12.4
DE ROL VAN DE
TIJD
Als we niet
over God denken
als over een
onbezield
wezen, een
wezen dat met
wil noch met
vrijheid
begiftigd is,
dan moeten we
aannemen dat
Hij niet op elk
ogenblik tot
onze
beschikking
staat. Er zijn
ogenblikken
waarop Hij
uitgaat om ons
te ontmoeten
en er zijn
ogenblikken
waarop Hij zijn
gelaat voor ons
verbergt.6
Leopold von Ranke, de historicus, betoogde dat elk tijdperk even dicht bij God is. Voor een mens die bijbels denkt, kan evengoed gezegd worden dat elk tijdperk even ver van God is. De joodse traditie beweert dat er een rangorde bestaat van tijdsmomenten, niet alle tijdperken zijn gelijk. De mens kan op dezelfde manier op elke plaats tot God bidden, maar God spreekt niet op elk ogenblik op gelijke wijze tot de mens. Sinaï gebeurt niet dagelijks en profetie is niet een constant proces. Er zijn tijdperken waarin mensen worden gekozen om profeten te zijn en er zijn tijdperken waarin de stem der profetie getemperd is.
En toch betekent dit niet dat God in ons tijdperk volkomen zwijgt. De goddelijke stem is niet verflauwd ‘tot een echo van de heuvels van Judea’. Ze kan losbreken om de verschrikkelijke stilte van onze tijd te doorboren. Er zijn vele wegen en niveaus waarop Gods wil zich aan de mens toont.
De rol van de tijd wordt meebepaald door de menselijke situatie. Omdat in ons begrijpen van God de gehele persoon betrokken is, zijn geest en zijn hart, zijn verstand en zijn aandacht, zijn ervaring en alles waarmee hij zich verbonden voelt, kan dat begrip niet worden beschouwd als onveranderlijk, tijdloos en universeel. De mens is niet altijd dezelfde. Slechts op bepaalde ogenblikken wordt hij zich bewust van de hartverscheurende ondoorgrondelijkheid van de wereld waarin hij leeft en waaraan hij geen aandacht schenkt. Op zulke momenten vraagt hij zich af: wat is mijn plaats te midden van de schrikaanjagende onmetelijkheid van tijd en ruimte? Wat is mijn taak? Wat is mijn positie daarin?
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005