16 Het
begripsvermogen
te boven
16.6
ALLEEN
INZICHTEN EN
NIETS ANDERS?
Als we denken
over de wereld,
kunnen we niet
verder komen
zonder leiding
van de logica
en een
wetenschappelijke
methode. In het
denken over de
levende God,
moeten we ons
door de
profeten laten
leiden.
Zij die delen in het erfgoed van Israël, geloven dat God niet altijd ontwijkt. In zeldzame ogenblikken vertrouwde hij zichzelf toe aan hen die uitverkoren waren om leiding te geven. Wij kunnen God niet onder woorden brengen, maar God brengt ons zijn wil onder woorden. Door zijn woord weten we dat God niet boven goed en kwaad verheven is. Ons eigen denken blijft in een toestand van verwarring zitten als we geen leiding zouden krijgen.
Het is niet juist dat wij op God wachten, alsof hij nooit de geschiedenis binnengekomen was. In zijn speuren naar God moet de mens die na Sinaï leeft, de werkelijkheid leren begrijpen van Gods zoektocht naar de mens. De wereld van de profeten, het wachten van God op de mens, moet hij niet vergeten.
Wat een beeldhouwer doet met een blok marmer, doet de bijbel met onze fijnste intuïtie. Het lijkt op het verheffen van het mysterie tot een uitdrukkingskracht.
Persoonlijke inzichten en bezieling bereiden ons voor om te aanvaarden wat de profeten duidelijk maken. Zij stellen ons in staat de vraag te begrijpen waarop openbaring een antwoord is. Want ons vertrouwen ontleent zijn inhoud niet geheel aan persoonlijke inzichten. Ons geloof is geloof door de heilzame werking die uitgaat van gemeenschap van Israël en door onze verdienste in het aandeel van het vertrouwen van de profeten. Uit hun woorden leiden we de normen af waaraan we de geloofwaardigheid van onze eigen inzichten kunnen toetsen.
Het is door de profeten dat we misschien in staat zijn hem te ontmoeten als een wezen dat verborgen gaat achter de sluier van het mysterie. In de profeten werd het onuitsprekelijke een stem, die onthult dat God niet een wezen is dat zich afzijdig en verre van ons houdt, zoals men in de oudheid geloofde. Dat hij geen raadsel is, maar gerechtigheid en genade. Niet alleen een macht tegenover wie we verantwoordelijk zijn, maar ook een blauwdruk voor ons leven. Hij is niet de onbekende. Hij is de vader, de God van Abraham; uit een eindeloze eeuwigheid komen mededogen en leiding. Zelfs hij die zich verlaten voelt, herinnert zich hem als de God van zijn voorouders.
16.7 NOTEN BIJ HOOFDSTUK 16
1. Man is Not Alone, p. 74.
2. Jerushalmi Berachot, 9, 1.
3. Voor een gedetailleerde analyse, zie Man is Not Alone, pp. 102-123.
Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Fenomenologische klassieken deel 4
najaar 2005