13 God zoekt de mens
 

13.6   NOTEN BIJ HOOFDSTUK 13

 

1             De liturgie van de Grote Verzoendag.

2             ‘Rabbijn José zei: Juda placht uit te leggen: De HEER verscheen vanaf de Sinaï  (Deut. 33:2). Lees het niet zó, maar lees: De HERE is gekomen naar Sinaï. Ik echter aanvaard deze uitleg niet, maar De HERE is gekomen van Sinaï, om Israël te verwelkomen als een bruidegom die zijn bruid tegemoet gaat.’ Mechilta, Bahodesh op 19: 17. Gods verbond met Israël was een daad van genade. ‘Hij zorgde voor onze verlossing uit Egypte zodat wij Zijn volk zouden worden en Hij onze Koning’ Ku­zari, ii, 50. ‘De eerste mens zou God nooit gekend hebben als Hij hem niet zou hebben aangesproken, beloond en gestraft... Hierdoor was hij ervan overtuigd dat Hij de Schepper van de wereld was en hij ken­schetste Hem door woorden en eigenschappen en noemde Hem de HERE. Als hij deze ervaring niet zou hebben gehad, zou hij met de naam God tevreden zijn geweest; hij zou niet hebben bemerkt wat God was, of Hij één is of velen, of hij individuen kent of niet. Kuzari, IV, 3.

3             Zie Selected Poems of Jehudah Halevi, vertaald door N. Salomon (Phila­delphia 1928) pp. 134-135.

4             Man is Not Alone, p. 87 e.v.

5             Deuteronomium 5:22, volgens de Aramese vertaling van Onkelos en Jonathan ben Uzziël en de uitleg van Sanhedrin, 17b; Sotah, lOb en de eerste uit­leg van Rashi.

6             Moreh Nebuchim, inleiding, ed. J. Ibn Shmuel (Jeruzalem 1947) pp. 6­7. The Guide of the Perplexed, vertaald door Ch. Rabin, (Londen 1952) p. 43 e.v. In min of meer dezelfde trant lezen we in de Zohar dat de thora een gedachte openbaart ‘voor een ogenblik en haar dan aan­stonds kleedt in een ander gewaad, zodat ze daarin verborgen is en zich niet vertoont. De wijzen, wier wijsheid hen vol ogen maakt, dringen door het gewaad door tot de kern van het woord dat daarin verborgen is. Wanneer het woord dus voor een ogenblik geopen­baard is, kunnen zij wier ogen wijs zijn, het dat eerste moment zien, maar het is gauw opnieuw verborgen.’ Zohar, dl ii, p. 98b. Zie ook Plato, Brieven, VII, 341.

7             Rabbi Yaakov Yosef van Ostrog, Rav Yevi (Ostrog 1808) p. 43b.

8             Tanhuma, Yitzo, 1. Volgens de rabbijnen werden de woorden niet al­leen gehoord door Israël, maar door de inwoners van de hele wereld. De goddelijke stem verdeelde zich in ‘de zeventig talen’ van de mensheid, zodat iedereen haar zou kunnen verstaan. Exodus Rabba, 5, 9. 9. Berachot, 17 a.

10          Volgens rabbijn Jonathan ‘vertoefde de Shechinah drieënhalf jaar op de Olijfberg in de hoop dat Israël zou omkeren, maar ze deden het niet, terwijl een hemelse stem uitriep: Ga terug, trouweloze zo­nen.’ Klaagliederen Rabba, inleiding, 25.

11          Volgens Masechet Kallah, hfdst. 5, ed. M. Higger (New York 1936) p. 283, verwijzen deze passages naar een eeuwig durende stem.

12          ‘Deze roep van God komt tot hem die de thora genomen heeft als een licht op zijn pad, die verstandig geworden is, die een helder bevat­tingsvermogen heeft, die ernaar verlangt om de gunst van de Al­machtige deelachtig te worden en om op te stijgen tot de geestelijke hoogten van de heiligen en die zijn hart afwendt van wereldse zorgen en begeerten.’ Bahya, The Duties of the Heart, Avodat Elohim, hfdst. 5 (dl ii, p. 55).

13          Rabbi Mordechai Azulai, Or Hachamah (Przemysl 1897) dl lIl, p. 42b.

 


Abraham Joshua Heschel:

God zoekt de mens

Een filosofie van het jodendom

Vertaald uit het Engels door Daniël Mok

Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005

A. J. Heschel: God zoekt de mens - € 29,90.


Reserveer bij uw boekhandel voor de intekenprijs van € 24,90 en bespaar € 2,60!

ISBN: 90-807300-5-X (ingenaaid), 480 pagina's
3e druk

Prijs € 29,90