11 Een
ontologische
vooronderstelling
11.2
DE ONTMOETING
MET HET
ONBEKENDE
Het mysterie
wekt onze
religieuze
aandacht en het
is het mysterie
waar het
religieuze
denken moet
beginnen. De
wijze van
denken over God
in de
traditionele
speculatie is
de via
eminentiae
geweest, een
voortschrijden
van het bekende
naar het
onbekende. Ons
uitgangspunt is
niet het
bekende, het
eindige, de
orde, maar
het onbekende
in het bekende,
het
oneindige in
het eindige,
het mysterie
in de orde.
Al het creatieve denken loopt uit op een ontmoeting met het onbekende. Wij wagen ons niet aan een onderzoek van wat voor eens en altijd bekend is, tenzij we opeens ontdekken dat wat we altijd als bekend hebben beschouwd, eigenlijk een raadsel is. Dus moet de geest buiten de grenzen van zijn kennis treden om te voelen wat ons tot de kennis drijft. Als wij beginnen te begrijpen of ons te assimileren en de werkelijkheid aan ons denken aan te passen, dan trekt de geest zich terug in zijn omhulsel.
Inderdaad, kennis ontstaat niet alleen als vrucht van denken. Alleen een extreme rationalist of solipsist* zou kunnen beweren dat kennis uitsluitend wordt bijgebracht door de combinatie van concepten. Elke echte ontmoeting met de werkelijkheid is een ontmoeting met het onbekende, is een intuďtie waarin een besef van het object wordt verworven, een rudimentaire, voorconceptuele kennis. Inderdaad, geen object wordt werkelijk gekend tenzij het eerst in zijn onbekendheid is ervaren.
Het is een feit van grote betekenis dat we meer voelen dan we kunnen zeggen. Wanneer we oog in oog staan met de grootsheid van de wereld, lijkt elk onder woorden brengen van onze gedachten een anticlimax. In het besef dat het mysterie vóór ons onvergelijkelijk veel dieper is dan onze kennis, begint al het scheppende denken.
*solipsisme: Lat.: solus=alleen; ipse=zelf. Filosofische leer dat alleen ons eigen ik en zijn bewustzijnsdaden bestaan.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005