11 Een
ontologische
vooronderstelling
11.9
NOTEN BIJ
HOOFDSTUK 11
1
W. von
Humboldts
beroemde
stelling dat
‘de mens
voornamelijk
met zijn
objecten
leeft... zoals
de taal die aan
hem voorstelt’
(zie Ernst
Cassirer,
Language and
Myth [New
York 1946] p.
9) is niet van
toepassing op
creatief
denken.
Intuïtie en
uitdrukking
moeten niet
worden
gelijkgesteld.
Het denken
bevat elementen
die niet tot
woorden kunnen
worden herleid;
die zich aan
verwoording
onttrekken.
Non-figuratieve
kunst kan
worden
omschreven als
een poging om
een
voorconceptuele,
voorsymbolische
ontmoeting met
de
werkelijkheid
weer te geven.
Vergelijk ook
Philip
Wheelwright,
The Burning
Fountain
(Bloomington
1954) p. 18
e.v. Voor een
analyse van en
een kritiek op
symbolisme in
godsdienst en
theologie, zie
A. J. Heschel,
Man’s Quest
for God,
pp.117-144.
2 George P. Adams, ‘The Range of Mind’, in: The Nature of Mind (Berkeley, Cal. 1936) p, 149. Vergelijk J. Loewenberg, ‘The Discernment of Mind’, ibid. p. 90 e.v.
3 Rabbi Loew van Praag, Netivot Olam, netiv haavodah, hfdst. 2.
4 Zie Man is Not Alone, p. 84 e.v.
5 The Guide of the Perplexed, dl I, p, 50,
6 Ibid., p. 57.
7 Ibid., p, 59.
8 Ibid, , boek ii, p. 5.
9 Ibid., boek I, p. 58, Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? “Moeten wij ons nu op grond van het voorgaande voorstellen dat een mens door zijn ogen te heffen naar omhoog kan kennen en zien wat niet geoorloofd is om te kennen en te zien? Nee, de werkelijke betekenis van de passage is dat iedereen die verlangt de werken van de Heilige te overpeinzen en te leren kennen, zijn ogen naar omhoog mag heffen om te turen naar de myriaden van legerscharen en legioenen die daar bestaan, elk verschillend van de ander, elk machtiger dan de ander. Dan zal hij al turende vragen: wie (mi) heeft dit alles geschapen? ‘Wie heeft dit alles geschapen?’ is in wezen zeggen dat de gehele schepping haar oorsprong vindt in een gebied dat een eeuwig wie blijft, omdat het verborgen blijft.” Zohar, dl ii, 231b.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005