12.2
TWEE
GEVOLGTREKKINGEN
Aanvaarding van
de opvatting
dat je over God
niet kan denken
in termen van
een levenloos
wezen, heeft
twee
belangrijke
gevolgen. Het
ene gaat over
Zijn aandeel
in ons
streven om Hem
te begrijpen en
het andere
betreft de
rol van de tijd
bij zo’n
begrijpen.
Mijn pogingen om vertrouwd te raken met een steen of een plant hangen bijna uitsluitend af van mijn wil en mijn verstand; de plant of de steen heeft er geen stem in en staat onafgebroken ter beschikking. In tegenstelling hiermee hangen mijn pogingen om een ander mens te leren kennen niet alleen af van mij, maar ook van de bereidheid van de ander om door mij gezien en begrepen te worden. Het is mogelijk dat de mens bepaalde anderen graag tot zijn kennissenkring zou willen rekenen en weer anderen op een afstand wil houden. En wellicht behandelt hij dezelfde mensen de ene keer anders dan de andere keer.
Als we nu aannemen dat God niet een passief voorwerp is maar een Wezen met ten minste evenveel leven en wil als wij hebben, kan het streven om Hem te begrijpen niet een proces zijn dat zich ongeacht Zijn instemming voltrekt. Als God leeft, moeten we aannemen dat Hij een rol speelt in onze pogingen om Hem te begrijpen; dat ons begrijpen van God niet alleen afhangt van onze bereidheid om tot Hem te naderen, maar ook van Gods bereidheid om benaderd te worden.1
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005