10.3
HET PRINCIPE
VAN DE
ONVERENIGBAARHEID
Het doel van de
wetenschap is
het verklaren
van de
wetmatigheden
in de natuur.
Elke
wetenschappelijke
verklaring van
een
verschijnsel
in de natuur
berust op de
veronderstelling
dat de dingen
zich gedragen
op een manier
die
fundamenteel
redelijk is en
begrijpelijk
voor het
menselijke
verstand.3
Door de
vooruitgang van
de wetenschap
worden steeds
meer
verschijnselen
begrijpelijk,
waardoor de
veronderstelling
bevestigd wordt
van de
redelijkheid
van de manier
waarop de
dingen zich
gedragen en van
hun
verenigbaarheid
met het
menselijke
verstand. Veel
verschijnselen
die nu nog
onbegrepen
zijn, zullen
waarschijnlijk
verklaard
worden als het
wetenschappelijke
onderzoek
vorderingen
blijft maken.
Het wezen van
de
werkelijkheid
blijft echter
onverenigbaar
met onze
categorieën. De
natuur zoals
zij is en zelfs
het denken zelf
gaan ons begrip
te boven. Het
wezen van de
dingen is
onuitsprekelijk
en dus
onverenigbaar
met het
menselijke
verstand, en
het is juist
deze
onverenigbaarheid
die de bron
is van alle
scheppend
denken in de
kunst, de
religie en het
morele leven.
We kunnen dus
stellen dat,
zoals de
ontdekking van
de
verenigbaarheid
van de
werkelijkheid
met de
menselijke
geest de wortel
van de
wetenschap is,
zo is ook de
ontdekking van
de
onverenigbaarheid
van de wereld
met de
menselijke
geest de wortel
van
kunstzinnig en
religieus
inzicht. Het is
het gebied van
het
onuitsprekelijke,
waar het
mysterie binnen
het bereik van
alle gedachten
is, waarin de
uiteindelijke
problemen van
de religie
geboren
worden.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005