13 God zoekt de mens
 

13.1   ‘WAAR BENT U?’
De meeste theorieën over religie beginnen met het omschrijven van de godsdienstige situatie zoals het zoeken naar God door de mens en onderschrijven de grondregel dat God zwijgt en verborgen is en dat Hij geen belang stelt in het zoeken naar hem door de mens. Door het aanvaarden van dit axioma is het antwoord ge­geven voordat de vraag is gesteld. Voor het bijbelse denken is de omschrijving onvolledig en het axioma vals. De bijbel spreekt niet alleen over het zoeken door de mens naar God, maar ook over Gods zoeken naar de mens. ‘U bespringt mij als een leeuw,’ riep Job uit (10:16).
‘Van het begin af aan hebt U de mens uitgekozen en hem waardig geacht om in uw nabijheid te vertoeven.’ 1 Dit is de geheimzinnige paradox van het bijbelse geloof: God achtervolgd de mens.2 Het is alsof God niet alleen wil zijn en Hij de mens heeft uitgekozen om Hem te dienen. Dat wij Hem zoeken is niet alleen onze, maar ook Zijn zaak en moet dan ook niet als een uitslui­tend menselijke aangelegenheid worden beschouwd. Zijn wil is in ons verlangen betrokken. De hele geschiedenis van de mens­heid zoals die in de bijbel beschreven staat, kan in één zin wor­den samengevat: God zoekt de mens. Geloven in God is een ant­woord op Gods vragen.

Heer, waar zal ik U vinden?
Verheven en verborgen in Uw plaats;
En waar zal ik U niet vinden?

De wereld is vol van Uw heerlijkheid.

Ik heb Uw nabijheid gezocht;

Met mijn hele hart heb ik U geroepen,
En toen ik uitging om U te ontmoeten,
Bemerkte ik dat U mij tegemoet kwam.

 

Nu ik U door het wonder van Uw macht,
In heiligheid aanschouwd heb,

Wie zal zeggen dat hij U niet heeft gezien?
Zie, de hemelen en hun heer der sterren

Vertellen hun ontzag voor U,

Hoewel hun stem niet wordt vernomen.3


Toen Adam en Eva zich voor Zijn tegenwoordigheid verborgen, riep de HEER: Waar ben je? (Gen. 3:9). Deze roep gaat telkens op­nieuw uit. Het is een nog kleine echo van een nog kleine stem, zich niet uitend in woorden, niet overgebracht op een begrijpelij­ke wijze, maar onuitsprekelijk en geheimzinnig, even onuitspre­kelijk en geheimzinnig als de heerlijkheid waar de wereld vol van is. Het is gehuld in stilte; verborgen en getemperd lijkt het toch of alle dingen de bevroren echo zijn van de vraag: Waar ben je? Geloof komt voort uit ontzag, uit een besef dat we leven in Zijn nabijheid, uit verlangen om in te gaan op de uitda­ging van God, uit een besef dat er een beroep op ons wordt ge­daan. Religie bestaat uit Gods vraag en het antwoord van de mens. De weg náár geloof is de weg ván geloof. De weg naar God is een weg van God. Tenzij God de vraag stelt, zijn al onze onderzoekingen tevergeefs.

Het antwoord duurt een ogenblik, de verplichting blijft. Tenzij het besef van de onuitsprekelijke geheimenis van het bestaan een duurzame gemoedstoestand wordt, is alles wat overblijft een ver­plichting zonder geloof. De eredienst en de eerbiediging van de ons geschonken regels hebben ten doel onze waakzaamheid te versterken en onze eerbied voor het mysterie te zuiveren. Want geloof blijft niet stilstaan. We moeten doorgaan met bidden, doorgaan met gehoorzamen om in staat te zijn te vertrouwen en ver­bonden te blijven met Zijn aanwezigheid.

Het gebied waar God en de mens elkaar ontmoeten is verbor­gen, maar niet geheel ondoordringbaar. Hij plaatste iets van Zijn geest in het binnenste van de mens (zie Jesaja 63:11) en het is de geest van God in de mens, de adem van de Ontzagwekkende die inzicht brengt.                                   (Job 32:8). 




Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X (ingenaaid), 480 pagina's
3e druk

Prijs € 29,90