijn. Zelfs sommi­ge aspecten en ideeën van ons eigen denken zijn ondoor­dringbaar voor analyse.

 

10.3 VOORBIJ DEFINITIES

Een van de vroegste dialogen van Plato, de Charmides, is gewijd aan het onderzoek van de vraag wat matigheid is. Verschillende definities worden geopperd, maar ze blijken allemaal onvoldoen­de te zijn. Dan geeft Socrates toe dat matigheid niet omschreven kan worden: ‘Ik ben geheel verslagen en heb niet kunnen ont­dekken waaraan de toekenner van namen deze naam van matig­heid gegeven heeft.’ Het is mogelijk dat een mens ‘weet heeft van iets wat hij helemaal niet kent’.

De diepzinnigste leerstukken ‘kunnen niet zoals andere weten­schappelijke onderwerpen onder woorden worden gebracht’. Ze kunnen alleen begrepen worden ‘door een voortgezette toepas­sing op het onderwerp zelf en de omgang daarmee’. Een derge­lijk begrip wordt ‘plotseling in de ziel geboren, als een licht door een overspringende vonk ontstoken, en daarna voedt het zich­zelf’.1

Het is onmogelijk om ‘goedheid’ of ‘feit’ te definiëren, niet omdat ze iets aanduiden wat strijdig met de rede of zinloos is, maar omdat ze denkbeelden aanduiden die de grenzen van elke definitie te buiten gaan; ze zijn meer buitenredelijk dan rationeel. We kunnen het heilige niet definiëren of in woorden uitspreken wat we bedoelen als we zeggen ‘gezegend zij Hij’. Waar heilig naar verwijst, wat we bedoelen met ‘gezegend zij Hij’ ligt buiten het bereik van woorden. ‘Het beste gedeelte van schoonheid is datgene wat een afbeelding niet kan uitdrukken.’2 Als onze basisconcepten zich niet lenen voor analyse, moeten we niet verbaasd zijn wanneer de uiteindelijke antwoorden on­vindbaar zijn voor de rede alleen. Wanneer het onmogelijk is om ‘goedheid’, ‘waarde’ of ‘feit’ te definiëren, hoe zou het ons dan ooit lukken om te definiëren wat wij onder God verstaan? Elke religieuze daad en elk religieus oordeel houdt aanvaar­ding van het onuitsprekelijke in, de erkenning van het onbegrij­pelijke. Wanneer de grondwaarden van de religie, zoals God, openbaring, gebed, heiligheid, geboden, worden opgelost in alledaagse categorieën en beroofd van hun verheven beteke­nis, dan zijn ze zo goed als zinloos.

De categorieën van religieus denken zijn, zoals hierboven gezegd, uniek en vertegenwoordigen een wijze van denken op een vlak dat dieper ligt dan het vlak van ideeën, uitspraken en symbolen. Het is onmiddellijk, onuitsprekelijk en staat boven symboliek. Godgeleerden hebben altijd geprobeerd hun inzichten op te tillen tot het vlak van uitspraken, dogma en belijdenis. Toch moeten zulke uitspraken worden beschouwd als aanwijzingen, als pogingen om over te dragen wat niet goed on­der woorden gebracht kan worden, willen ze geen belemmering voor echt geloof vormen.


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X
(ingenaaid), 480 pagina's, 3e druk

Prijs € 29,90