16 Het
begripsvermogen
te boven
Het gevoel voor de werkelijkheid van God is niet te vinden in smakeloze concepten, niet in scherpzinnige, dorre of timide meningen, en niet in liefde, die karig en wispelturig is. Gevoeligheid voor God wordt geschonken aan een gebroken hart, aan een gemoed dat boven zijn eigen wijsheid uitstijgt. Het is een gevoeligheid die alle abstracties openbreekt. Het is niet zomaar een spel met een voorstelling. Er is geen overtuiging zonder berouw. Er bestaat geen plechtige belofte die vrijblijvend is. Besef van God is een reactie en God is meer een uitdaging dan een begrip. We denken hem niet, hij brengt ons in beweging. Wij kunnen hem nooit beschrijven, we kunnen alleen tot hem terugkeren. We kunnen ons tot hem richten; we kunnen hem niet begrijpen. We kunnen zijn nabijheid voelen. Zijn essentie is ongrijpbaar voor ons.
Van hem komt de roep; van ons komt de omschrijving. Van hem is de schepping; van ons komt de reflectie. Hij is geen object om te begrijpen, geen stelling om te bevestigen. Ook geen optelsom van alles wat feitelijk bestaat of een overzicht van alles wat er idealiter zou moeten zijn. Hij is het ultieme onderwerp.
Het bevende gevoel van Gods aanwezigheid is het vermoeden van onze verantwoordelijkheid ten overstaan van hem. Godsbesef is niet een aan de mens bekende daad van God. ‘t Is het besef dat God de mens kent. Door over God te denken worden wij door God gedacht.1
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005