11 Een ontologische vooronderstelling
 

11.6    ULTIEME BETROKKENHEID IS EEN VORM VAN VERERING
Het gevoel van verwondering, ontzag en mysterie geeft ons geen kennis over God. Het leidt ons alleen tot een niveau waar de vraag over God onontkoombaar op ons afkomt, tot een plaats waar we ontdekken dat we evenmin onze bezorgdheid kunnen opbergen in de kluis van meningen, als aan anderen de dringende taak om de ultieme vraag te beantwoorden kun­nen overlaten.

Een dergelijke uiteindelijke betrokkenheid is een vorm van verering, een vorm van erkenning - en dat op de krachtigste wijze - van het alles overtreffende gewicht van de zaak. Het is geen keuze, iets dat we voorgoed kunnen negeren. Het is het openbaar maken van een fundamenteel feit van het menselijke bestaan, het feit van de verering.

Elk van ons moet een uiteindelijk object van verering heb­ben; in de keuze van het object van zijn verering is hij echter vrij. Zonder dit kan hij niet leven; het kan een verzonnen of een werkelijk object zijn, God of een afgod.

Het is een kenmerkende omkering om te spreken van het ‘pro­bleem van God’. In de gedachtewisseling over het probleem van God is het probleem van de mens de inzet. De mens is het pro­bleem. Zijn lichamelijke en geestelijke werkelijkheid staat buiten kijf; zijn betekenis, zijn geestelijke belang is een vraag die dringend om antwoord vraagt. En verering is een antwoord. Want verering is een daad waardoor de mens een verbintenis aangaat met de ultieme betekenis. Behalve als de mens het vermogen heeft een relatie aan te gaan met de uiteindelijke betekenis, is verering een illusie. En als verering zinloos is, is het menselijk be­staan een absurditeit.

Omdat onze betrokkenheid bij de vraag naar God een wijze van verering is en omdat verering uitgaat van de werkelijk­heid van haar object, sluit onze betrokkenheid zelf stilzwijgend de aanvaarding van Zijn werkelijkheid in.

Zoals de hoogste verering van een ultieme buitenwereld de mens eigen is, zo is de uitdrukkelijke ontkenning van de werkelijkheid van een ultiem niet-ik absurd. Laat de mens zijn ontkenning verkondigen met een verster­ker die zijn stem zou kunnen laten klinken in de melkweg, hon­derd miljoen lichtjaren van ons verwijderd, hoe belachelijk zou hij zijn.

Er kan geen eerlijke ontkenning van het bestaan van God zijn. Er kan alleen maar geloof zijn of de eerlijke erkenning van het onvermogen om te geloven - of verwaandheid. De mens zou zijn onvermogen om te geloven kunnen volhouden of zijn oordeel op­schorten, als hij niet door de druk van het bestaan gedreven werd in een situatie waarin hij moet beslissen tussen ja en nee; waarin hij moet beslissen wat of wie te aanbidden. Hij wordt ge­dreven tot een of de andere verklaring. Maar welke beslissing hij ook neemt, hij aanvaardt stilzwijgend hetzij de werkelijkheid van God, hetzij de dwaasheid van Hem te ontkennen.

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X (ingenaaid), 480 pagina's
3e druk

Prijs € 29,90