13.4 TERUGKEER TOT GOD IS EEN ANTWOORD AAN HEM
We hoeven de wereld van het geloof niet te ontdekken; we hoeven haar alleen maar terug te vinden. Het is geen terra incognita, een onbekend land. Het is een vergeten land en onze relatie tot God is eerder een palimpsest, waar het oorspronkelijk geschrevene door de overwoekering heen nog herkenbaar is, dan een onbeschreven blad, tabula rasa. Er is niemand die geen vertrouwen heeft. Iedereen stond aan de voet van de Sinaď en hoorde de stem die uitriep: Ik ben de HERE uw God.8 Iedereen nam deel in het antwoord: Wij zullen doen en wij zullen horen. Het boze in de mens en het boze in de samenleving die de ziel doen verstommen, blokkeren en belemmeren echter ons vertrouwen. ‘Voor U is het duidelijk en bekend dat het onze wil is om Uw wil te doen. Maar wat staat ons in de weg? De zuurdesem in het deeg (de boze aandrift) en de dienstbaarheid aan de koninkrijken.’9
In de geest van het jodendom is ons zoeken naar God een terugkeer tot God. Ons denken aan Hem is een herleving, een poging om tevoorschijn te komen uit de diepte van onze verdrongen gehechtheid. Het Hebreeuwse woord voor berouw, teshuvah, betekent ‘terugkeer’. Maar het betekent ook ‘antwoord’. Terugkeer naar God is een antwoord aan hem. Want God zwijgt niet. Kom terug, ontrouwe kinderen – spreekt de HEER (Jer. 3:14).10 De rabbijnen menen dat elke dag, elk ogenblik, een stem roept: Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God (Jes. 40:3). Hoor, de HEER roept tot de stad (Micha 6:9).11
Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen. (Jes. 50:4). De beweging in de mens om zich tot God te keren is in werkelijkheid een ‘herinnering van God aan de mens’.12 Het is een roep die niet door een lichamelijk zintuig van de mens vernomen wordt, maar de ‘geestelijke ziel’ in hem bespeurt de roep.13 De kostbaarste geschenken bereiken ons terwijl we dat ons niet bewust zijn en blijven onopgemerkt. Gods genade weerklinkt in onze levens als een staccato. Alleen door de schijnbaar onsamenhangende noten te onthouden verkrijgen we het vermogen om het thema te omvatten.
Is het mogelijk om de aard van zulke ervaringen te omschrijven? Het is geen waarneming van een ding, van iets stoffelijks; evenmin is het altijd een onthulling van tot dan toe onbekende ideeën. Het is voornamelijk, naar het schijnt, een verheffing van de ziel, een verscherping van het geestelijke besef, een begiftiging met een nieuwe gevoeligheid. Het is meer een ontdekking in de tijd dan wat dan ook in de ruimte.
Zoals
helderzienden
de toekomst
kunnen zien, zo
gaat de
religieuze mens
het huidige
ogenblik
waarnemen. En
zo volbrengt
hij een daad
van de hoogste
orde. Want het
onderhavige
moment is de
nabijheid van
God. Dingen
hebben een
verleden en een
toekomst, maar
alleen God is
zuivere
aanwezigheid.
![]()
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005