10 Een aan ons gestelde vraag

 

10.4    DE DIMENSIE VAN HET ONUITSPREKELIJKE
Met het onuitsprekelijke bedoelen we niet het onbekende als zo­danig; kwesties die nu onbekend zijn, kunnen over duizend jaar bekend zijn. Met het onuitsprekelijke bedoelen we dat aspect van de werkelijkheid dat naar zijn aard ons begrip te boven gaat en waarvan de geest erkent dat het buiten zijn bereik ligt. Het on­uitsprekelijke heeft evenmin betrekking op een gebied dat ge­scheiden is van het waarneembare en het bekende. Het heeft be­trekking op de onderlinge afhankelijkheid van het bekende en het onbekende, van het kenbare en het onkenbare, wat de geest bij al zijn denken en voelen tegenkomt.

Het gevoel van het onuitsprekelijke is een gevoel voor het bo­venzinnelijke, een gevoel dat de werkelijkheid verwijst naar een betekenis die het verstand te boven gaat. Het ‘onuitsprekelijke’ is dus een synoniem voor ‘verborgen betekenis’ en niet voor het ‘ontbreken van betekenis’. Het staat voor een dimensie die in de bijbel (hemelse) glorie, (geluk) zaligheid, (hemelse) heerlijkheid of het (eeuwig) heil wordt genoemd, een dimensie zo werkelijk en zo verheven dat zij ons vermogen om haar te aanbidden bedwelmt en ons meer met ontzag dan met nieuwsgierigheid vervult.

Het heelal met zijn miljoenen hemellichamen, waarvan de verste zich op een onvoorstelbare afstand van de aarde be­vindt, houdt geen enkel verband met de levensbehoeften zo­als wij die kennen. Vanuit het gezichtspunt van de mens lijkt het heelal geen doel of oogmerk te hebben en het zou zonder zin lijken wanneer de mens de maatstaf zou zijn voor wat zinvol en zin­loos is. Maar hier maken we ons schuldig aan een tegenstrijdig­heid. Hoe zou de mens de maatstaf kunnen zijn voor wat wel en voor wat geen zin heeft als er uiteindelijk geen zin is? Tegenover de immense grootsheid van het heelal kunnen we slechts toegeven dat er een zin is die groter is dan de mens. Er lijken twee richtingen van menselijk denken te bestaan: de ene begint bij de mens, zijn levensbehoeften en zijn oogmerken, in de veronderstel­ling dat het heelal een zinloze voorstelling of een verspilling van energie is; de andere begint in verbazing, in ontzag en bescheidenheid en eindigt in de veronderstelling dat het heelal vervuld is van een heerlijkheid die de mens en zijn geest te boven gaat, maar eeuwig zinvol is voor Hem die het zijn mogelijk maakte.

Laten wij ons herinneren wat elders is gezegd4 in antwoord op de vraag: wat kunnen wij op goede gronden zeggen over de ein­deloze stroom van mysterie waarin onze zielen gevangen zijn? Is het onbekend en strijdig met onze categorieën omdat het zinloos is? We hebben geopperd dat, behalve als onze inzichten over ontzag tekenen van krankzinnigheid zijn en verachting voor de grandeur en het mysterieuze van het heelal de enige redelijke houding van de ziel is, het een teken van afstomping zou zijn om ons in­tuďtieve gevoel voor het mysterie te negeren en te beweren dat de uiteindelijke raadsels de rand van chaos en niet de oever van eindeloze inhoud vormen.

In onze eigen studeerkamer kunnen we elk denkbeeld dat bij ons opkomt overwegen. In die situatie is het zelfs aanvaardbaar om te zeggen dat de wereld waardeloos is en alle zin een droom of een verzinsel. Maar niemand kan de sterren bespottelijk maken, zijn neus ophalen voor de dageraad, het uitbarsten van de lente belachelijk maken of de totaliteit van het zijn be­schimpen. Weg van het onmetelijke, gekluisterd in onze eigen gedachtespinsels kunnen we alles minachten en zwart maken. Maar staand tussen hemel en aarde wordt ons het zwijgen opgelegd.


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X
(ingenaaid), 480 pagina's, 3e druk

Prijs € 29,90