15.1 ‘KUN JIJ GODS WIJSHEID TEN DIEPSTE DOORVORSEN?’
Denken over het hoogste, opklimmend naar het onzichtbare, voert langs een pad met ontelbare afgronden en heel weinig houvast. Ondanks al ons vertrouwen worden we gemakkelijk van ons stuk gebracht door twijfel die we niet helemaal kunnen verdrijven. Wat zou de vrees kunnen opheffen dat het de grootste onnozelheid is om te verlangen God te begrijpen?
De mens kan spontaan proberen zich voor de verborgen God open te stellen en met zijn geest de duisternis van zijn verte te doordringen. Maar hoe zal hij weten of het God is waarvoor hij zich probeert open te stellen en niet een of andere verpersoonlijkte waarde? Hoe zal hij weten waar of wanneer God gevonden is? In een bespiegelende stemming kunnen we Zijn tegenwoordigheid onverwacht ontmoeten. Maar ontmoet God ons? Wij kunnen zijn grandeur diep en met ons hele hart aanbidden. Maar hoe weten we dat hij aan onze aanbidding aandacht schenkt?
Kun jij Gods wijsheid ten diepste doorvorsen, het wezen van de Ontzagwekkende geheel omvatten? (Job 11:7). Job erkent spontaan: Zie hoe groot God is, buiten elk begrip, (36:26).1 De Ontzagwekkende, die wij niet kunnen vatten, is groot door zijn kracht en door zijn recht; wie rechtvaardigheid tentoonspreidt onderdrukt hij niet (37:23). Alles wat Abraham uit eigen kracht kon bereiken, was verwondering en verbazing; de wetenschap dat er een levende God bestaat, werd hem door God gegeven.
Er is geen
vervanging voor
geloof, geen
alternatief
voor profetie,
geen surrogaat
voor traditie.
![]()
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005