10 Een aan ons gestelde vraag
 

HET BESEF VAN TRANSCENDENTE BETEKENIS
We zijn geconditioneerd door de structuur van de natuur en door de structuur van onze geesten. En belangrijker dan het ge­voel van ontzag is de geldigheid van en de behoefte aan ontzag die door de menselijke geest onbetwist blijven. Ontzag is het besef van een transcendente betekenis, van een geestelijke suggestie naar de werkelijkheid, een zinspeling op buitenzintuiglijke betekenis. De wereld in zijn grootsheid is vol van een geestelijke glans, waarvoor we een naam, noch een concept hebben.

We zijn getroffen door de onmetelijke kostbaarheid van het bestaan. Een kostbaarheid die niet een voorwerp van analyse is maar een reden tot verwondering. Ze is onverklaarbaar, naam­loos en kan niet omschreven of in een categorie on­dergebracht worden. Toch hebben wij een zekerheid zonder ken­nis: ze is werkelijk zonder verklaarbaar te zijn. Ze kan niet aan andere worden meegedeeld; ieder mens moet haar zelf vinden. In ogenblikken waarin wij het numineuze voelen, zijn we even zeker van de waarde van de wereld als van haar bestaan. Er moet een waarde zijn die het ontstaan van de aarde rechtvaardig­de. We mogen betwijfelen of de wereld volmaakt is. Zelfs echter indien we haar onvolmaaktheid erkennen, is de kostbaarheid van haar grootsheid buiten twijfel.

Ontzag is dus meer dan een gevoel. Het is een antwoord van het hart en de geest op de nabijheid van het mysterie in alle dingen, een intuïtie voor een betekenis aan gene zijde van het mysterie, een besef van de transcendente waarde van het heelal.

Als we zeggen dat het heelal - onafhankelijk van ons bevat­tingsvermogen - een transcendente betekenis heeft, dan verlenen we aan een louter denkbeeld niet een werkelijk bestaan, evenmin als we dat doen door te beweren: ‘Dit is een oceaan’ wanneer zijn golven ons meevoeren. De geheimenis en de grootsheid die wij waarnemen, zijn overweldigend werkelijk. Waar zij voor staan, is zo verheven dat het ons vermogen om te aanbidden bedwelmt. Het dwingende van het ontzag is zijn bewijsstuk, een universeel bewijsstuk dat wij allen bevend en betoverd bezegelen, niet om­dat wij dat wensen, maar omdat we bedwelmd zijn en er niet te­gen opgewassen zijn. Er is zoveel meer betekenis in de werkelijk­heid dan de ziel kan opnemen. Voor ons gevoel voor het mysterie en het wonder is de wereld té ongelofelijk, té vol betekenis voor ons en is haar bestaan het meest onwaarschijnlijke, meest onge­looflijke feit, indruisend tegen alle redelijke verwachting. Zelfs ons vermogen om ons te verwonderen vervult ons met verba­zing.

Dit nu is een inzicht dat wij verwerven iedere keer als wij ons verwon­deren: om betekenis niet te meten met onze eigen maatstaven, maar om een betekenis te voelen die oneindig veel groter is dan wij.

Voor de zekerheid van een uiteindelijke betekenis zetten we ons leven op het spel. Bij elk oordeel dat we vormen, bij elke handeling die we verrichten, gaan we ervan uit dat de wereld vol betekenis is. Het leven zou waardeloos worden wanneer wij han­delden alsof er geen uiteindelijke betekenis zou zijn. Haar ont­kenning zou inderdaad een tegenspraak in zichzelf zijn, omdat als er geen uiteindelijke betekenis zou zijn, de ontkenning ervan zinloos zou zijn; in een wereld die niet door betekenis geleid wordt, zou het verschil tussen bevestiging en ontkenning zinloos zijn.


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X
(ingenaaid), 480 pagina's, 3e druk

Prijs € 29,90